Overijssel (; Nedersaksisch: Oaveriessel) is een provincie in het oosten van Nederland. De rivier de IJssel vormt in het zuidwesten grotendeels de natuurlijke grens met Gelderland. Overijssel grenst in het noorden aan Drenthe, in het noordoosten aan Nedersaksen, in het zuidoosten aan Noordrijn-Westfalen, in het zuiden en zuidwesten aan de provincie Gelderland, in het uiterste westen aan Flevoland en in het noordwesten aan Friesland. De stad met de meeste inwoners is Enschede. De hoofdstad van Overijssel is Zwolle. De dialecten die in deze provincie worden gesproken, vallen onder het Nedersaksisch.
Geografie De provincie bestaat uit een met riviertjes en beken doorsneden zandgrondgebied, behalve in het noordwesten, waar polders en meertjes overheersen. Overijssel bestaat uit drie landstreken: Kop van Overijssel, Salland en Twente.Website provincie Overijssel
Het noordwestelijke deel van de provincie ligt deels onder het NAP terwijl verder naar het oosten hoger gelegen heuvels liggen met als hoogste punt de Tankenberg op 85 meter boven NAP.
Er liggen twee nationale parken in de provincie: Nationaal Park Weerribben-Wieden in de Kop van Overijssel en Nationaal Park Sallandse Heuvelrug op de grens van Salland en Twente.
In Overijssel liggen onder andere de volgende grotere steden: Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo, Kampen, Oldenzaal en Zwolle.
Overijssel wordt gekenmerkt door een sterke concentratie van Hanzesteden. Zwolle, Kampen, Hasselt, Deventer, Ommen en Oldenzaal worden als Hanzestad vernoemd in het Hanzeverbond.
Belangrijke rivieren: IJssel, Zwarte Water, Overijsselse Vecht, Dinkel, Regge en Reest.
Belangrijke kanalen: Twentekanaal (Zutphen-Enschede en zijtak naar Almelo), Overijssels Kanaal, Kanaal Almelo-De Haandrik, Kanaal Almelo-Nordhorn (buiten gebruik) en de Dedemsvaart (grotendeels gedempt).
Geschiedenis
In 1528 werd de naam Overijssel voor het eerst gebruikt voor het gebied van de huidige provincie Overijssel. Voor die tijd sprak men van Oversticht, dat echter al in 1233 in het Latijn met Transysla/Transisalania (letterlijk: Over-IJssel) werd aangeduid. Dit gebied werd bestuurd door de bisschop van Utrecht.
Het Oversticht bestond uit het land van Vollenhove, Salland, Twente en Drenthe. Verscheidene plaatsen verwierven in de middeleeuwen stadsrechten: Almelo, Delden, Deventer, Diepenheim, Enschede, Genemuiden, Goor, Grafhorst, Gramsbergen, Hardenberg, Hasselt, Kampen, Oldenzaal, Ommen, Ootmarsum, Rijssen, Steenwijk, Vollenhove, Wilsum en Zwolle.
De bisschop van Utrecht stond in 1528 het Sticht (Utrecht) en het Oversticht af aan keizer Karel V. De keizer werd, naast keizer, ook heer van Overijssel. Zo kwam de naam heerlijkheid Overijssel in gebruik. De staten van Overijssel werden gevormd door de Hanzesteden Deventer, Kampen en Zwolle en de ridderschappen van Salland, Twente en Vollenhove.
Het gewest, dat sinds de opstand tegen Filips II deel uitmaakte van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, werd bestuurd door de burgemeesters van de grote steden en de leden van de ridderschappen. De stadhouders kregen meer macht na de korte bezetting (1672-1674) door de bisschop van Münster. Bij de oprichting van de Bataafse Republiek in 1795 werd Overijssel samen met delen van Gelderland, Drenthe en Friesland het Departement van de Oude IJssel. De oude provinciegrenzen werden in 1801 na de oprichting van het Bataafs Gemenebest hersteld.
Cultuur Hoewel Overijssel één provincie vormt, bestaan er duidelijke culturele verschillen tussen Twente, Salland en de Kop van Overijssel. Die verschillen hangen samen met landschap, geschiedenis, religie, dialect en regionale identiteit.
Twente heeft binnen Overijssel de sterkst uitgesproken streekidentiteit. De streek kent een eigen dialectgroep binnen het Nedersaksisch, een sterke traditie van noaberschap en een cultuur die historisch is gevormd door zowel het agrarische leven als de textielindustrie. Plaatsen als Enschede, Hengelo en Oldenzaal hebben daarnaast een meer stedelijk karakter gekregen, maar de Twentse eigenheid is in de streektaal, volksgebruiken en evenementen nog altijd duidelijk aanwezig.
Salland neemt in cultureel opzicht een positie in tussen Twente en het westelijker gelegen deel van de provincie. De streek is van oudsher vooral agrarisch en kent, net als Twente, dialecten die tot het Nedersaksisch behoren. De regionale identiteit is er wel aanwezig, maar doorgaans minder uitgesproken dan in Twente. Salland wordt cultureel vaak geassocieerd met het landelijk leven, dorpsgemeenschappen en tradities die verbonden zijn met het boerenland en de seizoenen.
De Kop van Overijssel onderscheidt zich van Twente en Salland door het waterrijke landschap en de historische verbondenheid met handel, scheepvaart, turfwinning en visserij. In plaatsen als Giethoorn, Vollenhove, Blokzijl, Marijenkampen en Steenwijk heeft dit geleid tot een andere regionale cultuur dan in de zandgronden van het oosten en zuiden van de provincie. Ook hier worden Nedersaksische dialecten gesproken, maar de taal en cultuur sluiten op onderdelen meer aan bij die van aangrenzende water- en veengebieden in Noordwest-Overijssel, Drenthe en Friesland.
Binnen Overijssel is daardoor niet sprake van één uniforme cultuur, maar van meerdere regionale culturen met elk een eigen historische achtergrond en karakter.
In 1951 schreef Jh. Polman het Overijssels volkslied. Het is getiteld Aan de rand van Hollands gouwen. Niet veel inwoners kennen het omdat ze meer waarde hechten aan de streekvolksliederen, zoals die van Twente of Salland.
Politiek
De Provinciale Staten, het algemeen bestuur van de provincie, bestaan uit 47 leden die om de vier jaar worden gekozen. Tot aan de Statenverkiezingen van maart 2007 telde Overijssel 63 Statenleden. Een wijziging van de Provinciewet leidde ertoe dat het aantal Statenleden werd verlaagd naar de huidige 47.
Zie ook Lijst van gouverneurs en commissarissen van de Koning in Overijssel
Gemeenten Overijssel telt 25 gemeenten. Tot 1 januari 2001 waren dit er nog 44, maar nadat een gemeentelijke herindeling van kracht werd, daalde het aantal naar 26. Op 1 januari 2005 werden de gemeenten Deventer en Bathmen samengevoegd (onder de naam Deventer), waardoor het aantal gemeenten daalde naar 25. In 1850 bedroeg het aantal gemeenten nog 62 en in 1900 61.
290px|right|Provincie Overijssel, gemeenten (2016).
Overzicht van de gemeenten (2016)
Zie ook Lijst van voormalige gemeenten in Overijssel Lijst van woonplaatsen in Overijssel Lijst van steden en dorpen in Overijssel
Naar oppervlakte en inwoneraantal Gemeente Oppervlakte Land Water Inwoners BevolkingsdichtheidAlmelo69,4167,312,11.044Borne26,1626,000,16 871Dalfsen166,52165,11,4 169Deventer134,33131,253,08 739Dinkelland176,83175,781,03 148Enschede142,75141,091,661.096Haaksbergen105,48104,950,56 232Hardenberg317,24312,874,37 186Hellendoorn139,03138,150,88 261Hengelo61,7861,060,72 1.334Hof van Twente215,44213,182,26 165Kampen161,84141,3420,50 349Losser99,6498,950,69 227Oldenzaal21,9821,590,39 1.466Olst-Wijhe118,38114,164,22 152Ommen181,98179,991,99 96Raalte172,31171,281,03 218Rijssen-Holten97,4094,180,22 388Staphorst135,70134,291,41 118Steenwijkerland321,69291,1230,57 148Tubbergen147,40146,980,42 141Twenterand108,17106,311,86 315Wierden95,2494,680,56 247Zwartewaterland87,9182,765,15 265Zwolle119,28112,118,17 1.045
Grootste steden van Overijssel Gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2021: Enschede 159.732 Zwolle 129.840 Deventer 81.582 Hengelo 81.049 Almelo 69.615 Kampen 37.595 Oldenzaal 31.492 Rijssen 28.815 Nijverdal 24.779 Haaksbergen 24.229 Borne 21.738 Raalte 19.880 Hardenberg 19.675 Steenwijk 17.140 Glanerbrug 16.790 Wierden 15.085 Dalfsen 14.860 Vriezenveen 13.832 Losser 13.405 Ommen 12.835 Dedemsvaart 12.828 IJsselmuiden 12.443 Goor 12.155 Staphorst 10.657 Genemuiden 10.370 Denekamp 10.195
Demografie thumb|260px|Bevolkingspiramide Op 1 januari 2021 telde de provincie Overijssel 1.166.533 inwoners. Een groei van ruim 900.000 inwoners sinds 1850 toen Overijssel nog ongeveer 216.000 inwoners kende. Dit steeg naar 336.000 in 1900 en verder naar 670.000 in 1950. Het heerlijkheid Overijssel telde in 1795 135.060 zielen op ruwweg hetzelfde oppervlakte als de hedendaagse provincie Overijssel. De bevolkingsgroei tussen 1850 en 1999 bedroeg jaarlijks 1,1%, hetzelfde groeipercentage als het gemiddelde van Nederland in die periode. Tussen 1925 en 1974 was de groei iets sneller dan het gemiddelde van Nederland, tussen 1875-1899 en 1975-1999 iets langzamer.
Overijssel kende een bevolkingsdichtheid van 351 inwoners per vierkante kilometer in 2021. In 1850 bedroeg dit nog 65 inwoners per vierkante kilometer. Overijssel behoort hiermee tot de middenmoot qua bevolkingsdichtheid maar ligt onder het gemiddelde van Nederland (519 inwoners per vierkante kilometer).
Overijssel had een geboortecijfer van 9,5‰ in 2020. Per 1000 inwoners waren er dus 9,5 geboortes. In 1988 bedroeg het geboortecijfer 13,1 per 1000 inwoners. Dit steeg vervolgens licht met tijdelijke onderbrekingen naar 13,8 in 2000. Sindsdien is het geboortecijfer gedaald naar 9,5 in 2020. In absolute termen steeg het aantal geboortes van 13.243 in 1988 naar 14.924 in 2000 om vervolgens te dalen naar 11.099 in 2020. Het geboorteoverschot was gedurende deze hele periode positief op het jaar 2020 na (-0,4‰). Het vruchtbaarheidscijfer bedroeg 1,69 in 1988 en steeg naar 1,96 in 2003. Na 2010 is het kindertal gedaald naar 1,65 in 2020. Het sterftecijfer schommelt sinds 1995 tussen de 8,0 en 9,1‰. In 2020 bedroeg het sterftecijfer 9,9‰ door de coronacrisis. De gemeente met het hoogste kindertal in 2020 was Staphorst met 2,66 kinderen per vrouw. De gemeente met het laagste aantal kinderen per vrouw was Oldenzaal met 1,42.Niet van elke gemeente waren cijfers beschikbaar.
In 2021 had 16,1% van de bevolking een migratieachtergrond. 7,2% had een westerse migratieachtergrond en 8,9% een niet-westerse migratieachtergrond. In 1996 had 11,9% van de bevolking een migratieachtergrond. De gemeente met het laagste percentage mensen met een migratieachtergrond was de gemeente Staphorst met 4,8%. De gemeente met het hoogste percentage mensen met een migratieachtergrond was de gemeente Enschede met 30,6%
Transport Wegverkeer Overijssel is een belangrijke doorvoerprovincie van en naar Duitsland en Noordoost-Nederland. De belangrijkste hoofdwegen zijn de A1, A28 en A35/N35. Andere belangrijke rijkswegen zijn de N18, A32, N36, N48 en N50. Daarnaast beheert de provincie een groot aantal provinciale wegen van groot en minder groot belang.
De A1 komt bij Deventer de provincie binnen en loopt via Hengelo en Oldenzaal naar de Duitse grens, waar hij aansluit op de Duitse A30. De A1 is een belangrijke achterlandverbinding met veel vrachtverkeer naar Duitsland. Over de IJsselbrug heeft de weg 2x4 rijstroken welke al een paar kilometer na de provinciegrens versmalt naar 2x3 rijstroken. Pas na Knooppunt Buren is de weg 2x2 tot aan de grens, op de verbindingswegen in Knooppunt Azelo na.
De N18 vormt een verbinding tussen Enschede en de Achterhoek. De weg is een autoweg met 2x2 rijstroken tussen Enschede en Haaksbergen, van waar de weg verder loopt als autoweg naar Groenlo met 2x1 rijstroken.
De A28 loopt voor ongeveer 20 kilometer in de provincie, maar is wel de drukste weg in Overijssel, met 130.000 voertuigen dagelijks over de IJsselbrug. De A28 was zeer filegevoelig, echter in 2010/2011 is de A28 vanaf knooppunt Hattemerbroek tot aan knooppunt Lankhorst (excl. tracé door Zwolle) verbreed van 2x2 naar 2x3 rijstroken.
De A32 loopt van Meppel tot Leeuwarden, wel loopt deze rijksweg voor een gedeelte door de Kop van Overijssel langs o.a Steenwijk. De A32 komt bij Staphorst samen met de A28. De A32 is een belangrijke verkeersader voor het noordwesten van de provincie.