Johannes Aleidis (Johan) Ringers (Alkmaar, 2 januari 1885 – Den Haag, 6 mei 1965) was een Nederlands waterbouwkundig ingenieur, directeur-generaal van Rijkswaterstaat en daarna bestuurder van de Indische spoorwegen. Ringers werd in 1940 als regeringscommissaris belast met de wederopbouw, maar werd later geïnterneerd door de Duitsers. Na de oorlog werd hij minister van Openbare Werken en Wederopbouw in de kabinetten Schermerhorn en Beel I. Hij kon zich niet verenigen met het Indië-beleid en stapte in 1946 op.

Johan Ringers was broer van Hendrik Ringers, de oprichter van Ringers chocoladefabriek. Johan vervulde hier een commissariaat.

Opleiding en eerste werkkring Na de HBS in Alkmaar ging Ringers studeren aan de Technische Hogeschool in Delft, waar hij in 1906 het diploma Civiel Ingenieur behaalde. Hij ging daarna in eerste instantie bij Rijkswaterstaat werken in het arrondissement Goes en schreef hier onder andere over de bouw van de sluizen bij Hansweert. In 1911 publiceerde hij in De Ingenieur een artikel over sluisdeuren in Duitsland en België.

In 1916 ging hij naar Nederlands-Indië om daar te werken als eerstaanwezend ingenieur voor de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij.

In 1920 keerde hij terug in zijn betrekking bij Rijkswaterstaat en ging hij werken aan de kanalisering in West-Friesland en waarover hij in 1922 een technisch-economisch rapport publiceerde.

Noordersluis van IJmuiden miniatuur|IJmuiden, Noordersluis in aanbouw

Als projectleider van de bouw van de Noordersluis van IJmuiden maakte hij samen met Paul Josephus Jitta het ontwerp en leidde hij de bouw. Hierover gaan een aantal publicaties van zijn hand.

Voor zijn werk aan de Noordersluis kreeg hij in 1926 van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs de Conrad Premie.

Na afsluiting van de werken bij IJmuiden werd hij vanaf 1 januari 1927 een aantal jaren directeur-hoofduitvoerder bij de Maatschappij tot Uitvoering van Zuiderzeewerken.

Directeur-generaal van Rijkswaterstaat In 1930 werd Ringers benoemd tot directeur-generaal van Rijkswaterstaat.

In 1935 werd hij ook lid van de raad van beheer van de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij met zetel 's-Gravenhage. Daarnaast bekleedde hij verschillende honoraire functies. Zo was hij vicevoorzitter van het Waterloopkundig Laboratorium Delft, voorzitter van de Vereniging van Delftsche Ingenieurs, ondervoorzitter van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (waarvan hij in 1955 erelid zou worden), lid van de Rijkscommissie voor Drinkwatervoorziening, voorzitter van de Nederlandsche Delegatie bij de Internationale Vereeniging voor Scheepvaart-congressen, de Permanent International Commission for Navigation Congresses (PIANC) en lid van de vaste commissie voor de Havenpolitiek van de Economische Raad.

In september 1930 kreeg hij een eredoctoraat van de Technische Hogeschool Delft, in juni 1932 gevolgd door een eredoctoraat van de Technische Hogeschool van Danzig. Sindsdien mocht hij de titel "dr.ir." voeren. In 1939 werd door hem de Stormvloedcommissie ingesteld. In een voorlopig rapport uit 1940 rapporteerde deze commissie dat de dijken onvoldoende veilig waren. Mede door het uitbreken van de oorlog gebeurde er niet veel met de conclusies van dit rapport. In 1946 werd dit onderwerp weer opgepakt, maar toen was Ringers hier niet meer bij betrokken.

Tweede Wereldoorlog De oorlog was een belangrijk kantelpunt in de carrière van Ringers. Al voor de oorlog had de minister van Defensie opdracht gegeven om maatregelen voor te bereiden om te voorkomen dat vijandelijke acties onze waterbouwkundige kunstwerken zouden kunnen beschadigen. De op aanraden van Ringers genomen voorzorgen bleken doeltreffend. Al op 30 mei 1940 waren alle geïnundeerde gebieden droog.

Op 21 mei 1940 benoemde generaal Winkelman, die op dat moment de hoogste regeringsmacht in Nederland vertegenwoordigde, hem tot "Regeeringscommisaris voor den Wederopbouw", een functie die op 23 december 1940 door de bezetter werd omgedoopt tot "Algemeen Gemachtigde voor den Wederopbouw en voor de Bouwnijverheid in het bezette Nederlandsche gebied".

Op Ringers' advies werden binnen enkele dagen de nodige besluiten genomen om in Rotterdam alle gronden met verwoeste gebouwen te onteigenen, waardoor onmiddellijk over het puin en de gronden kon worden beschikt en met herbouw begonnen kon worden. Er werd toen ook besloten de waterkering op een handiger plaats te leggen. Hij liet door dr.ir. Johan van Veen een studie maken van het vereiste veiligheidsniveau van de waterkering. Rotterdam eerde hem daarvoor in 1963 als "vader van de wederopbouw" met een plaquette in het Stadstimmerhuis.

Ringers had in het begin van de bezetting contact gekregen met de bankier Emile Ernest Menten (1882-1970), die met onder meer Koos Vorrink was betrokken bij het Nationaal Comité. Op inspectiereis als algemeen gevolmachtigde van de wederopbouw en de bouwnijverheid werd hij door verraad op 1 april 1943 door de SD gearresteerd tijdens massale arrestaties die J. Schreieder, hoofd van Referat IV E van de Sicherheitspolizei, gelast had tegen de groep-Vorrink en het Nationaal Comité in het kader van het zogenaamde Englandspiel. Eerst bracht Ringers ongeveer zeveneneenhalve maand door in de gevangenis te Scheveningen, waar hij zijn werk zelfs nog ten dele voortzette en bijvoorbeeld met primitieve hulpmiddelen een plan voor de stadsverwarming van Rotterdam ontwierp. Daarna volgden vier maanden in het concentratiekamp te Vught, drie weken als gijzelaar in St. Michielsgestel en ten slotte tot mei 1945 in het concentratiekamp Sachsenhausen in Duitsland, waar hij in april 1945 werd bevrijd.

Na de oorlog Direct na de bevrijding werd hij als partijloos minister van Openbare Werken (en vanaf 16 augustus 1945 ook als minister van Wederopbouw) opgenomen in het kabinet Schermerhorn-Drees, dat op 3 juli 1946 overging in het eerste kabinet-Beel. De inspirerende figuur van Ringers slaagde er toen weer in de nodige teamgeest te kweken om het moeizame werk van wederopbouw betrekkelijk voorspoedig te laten verlopen. Als minister benoemde hij Cees van der Leeuw (1890-1973) tot zijn gemachtigde voor de wederopbouw van Rotterdam; samen hadden zij grote invloed op het Basisplan voor de Wederopbouw van Rotterdam. Vanwege de bijzondere verdiensten voor de wederopbouw werd in 1963 aan Ringers de Van Oldenbarneveltpenning toegekend (die Van der Leeuw in 1946 ook had ontvangen); dit is de hoogste gemeentelijke onderscheiding van de stad Rotterdam.

Op 30 oktober 1946 vroeg hij ontslag als minister. Als oud-Indischman kon hij zich niet verenigen met het beleid van de regering met betrekking tot Indonesië (de Overeenkomst van Linggajati). Het ontslag werd hem op 15 november verleend.

miniatuur|Installatie van de Deltacommissie op 21 februari 1953

Op 23 november 1945 werd Ringers uitgenodigd een hoorcollege te geven bij de Institution of Civil Engineers in Londen, voorgezeten door Sir Peirson Frank, waarbij hij zijn betrokkenheid bij de waterbouwkunde in Nederland en de samenwerking met Britse ingenieurs bij de herstelwerkzaamheden na de Inundatie van Walcheren uiteenzette.

Als raadgevend ingenieur werd hij door de Britse regering gevraagd te adviseren voor grote rehabilitatiewerken die noodzakelijk waren door uitgebreide overstromingen in het voorjaar van 1947, toen de rivieren Trent en Welland buiten hun oevers waren getreden. Als gevolg van zijn inspanningen werd Ringers datzelfde jaar benoemd tot Commandeur in de Orde van het Britse Rijk (CBE). Hij raakte betrokken bij het Institution of Mechanical Engineers, waar hij hielp bij de organisatie van een zomerbijeenkomst in Nederland in 1953, waarna hij in 1954 werd verkozen tot erelid van het Instituut.

Na de overstromingsramp in Nederland in 1953 was hij lid van de Deltacommissie die het Deltaplan ontwierp. In 1957 adviseerde hij de Maritieme en Waterwegen Divisie van de Institution of Civil Engineers over aspecten van baggeren. Hij werkte ook als adviseur voor de Bataafse Petroleum Maatschappij (BPM), die later deel ging uitmaken van Shell plc. In verband hiermee maakte hij uitgebreide reizen naar Amerika en Azië.

Categorie:Nederlands waterbouwkundige Categorie:Ambtenaar van Rijkswaterstaat Categorie:Ambtenaar in Nederlands-Indië Categorie:Nederlands regeringscommissaris Categorie:Nederlands minister van Volkshuisvesting