thumb|Marat dreigt zich een kogel door het hoofd te schieten. thumb|De triomf van Marat na zijn vrijspraak in 1793. thumb|Hoofd van de dode Marat door David (1793) thumb|De dood van Marat door Charlotte Corday van Jean-Jacques Hauer (1793-1794) is misschien de meest getrouwe weergave van de moordscène (de badkuip, de schrijftafel, de kamerjas). Hauer was nationale garde in de wijk van Marat en sprak met ooggetuigen of had mogelijk zelfs toegang tot het appartement. thumb|Begrafenis van Marat in de club des Cordeliers. De vermoedelijke schilder Fougeat gaf links de arrestatie van Corday weer. thumb|De dood van Marat door Jacques-Louis David (1793) was de gecanoniseerde versie die in de Nationale Conventie hing. thumb|Standbeeld van Marat voor het Museum van de Franse Revolutie.
Jean-Paul Marat (Boudry, 24 mei 1743 – Parijs, 13 juli 1793) was een in Zwitserland geboren arts, natuurkundige, sociaal filosoof, journalist en politicus ten tijde van de Franse Revolutie. Hij was een pleitbezorger van een democratische republiek die de zwakkeren bescherming zou verlenen. Met zijn vurige karakter en onbuigzame houding viel hij tegenstanders aan en stelde hij "vijanden van de revolutie" aan de kaak. Samen met Danton en Robespierre oefende hij in de Nationale Conventie grote invloed uit. Marat verspreidde zijn gedachtegoed via zijn krant L'Ami du Peuple en door publieke toespraken en essays. Zijn verbale agressie maakte hem populair bij het volk. Hij was een verbindende factor tussen de volkse sansculotten en de burgerlijke jakobijnen, een radicaal-linkse groepering. In hun conflict met de girondijnen was hij een leidende stem. Uiteindelijk werd Marat vermoord door de girondijnse sympathisante Charlotte Corday terwijl hij in bad zat. De moord leek te bevestigen dat het revolutionaire Frankrijk desintegreerde en was het sein voor de drastische uitzonderingsmaatregelen die de jonge republiek moesten verdedigen tegen interne en buitenlandse vijanden.McPhee, P. (2017) Liberty or Death, p. 206-210 Na zijn dood werd hij korte tijd een held en martelaar van de Revolutie, tot Robespierre en vooral het Directoire deze cultus aan banden legden.
Biografie Jonge jaren Jean-Paul Marat werd geboren in het Zwitserse, destijds Pruisische vorstendom Neuchâtel als zoon van een voormalige mercedariër die zich tot het calvinisme had bekeerd en naar de Geneefse Republiek was gevlucht. Deze Juan Salvador Mara, een Sardijn van Spaanse komaf, was getrouwd met de Geneefse moeder van Marat, Louise Cabrol. Op zijn zestiende verliet Jean-Paul het ouderlijk huis en zou hij privé-leraar zijn geworden bij de familievriend Paul Nairac in Bordeaux. In elk geval woonde hij twee jaar bij deze rijke koopman-reder, die zich inliet met slavenhandel. In 1762 trok hij naar Parijs om medicijnen, chirurgie en dierengeneeskunde te studeren, zonder een diploma te behalen. Hier schreef hij de eerste hoofdstukken van zijn boek tegen de slavernij.Bianchi (2017), p. 9-10
Marat was ongedurig en reisde in 1765 naar Londen, vermoedelijk op zoek naar literaire en wetenschappelijke roem. In het begin logeerde hij bij een familievriend, de horlogemaker Abraham Louis Breguet. Hij stortte zich in het intellectuele leven en raakte bevriend met Angelika Kauffmann. Tijdens de elf jaar die hij in Groot-Brittannië zou doorbrengen, waaronder enige tijd in Dublin en Newcastle upon Tyne, oefende hij de geneeskunde uit en was hij politiek actief. Hij bewonderde de radicale parlementariër en latere Lord Mayor John Wilkes, die hij vermoedelijk leerde kennen. In 1772 had hij enig succes met An Essay on the Human Soul, waarin hij het materialisme van Helvétius bestreed.Zijn eerste werk, een brievenroman Les Aventures du jeune Comte Potowski – un Roman de Cœur, werd eerst in 1848 uitgegeven. Het jaar nadien volgde een uitgebreide versie: A Philosophical Essay on Man. Voltaire noemde het werk "vervelend, arrogant, tegenstrijdig en banaal". Marats beroemdste boek is The Chains of Slavery, dat na lang aandringen in 1774 verscheen. In deze kritiek op tirannieke regimes en in het bijzonder het Britse van Lord North, ontvouwde Marat onder meer het idee dat het despotisme zich in stand hield door misbruik van taal en verdraaiing van woorden. Dat jaar reisde hij naar de Nederlandse Republiek en werd hij in Amsterdam lid van de vrijmetselaarsloge La Bien-Aimée. In 1775 verkreeg hij een doctorsgraad aan de Universiteit van St Andrews in Edinburgh, mogelijk nadat hij een essay over gonorroe en een artikel over oogziekten had geschreven. Hij raakte verwikkeld in een controverse met filosofen, waarin La Harpe hem de mond snoerde, en ook professioneel botste hij in Londen op grenzen.
Lijfarts en onderzoeker Op 10 april 1776 keerde de 33-jarige Marat abrupt terug naar Parijs. Hij genas de markiezin van L'Aubespine van een longziekte en werd het volgende jaar aangesteld als lijfarts in de hofhouding van de graaf van Artois, de jongste broer van Lodewijk XVI. Hij woonde naast de stallen en sommige bronnen vermelden ten onrechte dat hij dierenarts is geweest. Het was een periode waarin Marat leek te twijfelen tussen de maatschappelijke en materiële zekerheid van zijn positie in het Ancien Régime en de verlichte kritiek op datzelfde regime.Bianchi (2017), p. 215. Gearchiveerd op 16 augustus 2023. Hij beschikte over een dokterswoning, een jaarloon van 2000 livres en toegang tot de grote salons. In 1777 schreef hij zijn Plan de législation criminelle, deels gebaseerd op ideeën van o.a. Rousseau en Beccaria. Hij was bijzonder trots op dit werk, waarin hij zich keerde tegen het klassenonderscheid en de tirannie van het kleinste aantal. Vanwege censuur door de Garde des sceaux verscheen het pas drie jaar later. Voltaire had kritiek op een cruciaal deel ervan, hetgeen bij Marat niet in goede aarde viel. Met Jacques Pierre Brissot had hij betere relaties. Eind november 1782 reisde hij met Brissot, vergezeld van zijn vrouw en zuster, naar Londen. In 1783 vroeg hij Brissot of die iemand kon vinden om zijn artikel over elektriciteit in het Engels te vertalen.Perroud, C. (1912) Correspondance et papiers de Brissot, p. XXIV, 78, XXXV. In 1793 beschuldigde Marat Brissot ervan een politiespion te zijn geweest. Uiterlijk begin 1784 nam Marat ontslag uit zijn functie bij de graaf van Artois en werd hij zelfstandig auteur en wetenschapper.Cabanès (2016), p. 69-70. Gearchiveerd op 16 augustus 2023.
In zijn niet-aflatende zoektocht naar erkenning kende Marat slechts enkele vluchtige successen. Hij behoorde tot het netwerk van verlichte geesten en correspondeerde met figuren als Voltaire, Diderot en Benjamin Franklin. Met kopstukken zoals Condorcet, Lavoisier en d'Alembert kwam hij in aanvaring. Hij schrok niet terug voor de confrontatie met wat hij "academische charlatans" noemde. Hij vertaalde een werk van Isaac Newton over optica en publiceerde ook zelf over de materie. Dit ontmoette kritiek van zijn rivaal was Jacques Charles. Toen Pilâtre de Rozier in juni 1785 met diens luchtballon neerstortte bij Boulogne, verklaarde Marat vanuit Engeland zijn verslagenheid.Schama, S. (1989) Citizens, p. 127. Tot de Académie Française werd hij niet toegelaten.
In 1788 was Marat fysiek en moreel gebroken. Hij leed aan een ziekte die hem ernstige jeuk bezorgde en die verschillende lichamelijke systemen aantastte. Voor de laatste vijf jaar van zijn leven zou hij last hebben van eczeem, genitale ulcera, slapeloosheid, hoofdpijn en excessieve dorst. Een mogelijk diagnose is de ziekte van Behçet,Howard Fischer, Another look at the medical problems of Jean-Paul Marat: searching for a unitary diagnosis, in: Hektoen International. A Journal of Medical Humanities, 2020. Gearchiveerd op 2 februari 2023. of ook dermatitis herpetiformis. Hij bereidde zich voor op de dood en maakte in juli zijn testament op.Bianchi (2017), p. 22-23. Gearchiveerd op 16 augustus 2023. Bréguet was zijn executeur. De volgende maand haalde de bijeenroeping van de Staten-Generaal hem uit zijn lethargie. Hij hervond zijn levensmoed en voelde zich beter.
Revolutionair journalist en publicist In februari 1789 begon de 45-jarige Marat met het publiceren van pamfletten en het sturen van brieven naar de Staten-Generaal. Op 1 juli publiceerde hij zijn pamflet "Mededeling aan het volk of de ministers ontmaskerd". Na de Bestorming van de Bastille verzette hij zich tegen de feestvreugde.Janssen Perio, E.M. (1989), p. 95-96 In augustus was hij een van de enigen die inzag dat de afschaffing van de feodaliteit vele machtsposities intact liet. Zijn kritische geschrift hierover droeg bij aan zijn reputatie van klaarkijkend commentator. Vanaf september 1789 stortte hij zich volop in de journalistiek via zijn krant L'Ami du Peuple. Daarin stelde hij het levensmiddelencomité verantwoordelijk voor de schaarste.Soboul, A. De Franse Revolutie dl I, 1789-1793, p. 124. Al spoedig raakte hij in de clinch met burgemeester Jean Sylvain Bailly en de commandant van de burgerwacht La Fayette. In november 1789 viel hij het cijnskiesrecht aan en riep hij op tot verzet.Soboul, A. De Franse Revolutie dl I, 1789-1793, p. 147. Ook Jacques Necker moest het ontgelden. Toen drukkers in moeilijkheden kwamen en zijn opdrachten weigerden, kocht Marat eigen drukpersen, die hij in zijn huis opstelde. Zijn blad verscheen soms twee keer op een dag.
Op 12 december kwamen twintig man aan zijn huis om hem te arresteren. De tenlastelegging klopte niet en justitie moest hem vrijlaten. Op 22 januari 1790 werd een nieuwe poging gedaan hem te arresteren.Schama, S. (1989) Citizens, p. 499. Aan beide zijden was de straat afgesloten met honderden agenten. Marat week tijdelijk uit naar London; daarmee was de weg vrij voor Georges Danton om op de voorgrond te treden. In mei keerde hij terug naar Parijs, waar een hongersnood dreigde. Marat hield zich schuil in de kelders van Cordeliers of in de riolen van Parijs. Hij was nog geen voorstander van de afschaffing van de monarchie, maar ging onbeheerst en fel te keer tegen eenieder die gematigder opvattingen had dan hij. In juli 1790 schreef hij: Vijf- of zeshonderd afgesneden koppen zouden je rust, vrijheid en geluk verzekerd hebben. Een valse medemenselijkheid heeft je armen tegengehouden en je slagen uitgesteld; daardoor zullen miljoenen van je broeders hun leven verliezen.
Op 10 augustus 1790 richtte hij zijn pijlen op de Markies de Mirabeau,Janssen Perio, E.M. (1989), p. 111.Soboul, A. De Franse Revolutie dl I, 1789-1793, p. 131. die gesprekken voerde met Marie Antoinette over het versterken van de monarchie.Flake, O. (1968) De Franse Revolutie, 1789-1799, p. 66. In oktober viel hij La Fayette aan. In 1791 verzette hij zich tegen de Wet-Le Chapelier, omdat deze het recht van vereniging en petitie beperkte.Soboul, A. De Franse Revolutie dl I, 1789-1793, p. 174.
Op 18 juli 1791, daags na de bloedige repressie van een republikeinse manifestatie op het Champ-de-Mars, dook Marat onder. Zijn drukpersen werden in beslag genomen. Hij verstopte zich in de Parijse kelders en riolen, waaraan hij later zijn huidziekte weet.Rond Marat hing een waas van geheimzinnigheid omdat hij zich ophield in kelders, meestal werkte en alleen 's nachts buiten kwam. Hij schijnt een maand gevangene geweest te zijn. Hij verklaarde dat hij in totaal drie jaar (?) gevangen heeft gezeten. La Fayette moest Marat de in beslag genomen drukpers teruggeven.
In april 1792 werd Marat tot voorzitter van de jacobijnen gekozen. Hij was een tegenstander van de buitenlandse oorlog nagestreefd door de girondijnen en koning Lodewijk XVI. Hij stelde voor de koning en zijn familie tot gijzelaars te maken.Janssen Perio, E.M. (1989), p. 135-136. Marat haalde zich daarbij de haat van de girondijnen op de hals. Hij leek te genieten van hun aanvallen en verdedigde zich in de meest theatrale vorm.Janssen Perio, E.M. (1989), p. 163.