De dodo (Raphus cucullatus) is een uitgestorven vogel die behoort tot de duifachtigen (Columbiformes) en de onderfamilie van de dodo's (Raphinae).

De dodo was een relatief grote, gedrongen vogel met kleine vleugels die niet meer geschikt waren om te vliegen. De dodo kon zich alleen lopend verplaatsen. Desondanks was de dodo geen loopvogel maar een lid van de familie duiven. De lichaamskleur was grijs tot bruingrijs, de buikzijde en de vleugels waren lichter van kleur. Het dier was ongeveer een meter hoog en viel op door de lange, naar onderen gekromde snavel. Met de snavel werd het voedsel verkleind, dat bestond uit zaden en vruchten. Daarnaast kon de dodo met zijn grote snavel venijnig van zich af bijten.

De dodo had geen natuurlijke vijanden in zijn leefgebied en heeft als gevolg hiervan geleidelijk zijn vermogen tot vliegen verloren. Het vijandbeeld veranderde toen mensen in de vorm van Nederlandse kolonisten arriveerden. Het waren niet de mensen zelf maar voornamelijk de dieren die ze meenamen die een desastreus effect hadden op de dodo. Met name ratten en varkens richtten een ware slachting aan onder de dodo's, in het bijzonder hun eieren en jongen.

Er is veel onderzoek gedaan naar de dodo, maar omdat het dier nooit volgens een wetenschappelijke methode is beschreven, zijn er nog veel onduidelijkheden over het uiterlijk en het gedrag. Over de dodo was indertijd veel bekend, maar de meeste informatie is niet eenduidig beschreven of is verloren gegaan. Veel informatie over de dodo is fragmentarisch en sommige waarnemingen spreken andere tegen. Er zijn vele schetsen en tekeningen van de dodo bewaard gebleven maar deze zijn niet zelden gebaseerd op onjuiste modellen waardoor de dodo in de loop der tijd verschillende vormen lijkt te hebben aangenomen. Omdat de dodo een erg klein verspreidingsgebied had, zijn er veel minder overblijfselen gevonden in vergelijking met dieren die al miljoenen jaren geleden zijn uitgestorven zoals verschillende soorten dinosauriërs.

De dodo leefde in de bossen op het eiland Mauritius en is waarschijnlijk tussen 1680 en 1690 uitgestorven. De vogel staat symbool voor het verdwijnen van diersoorten als gevolg van de aantasting van de natuur door menselijk handelen. Het is hierdoor een van de bekendste vogels ter wereld, er zijn vele boeken geschreven over het dier.

Naamgeving en taxonomie thumb|left|200px|Carolus Clusius was de eerste die de dodo een wetenschappelijke naam gaf.

De dodo had al relatief vroeg een wetenschappelijke naam; in 1605 publiceerde botanicus Carolus Clusius de dodo als Gallinaceus Gallus peregrinus, de "uitheemse kapoen".C. Clusius, 1605, Exoticorum libri decem, quibus animalium, plantarum, aromatum, aliorumque peregrinorum fructuum historiae describuntur Leiden, Plantijnsche Drukkerij, ex Officina Plantiniana Raphelengii, Liber V, Chapiter 4, p. 100 In 1635 werd door de Spaanse jezuïet Juan Eusebio Nieremberg de naam Cygnus cucullatus gebruikt, de "gekapte zwaan".J. E. Nieremberg, 1635, Historia naturae, maxime peregrinae, libris XVI, Antwerpen, ex Officina Plantiniana Moreti De Duitse ornitholoog Paul Heinrich Gerhard Moehring gaf het dier in 1752 de geslachtsnaam Raphus, zonder verklaring van de etymologie.P.H.G. Moehring, 1752, Avium genera, Bremen, Rump De betekenis hiervan is dus onzeker. De Japanse markies Masauji Hachisuka dacht in 1953 dat het een latinisering zou zijn van het vulgaire Nederlandse woord 'reet' en zou slaan op de opzichtige achterzijde van de dodo zoals op vele schetsen en tekeningen te zien is.Hachisuka, M., 1953, The dodo and kindred birds or The Extinct Birds of the Mascarene Islands, H.F. and G. Witherby Ltd, London Georges-Louis Leclerc de Buffon daarentegen wees er al in 1771 op dat in het lexicon van Hesychios van Alexandria een vogel rhaphos te vinden is en dat de Zwitserse humanist Sigismond Galenius (1497–1554) die naam gebruikte voor de grote trap. Hij dacht dat Moehring daar de geslachtsnaam van de dodo van zou hebben gemaakt.Buffon G.L.L., Comte de, 1770-1783, Histoire naturelle des oiseaux, Paris, Imprimerie Royale Moehring zette namelijk de dodo en de grote trap in één groep. Zowel de namen van Clusius, Nieremberg als Moehring zijn naar huidige normen niet geldig omdat ze gegeven zijn voor de begindatum van de moderne zoölogische nomenclatuur op 1 januari 1758.

De dodo werd vermeld door Carl Linnaeus in zijn Systema naturae uit 1758 als Struthio cucullatus.Linnaeus C., 1758, Systema naturae. Vol. 1. tiende herziene uitgave, Holmiae: Laurentii Salvii, 824 pp Hij plaatste het dier dus eerst in hetzelfde geslacht als de struisvogel. Clusius had de twee vogels al in één groep geplaatst. Linnaeus introduceerde in 1766 de vervangingsnaam Didus ineptus.Linnaeus C., 1766: Systema naturae. twaalfde herziene uitgave – Holmiae: Laurentii Salvii, 532 pp De geslachtsnaam Didus betekent dodo en de soortaanduiding ineptus betekent vrij vertaald "dom". Linnaeus baseerde zich niet op een enkel holotype of typespecimen maar een reeks syntypen, botten van verschillende individuen. De huidige geslachtsnaam Raphus is in 1760 gegeven door Mathurin Jacques Brisson die teruggreep op deze naam.Brisson M.J., 1760, Ornithologie. Volumes 1-6, Paris, J-B. Bauche Die naam heeft dus, zes jaar eerder geldig gepubliceerd, prioriteit ten opzichte van Didus. De soortaanduiding cucullatus betekent vrij vertaald "voorzien van een hoed" of "gekapt". Deze naam slaat op de capuchon-achtige overgang van de kale huid aan de voorzijde van de kop naar de bevederde boven- en achterzijde van de kop.

De dodo werd in het verleden wel Portugese pinguïn genoemd en staat ook bekend onder de namen grifeend (griffeendt), dronte, kermisgans en walgvogel. De naam walgvogel werd aan de dodo gegeven omdat het vlees volgens een aantal bronnen niet lekker was in vergelijking met andere vogels op het eiland. De naam kermisgans is wellicht afgeleid van de datum waarop het schip Mauritius bezocht op dezelfde dag als in Amsterdam de Amsterdamse kermis werd gehouden. Op dergelijke kermissen werden vetgemeste vogels als voedsel aangeboden en ook dit gegeven kan tot de naam kermisgans hebben geleid.

De naam dronte is afgeleid van dronten, deze naam voor de dodo werd voor het eerst gebruikt in het scheepsjournaal uit 1601 van het schip de Gelderland. Het woord stamt waarschijnlijk af van het Middelnederlandse woord "dronten", dat opgezwollen betekent. De naam is waarschijnlijk niet afkomstig van het Deense drunte of drönte zoals weleens is voorgesteld. De Denen hebben het eiland namelijk pas veel later bezocht. De Scandinavische naam dronne (afgeleid van het Duitse drohne) is ook wel onterecht geopperd als oorsprong voor de naam dronte maar ook dit wordt beschouwd als achterhaald.

thumb|Dit schilderij van Roelant Savery is een van de bekendste afbeeldingen van de dodo en is veel gekopieerd. thumb|Houten beeldje (1550-1700) van een zeeman die een dodo voert. (Westfries Museum)

Er zijn verschillende theorieën over de herkomst van de naam dodo. In het verleden is wel geopperd dat de naam zou zijn afgeleid van de roep van de vogel; doo-doo of doe-doe, maar dit wordt beschouwd als achterhaald. De eerste mensen die op Mauritius aankwamen waren Portugezen die het dier doudo of doido noemden, wat vrij vertaald "onnozele" betekent. Er zijn echter geen bekende verslagen uit die tijd waarin deze naam wordt gebruikt.

De huidige naam van de dodo is waarschijnlijk afgeleid van het woordje dodaars. De vroegste vermelding van deze naam stamt uit 1598 in een verslag van scheepstimmerman Philips Grimmaert als doedersen. De naam betekent vrij vertaald "pluk-kontig" en sloeg op het het plukje (dodde) veren op de anusstreek (aars) van de vogel. Dit is in analogie met een andere vogel die de naam nog steeds draagt; de dodaars (Tachybaptus ruficollis). Dit is een watervogel uit de familie futen waarbij een opstaande pluk veren is te zien aan de achterzijde van het lichaam. De scheepsbemanningen noemden de vogel dodaars in verschillende varianten zoals dod-aersen, dodaers en doedersen. De naam dodaers werd vroeger ook gebruikt voor de rode ral (Aphanapteryx bonasia). Dit was een andere niet-vliegende vogel die op Mauritius leefde en rond dezelfde tijd uitstierf. De Duitsers gebruikten vroeger de naam "totersten" of toddärsche, deze laatste naam werd echter ook gehanteerd om de rode ral aan te duiden. Volgens Willem Vrolik werden in Friesland de namen "dodo", "dode" en "doede" gebruikt.

De eerste die de naam "dodo" daadwerkelijk gebruikte was Emanuell Altham in 1628. De naam dodo dook voor het eerst op in boeken dankzij Thomas Herbert in 1634. Deze naam werd door de jaren heen steeds bekender en is tegenwoordig in vele talen de standaardnaam voor de vogel. De naam "dodo" wordt niet alleen in de Nederlandse taal gebruikt maar ook in het Duits, Engels, Frans en Spaans.

Evolutie en indeling binnen de vogels thumb|Rodriguessolitaire (Pezophaps solitaria) Onderzoek heeft aangetoond dat de proto-dodo, de proto-solitaire en de voorouder van het duivengeslacht Caloenas zich splitsten in het midden tot late Eoceen (rond 43 miljoen jaar geleden). De dodo en de solitaire gingen uit elkaar in het late Oligoceen (rond 26 miljoen jaar geleden). Deze dateringen zijn interessant, omdat ze veel verder teruggaan dan het ontstaan van de eilanden Mauritius en Rodrigues zelf. Geologisch bewijs laat zien dat Mauritius ontstond tijdens een reeks vulkaanuitbarstingen, waarvan de oudste plaatsvond rond 7 Ma. Rodrigues werd pas rond 1,5 Ma gevormd. De genetische afstand tussen de dodo en de rodriguessolitaire kan dus niet ontstaan zijn door isolatie op deze twee eilanden.

Boringen in de zeebodem hebben laten zien dat onderzeese heuvelruggen rond het Mascarenen-Plateau in het late Oligoceen boven de zeespiegel uitkwamen en daarna langzaam verzonken. Onmiddellijk valt op dat de tijd waarin de dodo en de solitaire zich tot twee aparte soorten ontwikkelden, overeenkomt met het eerste bewijs van land in de Mascarenen-eilandengroep. Dit geeft aanleiding tot het vermoeden dat de soorten op vroegere eilanden ontstaan zijn, voordat ze hun weg vonden naar Mauritius en Rodrigues. De dodo en de Rodrigues solitaire bereikten de eilanden door de lucht, waar ze later allebei, onafhankelijk van elkaar, evolueerden tot niet-vliegende vogels.

Onderzoekers van de Universiteit van Oxford (Engeland) hebben in 2002 weefselmonsters genomen van overblijfselen van een dodo, de rodriguessolitaire en 35 nog voorkomende duivensoorten. Zij wilden de stamboom van deze dieren ontdekken door hun DNA te onderzoeken. Het onderzoek bevestigde dat de dodo en de rodriguessolitaire elkaars nauwste verwanten waren. Verrassender was de uitkomst dat de dodo en de rodriguessolitaire diep genesteld bleken te zijn in de duivenfamilie. Met andere woorden: sommige vliegende duivensoorten zijn nauwer verwant aan de dodo dan aan andere vliegende duivensoorten.

In het onderstaande schema wordt de relatie zichtbaar tussen de dodo en enkele soorten verwante duiven. thumb|Een manenduif in de dierentuin van Denver.

Indeling De dodo behoort samen met de rodriguessolitaire (Pezophaps solitaria) tot de onderfamilie van de dodo's (Raphinae). De rodriguessolitaire kwam endemisch voor op het eiland Rodriguez. Lange tijd werd verondersteld dat er nog een derde soort dodo was maar dit wordt beschouwd als achterhaald. Deze hypothetische derde soort zou endemisch geleefd hebben op het eiland Réunion.