Het kabinet-Hitler kwam op 30 januari 1933 aan de macht in het Duitse Rijk. Sinds het aannemen van de Machtigingswet op 23 maart 1933 bezat rijkskanselier Adolf Hitler dictatoriale volmachten. Hoewel dit kabinet aanvankelijk slechts vier NSDAP-leden telde, werd dit aantal in de loop der jaren gestadig uitgebreid. In eerste instantie was het een coalitieregering van de NSDAP met de Duitse Nationale Volkspartij (DNVP), maar de conservatieve DNVP werd gedwongen om zichzelf op te heffen.
Met de machtsovername van Hitler eindigde de periode van de Weimarrepubliek en begon die van nazi-Duitsland.
Men kan van een kabinet spreken omdat dit orgaan in 1933 en 1934 inderdaad 42 maal bijeenkwam. In de jaren daarna was er vrijwel geen enkele vergadering van de ministerraad meer. De laatste vergadering was op 5 februari 1938. Men vergaderde of dineerde wel met enkele ministers om praktische zaken af te stemmen maar verder bestond de regeringspraktijk uit audiënties bij Hitler waar instructies werden gegeven.
De "Führer" geloofde hardnekkig in het principe van leiderschap. Zijn ministers moesten zelfstandig leiding kunnen geven en hem gehoorzamen. Door meerdere ministers dezelfde werkgebieden te geven zorgde Hitler voor animositeit en concurrentie. De keerzijde van deze "verdeel en heers"-politiek was chaos, verspilling en verzwakking van de positie van de rijksregering ten faveure van de SS en de Gouwleiders van de NSDAP die als koninkjes regeerden en bevelen uit Berlijn soms negeerden.
In de door Albert Speer vergrote rijkskanselarij in Berlijn was een zaal voor de ministerraad ingericht. In zijn memoires schrijft Speer dat ministers hem soms vroegen of ze "hun" zetel eens mochten zien. Zij keken dan enige minuten zwijgend naar de blauwe map met hun naam. De met hout betimmerde zaal is nooit gebruiktAlbert Speer, "Erinnerungen", 1969, kapitel 8. Blz 128..
De samenzweerders van de 20e juli 1944 zagen in het gebrek aan een politiek en administratief coördinerend orgaan een van de oorzaken voor de wanhopige toestand van Duitsland in het vijfde oorlogsjaar. In hun blauwdruk voor een nieuwe rijksregering zou de "Grote Generale Staf"Albert Speer, "Erinnerungen",1969, kapitel 26. Blz 400. alle macht krijgen.
Kabinet–Hitler Ambtsbekleder Functie(s) Ambtstermijn Partij(en) Führer Adolf Hitler (1889–1945) Was daarnaast ook de facto Rijkspresident vanaf 2 augustus 1934 maar gebruikte de titel van Führer Rijkskanselier 30 januari 1933 30 april 1945 Pleegde zelfmoord NSDAP Erbsälzer Franz von Papen (1879–1969) Vicekanselier 30 januari 1933 7 augustus 1934 Afgetreden O Vacant Reichsleiter Wilhelm Frick (1877–1946) Rijksminister van Binnenlandse Zaken 30 januari 1933 20 augustus 1943 Afgetreden na benoeming tot rijksminister zonder portefeuille en Reichsprotektor van het Protectoraat Bohemen en Moravië NSDAP Reichsführer-SS Heinrich Himmler (1900–1945) 20 augustus 1943 29 april 1945 Uit functie ontheven NSDAP Gauleiter Paul Giesler (1895–1945) 29 april 1945 5 mei 1945 Functie gecontinueerd in het volgende Kabinet-Goebbels NSDAP SS-Gruppenführer Freiherr Konstantin von Neurath (1873–1956) Rijksminister van Buitenlandse Zaken 1 juni 1932 Functie gecontinueerd van het vorige Kabinet-Schleicher 4 februari 1938 O (1933–37) NSDAP (1937–38) SS-Obergruppenführer Joachim von Ribbentrop (1893–1946) 4 februari 1938 30 april 1945 NSDAP SS-Obergruppenführer Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) 30 april 1945 7 mei 1945 NSDAP Generaloberst Werner von Blomberg (1878–1946) Rijksminister van Defensie 30 januari 1933 20 mei 1935 O Bevelhebber van de Reichswehr Generalfeldmarschall Werner von Blomberg (1878–1946) Rijksminister van Oorlog 20 mei 1935 4 februari 1938 O Opperbevelhebber van de Wehrmacht Generalfeldmarschall Wilhelm Keitel (1882–1946) Chef van de Oberkommando der Wehrmacht 4 februari 1938 13 mei 1945 NSDAP General der Artillerie Freiherr Kurt von Hammerstein-Equord (1878–1943) Bevelhebber van de Reichsheer 1 november 1930 1 februari 1934 O General der Artillerie Freiherr Werner von Fritsch (1880–1939) 1 februari 1934 1 juni 1935 O Generaloberst Freiherr Werner von Fritsch (1880–1939) Chef van de Oberkommando des Heeres 1 juni 1935 4 februari 1938 O Generalfeldmarschall Walther von Brauchitsch (1881–1948) 4 februari 1938 19 december 1941 O Functie door Hitler overgenomen tot aan zijn overlijden Reichsmarschall Hermann Göring (1893–1946) Rijksminister van Luchtvaart 5 mei 1933 23 april 1945 NSDAP Chef van de Oberkommando der Luftwaffe 26 februari 1935 120px|Robert von Greim Generalfeldmarschall Ritter Robert von Greim (1892–1945) 25 april 1945 8 mei 1945 O Admiral Erich Raeder (1876–1960) Bevelhebber van de Reichsmarine 1 oktober 1928 1 juni 1935 O Großadmiral Erich Raeder (1876–1960) Chef van de Oberkommando der Kriegsmarine 1 juni 1935 30 januari 1943 O Großadmiral Karl Dönitz (1891–1980) 30 januari 1943 1 mei 1945 O (1943–44) NSDAP (1944–45) Graf Lutz Schwerin von Krosigk (1887–1977) Rijksminister van Financiën 1 juni 1932 23 mei 1945 O (1932–37) NSDAP (1937–45) Franz Gürtner (1881–1941) Rijksminister van Justitie 1 juni 1932 29 januari 1941 Overleden tijdens ambtstermijn DNVP (1932–33) O (1933–37) NSDAP (1937–41) Franz Schlegelberger (1876–1970) Waarnemend als staatssecretaris van Justitie 29 januari 1941 24 augustus 1942 NSDAP Otto Georg Thierack (1889–1946) 24 augustus 1942 5 mei 1945 NSDAP Alfred Hugenberg (1865–1951) Rijksminister van Economische Zaken 30 januari 1933 29 juni 1933 DNVP Kurt Schmitt (1889–1950) 29 juni 1933 3 augustus 1934 NSDAP Hjalmar Schacht (1877–1970) Ook president van de Reichsbank 3 augustus 1934 26 november 1937 O Generaloberst Hermann Göring (1893–1946) 26 november 1937 5 februari 1938 NSDAP Walther Funk (1890–1960) Ook president van de Reichsbank vanaf 19 januari 1939 5 februari 1938 8 mei 1945 NSDAP SA-Obergruppenführer Fritz Todt (1891–1942) Rijksminister van Bewapening en Munitie 17 maart 1940 8 februari 1942 NSDAP Haupt-Befehlsleiter Albert Speer (1905–1981) 8 februari 1942 1 september 1943 NSDAP Rijksminister van Bewapening en Oorlogsproductie 1 september 1943 30 april 1945 Reichsleiter Joseph Goebbels (1897–1945) Rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda 15 maart 1933 30 april 1945 NSDAP SA-Obergruppenführer Franz Seldte (1882–1947) Rijksminister van Arbeid 30 januari 1933 30 april 1945 DNVP (1933) NSDAP (1933–45) Gauleiter Bernhard Rust (1883–1945) Rijksminister van Cultuur, Wetenschap en Onderwijs 1 mei 1934 30 april 1945 NSDAP Paul von Eltz-Rübenach (1875–1943) Rijksminister van Verkeer 1 juni 1932 2 februari 1937 O Julius Dorpmüller (1869–1945) 2 februari 1937 23 mei 1945 O (1937–41) NSDAP (1941–45) Alfred Hugenberg (1865–1951) Rijksminister van Voedsel en Landbouw 30 januari 1933 29 juni 1933 DNVP Reichsleiter Walther Darré (1895–1953) 29 juni 1933 23 mei 1942 NSDAP Reichsleiter Herbert Backe (1896–1947) 23 mei 1942 23 mei 1945 NSDAP Paul von Eltz-Rübenach (1875–1943) Rijksminister van Posterijen 1 juni 1932 2 februari 1937 O NSKK-Obergruppenführer Wilhelm Ohnesorge (1872–1962) 2 februari 1937 30 april 1945 NSDAP SA-Obergruppenführer Hanns Kerrl (1887–1941) Rijksminister van Erediensten 15 juli 1935 15 december 1941 NSDAP SS-Oberführer Hermann Muhs (1894–1962) 15 december 1941 8 mei 1945 NSDAP Reichsleiter Alfred Rosenberg (1893–1946) Rijksminister van Oost-Europa 1 juli 1941 30 april 1945 NSDAP Ministers zonder portefeuille Ambtsbekleder Functie(s) Ambtstermijn Partij(en) SA-Obergruppenführer Hermann Göring (1893–1946) Rijksminister voor Luchtvaart Zaken 30 januari 1933 27 april 1933 NSDAP Reichsleiter Rudolf Hess (1894–1987) Minister zonder portefeuille 1 december 1933 10 mei 1941 NSDAP Stellvertreters des Führers Reichsleiter Ernst Röhm (1887–1934) Minister zonder portefeuille 2 december 1933 1 juli 1934 NSDAP Stabschef van de Sturmabteilung Reichsleiter Hans Frank (1900–1946) Minister zonder portefeuille 19 december 1934 30 april 1945 NSDAP Generalgouverneur van het Generaal-gouvernement 26 oktober 1939 19 januari 1945 SS-Obergruppenführer Arthur Seyss-Inquart (1892–1946) Minister zonder portefeuille 1 mei 1939 30 april 1945 NSDAP Reichskommissar van het Reichskommissariat Niederlande Reichsleiter Wilhelm Frick (1877–1946) Minister zonder portefeuille 20 augustus 1943 30 april 1945 NSDAP Reichsprotektor van het Protectoraat Bohemen en Moravië SS-Obergruppenführer Hans Lammers (1879–1962) Minister zonder portefeuille 26 november 1937 23 april 1945 NSDAP Stafchef van de Rijkskanselarij Otto Meißner (1880–1953) Minister zonder portefeuille 1 december 1937 30 april 1945 NSDAP Stafchef van de Reichspräsident Hjalmar Schacht (1877–1970) Minister zonder portefeuille 26 november 1937 22 januari 1943 O President van de Reichsbank 20 januari 1939 Reichsleiter Martin Bormann (1900–1945) Minister zonder portefeuille 29 mei 1941 30 april 1945 NSDAPSecretaris van de Parteikanzlei Reichsleiter Konstantin Hierl (1875–1955) Minister zonder portefeuille 24 augusus 1943 30 april 1945 NSDAP Chef van de Reichsarbeitsdienst SS-Obergruppenführer Karl Hermann Frank (1898–1946) Staatssecretaris voor het Protectoraat Bohemen en Moravië 20 augustus 1942 30 april 1945 NSDAP
Hitler