Het (minimum algemeen) genormaliseerd rekening(en)stelsel of MAR is in België een wettelijk voorgeschreven rekeningenschema voor het voeren van een boekhouding in een onderneming. Het is een uitvloeisel van de wetgeving op de jaarrekening, die streeft naar leesbaarheid en eenvormigheid van de jaarrekening. Elk boekhoudplan of elk boekhoudpakket moet minimaal deze rekeningen bevatten, met de opgegeven nummers.
Sinds 1 januari 2006 is er voor vzw's, verenigingen zonder winstoogmerk, een nieuwe boekhoudwetgeving, die een eigen minimum genormaliseerd rekeningstelsel oplegt. Het grote verschil met het klassieke rekeningensysteem is de invoering van een nieuwe categorie in de opbrengsten, namelijk **73 Lidgelden, Legaten en subsidies en het afschaffen van de rekening **753 Kapitaal- en interestsubsidies, die wordt geïntegreerd in de categorie **73. Voor alle andere categorieën volgt het systeem de indeling die ook geldig is voor gewone ondernemingen.
Schema Het schema bevat acht hoofdrubrieken of klassen: rekeningen van de balans 1. EIGEN VERMOGEN, VOORZIENINGEN VOOR RISICO'S, KOSTEN EN SCHULDEN OP MEER DAN EEN JAAR 2. OPRICHTINGSKOSTEN, VASTE ACTIVA EN VORDERINGEN OP MEER DAN EEN JAAR 3. VOORRADEN EN BESTELLINGEN IN UITVOERING 4. VORDERINGEN EN SCHULDEN OP TEN HOOGSTE EEN JAAR 5. GELDBELEGGINGEN EN LIQUIDE MIDDELEN rekeningen van de resultatenrekening 6. KOSTEN 7. OPBRENGSTEN rekeningen voor orde 0. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN RECHTEN EN VERPLICHTINGEN
Aan de hand van het tweede cijfer wordt een eerste onderverdeling gemaakt, bijvoorbeeld: Klasse 6. KOSTEN 60. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen 61. Diensten en diverse goederen 62. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 63. Afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico's en kosten 64. Andere bedrijfskosten 65. Financiële kosten 66. Uitzonderlijke kosten 67. Belastingen op het resultaat 68. Overboeking naar de uitgestelde belastingen en naar de belastingvrije reserves 69. Resultaatverwerking Klasse 7. OPBRENGSTEN 70. Omzet 71. Wijzigingen in de voorraden en in de bestellingen in uitvoering 72. Geactiveerde interne productie 74. Andere bedrijfsopbrengsten 75. Financiële opbrengsten 76. Uitzonderlijke opbrengsten 77. Regularisering van belastingen en terugneming van fiscale voorzieningen 78. Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen en aan de belastingvrije reserves 79. Resultaatverwerking
Soms wordt de minimumindeling tot op het vierde cijfer voorgeschreven; als voorbeeld hieronder de rekening 62: 62. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 620 Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen 6200 Bestuurders of zaakvoerders 6201 Directiepersoneel 6202 Bedienden 6203 Arbeiders 6204 Andere personeelsleden 621 Werkgeversbijdragen voor sociale verzekeringen 622 Werkgeverspremies voor bovenwettelijke verzekeringen 623 Andere personeelskosten 624 Ouderdoms- en overlevingspensioenen 6240 Bestuurders of zaakvoerders 6241 Personeel
Een verdere indeling, bijvoorbeeld per afdeling, is uiteraard mogelijk maar niet verplicht. Omdat deze dan niet genormaliseerd is, kan die verdere indeling van onderneming tot onderneming verschillen.
Zie ook Genormaliseerd rekeningstelsel/bijlage (met het volledige schema)
Externe link Koninklijk besluit tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningstelsel (met het volledige schema)
Categorie:Boekhouden Categorie:Financiële verslaglegging Categorie:Handelsrecht in België