thumb|right|200px|Qumran thumb|right|200px|Een van de grotten van de Dode Zee-rollen.
De Essenen waren een joodse religieuze stroming die actief was tussen ± 150 v.Chr. en 70 n.Chr., toen de Romeinen de Joodse Opstand neersloegen.
De Essenen worden soms gelijkgesteld met de sekte in Qumran (zie verderop), vlak bij de Dode Zee, omdat Plinius de Oudere schreef dat de Essenen bij de Dode Zee woonden.Plinius de Oudere: Naturalis Historia 5.15.17 Maar die gelijkschakeling is onjuist. Zowel Philo als Flavius Josephus vermeldden dat er ongeveer 4000 Essenen waren,Philo: Ieder goed mens is vrij 75Josephus: Oude Geschiedenis van de Joden 18.20. Gearchiveerd op 10 januari 2023. terwijl de nederzetting in Qumran plaats bood aan ten hoogste 400 personen. Josephus schreef ook dat de Essenen in diverse steden woonden.Josephus: Joodse Oorlog 2.124; het woord "stad" mag breed worden opgevat
Belang Er is relatief veel bekend over de Essenen en de Qumran-sekte, vooral door de ontdekking van de Dode Zee-rollen bij Qumran, met daarin Bijbelcommentaren en documenten als het Verbond van Damascus (waarvan in 1897 al middeleeuwse afschriften waren gevonden in Egypte), archeologische opgravingen, Josephus, Plinius de Oudere en Philo. De Essenen worden in het Nieuwe Testament niet genoemd.
Het gegeven dat er zo veel bronnen zijn over de Essenen, inclusief zeer beroemde primaire bronnen (de Dode Zee-rollen), maakt dat het belang van de Essenen regelmatig wordt overschat of dat hun opvattingen bijvoorbeeld worden gezien als kenmerkend voor het judaïsme in de tijd van Jezus. Van de sadduceeën, een partij in dezelfde periode, is geen enkele primaire bron bewaard gebleven en de opvattingen van de farizeeën moeten met veel moeite worden "gereconstrueerd" aan de hand van latere rabbijnse literatuur. Terwijl deze laatste partijen veel belangrijker waren in die periode, krijgen ze door het ontbreken van primaire bronnen vaak onvoldoende aandacht in vergelijking met de Essenen. Ten slotte moet in gedachten worden gehouden dat alle partijen en sektes slechts een minderheid waren en een afwijking van het "gewone" judaïsme.E.P. Sanders (1992): Judaism — Practice & Belief 63 BCE - 66 CE, SCM Press, Londen
Geschiedenis Rond 152 v.Chr. voegde een zekere "Leraar van Rechtvaardigheid", een priester uit het geslacht van Sadok, zich bij een groep piëtisten waarvan over het algemeen wordt aangenomen dat dit de Chasideeën (of: Assideeën) zijn die enkele keren in Makkabeeën worden genoemd.I Makkabeeën 2:41; 7:13; II Makkabeeën 14:6 Mogelijk was het de hogepriester waarvan de naam onbekend is en die door Jonathan Makkabeüs werd opgevolgd. Hierdoor ontstond de Esseense partij of één tak ervan. Het is niet duidelijk of de benaming "Essenen" al werd gebruikt voordat de Leraar zich bij de groep voegde of uitsluitend vanaf dat moment.
Over het ontstaan van de partij in de periode voordat de "Leraar" zich erbij voegde, is weinig bekend. Een partij ontstond doordat mensen door studie over voldoende onderwerpen een eigen interpretatie hadden ontwikkeld om als afwijkend van de meerderheid te kunnen worden beschouwd. Dit impliceert dus studie door op zijn minst de grondleggers en opvolgende leiders.Morton Smith: Dead Sea Sect De geheimen van de Essenen, zowel wettisch als esoterisch, waren het resultaat van studie en werden aan nieuwelingen onderwezen. Josephus schreef dat de studie van "de geschriften van de ouden" bijzonder belangrijk was.Josephus: Joodse Oorlog 2.136 Dit wordt bevestigd door de vondst van de Dode Zee-rollen, archeologische ontdekkingen van schrijftafels, inktbronnen en inkt zelf.
Al snel ontstonden op zijn minst twee takken binnen de beweging: een volledig separatistische kloostersekteIn Qumran zijn botten gevonden van vrouwen en kinderen. Er zijn diverse theorieën om deze te verklaren. Zie onder anderen Gaza Vermes: The Dead Sea Scrolls, Qumran in Perspective, blz. 97, 108 en Morton Smith: Dead Sea Sect, blz. 347 die zich (vanaf ongeveer 140 v.Chr.) in Qumran vestigde en een andere groep die trouwde en zich niet geheel afzijdig hield van de gebruiken binnen het judaïsme van die tijd. Over het algemeen wordt aangenomen dat de Qumran-sekte een afsplitsing is van de Essenen, maar er zijn ook onderzoekers die denken dat de Essenen zijn ontstaan uit de Qumran-sekte.P. Davies: The Damascus Covenant, blz. 19 Hoewel de Essenen en de Qumran-sekte soms in verband worden gebracht met de Therapeutae, staat hun verwantschap niet vast.
Vroegste vermeldingen De vroegste vermelding van de Essenen is in Josephus' verhaal over ene Judas de Essener, over wie wordt gezegd dat hij de moord van Antigonus door Aristobulus I in 104 v.Chr. had voorspeld.Josephus: Joodse Oorlog 1.78-81; Oude Geschiedenis van de Joden 13.311-313 We mogen aannemen dat Judas' missie niet op zichzelf stond en dat er in die tijd dus een Esseense gemeenschap was in Jeruzalem. Volgens het relaas in de Oude geschiedenis van de Joden leerde Judas zijn volgelingen de toekomst te voorspellen. Verder wijzen alle bronnen erop dat gemeenschappelijkheid een belangrijk thema was voor de Essenen.
De volgende verwijzing is naar een andere profeet: Manaëmus, die Herodes als kleine jongen had gezien en had voorspeld dat hij koning zou worden maar daarna mededogen en gerechtigheid zou vergeten. Josephus merkte daarbij op dat veel Essenen "inderdaad een goddelijke kennis van dingen hebben ontvangen vanwege hun deugd".Josephus: Oude geschiedenis van de Joden 15.373-379
Toen Herodes de Grote rond 20 v.Chr. een loyaliteitseed eiste van al zijn onderdanen, ontsloeg hij de Essenen van die verplichting.Josephus: Oude geschiedenis van de Joden 15.371 Volgens Josephus achtte Herodes de Essenen hoog.Josephus: Oude geschiedenis van de Joden 15.372 Vervolgens vermeldde hij in zijn Joodse Oorlog dat de Essenen geen eden zwoeren,Josephus: Joodse Oorlog 2.135 behalve de eden om toe te treden tot de gemeenschap.Josephus: Joodse Oorlog 2.139-142
Josephus noemde nog een profeet, genaamd Simon. Hij interpreteerde een droom van Archelaüs en verklaarde dat de situatie zou verslechteren. Binnen vijf dagen begon de vervulling van zijn voorspelling.Josephus: Oude geschiedenis van de Joden 17.346-348
Na deze vermeldingen komen de Essenen tientallen jaren niet voor in Josephus' geschiedenis. Hierbij moet in gedachten worden gehouden dat Josephus primair schreef over de geschiedenis van de leiders, oorlogen en grote oproeren. Groeperingen worden uitsluitend genoemd als ze een bepaalde invloed op een vorst hadden of een beslissende invloed op een oorlog of een andere belangrijke gebeurtenis hadden. Aangezien de Romeinen vanaf 6 (n.Chr.) Judaea rechtstreeks bestuurden door hun prefecten, speelden de Essenen geen noemenswaardige rol in de geschiedenis. Zij verschijnen weer bij de opstand die zou leiden tot de Joodse Oorlog.
De nederzetting in Qumran Archeologische opgravingen in Qumran tonen aan (vooral door de vondst van munten) dat er een kleine groep leefde tussen ongeveer 150 - 140 v.Chr. en ongeveer de dood van Johannes Hyrkanus (104 v.Chr.). Het dorpje werd vergroot tijdens de tweede fase van bewoning, vanaf het einde van de eerste fase tot de vroege jaren van Herodes (vanaf 37 v.Chr.). Vervolgens werd het verwoest door een aardbeving, waarschijnlijk die waarvan we weten dat deze in 31 v.Chr. plaatsvond omdat dit overeenkomt met de datering van de gevonden munten. Na enkele tientallen jaren werd het dorpje herbouwd en bewoond tot aan de verwoesting ervan door de Romeinen in 68.
Er woonden nooit meer dan enkele honderden mensen in Qumran. Na de eerste opgravingen was de schatting tussen de 150 en 200 inwoners.Gaza Vermes: The Dead Sea Scrolls, Qumran in Perspective, blz. 88 Recenter onderzoek suggereert een inwonersaantal tussen de 300 en 400.Schiffman: Sectarian Law, blz. 209, noot 104
Joodse Oorlog Johannes de Essener was een van de commandanten die door de revolutionaire raad of vergadering werd aangesteld. Hij kreeg het gezag over Lydda, Joppe en nabijgelegen gebieden in het noordwesten van Judea.Josephus: Joodse Oorlog 2.567 Hij sneuvelde tijdens een aanval op Asjkelon.Josephus: Joodse Oorlog 3.11-19 Na de overwinning door de Romeinen verduurden de Essenen hun marteling uitzonderlijk lang en weigerden zij "hun wetgever te lasteren of iets verbodens te eten".Josephus: Joodse Oorlog 2.152f
Het is aannemelijk dat de Essenen die naast de andere Joden vochten tot de tak (of takken) behoorden die in de steden leefden, terwijl de leden van de Qumran-sekte pas begonnen te vechten toen hun nederzetting werd aangevallen rond 68.
Context Religieuze conflicten die leidden tot de vorming van partijen als de sadduceeën en farizeeën en sektes als de Essenen en de Qumran-sekte vonden plaats in de context van veel bredere en langduriger sociale en religieuze conflicten onder Joden en gingen terug tot aan de Babylonische ballingschap en werden versterkt door de verovering van Judea door de Romeinen. De belangrijkste onderwerpen van dit conflict waren: Hellenisme: Een brandende kwestie was of helleniseren geoorloofd was of niet. Een voorbeeld van de aard van dergelijke conflicten is het verzoek van Joden aan Antiochus IV Epiphanes voor toestemming "de levenswijze van de heidenen in te voeren".I Makkabeeën 1:11-13, Willibrordvertaling Zij bouwden een gymnasion in de Griekse stijl, waarin jonge mannen naakt oefeningen deden.I Makkabeeën 1:14 Dit bracht een cruciaal verschil tussen Joden en Grieken aan het licht: Joodse mannen waren besneden, en besnijdenis was het belangrijkste externe bewijs van het verbond tussen God en Abraham en zijn afstammelingen.Genesis 17 De Grieken geloofden in Mens sana in corpore sano en beschouwden besnijdenis als een barbaarse verminking. Jonge mannen die in de hellenistische cultuur wilden opgaan, "lieten zich weer een voorhuid maken" door een operatie. Volgens velen "braken [zij daardoor] met het heilig verbond". Dit conflict leidde tot bloedvergieten. Uiteindelijk verbood Antiochus IV bepaalde Joodse gebruiken en eiste van de Joden zelfs "dat ze altaren, tempels en kapellen moesten oprichten voor afgoden, en varkens en andere onreine dieren moesten offeren; dat ze hun zonen niet meer mochten besnijden".I Makkabeeën 1:47, 48 Wet: Het verwerpen van hellenisme betekende voornamelijk dat de Joden in Palestina volgens de wet van Mozes zouden leven. Hoe strikt zij de wet moesten volgen en hoe deze tot in de details moest worden geïnterpreteerd inzake (on)reinheid, voedselwetten, tienden en andere onderwerpen, leidde tot grote meningsverschillen. Hogepriesterschap: De status van het ambt van de hogepriester en de opvattingen van de hogepriester waren voor velen een uiterst belangrijk onderwerp. Stond hij open voor hellenisme of niet? Ook zijn afstammingslijn was zeer belangrijk, voor sommigen nog belangrijker dan zijn opvattingen.I Makkabeeën 7:12-16 In de periode van 520 - 175 v.Chr. was de hogepriester een afstammeling van Sadok (of werd aangenomen dat hij dat was). Velen bleven loyaal aan de afstammelingen van Sadok en verwierpen andere hogepriesters.