Flavius Julius Constantius (Grieks: Κωνστάντιος Β', Kōnstantios) (7 augustus 317 - 3 november 361), bekend als Constantius II, was een Romeins keizer van september 337 tot 3 november 361.

Constantius werd in Sirmium, in Illyricum, als tweede zoon van Constantijn de Grote en diens vrouw Fausta geboren. Op 13 november 324 werd hij door zijn vader tot Caesar benoemd. Omstreeks 335 trouwde hij met zijn eerste vrouw, een dochter van zijn oom Julius Constantius en halfzuster van zijn neef Julianus Apostata.

Toen Constantijn de Grote in mei 337 stierf was Constantius er snel bij om zo veel mogelijk macht te grijpen. Hij was waarschijnlijk de drijvende kracht achter het uitroeien van de halve mannelijke familie van Constantijn. In september datzelfde jaar verdeelde hij het rijk samen met zijn broers Constantijn II en Constans. Constantius kreeg het oostelijke deel, met uitzondering van Thracië, Achaea en Macedonia, dat onder controle van Constans viel.

In 340 stierf Constantijn II, de oudste van de drie broers, in een slag tegen Constans (de jongste). In 350 werd ook Constans gedood, door een opstand van de usurpator Magnentius. Constantius was nu theoretisch keizer van het complete rijk. Magnentius moest echter nog wel uit de weg worden geruimd. Constantius benoemde derhalve zijn neef Flavius Claudius Constantius Gallus, broer van Julianus Apostata, tot Caesar om in het oosten een oogje in het zeil te houden, terwijl hij zelf naar Italia trok. Constantius voerde twee veldslagen tegen Magnentius, bij Mursa in 351, die onbeslist eindigde, en bij Mons Seleucus in 353, waarin het hem lukte om Magnentius definitief te verslaan. Een jaar later liet Constantius Gallus executeren, omdat deze opstandig werd.

Gedurende Constantius' gehele heerschappij waren er regelmatig invallen van de Perzen. De meeste van deze invallen wist hij af te slaan. Zijn militaire campagnes tegen de Germaanse stammen waren succesvoller: in 354 versloeg hij de Alamanni; in 357 voerde hij ten noorden van de Donau campagne tegen de Quaden en Sarmaten.

In 355 benoemde Constantius op aanraden van zijn tweede vrouw Eusebia zijn neef Julianus (Apostata) tot Caesar, en stuurde hem naar Gallia. Deze had daar echter zoveel succes, dat zijn troepen hem in 360 tot keizer uitriepen. Een burgeroorlog werd voorkomen door de (natuurlijke) dood van Constantius in november 361.

Leven Jeugd Constantius kwam in het jaar 317 als zoon van Constantijn I en zijn vrouw Fausta ter wereld. Zijn broers en zussen waren de latere keizer Constantijn II en Constans en de twee meisjes, Helena en Constantina. Constantius werd op 8 november 324 (op basis van epigrafisch bewijs op 13 november) door zijn vader tot Caesar (onderkeizer) verheven en belast met het beheer van het oostelijk deel van het Romeinse rijk.

Aangezien hij pas zeven jaar oud was kon Constantius deze positie aanvankelijk nog niet vervullen. Over zijn jeugd en opvoeding is bijna niets bekend. Wat telde was dat hij en zijn broers christelijk werden opgevoed. Gedurende zijn hele leven zou dit bepalend zijn voor al Constantius zijn handelingen. Deze jaren werden overschaduwd door de gebeurtenissen van 326. Keizer Constantijn liet zijn vrouw Fausta en zijn zoon Crispus, uit een eerdere verbintenis, in dat jaar onder nog steeds onduidelijke omstandigheden ter dood brengen. Er wordt door diverse auteurs gespeculeerd dat de twee een verhouding zouden hebben gehad. In 335 huwde Constantius de enige dochter van zijn halfoom Julius Constantius en Galla. De naam van zijn vrouw is niet overgeleverd in de ons ter beschikking staande bronnen, maar vermoedelijk zal zij Galla, Julia of Constantia hebben geheten. Haar naam was waarschijnlijk Galla, Julia of Constantia, de namen van haar ouders, (Noel Emmanuel Lenski, The Cambridge companion to the Age of Constantine, Volume 13, Cambridge University Press, 2006, , p. 107).

Dood van Constantijn de Grote Na de dood van Constantijn de Grote op Pinksteren van het jaar 337 kwam het tot een reeks van moorden: militairen doodden meerdere leden van Constantijns familie, zodat uiteindelijk alleen de zonen van de overleden keizer, alsook hun verwanten Constantius Gallus en Julianus (de laatste was gespaard omwille van zijn jeugdige leeftijd) overbleven. De achtergrond van deze moorden zijn als gevolg van het problematische bronmateriaal niet eenduidig te benoemen. Het is onduidelijk of de militairen op een "proactieve manier" onafhankelijk handelde, of dat zij opdracht hadden gekregen van een of meer van de zonen van Constantijn de Grote.

Veel onderzoekers zien Constantius II als de kwade genius, maar dit is niet onomstreden en wordt mogelijk mede veroorzaakt door de slechte reputatie van Constantius II in de bronnen als gevolg van zijn Arianisme.Zie: , Die Kämpfe um die Nachfolge nach dem Tode Constantins des Großen, in , Roma versa per aevum. Ausgewählte Schriften zur heidnischen und christlichen Spätantike (Spudasmata 74), Hildesheim - Zürich - New York, 1999, pp. 1-49, dat Constantius ontlast van de beschuldigingen. In 337 of 338 kwamen de drie broers, Constantijn II, Constans en Constantius II op de conferentie van Viminacium tot een vorm van overeenstemming. Zij namen alle drie de titel van Augustus aan; verdeelden het rijk in drieën en oefenden elk de macht uit over hun deel van het Romeinse Rijk.

Keizer in het Oosten thumb|275px|right|

Constantius kreeg het oostelijke deel van het rijk. Het door zijn vermoorde neef Dalmatius bestuurde Balkanschiereiland viel daar niet onder. Dit werd bestuurd door Constans, die samen met Constantijn II het westelijke deel van het rijk regeerde. Constantijn II kwam in 340 om in de strijd tegen Constans, die vanaf nu de zeggenschap over het volledige Westen uitoefende. Hij had Thracië, met als hoofdstad Constantinopel, in 339 echter aan Constantius afgestaan. Al snel ontstonden er spanningen tussen Constans en Constantius. Deze verergerden nog, toen Constans tegen de Arianen optrad. Deze stroming werd juist door Constantius II begunstigd. Constans stelde zich in dit religieuze conflict open aan de zijde van Athanasios (zie hieronder). Het kwam echter niet tot een militaire confrontatie. In 346 verzoenden de twee broers zich formeel met elkaar. Athanasios kon nu uit zijn ballingschap in het Westen terugkeren naar Alexandrië. Op een gezamenlijke bekentenisformule voor de gehele keizerlijke kerk kon men zich echter niet verenigen.Zie hiervoor , Die politische Krise zwischen den Kaisern Constantius II. und Constans, in Historia 48 (1999), pp. 301-330.

Usurpatie door Magnentius Constans werd in 350 het slachtoffer van de usurpator Magnentius, die zijn opstand vanuit Gallia was begonnen. Constans had zich door zijn religieuze politiek en zijn onhandige omgang met het leger blijkbaar impopulair gemaakt, zodat een groep van zijn hovelingen tegen hem intrigeerde. In januari 350 had Constans' beheerder van de schatkast Marcellinus tijdens een feestelijke banket Magnentius, een hoge gardeofficier van Germaanse afkomst, in een schijnbaar vooraf voorbereide actie aan de verzamelde officieren van het Gallische leger, als de nieuwe keizer, voorgesteld. De aanwezigen stemden met enthousiasme in., II 42. Constans werd kort daarop vermoord en Magnentius kreeg het westen van het Romeinse rijk vrijwel zonder slag of stoot in de schoot geworpen. Magnentius, die zelf een heiden was, maakte het verbod op nachtelijke offers ongedaan. Bij de christenen maakte hij zich populair door zijn steun aan de aanhangers van de geloofsbelijdenis van Nicea, die overigens ook al door Constans werden begunstigd.

Constantius had geen andere keuze dan Magnentius vooralsnog zijn gang te laten gaan, vooral ook omdat de Balkan zich bij deze gelegenheid losmaakte van het West-Romeinse Rijk. Daar was namelijk de bejaarde generaal Vetranio tot Augustus uitgeroepen. Op de achtergrond trok Constantius' zuster Constantina er aan de touwtjes: aangezien er weinig tijd was, geloofde zij door deze stap het in de strijd geharde leger van de Donau in het kamp van Constantius II te brengen. Constantina verzekerde haar broer bovendien dat Vetranio gemakkelijk te manipuleren was en dat van hem geen gevaar uitging.Zie: , Kaiser Julianus, Hamburg, 1956, p. 45. Daarmee kreeg zij gelijk. Reeds in 348 had Constantius verder een groep van christelijke (Ariaanse) Goten onder hun leider Wulfila in het Romeinse Rijk opgenomen, wat ook een versterking van de strijdkrachten van het keizerrijk betekende. Constantius was echter vooralsnog niet in staat om zich in de aangelegenheden in het Westen te mengen, temeer omdat hij ook de veiligheid van zijn Oosterse grenzen in de gaten moest blijven houden.

Eerste Perzische oorlog Aan deze oostelijke grens bleef gedurende de hele regering van Constantius, het Sassanidische Rijk onder Shapur II een serieuze tegenstander (zie hiervoor ook de Romeins-Perzische oorlogen). Constantijn de Grote (vader van Constantius) had kort voor zijn dood, een campagne tegen de Sassaniden gepland. In Armenië was het tot een interne machtsstrijd gekomen, Shapur II maakt van de situatie gebruik om in 347 het land binnen te vallen. Uiteindelijk slaagde Constantius er echter in de Armeense koning Arsakes II, die Shapur in eerste instantie had verdreven, voor zich te winnen. Daarmee slaagde hij er in om Armenië op een pro-Romeinse koers te krijgen.

Het belangrijkste strijdtoneel tussen de Romeinen en Perzen was Mesopotamië, waar het in totaal drie maal belegerde Nisibis (338, 346 en 350) door de Romeinen kon worden ontzet. Constantius voerde een voornamelijk defensieve strategie, die op een uitputtingsoorlog inzette: de Perzen moesten zich vastlopen op de ring van Romeinse vestigingen, die de Oosterse provincies van het Romeinse Rijk tegen de Sassaniden moesten beschermen. Ten minste eenmaal kwam het tot een Romeins offensief op Sassanidisch gebied. Constantius zette daar ook Gotische eenheden in alsook (naar Perzisch voorbeeld) gepantserde cavalerie (Kataphraktoi).

Het enige grote gevecht vond in de buurt van Singara plaats, waar de Romeinen onder het bevel van Constantius op het laatste moment zware verliezen te verduren kregen. De exacte datum van de strijd, die de climax van de eerste Perzische oorlog van Constantius markeerde, en waarin ook een Perzische prins in de strijd viel, was als gevolg van de uiteenlopende genoemde data in de bronnen lange tijd een twistpunt in het onderzoek, maar het zal eerder in 344 dan in 348 zijn geweest.Als basis hiervoor zie: , Zur Schlacht bei Singara; over de identiteit van de Perzische prins zie: Zu Spekulationen über den sasanidischen 'Thronfolger Narsê' und seine Rolle in den sasanidisch-römischen Auseinandersetzungen im zweiten Viertel des 4. Jahrhunderts n. Chr., in Iranica Antiqua 35 (2000), pp. 111-157. Zie in het algemeen voor de strijd tussen de Romeinen en de Sassaniden tijdens de regeringstijd van Constantius II: Dodgeon en Lieu, The Roman Eastern Frontier and the Persian Wars, pp. 164 e.v. Ondanks dit kon de keizer met zijn strategie de grens grotendeels houden. Vermeldenswaard is ten slotte het anonieme pamflet met de titel, Itinerarium Alexandri, dat tot doel had, Constantius tot een zegenrijke strijd tegen de Perzen aan te moedigen.

Alleenheerschappij De Perzen hadden rond 350 aan hun oostelijke grens met invallende Chionieten te maken. Om die reden brak Shapur de vijandelijkheden tegen Rome vooralsnog af. Constantius zette in 351 met Constantius Gallus een van zijn laatst overgebleven verwanten als onderkeizer in het oosten in; tevens liet hij Gallus in het huwelijk treden met zijn zuster Constantina. Constantius wilde van de tijdelijke rust aan de oostgrens gebruikmaken om nu de zaken in het Westen recht te trekken, in het bijzonder wilde hij nu afrekenen met de usurpator Magnentius. Een eerste stap was het terugtreden van de Balkankeizer Vetranio – hij eindigde zijn leven op zijn eigen landgoederen als rijk man – die daarmee voor Constantius de wegen naar het westen opende.