thumb|Reclamebord uit de jaren dertig (DAF Museum) thumb|Demonstratie van de DAF M39 pantserwagen en de DAF 139, een amfibievoertuig, in 1939 DAF, afkorting van Van Doorne's Aanhangwagenfabriek N.V. die later overging in Van Doorne's Automobielfabriek N.V., is een vrachtauto- en voormalig autofabrikant, in 1932 opgericht door Hub van Doorne te Eindhoven, nadat de gebroeders Hub en Wim vanaf 1928 een kleine mechanische werkplaats gedreven hadden. Vanaf 1993 opereert het bedrijf onder de naam DAF Trucks N.V..

Activiteiten DAF Trucks N.V. is een fabrikant van bedrijfswagens in Europa. Alle aandelen van het bedrijf zijn in handen van Paccar Inc., een Amerikaanse fabrikant van lichte, middelzware en zware bedrijfsvoertuigen.

In 2024 maakte DAF 47.600 voertuigen. Het bedrijf had in 2024 in Europa een marktaandeel van 14,4% in het zware vrachtwagensegment (meer dan 16 ton). In Nederland (marktaandeel: 28,9%) en het Verenigd Koninkrijk (27,1%) was DAF marktleider. Verder was DAF in Duitsland en Frankrijk, de twee grootste vrachtwagenmarkten van Europa, het grootste importmerk van zware trekkers. In het segment middelzware vrachtwagens (totaal 50.900 stuks in 2024) had DAF een marktaandeel van 9,5%, waarbij het wederom marktleider was in Verenigd Koninkrijk en Nederland. Buiten Europa is DAF met name actief in Brazilië, hier werden 10.600 vrachtwagens gemaakt en behaalde het een marktaandeel van 9,9% in het segment van de zware trucks. Buiten Europa en Brazilië werden 4800 vrachtwagens verkocht. In 2024 werd de eerste serie elektrische voertuigen aan klanten geleverd.

Fabrieken Bij DAF werkten in 2024 gemiddeld 8721 voltijdsmedewerkers. Er zijn DAF-fabrieken in de volgende plaatsen: Eindhoven (hoofdvestiging) Westerlo, de assen- en cabinefabriek van DAF (België) Leyland (Groot-Brittannië). British Leyland assembleert hier DAF-trucks. Ponta Grossa (Brazilië). Paccar opende hier in 2013 een assemblagefabriek van DAF-modellen voor de Zuid-Amerikaanse markt. Bayswater (Australië), een gezamenlijke assemblagefabriek met Kenworth in de buurt van Melbourne. Taichung (Taiwan), waar een lokale partner, Formosa Plastics Group, DAF trucks assembleert

DAF heeft een testbaan in Sint-Oedenrode (Nederland).

Algemeen thumb|DAF 2600, de eerste 'moderne' vrachtwagen thumb|DAF CF In 1938 werd een prototype van een amfibisch voertuig gepresenteerd, met vierwielbesturing.DeAutogids.nl over DAF In 1949 begon Hub samen met zijn jongere broer Wim de Automobiel Fabriek, die zich toelegde op de productie van vrachtwagens. In 1953 wilde men ook personenauto's gaan maken. In februari 1958 rolde de eerste DAF met tweecilinder-viertaktmotor en Variomatic-versnellingsbak van de band.

In 1967 werd een personenwagenfabriek in Born gebouwd, aangezien er in de hoofdvestiging te Eindhoven te weinig productiecapaciteit bestond. In 1975 werd de personenauto-tak van DAF verkocht aan het Zweedse Volvo. Sinds oktober 2012 worden er door VDL Groep personenauto's geassembleerd.

De vrachtwagendivisie bleef zelfstandig en nam in 1987 de vrachtwagendivisie van British Leyland over. In 1993 echter ging DAF failliet, maar werd in afgeslankte vorm doorgestart als DAF Trucks N.V. In 1996 werd het bedrijf overgenomen door het Amerikaanse Paccar.

Start Op 1 april 1928 begonnen Hub en Wim van Doorne in Eindhoven een machinefabriekje met de naam Commanditaire Vennootschap Hub van Doorne's Machinefabriek, nadat zij eerder al in hun ouderlijke woonplaats Deurne in dienstverband werkzaam waren geweest op dat vlak. Zij vervaardigden constructiewerk, hetgeen leidde tot de bouw van opleggers. In 1930 werd de fabriek in Tuindorp (Eindhoven) in bedrijf gesteld. Aanvankelijk vervaardigden zij opleggers en aanhangwagens, vanaf 1932 onder de naam: Van Doorne's Aanhangwagen Fabriek, afgekort D.A.F.. In 1936 werd de DAF-losser voor het overladen van spoorweglaadkisten op de markt gebracht, alsmede de tradoconstructie voor militair gebruik. Hiermee kon een vierwielige auto in een zeswielige veranderd worden. Ook produceerde men reeds pantserwagens.

In 1949 werden de eerste vrachtwagens geproduceerd, het betrof een aantal van ongeveer 150. Voor vuilniswagens werd een verkort chassis, het A-50 chassis, gebouwd waarop een Netam roltrommel werd bevestigd. Van het Nederlandse leger ontving men grote bestellingen: zo bouwde men vanaf 1956 grote series vrachtwagens. Verder werden allerlei uitvindingen gedaan, zoals een uitschuifbare motor.

Personenauto's De eerste stappen naar autoproductie Tijdens de Tweede Wereldoorlog had Hub van Doorne een dwergautootje ontwikkeld, bijgenaamd de regenjas, waarin Hubs ideaalbeeld van een kleine auto voor het volk naar voren kwam. De auto werd nooit in serieproductie genomen; het enige prototype werd aan een circus verkocht. Later kwam het in het DAF Museum in Eindhoven terecht.

De eerste Variomatic thumb|Achteras met Variomatic van een DAF 55 Hub van Doorne had in de jaren vijftig een Buick aangeschaft met een zogenaamde Dynaflow automatische versnellingsbak. Hij vond de automaat ideaal en wilde deze graag beschikbaar maken voor een groot publiek. De bak was zwaar en niet erg efficiënt, zodat de inbouw in lichte auto's uitgesloten was.

Van Doorne kreeg naar verluidt inspiratie van de lopende band in zijn fabriek, waar alle machines werden aangedreven door rubber banden. Ook mogelijk is dat hij een Nederlands eigenbouwsel, de Homemade kocht, waar een voorloper van de Variomatic zou zijn ingebouwd. Het boek Dafjes van Jan de Lange meldt dat het zelfs mogelijk is dat de inspiratie van de Variomatic kwam van een Zündapp-bromfiets.

De eerste modellen thumb|De eerste DAF personenauto is in Eindhoven van de band gekomen; 23 maart 1959. thumb|DAF 600 in 1959 in Eindhoven thumb|Daffodil Nadat Hub van Doorne de Variomatic uitvond (bijnaam: Het Pientere Pookje), besloot men in 1953 ook personenwagens te gaan bouwen, om de Variomatic daadwerkelijk te kunnen gebruiken. Volgens de Van Doornes moest het een kleine auto worden. Ingenieur Van Brugghen kreeg de technische leiding over het project. In februari 1958 toonde DAF een volwaardige vier- à vijfpersoons auto met automatische transmissie, de Variomatic, en met een zelf ontwikkelde tweecilinder viertaktmotor. De Variomatic was een continu variabele transmissie met twee rubberen riemen die tussen twee conische schijven traploos nieuwe overbrengingsverhoudingen realiseert. Het was de eerste continu variabele transmissie voor auto's die ooit in productie werd genomen.

De DAF 600 (1959) was de eerste personenauto van DAF. Bij de presentatie op de AutoRAI was de auto nog niet helemaal productierijp maar toch werden er al 4000 bestellingen geplaatst. De opvolger van de 600, de DAF 750 uit 1961, kreeg een krachtiger motor met 30 pk, omdat 22 pk te weinig werd bevonden. Naast de 750 werd in 1961 het type DAF Daffodil gepresenteerd. De auto onderging in 1963 en 1965 enige modificaties, waarbij de modellen de typenummers DAF Daffodil 31 respectievelijk DAF Daffodil 32 kregen, maar werden bij hun introductie eveneens Daffodil genoemd. Bij de DAF 33 (1967) werd hiervan afgestapt.

Het nieuwe type thumb|DAF 55 uit 1968 met daarachter een DAF 66 uit 1974 thumb|Volvo 66, voorheen DAF 66

De DAF 44 (1966) was het zogenoemde "b-type" (De DAF 600 t/m 33 waren van het "a-type"). De ruimere auto was ontworpen door Michelotti. Met de auto probeerde DAF in de markt te stappen voor grotere auto's. Om de stap naar de middenklasse te kunnen maken werd de DAF 55 (1967) geïntroduceerd, met een viercilinder Renault-motor. De 55 werd opgevolgd door de DAF 66 in 1972. Deze auto werd vanaf 1975 eveneens geproduceerd onder de merknaam Volvo. De laatste Volvo 66 liep in 1981 van de band. De DAF 46 (1974) was het laatste nieuwe model van DAF. Het was de minst geliefde DAF, hetgeen te wijten was aan de aandrijving door zijn enkele riem.

DAF had al sinds het begin van de jaren zeventig gewerkt aan een nieuw, groter model, de DAF 77. De auto kwam nooit verder dan een prototype, maar was de basis voor de vrijwel identieke Volvo 343. Ook dit model werd met behulp van de Variomatic aangedreven.

Born

DAF kampte met een productietekort en wilde een nieuwe fabriek bouwen. Omdat het Nederlandse Limburg kampte met een grote werkloosheid doordat de Nederlandse overheid net De Staatsmijnen had gesloten besloot de overheid DAF een grote subsidie toe te kennen wanneer het bedrijf de nieuwe fabriek in Limburg zou laten bouwen. DAF besloot in te gaan op dit aanbod en vestigde een nieuwe fabriek in Born. Aanvankelijk zou hier alleen het nieuwe type, de 44 en 55, gebouwd worden. Later zou de complete personenautoproductie in Born gaan plaatsvinden.

Imago thumb|Vanwege de automaat waren Dafjes erg geschikt als invalidenauto Hoewel DAF aanvankelijk goed ontvangen werd, hadden de auto's van DAF gedurende hun gehele bestaan te maken met een imagoprobleem, dat pas jaren later, toen DAF al geen personenauto's meer maakte, verbeterde.

De eerste deuk die DAF kreeg, kwam van een gat in de Nederlandse wet. Door de DAF aan te passen zodat de auto niet harder kon dan 25 km/u had men geen rijbewijs nodig om de auto te mogen besturen. Al snel kregen deze kruipauto's een erg negatief imago en daardoor DAF ook. Doordat het toenmalige GAK de auto's vanwege hun eenvoudige bediening inzette, liep het imago van de auto nog verdere schade op. Zo ontstond de weinig vleiende term "Gak-Daf". De auto's hadden bovendien veel last van een (nog steeds bestaand) negatief vooroordeel van het publiek over automatische transmissie. Die zou niet "sportief" zijn. De gedachte was (is) dat alleen mensen die niet in staat zouden zijn fatsoenlijk te schakelen ervoor zouden kiezen: de automaat niet uit overweging van comfort maar uit noodzaak wegens onbeholpenheid van de chauffeur dus. Dat was voor de DAFs zeker waar: de auto vond zijn koperspubliek vooral bij senioren en met name bij oudere vrouwen. Daardoor kreeg het voertuig al snel de bijnaam Truttenschudder met jarretelaandrijving. Voorts kreeg men, wanneer men was afgereden voor het behalen van rijbewijs B in een auto met automaat, zoals een DAF, de aantekening code 78 op het rijbewijs vermeld, wat inhield dat men alleen auto's met een automaat mocht besturen.

Hoewel DAF met de rallycross en het inzetten van Formule-auto's het imago probeerde te verbeteren en later ook sportievere versies op de markt zette (bijvoorbeeld de DAF 55 Marathon), zou het merk het truttige imago niet meer weten af te schudden.

Eind 1968 poogde president-directeur Martien van Doorne het imago van de DAF personenauto te verbeteren door twee DAF-teams te laten meerijden in de 16.500 km lange London-Sydney Marathon. Er deden in totaal 97 teams mee. Het eerste Nederlandse team bestond uit Rob Slotemaker (rijder) en Rob Janssen (navigator) met wagennummer 30, het tweede uit David van Lennep (rijder) en Peter Hissink (navigator) met wagennummer 69. De auto’s waarmee gereden werd, bestonden uit twee speciaal voor deze rit geprepareerde DAF 55’s met standaard 50-pk motoren. De kentekens voor deze wagens waren speciaal door de RDW samengesteld: 01-55-HD (wagennummer 69) en 02-55-HD (wagennummer 30), verwijzend naar het volgnummer van de auto’s, het autotype en Hub van Doorne. 43 deelnemers haalden de eindstreep, reeds voor de overtocht van Bombay naar Fremantle, niet. Het Nederlandse team Slotemaker-Janssen kwam als 17e in Sydney aan, het team Lennep-Hissink reed als laatste, door een lekgeslagen ondercarter, de race uit. Beide auto’s zijn te zien in het DAF Museum in Eindhoven.