Jaén is een gemeente in de Spaanse provincie Jaén in de regio Andalusië met een oppervlakte van 424 km². De stad telt inwoners ().

Begin januari 2024 telde Jaén volgens het Spaanse bureau voor statistiek INE 112.074 inwoners.

thumb|none|270px|Uitzicht op de kathedraal van Jaén

De stad heeft twee veel gebruikte bijnamen: Capital del Santo Reino (Hoofdstad van het Heilige Koninkrijk), en Capital mundial del aceite de oliva (Wereldhoofdstad van de olijfolie). Het Spaanse bijvoeglijke naamwoord jiennense betekent: afkomstig uit, of gerelateerd aan de stad Jaén.

De stad is verdeeld in 14 pedanías (wijken), waarvan alleen Jaén-Ciudad, de eigenlijke stad, meer dan 1.000 inwoners telt.

Ligging en infrastructuur

De stad ligt volgens gegevens van AEMET, het officiële meteorologische instituut van Spanje, op een hoogte van 570 meter boven zeeniveau. Binnen het stadsgebied liggen echter ook punten, die slechts 271, dan wel 1.834 meter boven de zeespiegel liggen. Jaén ligt aan de noordflank van een tot circa 2.000 meter hoog gebergte, de Cordillera Subbética, met dicht bij de stad de berg Jabalcuz. Dit gebergte gaat meer zuidelijk en verder van de stad verwijderd over in de Sierra Sur de Jaén (hoogste top (1.872 m): Pico Pandera).

De stad ligt ten westen van de 74 km lange, door olijfgaarden omzoomde, Guadalbullón, een van zuid naar noord stromende zijrivier van de Guadalquivir (monding te Mengíbar, ongeveer 20 km ten noorden van Jaén).

De twee dichtstbij gelegen grote steden zijn westwaarts Córdoba en zuidwaarts Granada, beide ongeveer 100 km van Jaén verwijderd.

Ten oosten van de stad loopt door het dal van de Guadalbullón de autosnelweg A-44. De brede hoofdweg N-323a leidt van deze autosnelweg naar de stad. Een andere belangrijke weg, waar Jaén aan gelegen is, is de A-316 (geen autosnelweg) van Úbeda naar Lucena.

De stad heeft een station, waar in de toekomst ook de Spaanse hogesnelheidstrein moet gaan stoppen. Een nieuw traject voor deze lijn, tussen Mora (Spanje), Linares (Spanje) en Jaén, is reeds sedert 2007 in de planning. Anno 2021 is alleen een klein gedeelte (15 km) direct ten noorden van Jaén in gebruik.

In 2011 werd een, door velen vanwege de hoge aanlegkosten en het (vermeend) beperkte nut als overbodig beschouwde, tramlijn in Jaén geopend. Na een proef van enkele weken werd de tramlijn weer gesloten. Doordat Jaén werd bestuurd door politici, die tegenstanders van de tramlijn waren geweest, bleef deze tot 2021 buiten gebruik. In het begin van dat jaar is een akkoord tussen diverse partijen gesloten, dat leidt tot de heropening en volledige ingebruikname van de tramlijn omstreeks oktober 2022. Op het 4,7 km lange traject gaan trams van Alstom Citadis rijden.

Het busstation van Jaén is begin- en eindpunt van talrijke buslijnen, zowel langeafstandsbussen naar talrijke grote steden elders in Spanje als streekbussen. Het stadslijnennet is in exploitatie bij een private onderneming. De stadsbussen zijn aan hun gele kleur te herkennen.

Geschiedenis

De locatie van Jaén was in de prehistorie door dragers van vele, elkaar opvolgende culturen, o.a. die van de Iberiërs, bewoond. Van 237 v.Chr. tot 207 v.Chr. was het een Carthaagse stad. In 207 werd het door de Romeinen veroverd. In de Romeinse tijd lag op de locatie van Jaén (dat onder verwarrend veel verschillende namen door klassieke schrijvers wordt vermeld) een Romeinse villa, de Villa Julia.

In de 6e eeuw viel Jaén in handen van de Visigoten.

De stad dankt haar naam aan de Arabieren en wordt in het Arabisch DjayyanHerkomst van deze naam onbekend. (جيان) genoemd. Onder deze naam was de stad in de 10e eeuw provinciehoofdstad in het kalifaat Córdoba.

In de Moorse tijd, van 1145 tot 1168, was Jaén, na enige tijd tot de taifa Granada te hebben behoord, hoofdstad van een klein islamitisch rijk: de taifa Jaén. Dit was aanvankelijk min of meer onderhorig aan de Almoraviden, vanaf circa 1147 aan de Almohaden.

Vanaf de Reconquista, die voor Jaén, na mislukte belegeringen in 1225 en 1230, in 1246 gedateerd kan worden (Mohammed I ibn Nasr moest de stad in februari van dat jaar prijs geven aan de troepen van koning Ferdinand III van Castilië), tot aan de territoriale hervorming van Spanje in 1833 was de stad hoofdstad van het Koninkrijk Jaén, één der vier koninkrijken van Andalusië. Dit koninkrijk heette in het Spaans Reino de Jaén of Santo Reino.

Een belangrijk historisch document is het rechtsstatuut (de fuero) die Ferdinand III van Castilië reeds enkele maanden na de inname van Jaén uitvaardigde. In het midden van de 14e eeuw verleende koning Hendrik II van Castilië de stad, waarvan de burgers belangrijk hadden bijgedragen aan de Reconquista, de veel voorkomende eretitels Muy Noble y muy Leal Ciudad (zeer edele en zeer trouwe stad).

In 1660 werd met de bouw van de kathedraal begonnen. Pas in 1724 was deze zover voltooid, dat het kerkgebouw geconsacreerd kon worden.

In de Spaanse Burgeroorlog was Jaén aanvankelijk in meerderheid trouw aan de linkse Republikeinen. Op 11 en 12 augustus 1936 werd een groep van enige honderden rechtse gevangenen, beschuldigd van een militaire revolte tegen de Republiek, vanuit Jaén in twee treinen weggevoerd, met bestemming Madrid; deze treinen werden onderweg door linkse anarchisten overvallen en veel van de gevangenen werden (tegen de wil van de regering in) vermoord. Dit incident draagt de naam Trenes de la Muerte, Treinen des Doods. Op 1 april 1937 vielen in de stad 159 doden en 280 gewonden door een bombardement van het Legion Condor van het Derde Rijk, bondgenoot van het regime van Francisco Franco. Het was een represaille voor een eerder, republikeins bombardement op de stad Córdoba. In maart 1939 viel de stad in handen van Franco's troepen. Direct daarop werden tientallen politiek linkse burgers gearresteerd. Verscheidenen van hen werden ter dood gebracht.

Economie

Belangrijke bedrijfstakken in de stad Jaén en omgeving zijn: de landbouw, alsmede de handel in en de industriële verwerking van landbouwproducten, met name de hier uit duizenden olijfboomgaarden in de regio afkomstige olijfolie; het toerisme, vanwege de historische bezienswaardigheden in de stad en haar omgeving; de dienstensector, omdat Jaén een universiteitsstad en een regionaal bestuurscentrum is. Het ziekenhuis van de stad heeft 785 bedden. Politie en brandweer beschikken over een speciaal 112-gebouw, van waaruit acties in noodsituaties (onder leiding van de politie; het alarmnummer in Spanje is evenals in Nederland en België 112) worden gecoördineerd. Voorts kent Jaén nog gevarieerde industrie van vooral regionaal en plaatselijk belang. Met name chemicaliën, lederen producten, textielproducten, sterkedrank en koekjes worden er geproduceerd. In de stad zetelen een grote, in geheel Spanje bekende, Santo Reino genaamde, sedert 1965 bestaande fabriek van aardappelchips en soortgelijke snacks, snoepjes en gedroogde vruchtjes, alsmede een bierbrouwerij van het Heineken-concern (Alcázar). Ten slotte is er het in een stad van deze omvang gebruikelijke midden- en kleinbedrijf, waaronder de detailhandel. Veel elektriciteit in de stad wordt opgewekt d.m.v. zonne-energie. Enkele kilometers ten noorden van de stad staat het zonnepanelenpark van Polígono de Managua met de toepasselijke naam Los Olivares (De Olijfbomen).

Milieuproblemen

Een belangrijk milieuprobleem van de olijfoliefabricage is de na het persen en destilleren als afvalstof vrijkomende, vloeibare, bittere droesem. In de streek rond Jaén is dit probleem groot, en hier vigeren drie verschillende benamingen voor deze droesem: amurca, hetgeen "bitter" betekent, jamila en alpecín.

Het is van groot belang, dat deze droesem niet in oppervlaktewateren wordt geloosd, daar deze zeer schadelijk is voor al het leven in de rivieren en beken. In 2019 is vastgesteld dat in de Guadalbullón, 30 km bovenstrooms van Jaén, door de lozing van deze afvalstof bijna de gehele visstand in de rivier is doodgegaan, met uitzondering van de barbeel. De amurca kan gedeeltelijk worden gerecycled door het spul als bemesting tussen de olijfbomen te gieten. Reeds ten tijde van Plinius de Oudere, die hiervan melding maakte, pasten de Romeinen deze recycling toe. Modernere toepassingen van hergebruik van amurca, waarmee in Andalusië wordt geëxperimenteerd, zijn het gebruik als bio-brandstof en recycling voor de productie van bioplastics.

Universiteit Jaén beschikt sinds 1993 over een universiteit. Ze heeft nevenvestigingen in Linares en Úbeda. De instelling heeft de officiële afgekorte namen UJA of UJAEN en de Latijnse naam Universitas Giennensis.

Men kan er in onder meer de volgende disciplines studeren: experimentele natuur- en milieuwetenschappen, o.a. scheikunde en biologie sociale en juridische wetenschappen, waaronder rechten, rechtsfilosofie, economie, gezondheidszorgstudies, wiskunde, geschiedenis, statistiek, informatica, mediterrane talen humaniora en pedagogiek, waaronder Engels, Spaans, muziek, pedagogiek en didactiek, psychologie fysiotherapie en verpleegkunde alle disciplines van een ingenieursopleiding/technische universiteit, in een apart gebouwencomplex sociaal werk.

In 2015 had de universiteit ruim 900 professoren en bijna 16.000 studenten (met inbegrip van de nevenvestigingen).

Bezienswaardigheden, evenementen e.d. Bezienswaardigheden Ten zuidwesten van het stadscentrum ligt, op een 800 m hoge en dus 230 m boven de stad uit rijzende, heuveltop de kasteelruïne Castillo de Santa Catalina. De grotendeels na 1950 met pijnbomen beboste helling tussen dit kasteel en de stad zelf wordt het Parque periurbano de Santa Catalina genoemd en is een stadsrandpark. Een gedeelte van het van oorsprong door de Arabieren in de 8e eeuw gebouwde, na de christelijke verovering in 1246 gerenoveerde, Castillo is gerestaureerd en als hotel (parador) in gebruik. Museo de Jaén, dicht bij het station, een museum met in zijn collectie veel historische voorwerpen en waardevolle oudheidkundige vondsten , o.a. een Romeins mozaïek; er is ook een omvangrijke schilderijencollectie. In 2017 heeft het Museo de Jaén zijn collectie archeologische voorwerpen van de cultuur der Iberiërs, waaronder door dezen in de 5e eeuw v.Chr. gemaakte beeldjes ondergebracht in een nieuw museum, zeven huizen verder in dezelfde straat. Dit Museo de Arte Ibérico heeft ook andere verzamelingen op dit gebied in zijn collectie opgenomen. Het ook wel Museo Ibéro genaamde instituut is gratis toegankelijk (maandags gesloten). Het is de bedoeling, dat dit museum in de toekomst één der belangrijkste op dit gebied ter wereld moet worden. Voorlopig richt het zich helaas alleen nog op Spaanstalige bezoekers. Catedral de la Asunción de Jaén, een 16e-eeuwse kathedraal in renaissancestijl: in de kathedraal hangt o.a. een Santo Rostro, een 14e-eeuwse, uit Siena afkomstige kopie van de (vermeende) Zweetdoek van de H. Veronica. Tot de talrijke andere bezienswaardige kerken in de oude stad behoren de Basilica de San Ildefonso (gotisch, 14e-15e eeuw; met de kapel van de beschermheilige van de stad, Nuestra Señora de la Capilla), de Iglesia de San Juan. Arabische baden (zie ook: hammam): het gebouw van de hamam uit de 10e eeuw is goeddeels bewaard gebleven. In de 13e eeuw werd het gebouw als leerlooierij gebruikt. In de 16e eeuw werd het complex aan het oog onttrokken, doordat graaf Fernando de Torres y Portugal bovenop het voormalige badhuis zijn Palacio de Villardompardo liet bouwen. In 1913 werd de hamam herontdekt. Het gebouwencomplex is te bezichtigen. In het paleis van Villardompardo zijn twee musea ondergebracht: één voor traditionele klederdrachten en andere folklore, en één voor naïeve kunst. Op verscheidene plaatsen in Jaén, o.a. in de voormalige joodse wijk (judería), kan men door schilderachtige straatjes met een Moors/oud-Andalusisch karakter wandelen.

Natuurschoon