thumb|zaden met mierenbroodje van de wonderboom (Rhicinus communis) thumb|zaden met mierenbroodje van winterpostelein thumb|zaden met mierenbroodje van Corydalis cheilanthifolia thumb|zaden met mierenbroodje van de Gewone veldbies Een mierenbroodje (elaiosoom) is een aanhangsel aan zaden of vruchten van sommige plantensoorten, dat als voedsel kan dienen voor mieren. Het woord elaiosoom is afgeleid van het Griekse "elaion", dat olie betekent. Het is een uitgroeisel van de ring om de navelstreng (funiculus) of de zaadsteel. Hierdoor verspreiden de mieren de zaden verder van de plant af. Deze wijze van verspreiden heet myrmecochorie (Oudgrieks μύρμηξ (murmex) = mier; χωρεῖν (chōrein) = zich verspreiden). In België en Nederland komen ongeveer 200 plantensoorten voor die een mierenbroodje hebben.
Er zijn ongeveer vijftien mierensoorten, die mierenbroodjes als voedsel gebruiken. De mieren nemen het zaad mee naar hun nest. Tijdens deze tocht kan het mierenbroodje al van het zaad afbreken of anders wordt in het nest het voedsel van het zaad afgebeten en het zaad weer naar buiten gebracht. Het oliehoudende en koolhydraatrijke mierenbroodje wordt door mierenlarven gegeten.
Ook bij sommige insecten komen mierenbroodjes voor; zo dragen de eitjes van een aantal wandelende takken een zoet kapje waar mieren dol op zijn, dit wordt het capitulum genoemd.
Inhoudsstoffen mierenbroodje Het mierenbroodje bevat vooral vetten en suiker met daarnaast weleens vitamine B, vitamine C, zetmeel en eiwit.Andreas Bresinsky: Bau, Entwicklungsgeschichte und Inhaltsstoffe der Elaiosomen. Studien zur myrmekochoren Verbreitung von Samen und Früchten. Schweizerbart Verlag. Stuttgart 1963. (Bibliotheca Botanica, Heft 126, blz. 29. Vooral de suiker is belangrijk voor de mieren.Renate C. Fischer, Andreas Richter, Franz Hadacek und Veronika Mayer: Chemical differences between seeds and elaiosomes indicate an adaption to nutritional needs of ants. Oecologia Band 155, 2008, blz. 539-547. Meerdere onderzoekers hebben oliezuur in het mierenbroodje gevonden. Zo werd aangetoond dat de mierenbroodjes van enkele planten ricinolzuur bevatten, dat ook in de larven van de glanzende houtmier voorkomt. Een experiment liet zien dat de werksters van deze soort zich massaal verzamelden bij een in oliezuur gedrenkte schnitzel en dat deze vervolgens het nest werd ingedragen. Het mierenbroodje van het maarts viooltje bevat 1,2-diolein, dat bij de mierensoort Aphaenogaster rudis een vergelijkbare reactie oproept.D.I. Marshall, A.J. Beattie und W.E. Bollenbacher: Evidence for diglycerides as attractants in ant-seed interaction. Journal of Chemical Ecology Band 5, 1979, blz. 335-344.
Plantensoorten met een mierenbroodje Enkele voorbeelden van deze plantensoorten zijn: Acacia Buntgras (Corynephorus canescens) Gewone veldbies Handjesereprijs Knikkende distel Liggend bergvlas Moeraskartelblad Roze winterpostelein Sneeuwklokje Witte dovenetel Enkele polygalasoorten, zoals gewone vleugeltjesbloem en kuifvleugeltjesbloem Enkele viooltjessoorten, zoals het driekleurig viooltje, het hondsviooltje en het maarts viooltje
Enkele zeggesoorten, zoals hangende zegge, scherpe zegge en stijve zegge
Uit de boraginaceae (ruwbladigenfamilie): Bernagie Ruwe smeerwortel
Uit de euphorbiaceae (wolfsmelkfamilie): Kleine wolfsmelk Wonderboom: de wonderboom heeft een zeer groot mierenbroodje. Uit de papaverfamilie: Dicentra cucullaria Geelwitte helmbloem Gele helmbloem Holwortel Stinkende gouwe Vingerhelmbloem
Uit de ranonkelfamilie:
Bosanemoon Gele anemoon Klimopwaterranonkel
Categorie:Vrucht