Een bedrijfschap was een publiekrechtelijke organisatie in Nederland van de bedrijven die in eenzelfde branche werken. Een bedrijfschap werd ingesteld op verzoek van werkgevers- en werknemersorganiaties uit de betreffende sector.
De vergelijkbare term productschap wordt gebruikt voor een organisatie die zich richt op de branches behorend tot één productiekolom. Productschappen zijn voornamelijk in de landbouwsector zijn te vinden. In gevallen, waarbij het bedrijfslichaam tot een segment in een of meerdere productiekolommen behoort, spreekt men van een bedrijfschap.
Lijst van bedrijfschappen Bedrijfschappen die eind 2014 nog actief waren. Met ingang van 1 januari 2015 zijn alle product- en bedrijfschappen opgeheven.SER-overzicht https://web.archive.org/web/20181031133306/https://www.ser.nl/nl/taken/pbo/kennismaking/overzicht.aspx Bedrijfschap Afbouw Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel Hoofdbedrijfschap Ambachten Hoofdbedrijfschap Detailhandel Bedrijfschap Horeca en Catering Bosschap (Bedrijfschap voor de bosbouw, het bosbeheer, het natuurbeheer en de houtteelt)
Eerder opgeheven bedrijfschappen Bedrijfschap voor het Steenhouwersbedrijf, 1954-1967 Bedrijfschap voor het Natuursteenbedrijf, 1967-2003 Landbouwschap, 1954-2001 Bedrijfschap voor het Slagersbedrijf, 1954-2008 Bedrijfschap voor het Schilders- en Afwerkingsbedrijf, 1954-2003 Bedrijfschap voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf, 1954-2003 Bedrijfschap voor de Vleeswarenindustrie, 1955-1999 Bedrijfschap voor de Groothandel in Eieren en Eiproducten en de Eiproductenindustrie, 1955-2001 Bedrijfschap voor de Edelmetaalnijverheid, 1956-1971 Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwante Bedrijven, 1955-1992 Visserijschap, 1957-1992 Bedrijfschap voor de Visconservenindustrie, 1960-1971 Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen in Groente en Fruit, 1955-2003 Bedrijfschap voor de Bloembollenhandel, 1955-1969 Bedrijfschap voor de Steenkolenmijnindustrie, 1955-1976 Bedrijfschap voor de Vleeswarenindustrie, 1955-1999 Bedrijfschap voor het Schoenherstellers-, het Maatschoenmakers- en het Orthopedisch Schoenmakersbedrijf, 1955-1971 Bedrijfschap voor de Schoenindustrie, 1955-1995 Bedrijfschap voor de Lederwarenindustrie, 1957-1995 Bedrijfschap voor de Lederwaren- en Schoenindustrie, 1995-2001 Bedrijfschap voor de Groothandel in Kruidenierswaren, 1956-1976 Bedrijfschap Pluimveehandel en -industrie, 1956-2001 Bedrijfschap voor de Export van Boomkwekerijprodukten, 1956-1979 Bedrijfschap voor de Detailhandel in Melk en Melk- en Zuivelprodukten, 1956-1986 Bedrijfschap voor de Handel in Tuinbouwzaden, 1956-2003 Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen in Aardappelen, 1956-2003 Bedrijfschap voor de Handel in Vee, 1956-2004 Bedrijfschap voor het Banketbakkersbedrijf, 1956-1998 Bedrijfschap voor het Bakkersbedrijf, 1961-1998 Bedrijfschap voor het Brood- en Banketbakkersbedrijf, 1998-2002 Bedrijfschap voor de Groothandel in Bloemkwekerijproducten, 1957-2003 Bedrijfschap voor de Rayonindustrie, 1957-1970 Bedrijfschap voor de Zeep-, Wasmiddelen- en Reinigingsmiddelenindustrie, 1958-1971 Bedrijfschap voor het Maatkledingbedrijf, 1958-1988 Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken, 1959-2002 Bedrijfschap Frisdranken en Waters, 1959-2002 Bedrijfschap voor de Detailhandel in Aardappelen, Groenten en Fruit, 1959-1999 Bedrijfschap voor het Fotografisch Bedrijf, 1960-1968 Bedrijfschap voor de Vlasindustrie, 1961-1977 Bedrijfschap voor de Binnenlandse Groothandel in Margarine, Spijsvetten en Spijsoliën, 1961- 1968 Bedrijfschap voor de Margarine-industrie 1963-1971 Bedrijfschap voor de Lederindustrie, 1966-1999
Financiering De bedrijfschappen werden gefinancierd door verplichte heffingen. De hoogte van de heffing was afhankelijk van de grootte van de onderneming en (in een aantal gevallen) van de branche waarin de ondernemer actief was. Bedrijven moesten dan ook geregistreerd worden als zij actief waren in een sector waarvoor een bedrijfschap actief was. De ondernemer is er zelf verantwoordelijk voor dat zijn bedrijf correct geregistreerd wordt. Een aantal bedrijfschappen verzorgden automatisch de registratie aan de hand van de inschrijving bij het handelsregister van de KvK. Vervolgens werden de geregistreerde gegevens ter controle toegezonden aan de ondernemer. Ook streefden de bedrijfschappen er naar zo veel mogelijk hun nota's te combineren. Zo kregen bedrijven die zowel bij het hoofdbedrijfschap Ambachten als bij het Hoofdbedrijfschap Detailhandel geregistreerd stonden een gecombineerde nota. In dit geval werd bovendien een zogenaamde 'samenloopkorting' verleend.
Tot 1 januari 2008 werden de registratie en de heffing voor een aantal bedrijfschappen verzorgd door het Centraal RegistratieKantoor (CRK). Vanaf 1 januari 2008 sturen de betreffende bedrijfschappen de registraties en de nota's uit eigen naam.
Volgens HP/De Tijd (16 september 2005) incasseren de bedrijf- en productschappen per jaar zo'n 360 miljoen euro aan heffingen.
Activiteiten De voornaamste activiteiten van bedrijfschappen zijn: Meepraten over regelgeving in Den Haag of Brussel Financieren van onderzoek Bevorderen van de professionaliteit van ondernemers en werknemers Bevorderen van veiligheid en bestrijden van winkelcriminaliteit Reclamecampagnes als "Kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper!"
Inperken taken Er bestond al enige tijd kritiek op de schappen. Bedrijven klaagden over de hoge verplichte bijdrage en de PBO’s zouden ondemocratisch zijn ondanks de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in het bestuur van de schappen. In oktober 2011 heeft, namens het kabinet-Rutte I, Minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn plannen bekendgemaakt met betrekking tot de Product- en bedrijfschappen (PBO’s). Het kabinet wil dat deze in de toekomst alleen nog taken uitvoeren met een publiek belang, dit betekent het einde van andere taken zoals productpromotie, opleiding en onderzoek. Als resultaat van de plannen verdwijnen 450 van de 750 arbeidsplaatsen bij PBO’s. Het budget gaat ook omlaag van EUR 250 miljoen naar EUR 60 miljoen per jaar als het kabinet dit beleid goedgekeurd krijgt. Omdat de meeste PBO’s actief zijn in de land- en tuinbouw worden ze overgeheveld van Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
Op 20 december 2011 besloot een meerderheid in de Tweede Kamer een motie van VVD, SP en PVV te ondersteunen om de product- en bedrijfschappen op te heffen. De publieke taken konden volgens de kamermeerderheid overgeheveld worden naar het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Minister Kamp wilde toen nog niet zeggen of het kabinet deze motie gaat uitvoeren.Het Financieele Dagblad: Kamer vraagt om opheffing product- en bedrijfschap, 21 december 2011
Externe link Rapport over PBO's in 2010, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van SZW, oktober 2010