thumb|Kaart van de Waterlandse tram (bruine bloklijn rechts) en de Tramlijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort (blauwe lijn). miniatuur|Kaart van de Blauwe Tram tussen Scheveningen en Amsterdam. thumb|Filmpje uit 1924 over de opening van de tramlijn Leiden–Scheveningen. thumb|In Haarlem wordt de stadstram afgeschaft. Ook de verbinding Haarlem – Leiden met de zogenaamde Blauwe Tram wordt opgedoekt. Bioscoopjournaal van 9 december 1948 thumb|'Boedapester' tramstel op de Langebrug in Haarlem. thumb|Veel bekijks bij de laatste rit van de tramlijn Amsterdam–Zandvoort in de Haarlemse Tempeliersstraat, 31 augustus 1957 thumb|'Boedapester' tramstel met motorwagen A404 voor het tramstation te Katwijk aan Zee. thumb|Gelede tram A607/A608 (bouwjaar 1932) op de Rijnzichtweg te Oegstgeest; circa 1960. thumb|Laatste dag van de lijn Den Haag–Leiden; Breestraat (Leiden), 9 november 1961. thumb|Na opheffing van de laatste tramlijn in november 1961 staan de laatste Blauwe Trams te wachten op de sloop.
De Blauwe Tram is de verzamelnaam voor de trams die tussen 1881 en 1961 reden in de Nederlandse provincies Noord- en Zuid-Holland tussen Scheveningen, Den Haag, Leiden, Katwijk, Noordwijk, Haarlem, Zandvoort, Amsterdam, Purmerend, Edam en Volendam en vanaf 1924 een donkerblauwe kleur hadden.
Diverse interlokale stoom- en elektrische tramlijnen in dit gebied, die oorspronkelijk eigendom waren van verschillende maatschappijen, werden vanaf 1911 overgenomen en geëxploiteerd door de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg Maatschappij (NZHTM), kortweg NZH te Haarlem, een dochteronderneming van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM). In 1946 werden alle betrokken maatschappijen ondergebracht bij de Electrische Spoorweg-Maatschappij (ESM) die, vanwege de bekendheid van de letters NZH, de nieuwe naam Noord-Zuid-Hollandse Vervoer Maatschappij (officieel NZHVM) kreeg.
Bijnamen Met name in Leiden bestond het begrip Blauwe Tram naast de Gele Tram, de bijnaam van de interlokale tram die tussen 1925 en 1961 de dienst onderhield van Leiden via Wassenaar naar Den Haag. Deze lijn werd geëxploiteerd door de Haagsche Tramweg-Maatschappij en vanaf 1927 door de N.V. Gemengd Bedrijf Haagsche Tramweg-Maatschappij, beide bekend als HTM en gevestigd in Den Haag.
In Amsterdam, waar de stadstram ook blauw was, werd de tram naar Haarlem en Zandvoort ook wel aangeduid als de Haarlemmertram of de Zandvoorter. Vanwege de oorspronkelijk groene kleur en grote koplampen sprak men in Amsterdam ook wel van Kikker. Diverse tramtypen van de Blauwe Tram hadden hun eigen bijnamen: zo werden de zware, in 1924 afgeleverde, trams Boedapester genoemd, naar de stad waar zij gebouwd waren.
De tramlijnen ten noorden van het IJ naar Purmerend, Edam en Volendam noemde men de Waterlandse tram.
Omvang van het tramnet Het geëlektrificeerde net van de Blauwe Tram bereikte op 30 december 1932 zijn maximale omvang van 143 kilometer. Het net bestond vanaf 1924 uit de volgende onderdelen: Meterspoor (spoorwijdte 1000 mm): Tramlijn Amsterdam – Haarlem – Zandvoort Amsterdam-Noord – 't Schouw – Volendam / Purmerend (Waterlandse tram), sinds 1932 Zowel meterspoor als normaalspoor: Haarlemse stadstram (incl. Heemstede, Overveen en Bloemendaal) Normaalspoor (spoorwijdte 1435 mm): Tramlijn Haarlem – Leiden sinds 1932 Leidse stadstram (incl. Oegstgeest) Tramlijn Leiden - Katwijk en tramlijn Leiden - Noordwijk Tramlijn Leiden - Scheveningen
Opmerkingen Het trambedrijf kende twee spoorwijdten. Het meterspoor was alleen in Noord-Holland te vinden, terwijl Zuid-Holland (en Noord-Holland vanaf Haarlem in zuidelijke richting) door de trams op normaalspoor werd bediend. Ook kende het elektrische bedrijf twee verschillende voltages. Op de gelijkstroombovenleiding van het normaalspoornet stond 1.200 volt, terwijl het metersporige net een spanning van 600 volt voerde. Omdat de Duitse bezetter alleen belangstelling had voor normaalsporige trams op 600 volt, zijn er geen NZH-trams naar Duitsland afgevoerd,De enige uitzondering was een bakwagentje van de Waterlandse tram dat in 1943 gevorderd werd en naar het Duitse eiland Wangerooge ging. zoals dat bij de diverse andere Nederlandse trambedrijven wel gebeurde. Op de tramlijn Haarlem - Alkmaar via de Velservoetbrug, sinds 1906 de Velserpont, reed sedert 1895 een stoomtram. Deze metersporige lijn is nooit geëlektrificeerd en werd opgeheven in 1924, het startjaar van de Blauwe Tram. Er waren kruisingen met automatische waarschuwingslichten ⚠️TRAM of rode lichten, maar de meeste kruisingen met het wegverkeer waren onbeveiligd. Daarom werd de kenmerkende fluit veel gebruikt.
Geschiedenis
Voorgangers van de Blauwe tram De eerste trams van de latere NZH reden in 1881 tussen Hillegom en Leiden, respectievelijk Haarlem. Deze werden geëxploiteerd door de Noord-Zuid-Hollandsche Stoomtram Maatschappij (NZHSTM). Op 4 juni 1881 verbond de eerste stoomtram van de RSTM, die later opging in de NZH, de Katwijkse Boulevard met Rijnsburg, niet lang daarna doorgetrokken naar Leiden en in 1911 door de NZH geëlektrificeerd.
Op 13 december 1888 werd de eerste lijn in Noord-Holland (van de Noord-Hollandsche Tramweg-Maatschappij, NHT) in dienst gesteld: van Amsterdam-Noord naar Edam. Later ook uitgebreid naar Purmerend en Volendam en in 1932 door de NZH geëlektrificeerd. De ESM-tramlijn Amsterdam - Haarlem - Zandvoort werd geopend in 1899/1904.
In 1924, het eerste jaar dat met blauwe trams werd gereden, werd de succesvolle tramlijn Leiden - Scheveningen geopend. Deze was de opvolger van de stoomtramlijnen Scheveningen – Den Haag Staatsspoor van NS, geopend in 1879, en Den Haag Staatsspoor – Leiden Noordeinde van de MET, geopend tussen 1882 en 1885.
Bloeiperiode In de jaren 20, 30 en 40 was de Blauwe Tram een belangrijke verkeersader in de regio. De snelle en hoogfrequente tramdiensten maakten het wonen in forensendorpen zoals Voorburg en Oegstgeest aantrekkelijk, in een tijdperk waarin voor de meeste mensen de fiets het snelste particuliere vervoermiddel was. De Blauwe Tram heeft dan ook een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van forenzenplaatsen in de streek. In de crisistijd deed de NZH aan klantenbinding door enkele malen een tariefverlaging door te voeren. Ook bij het opkomend toerisme in de streek speelde de tram een rol. Zo verzorgde NZH in samenwerking met andere vervoerbedrijven attractieve dagtochten, zoals een gecombineerde boot-tramrondrit Amsterdam – Volendam – Marken in de zomer. Voor de strandganger stond de tram naar Scheveningen, Katwijk, Noordwijk of Zandvoort gereed. Vaak werd extra capaciteit ingezet op dagen met gunstig strandweer.
Neergang In de tijd na de bevrijding steeg het particuliere autobezit en nam de betekenis van de tram af, die steeds vaker werd gezien als een sta-in-de-weg voor het autoverkeer. In de jaren 1950 was het beleid van de NZH, dat eigendom van NS was en die geen spoorgebonden vervoer als concurrentie wilde, erop gericht de tram te vervangen door de bus.Nederland Bussenland, geraadpleegd op 2025-01-05. De bus zou wendbaarder zijn en bovendien goedkoper in exploitatie. Een voor een verdwenen de lijnen van de Blauwe Tram. Ook de enige lijn waaraan wel een toekomst was toebedacht, de drukste lijn Amsterdam–Haarlem–Zandvoort, werd op 31 augustus 1957 opgeheven omdat de gemeente Amsterdam de vergunning niet wilde verlengen. Op 9 november 1961 reed de laatste Blauwe Tram op het traject Den Haag–Leiden.
Van de bijna 350 Blauwe Trams in Noord- en Zuid-Holland, ingericht voor personenvervoer met elektrische tractie, zijn er negen als museumstuk bewaard gebleven, vier onder de hoede van de Tramweg-Stichting in Scheveningen en vijf in het NZH-Vervoermuseum te Haarlem.
Museale Blauwe Trams Bijna alle trams van de toenmalige NZH zijn gesloopt. Slechts enkele zijn bewaard gebleven: Motorrijtuig A106 – Tramweg-Stichting / HOVM, Den Haag (voorheen Scheveningen) Motorrijtuig A327 – Tramweg-Stichting / HOVM, Den Haag (voorheen Scheveningen) Aanhangrijtuig B303 – Tramweg-Stichting / HOVM, Den Haag (voorheen Scheveningen) 'Métallurgique' Motorrijtuig A14 – NZH-Vervoermuseum, Haarlem Motorrijtuig A37 – NZH-Vervoermuseum, Haarlem Aanhangrijtuig BY2 – NZH-Vervoermuseum, Haarlem 'Boedapester' stuurstandrijtuig B412 – NZH-Vervoermuseum, Haarlem Railtransportwagen H114 – NZH-Vervoermuseum, Haarlem Coupé aanhangrijtuig BY13 – Historisch Genootschap de Blauwe Tram, Voorburg (sinds 2014); daarvoor Legermuseum, Delft Stoomtramlocomotief A10 (RSTM 2) – Nederlands Spoorwegmuseum, Utrecht; in bruikleen bij de Stoomtram Hoorn-Medemblik, Hoorn Stoomtramlocomotief A12 (HTM 8 'Ooievaar'; in 1924 door HTM aan NZH verkocht) – Stoomtram Hoorn-Medemblik, Hoorn Aanhangrijtuig B26 (GoTM B21 / NCS 6) – Stoomtram Hoorn-Medemblik, Hoorn Open goederenwagen C106 – Stoomtram Hoorn-Medemblik, Hoorn; voorheen Tramweg-Stichting, Scheveningen) Gesloten goederenwagen C21 (NHTM) – Stoomtram Hoorn-Medemblik, Hoorn Open goederenwagen C163 daarvoor CY109 (NHTM 38) – Stoomtram Hoorn-Medemblik, Hoorn
A327 miniatuur|Motorwagen A327, Openluchtmuseum, Arnhem. Een opvallende nog bestaande Blauwe Tram is de A327, eigendom van de Tramweg-Stichting (TS). Deze trammotorwagen, gebouwd in 1913 door de rijtuigfabriek Beijnes te Haarlem (serie C13 - C27, later A313 - A327), is tot 1948 in gebruik geweest voor het stadsvervoer in Haarlem en daarna tot 1960 in Leiden. In 1961 werd deze motorwagen, met rijtuig B26 door de NVBS van de sloop gered en in 1965 overgedragen aan de toen opgerichte Tramweg-Stichting, die het rijtuig restaureerde. De eerste ritten op eigen kracht na de restauratie werden gemaakt in 1981. Dat jaar maakte de A327 ook ritten in Amsterdam en Rotterdam, in 1996, 2006 en 2016 in Arnhem en in 2015 in Katwijk. De A327 stond tot 2022 doorgaans in de HTM-remise Scheveningen. Sinds zomer 2023 ondergebracht bij het Haags Openbaar Vervoer Museum. Inzet Bij bijzondere gelegenheden komt deze dienstvaardige motorwagen met bijwagen B303 (en voorheen ook B37 - de vroegere Amsterdamse 766 in fictieve Blauwe Tram-uitmonstering) uit de remise om ritten te maken op het Haagse tramnet. In 1979 was voor deze wagen een rol weggelegd in Guido Pieters' speelfilm Kort Amerikaans. A327 reed enkele stukjes door Rotterdam, geduwd door een Land Rover van de RET - ze was toen nog niet voorzien van motoren. In de gelijknamige roman van Jan Wolkers die aan de film ten grondslag ligt, komen Blauwe Trams prominent voor, evenals in De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans en in verhalen van F.B. Hotz. In juni 2006 was de A327 (zonder bijwagen) te gast in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem ter gelegenheid van het tienjarige bestaan van de museumtramlijn aldaar. Bij de opening in 1996 was deze motorwagen hier ook al op bezoek geweest. Van september t/m november 2011 werd in het Haags Openbaar Vervoer Museum de tentoonstelling 'Retourtje Leiden' gehouden ter gelegenheid van het 80-jarige bestaan van de NVBS en de opheffing van de tramlijnen tussen Den Haag en Leiden precies een halve eeuw geleden. Zo veel mogelijk van de nog bewaard gebleven museumwagens van de Blauwe Tram en de Gele Tram werden hiertoe bijeen gebracht. Van 24 t/m 29 augustus 2015 werd een project uitgevoerd: in de Rijnstraat in Katwijk werd een tijdelijk tramspoor van 400 meter aangelegd op het tracé van de vroegere lijn. Over dit spoor hebben de gehele week de motorwagens A106 en A327 opnieuw dienstgedaan. De twee motorwagens waren aan elkaar gekoppeld met een goederenwagon ertussen, waarop een generator was geplaatst die de benodigde 600 volt opwekte.Blauwe tram terug in de Rijnstraat Ook de NSS heeft al een aantal keer met Koningsdag smalspoor in het centrum van Katwijk gelegd om met hun eigen smalspoortrams ritten te kunnen verzorgen.
A106 miniatuur|Gerestaureerde motorwagen A106 uit 1911, HOVM, Den Haag, september 2011.