thumb|Overzicht naar district De Tweede Kamerverkiezingen 1897 waren algemene Nederlandse verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 15 juni 1897.
De verkiezingen werden gehouden als gevolg van de afloop van de zittingstermijn van de Tweede Kamer die gekozen was bij de verkiezingen van 1894.
Bij de herziening van de Kieswet in 1896 waren de criteria voor opname in het kiezersregister aanzienlijk verruimd; als gevolg hiervan verdubbelde het aantal kiesgerechtigden. Tevens werden de meervoudige kiesdistricten die nog resteerdenAmsterdam met negen afgevaardigden, Rotterdam met vijf, Den Haag met drie, Utrecht en Groningen met elk twee. opgeheven en omgezet in enkelvoudige kiesdistricten.
Nederland was vanaf 1897 verdeeld in 100 kiesdistricten; in elk kiesdistrict werd één lid van de Tweede Kamer gekozen. Om gekozen te worden moest een kandidaat de absolute meerderheid van de in een kiesdistrict uitgebrachte geldige stemmen behalen. In 50 kiesdistrictenAlkmaar, Amersfoort, Amsterdam I, Amsterdam II, Amsterdam III, Amsterdam IV, Amsterdam IX, Amsterdam V, Amsterdam VI, Amsterdam VII, Amsterdam VIII, Appingedam, Beverwijk, Bodegraven, Delft, Den Helder, Deventer, Doetinchem, Dokkum, Dordrecht, Enschede, Franeker, Gouda, 's-Gravenhage II, 's-Gravenhage III, Groningen, Haarlemmermeer, Harlingen, Hontenisse, Hoogezand, Katwijk, Leeuwarden, Loosduinen, Middelburg, Ridderkerk, Rotterdam I, Rotterdam II, Rotterdam III, Rotterdam IV, Rotterdam V, Schoterland, Sneek, Steenwijk, Tietjerksteradeel, Utrecht I, Utrecht II, Weststellingwerf, Winschoten, Zuidhorn en Zwolle. was een tweede verkiezingsronde benodigd vanwege het niet-behalen van de absolute meerderheid door een van de kandidaten; voor deze tweede ronde plaatsten zich de twee hoogstgeëindigde kandidaten uit de eerste ronde. De tweede ronde vond plaats op 25 juni 1897.
Uitslag Opkomst 1894 1897 # stemmen % # stemmen % Kiesgerechtigden 299.391 576.367 Niet opgekomen 128.124 42,79% van het aantal kiesgerechtigden. 157.737 27,64 Opkomst 171.267 57,21 418.630 72,36
Verkiezingsuitslag partij/groepering 1894Een wijziging van het aantal zetels van een partij c.q. groepering is ontstaan door aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode 1894-1897. 1897 +/− zetels vrijzinnig-democratische KamerclubDe factie van de vooruitstrevende liberalen werd vanaf 1897 voortgezet als vrijzinnig-democratische Kamerclub. 32/30 23 −7 bahlmannianen 20/19 schaepmannianen 5/6 katholiekenDe katholieke politieke groeperingen bahlmannianen en schaepmannianen besloten in 1897 tot een gezamenlijk programma. − 22 subtotaal 25 22 −3 Anti-Revolutionaire Partij 7 15 +8 Liberale Unie 4/3 13 +10 vrije liberalen 19/18 10 −8 Vrij-Antirevolutionaire Partij 7/6 5 −1 Radicale Bond 2 3 +1 conservatief-liberalen 2 2 0 Sociaal-Democratische Arbeiderspartij − 2 +2 onafhankelijk a.r. 1 1 0 radicaal-liberaal 1 1 0 groep-Staalman −/1 1 0 Christelijk-Historische Kiezersbond − 1 +1 vrije socialist − 1 +1 vacaturesGerard Beelaerts van Blokland (overleden op 14 maart 1897), Adrianus de Lange (overleden op 23 maart 1897), Jan van Gennep (afgetreden op 5 april 1897), Jan Zijp (overleden op 17 september 1897). −/4 0 −4 totaal 100 100 0
Gekozen leden
Bij deze verkiezingen werden 79 leden herkozen, waarvan vier hun benoeming niet aanvaardden vanwege hun toetreding tot het na de verkiezingen gevormde kabinet-Pierson.Zie ook onderstaand bij de kiesdistricten Lochem en Zutphen. Vijf leden hadden aangegeven niet herkiesbaar te zijn, terwijl zestien aftredende leden verslagen werden.
Onderstaand volgen enkele bijzonderheden:
in het kiesdistrict Alkmaar werd Eduard Fokker (vrijzinnig-democratische Kamerclub) gekozen in de vacature ontstaan door het overlijden van Adrianus de Lange (liberalen) in de vorige zittingsperiode;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Amsterdam I werd Menso Pijnappel (conservatief-liberalen) herkozenPijnappel was aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Amsterdam.Jan Rutgers van Rozenburg (vrije liberalen), aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Amsterdam, had aangegeven niet herkiesbaar te zijn.;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Amsterdam II werd Herman Groen (vrije liberalen) gekozen;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Amsterdam III werd Abraham Hartogh (vrijzinnig-democratische Kamerclub) herkozenHartogh was aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Amsterdam.;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Amsterdam IV werd Johan Gleichman (vrije liberalen) herkozenGleichman was aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Amsterdam.;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Amsterdam V werd Theodore Ketelaar (RB) gekozen;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Amsterdam VI werd in eerste instantie Jacob Cremer (vrijzinnig-democratische Kamerclub) gekozen. Hij besloot echter zijn kandidatuur niet te aanvaarden vanwege zijn benoeming als bewindspersoon in het kabinet-Pierson. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Amsterdam VI een naverkiezing gehouden waarbij Willem Geertsema (vrije liberalen) gekozen werd;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Amsterdam VII werd Bernardus Heldt (vrijzinnig-democratische Kamerclub) herkozenHeldt was aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Amsterdam.;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Amsterdam VIII werd Piet Nolting (RB) gekozen;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Amsterdam IX was in eerste instantie Johannes Tak van Poortvliet herkozen.Tak van Poortvliet was aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Amsterdam. Tak van Poortvliet was echter tevens gekozen in het kiesdistrict Beverwijk waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Amsterdam IX een naverkiezing gehouden waarbij Arnold Kerdijk (vrijzinnig-democratische Kamerclub) herkozen werdKerdijk was aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Amsterdam. Hij had zich in eerste instantie gekandideerd in het kiesdistrict Utrecht I waar hij niet gekozen werd.Bij deze naverkiezing werd onder meer Willem de Beaufort verslagen, die aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Amsterdam was. De Beaufort had zich in eerste instantie niet gekandideerd.;
in het kiesdistrict Beverwijk versloeg Johannes Tak van Poortvliet (50,8%, vrijzinnig-democratische Kamerclub) het aftredende lid Theodorus Borret (49,2%, schaepmannianen);
in het kiesdistrict Breukelen versloeg Jan de Waal Malefijt (54,4%, ARP) het aftredende lid Jan Huydecoper van Maarsseveen en Nigtevecht (36,5%, liberalen);
in het kiesdistrict Delft werd Henri van de Velde (ARP) gekozen in de vacature ontstaan door het overlijden van Gerard Beelaerts van Blokland (VAR) in de vorige zittingsperiode;
in het kiesdistrict Deventer versloeg Jan Stoffel (59,0%, vrijzinnig-democratische Kamerclub) het aftredende lid Albertus van Delden (41,0%, vrije liberalen);
in het kiesdistrict Ede versloeg Lodewijk van Asch van Wijck (60,7%, ARP) het aftredende lid Antoon van Borssele (11,8%, vrije liberalen);
in het kiesdistrict Enkhuizen werd Aris Kool (LU) bij een naverkiezing gekozen in de vacature ontstaan door het overlijden van Jan Zijp (LU) in de vorige zittingsperiode;
in het kiesdistrict Enschede versloeg in eerste instantie Nicolaas Pierson (53,6%, LU) het aftredende lid Antonius Vos de Wael (46,4%, schaepmannianen). Hij besloot echter zijn kandidatuur niet te aanvaarden vanwege zijn benoeming als bewindspersoon in het kabinet-Pierson. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Enschede een naverkiezing gehoudenAan deze naverkiezing nam Vos de Wael niet meer deel. waarbij Henri van Kol (SDAP) gekozen werd;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict 's-Gravenhage I werd Johannes Krap (ARP) gekozen;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict 's-Gravenhage II werd Jan Conrad (vrije liberalen) herkozenConrad was aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict 's-Gravenhage.;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict 's-Gravenhage III versloeg Jacobus Pijnacker Hordijk (35,0%, vrijzinnig-democratische Kamerclub) Henri Guyot (18,8%, vrije liberalen)Guyot en Pijnacker Hordijk waren beiden aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict 's-Gravenhage.;
in het kiesdistrict Gulpen werd Joseph Merckelbach (katholieken) gekozen in de vacature ontstaan door het aftreden van Iwan de Marchant et d'Ansembourg (bahlmannianen) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn;
in het kiesdistrict Hilversum versloeg Schelto van Heemstra (50,3%, ARP) het aftredende lid Jan Quarles van Ufford (25,9%, VAR);
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Hoogezand werd Jacob Veegens (vrijzinnig-democratische Kamerclub) herkozenVeegens was aftredend lid voor het kiesdistrict Groningen, waarvan het kiesdistrict Hoogezand in 1897 een afsplitsing was.;
in het kiesdistrict Leeuwarden versloeg in eerste instantie Pieter Jelles Troelstra (50,9%, SDAP) het aftredende lid Carel Gerritsen (49,1%, RB). Troelstra was echter tevens gekozen in de kiesdistricten Tietjerksteradeel en WinschotenHet was volgens de vigerende wetgeving geoorloofd zich in meer dan één kiesdistrict kandidaat te stellen. Als iemand in meerdere districten gekozen werd, diende hij vervolgens aan te geven voor welk district hij in de Tweede Kamer zitting wilde nemen; in het andere district c.q. de andere districten werd dan een naverkiezing gehouden.; hij gaf de voorkeur aan Tietjerksteradeel. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Leeuwarden een naverkiezing gehoudenAan deze naverkiezing nam Gerritsen niet meer deel. waarbij Hendrik Pyttersen (LU)Pyttersen was verslagen in het district Schoterland waar hij aftredend lid was. gekozen werd;
in het kiesdistrict Leiden werd Antonius van Kempen (ARP) gekozen in de vacature ontstaan door het aftreden van Hendrik Bool (vrije liberalen) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn;
in het kiesdistrict Lochem was in eerste instantie Cornelis Lely (vrijzinnig-democratische Kamerclub) herkozen. Hij besloot echter zijn kandidatuur niet te aanvaarden vanwege zijn benoeming als bewindspersoon in het kabinet-Pierson. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Lochem een naverkiezing gehouden waarbij Lely wederom gekozen werdEerst bij de Grondwetsherziening van 1938 werd vastgelegd dat men niet tegelijkertijd lid van de Staten-Generaal en van de regering kon zijn. Voorheen was het wel gebruikelijk dat een tot minister benoemd Kamerlid aftrad in zijn functie, maar het was niet verplicht.;
in het kiesdistrict Loosduinen versloeg Anthony Brummelkamp (55,6%, ARP) het aftredende lid Arnoldus van Berckel (44,4%, schaepmannianen);
in het kiesdistrict Ridderkerk werd Allard van der Borch van Verwolde (ARP) gekozen in de vacature ontstaan door het aftreden van Arie Smit (vooruitstrevende liberalen) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Rotterdam I versloeg Johannes de Visser (52,9%, CHK) het aftredende lid Rudolf Mees (47,1%, vrije liberalen)Mees was aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Rotterdam. De voor dit kiesdistrict aftredende leden Antoine Plate (vrije liberalen) en Willem Viruly Verbrugge (vrije liberalen) hadden aangegeven niet herkiesbaar te zijn.;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Rotterdam II werd Dirk de Klerk (vrijzinnig-democratische Kamerclub) gekozen;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Rotterdam III werd Joor Verheij (LU) gekozen;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Rotterdam IV werd George Hintzen (vrije liberalen) herkozenHintzen was aftredend lid voor het in 1897 opgeheven kiesdistrict Rotterdam.;
in het nieuw ingestelde kiesdistrict Rotterdam V werd Eduard van Raalte (vrijzinnig-democratische Kamerclub) gekozen in de vacature ontstaan door het aftreden van Jan van Gennep (vrije liberalen) in de vorige zittingsperiode;