De Hyopsodontidae is een familie van uitgestorven hoefdierachtige zoogdieren, behorend tot de parafyletische Condylarthra. De dieren uit deze groep leefden tijdens het Laat-Paleoceen en Eoceen in Noord-Amerika, Europa en Azië.

Beschrijving De hyopsodontiden waren over het algemeen kleine omnivoren met het formaat van een eekhoorn. Ze waren herbivorer dan de arctocyoniden, maar hadden nog steeds een weinig aangepast gebit. Het naamgevende geslacht is Hyopsodus. Dit dier ontstond in het Laat-Paleoceen van Noord-Amerika om zich vervolgens over het noordelijk halfrond te verspreiden. Hyopsodus was een van de laatste condylarthen en dit dier stierf pas in het Laat-Eoceen uit. Uit het skelet van Hyopsodus blijkt dat het een deel van zijn tijd in de bomen doorbracht. Een verwant van Hyopsodus was Paschatherium. Deze condylarth was in het Vroeg-Eoceen zeer algemeen in westelijk Europa.Condylarths: Archaic hoofed mammals. MA Jehle. Paleocene-mammals.de.

Verwantschap De eerste vormen uit de Hyopsodontidae verschenen in het Vroeg-Paleoceen met onder meer Chacomylus.A new Puercan (early Paleocene) hyopsodontid “condylarth” from New Mexico. TE Williamson & A Weil. Acta Palaeontologica Polonica (2011).

Tot de Hyopsodontidae worden traditioneel meerdere onderfamilies gerekend: de Apheliscinae, de Hyopsodontinae, de Louisininae, de Mioclaeninae en de Tricuspiodontinae.Genera and species of Paleocene mammals. MA Jehle. Paleocene-mammals.de. De verschillende onderfamilies van de Hyopsodontidae zijn in het verleden beschouwd als mogelijke voorouders van de evenhoevigen, Zuid-Amerikaanse hoefdieren en afrotheriën. De Hyopsodontidae worden tegenwoordig beschouwd als polyfyletisch. De Hyopsodontinae is vermoedelijk het nauwst verwant aan de phenacodonten.Digital cranial endocast of Hyopsodus (Mammalia, "Condylarthra"): a case of Paleogene terrestrial echolocation? MJ Orliac et al. PloS One (2012). De Apheliscinae, Louisininae en Mioclaeninae worden inmiddels als zelfstandige families beschouwd (Apheliscidae, Louisinidae en Mioclaenidae).

Door diverse studies is een verwantschap gesuggereerd tussen de Apheliscidae en Louisidinae en de springspitsmuizen (Macroscelidea). Deze families worden wel gezien als stamgroep van de Macroscelidea.Early Tertiary mammals from North Africa reinforce the molecular Afrotheria clade. R Tabuce et al. Proceedings of the Royal Society (2007).Afrotherian mammals: a review of current data. R Tabuce, RJ Asher & T Lehmann. Mammalia (2008). Direct bewijs voor verwantschap tussen de Macroscelidea en de Hyopsodontidae ontbreekt echter. De gesuggereerde verwantschappen zijn met name gebaseerd op de morfologie van de tanden en de bouw van de enkel. Al met al is het bewijs voor de verwantschap zwak. De morfologische overeenkomsten lijken het best te verklaren door convergente evolutie.A new estimate of afrotherian phylogeny based on simultaneous analysis of genomic, morfological and fossil evidence. ER Seiffert. BMC Evolutionary Biology (2007).A memory already like an elephant’s? The advanced brain morphology of the last common ancestor of Afrotheria (Mammalia). J Benoit et al. Brain Behav Evol (2013). In een studie uit 2015 werd geconcludeerd dat de Apheliscidae een basale positie binnen de Laurasiatheria lijkt in te nemen.Resolving the relationships of Paleocene placental mammals. TJD Halliday et al. Biological Reviews (2015).

Categorie:Condylarthra Categorie:Paleoceen Categorie:Eoceen