In Noorwegen worden verkiezingen gehouden op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau. De wijze waarop het landelijke parlement (het Storting) en de lokale besturen worden verkozen is geregeld in de Noorse Grondwet (Kongerikets Norges Grundlov) en in de op de grondwet gebaseerde kieswet (Valgloven).
De Noren gaan om de twee jaar naar de stembus. De landelijke en de lokale verkiezingen wisselen elkaar daarbij af. Conform de grondwet vinden de verkiezingen altijd op een maandag in september plaats. Het is in Noorwegen niet mogelijk om vervroegde verkiezingen te houden.
Noren zijn stemgerechtigd met ingang van het jaar waarin zij de 18-jarige leeftijd bereiken. Buitenlanders hebben slechts stemrecht bij lokale verkiezingen en wanneer zij minstens drie jaar in Noorwegen woonachtig zijn.
Landelijke parlementsverkiezingen miniatuur|Het Noorse parlement: het Storting in Oslo Noorwegen kent een stelsel waarbij evenredige vertegenwoordiging gecombineerd wordt met een districtenstelsel. Het Storting telt 169 zetels; sinds de verkiezingen van 2005 worden 150 zetels direct in de kiesdistricten gekozen en 19 toegekend op basis van het landelijke percentage.
Noorwegen is verdeeld in 19 kiesdistricten. Dat aantal kwam tot 2017 overeen met het aantal provincies (fylker). Sindsdien zijn meerdere fylker gefuseerd. Om aan de Grondwet te kunnen voldoen bleven de oude provincies bestaan als kiesdistrict. Hoe de 150 zetels over de districten worden verdeeld, wordt bij iedere verkiezingen opnieuw bepaald door het inwoneraantal te vermenigvuldigen met de oppervlakte van het district. Grote maar dunbevolkte districten zijn daardoor relatief oververtegenwoordigd.
De 19 extra zetels waarvan elk kiesdistrict er één krijgt toegekend, worden Utjevningsmandater genoemd. Ze worden op basis van de landelijke uitslag toegewezen aan partijen die relatief te weinig zetels hebben behaald in de districten. In de grondwet is vastgelegd dat hierbij een kiesdrempel bestaat van 4 procent van het totaal uitgebrachte stemmen. Een partij die in een district een zetel haalt maar landelijk beneden de kiesdrempel blijft, mag de districtszetel wel gewoon innemen.
De volgende tabel toont de zetelverdeling over de kiesdistricten: District Inwoners (2005) Landelijkezetels Districtszetels 2005 2013 2021 2025Finnmark 73.074 1 4 4 4 3Troms152.741 1 6 5 5 5Nordland237.057 1 9 8 8 8Nord-Trøndelag128.444 1 5 4 4 4Sør-Trøndelag272.567 1 9 9 9 9Møre og Romsdal244.689 1 8 8 7 7Sogn og Fjordane107.032 1 4 3 3 3Hordaland448.343 1 14 15 15 15Rogaland393.104 1 12 13 13 13Vest-Agder161.276 1 5 5 5 5Aust-Agder103.596 1 3 3 3 3Telemark166.289 1 5 5 5 5Vestfold220.736 1 6 6 6 6Buskerud243.491 1 8 8 7 7Oppland183.174 1 6 6 5 5Hedmark188.376 1 7 6 6 6Oslo529.846 1 16 18 19 19Akershus494.218 1 15 16 18 19Østfold258.542 1 8 8 8 819150150150150
Verkiezingsuitslagen De Noorse parlementsverkiezingen leverden sinds 2001 de volgende stemmenpercentages en zetelverdelingen ophttps://valgresultat.no/: PartijUitslag 2001(%)Uitslag 2005 (%)Uitslag 2009 (%)Uitslag 2013 (%)Uitslag 2017 (%)Uitslag 2021 (%)Uitslag 2025 (%)Zetels 2001Zetels 2005Zetels 2009Zetels 2013Zetels 2017Zetels 2021Zetels 2025 Det Norske Arbeiderpartiet (Arbeiderspartij van Noorwegen)24,332,735,430,827,426,328,043616455494853 Fremskrittspartiet (Vooruitgangspartij)14,622,122,916,315,211,623,926384129272147 Høyre (Rechts, conservatieve partij)21,314,117,226,825,020,414,638233048453624 Sosialistisk Venstreparti (Socialistisch Linkse Partij)12,78,86,14,16,07,65,6231511711139 Senterpartiet (Centrumpartij)5,66,56,25,510,313,55,61011111019289 Rødt (Rood)1,21,21,31,12,44,75,30000189 Miljøpartiet De Grønne (Groenen)0,20,10,32,83,23,94,70001138 Kristelig Folkeparti (Christelijke Volkspartij)12,46,85,65,64,23,84,222111010837 Venstre (Links, liberale partij)3,95,93,85,24,44,63,721029883Pasientfokus (One-issuepartij)-----0,20,1-----10 Kystpartiet (Kustpartij)1,70,80,20,10,10,00,01000000Totaal100100100100100100100165169169169169169169
Categorie:Politiek in Noorwegen