Michel Szulc Krzyzanowski (Oosterhout, 23 april 1949) is een Nederlandse conceptuele fotograaf met een Poolse vader en een Belgisch-Nederlandse moeder. Sinds zijn academietijd reist hij permanent de wereld over naar verlaten en fotogenieke locaties voor zijn artistiek-conceptuele foto's, maar hij is ook op zoek naar bijzondere mensen en situaties voor zijn sociaal-documentaire fotoprojecten. Reeds aan het begin van zijn carrière werd hij wereldwijd bekend met zijn fotosequenties (fotoreeksen), die vanaf het begin van de jaren zeventig regelmatig geëxposeerd en gepubliceerd worden. Naast talrijke exposities in de afgelopen + 56 jaar publiceerde Michel Szulc-Krzyzanowski tot nu toe meer dan 20 fotoboeken en word zijn werk veelvuldig geëxposeerd in musea en galeries en gepubliceerd in binnen- en buitenlandse media. De mens staat altijd centraal in de fotografie van Michel Szulc-Krzyzanowski.
Jeugd Michel Szulc-Krzyzanowski werd geboren in 1949 in Oosterhout, Noord-Brabant. Zijn vader, Zbigniew Szulc-Krzyzanowski, een Poolse ingenieur, was in de Tweede Wereldoorlog als tankcommandant in 1945 in Nederland terechtgekomen. Omdat hij niet terug naar zijn vaderland kon, bleef hij in Nederland. Hij trouwde in 1946 met Clotilde Laurijssen in Breda: der stad die hij in 1944 had bevrijd. Het echtpaar liet datzelfde jaar in Oosterhout een huis bouwen, waar zij vier kinderen kregen. De thuissituatie van Michel Szulc-Krzyzanowski is van grote invloed geweest op zijn persoonlijke groei. Thuis waren er veel spanningen tussen zijn ouders. Oorlogservaringen maakten zijn vader tot een onvoorspelbare man die in onverwachte en heftige emoties kon uitbarsten. Hij leed aan PTSD. Zijn favoriete kind was zijn zoon Michel die hij als enige van zijn vier kinderen aandacht en geschenken gaf. Als groot fotografieliefhebber gaf hij Michel Szulc-Krzyzanowski, toen hij 6 jaar oud was, zijn eerste camera. Een jaar later, Michel Szulc-Krzyzanowski was 7 jaar oud, verliet zijn vader het gezin voor de eerste keer (wat in totaal drie keer zou gebeuren).
Michel Szulc-Krzyzanowski terugblikkend omschrijft zichzelf als een wispelturig kind. Na een jaar MULO in Oosterhout werd hij door zijn moeder naar een kostschool gestuurd: het Pensionaat de Westerhelling in Nijmegen. Hier werd Szulc-Krzyzanowski lid van de fotoclub, leerde hij afdrukken en raakte hij bevriend met medestudenten die ook in fotografie geïnteresseerd waren. Een van hen was Teun Hocks, met wie hij jarenlang bevriend bleef en die later een succesvol kunstenaar zou worden. Het leven op de kostschool lag Michel Szulc-Krzyzanowski echter slecht en na vele conflicten werd hij door de Overste, frater Joseph, na twee jaar van de school verwijderd. Hij keerde terug naar het gezin en de MULO in Oosterhout. Door toedoen van het hoofd van de MULO, Charles Krijnen, die met de gezinssituatie van Szulc-Krzyzanowski bekend was, kon hij in grote vrijheid studeren. Zo mocht hij tijdens de lesuren een schoolkrant maken. De illustraties waren van Teun Hocks, op dat moment student aan Academie voor Beeldende Kunsten Sint-Joost in Breda. In 1966 won Michel Szulc-Krzyzanowski de eerste prijs in een fotowedstrijd georganiseerd door zijn school en in 1967 behaalde hij het MULO-diploma als de beste leerling. In datzelfde jaar begon hij zijn studie Fotografie aan de Academie St. Joost in Breda. De verplichte lessen optica en chemie weigerde Szulc-Krzyzanowski te volgen, omdat ze hem niet interesseerden. Hierdoor moest hij na een jaar de academie verlaten. De rest van 1968 deed hij wat fotografische klusjes en liftte hij met Teun Hocks door Frankrijk. Na zijn aanmelding en toelating tot de Koninklijke Akademie voor Kunst en Vormgeving in 's-Hertogenbosch verhuisde Michel Szulc-Krzyzanowski in 1968 naar 's-Hertogenbosch en ging hij op zichzelf wonen. De eerste maanden werkte hij op de Grafische Afdeling met de docenten Dick Cassée en Rob Otten en leerde hij de techniek van het etsen. Daarnaast fotografeerde hij onder leiding van Wim Noordhoek. Later liet hij de grafiek vallen en concentreerde zich volledig op de fotografie. In 1969 reisde hij met Wim Noordhoek gedurende twee maanden in Tsjecho-Slowakije en Polen om portretten en landschappen te fotograferen. Op 25 mei 1970, op 21-jarige leeftijd, behaalde hij zijn diploma in vrije grafiek en fotografie. Vanaf die tijd richtte Michel Szulc-Kryzanowski zich op de artistiek-conceptuele fotografie.http://www.szulc.info/nlbiografieuitgebreid
Conceptuele fotografie In de beginjaren van zijn carrière werd Szulc Krzyzanowski internationaal bekend met zijn sequenties.Het woord "sequentie" voor deze series is bedacht door Els Barents, toen conservatrice fotografie van het Stedelijk Museum in Amsterdam en nu directrice van Huis Marseille. Het begon in 1971, op Schiermonnikoog. Hier verbleef Szulc-Krzyzanowski op een boerderij in de kalverenstal en had hij van Rijkswaterstaat toestemming gekregen om in het afgesloten vogelbroedgebied te fotograferen. Zijn eerste fotosequenties bestonden uit series foto’s die een opvallende visuele gebeurtenis laten zien. De eerste keer dat hij tot deze vorm van fotografie kwam, was tijdens een wandeling, toen hij aan de horizon een object zag zonder nog te kunnen zien wat het precies was. Door naar het object toe te lopen, ontdekte hij geleidelijk wat het was. Dit proces van langzaam ontdekken, legde hij fotografisch vast door om de ongeveer tien meter een foto te nemen. Een nieuwe stap binnen zijn fotografische ontwikkeling was gezet. Deze eerste fotosequenties werden later dat jaar geëxposeerd in het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch. In deze periode werd Szulc-Kryzanowski ook lid van de beroepsvereniging van fotografen, de GKf.
In september 1972 werd een stipendium van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aan Szulc-Kryzanowski toegekend. Daarvan kocht hij zijn eerste auto, waarmee hij met de kunstenaar Jan Hendrix meteen een werkreis naar Portugal maakte. Het was een turbulente periode voor hem, met onder andere een expositie Triënnale in het Van Abbemuseum in Eindhoven, een expositie van zijn fotoproject “Camden Interiors” en van de sequenties in het Camden Arts Centre in Londen, tevens zijn eerste buitenlandse tentoonstelling. Bibliothèque nationale in Parijs kocht in datzelfde jaar twintig foto's aan. Er volgde sindsdien een onafgebroken serie van tentoonstellingen en publicaties in binnen- en buitenland.
Vanaf 1968 bezocht Szulc-Krzyzanowski regelmatig Parijs, waar hij bevriend raakte met de cineast Bernard Martino. Zijn beelden raakten bekend bij onder anderen Jean-Claude Lemagny van de Bibliothèque Nationale. Dit resulteerde in augustus 1976 in een twintig pagina's tellend portfolio in het Franse tijdschrift ZOOM. In Parijs leerde Szulc-Krzyzanowski ook Virginia Zabriskie en Nicholas Callaway van Galerie Zabriskie uit New York kennen, en Harry Lunn, destijds een belangrijke fotohandelaar uit Washington. Door deze contacten begon in 1978 de doorbraak van het werk van Szulc-Krzyzanowski in Amerika. Lunn kocht een groot aantal van zijn sequenties en in juli 1978 tekende Szulc-Krzyzanowski een contract met de New Yorkse-Parijse galerie Zabriskie, die zijn werk exclusief ging vertegenwoordigen. In maart 1979 werd een solotentoonstelling van zijn sequenties gehouden in de galerie van Zabriskie in Parijs, een maand later in de galerie van Zabriskie in New York. New York werd gedurende een aantal jaren de basis van de fotograaf. In 1979 werd in drie zalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam een solo expositie gehouden van de sequenties van Michel Szulc-Krzyzanowski. Conservator was Els Barents. Tijdens de winter van 1979-'80 vond hij in Mexico de ideale omstandigheden voor nieuwe sequenties. Later werden daar ook de VISTA-foto's gemaakt.In 1985 stopte Szulc-Krzyzanowski tamelijk abrupt met het maken van sequenties. Vervolgens heeft hij zich gedurende 10 jaar uitsluitend toegelegd op documentair-conceptueel werk. In 1995 keerde hij terug naar El Triple, zonder een fotografisch plan, omdat hij nieuwsgierig was wat er zou gebeuren als hij weer op datzelfde strand zou staan met een camera. De fotografische experimenten die hij op deze reis maakte, zag de fotograaf als een succes, waardoor hij in de jaren erna meerdere malen terugkeerde naar El Triple om aan deze nieuwe reeks te werken. Dit is de VISTA-serie geworden. De VISTA-foto's zijn in zekere zin met de sequenties te vergelijken; niet qua vorm en stijl, maar wel qua inhoud. Szulc-Krzyzanowski beschrijft de foto's als beelden die een verrassende en oorspronkelijke interpretatie van de realiteit weergeven die is teruggebracht tot simpele visuele elementen. Szulc-Krzyzanowski werkte tot 2000 aan de VISTA-serie. Talloze winters zou hij naar de westkust van Mexico terugkeren om daar in totale verlatenheid aan zijn sequenties te werken.
In maart 1984 werd een omvangrijk fotoboek gepubliceerd met Szulc-Krzyzanowski's sequenties. Het voorwoord werd geschreven door de conservator voor fotografie van het Art Institute in Chicago, David Travis. Het boek resulteerde onder andere in een solotentoonstelling in het Gemeentemuseum Arnhem en in de Laurence Miller Gallery in New York. In april 1984 werd een grote solo-expositie in het Art Institute in Chicago ingericht met de sequenties. gecentreerd|250x250px Michel Szulc Krzyzanowski besefte dat hij alle mogelijkheden van de sequentie benut had, en herhaling dreigde. Met een afscheidstentoonstelling in de Olympus Gallery in Amsterdam op 30 juni 1985 stopte hij officieel met het maken van sequenties. Tevens verbrak hij de zakelijke relaties met zijn galerieën, die volgens hem te veel invloed op zijn werk probeerden uit te oefenen. Hij verkocht zijn kampeerauto in de V.S. en stopte met de maandenlange werkperioden in Mexico.
Sociaal-documentaire fotografie Szulc-Krzyzanowski bleef zich naast de sequenties richten op diverse sociale fotoprojecten. Vanwege zijn sociaal-maatschappelijke betrokkenheid hadden veel van zijn volgende fotoprojecten een sociaal-documentair karakter. Een van de eerste projecten op dit gebied was een project in Arles en ontstond op uitnodiging van Lucien Clergue in 1974. Szulc-Krzyzanowski fotografeerde daar gezinnen uit verschillende sociale klassen in hun huiskamer. Deze serie werd op het fotofestival van Arles geëxposeerd.
In 1977 publiceerde Szulc-Krzyzanowski zijn eerste fotoboek van zijn "Henny"-fotoproject, Neem nou Henny. gecentreerd|250x250px Dit boek liet het leven van een willekeurig meisje zien dat aan de lopende band in een koekjesfabriek werkte. Szulc-Krzyzanowski bleef haar bezoeken. In 1983 publiceerde hij het fotoboek Henny, een vrouw en in maart 1988 het derde fotoboek over haar: Henny, 10 jaar uit haar leven. miniatuur|gecentreerd gecentreerd|miniatuur
Vijf jaar later verscheen Henny, een nieuw leven. Het eerste exemplaar werd tijdens een tentoonstelling van de foto's in het Amsterdams Historisch Museum door minister Hedy d'Ancona aan Henny aangeboden. Henny werd toen ook door Sonja Barend in haar televisieprogramma Sonja's goed nieuws show geïnterviewd. gecentreerd|250x250px Op 17 november 2001 volgde de opening van de tentoonstelling Henny zelf in Galerie de Melkweg in Amsterdam en de presentatie van het vijfde gelijknamige fotoboek in deze serie. gecentreerd|351x351px
In 2013 verscheen het zesde Henny boek: ""Henny. Het zit best wel tegen". gecentreerd|306x306px In 2019 werd het zevende Henny boek gepubliceerd. "Henny. Het zit best wel tegen". Met dit laatste fotoboek was 42 jaar van het leven van Henny gedocumenteerd. gecentreerd|250x250px