Baarmoederhalskanker of cervixcarcinoom is een van de weinige vormen van kanker die in vrijwel alle gevallen veroorzaakt wordt door een virus, door het humaan papillomavirus HPV. Er zijn meer dan 100 soorten van het virus. De types HPV 16 en HPV 18 veroorzaken 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker.Saslow D et al. American Cancer Society Guideline for human papillomavirus (HPV) vaccine use to prevent cervical cancer and its precursors. CA Cancer J Clin. 2007;57:7-28. De baarmoederhals, de opening onderaan de baarmoeder, is de plek waar baarmoederhalskanker ontstaat.
Virussen worden normaal gesproken door het lichaam onschadelijk gemaakt. HPV is bijzonder goed aan het menselijk lichaam aangepast, waardoor het minder snel door het immuunsysteem wordt opgemerkt. Het is een seksueel overdraagbaar virus.RIVM. HPV - Humaan Papillomavirus. Wanneer het niet wordt opgemerkt bestaat er, bij sommige HPV-typen, de kans dat het DNA wordt ingebouwd in de cel van de mens. Hierdoor worden er vooral twee genen beïnvloed: het p53-gen en het pRb-gen. Deze twee genen, tumorsuppressorgenen, onderdrukken normaal gesproken de celdeling.
De aandoening ontstaat in de 'overgangszone' tussen het cilindrische epitheel dat de binnenkant van het cervixkanaal bekleedt en het plaveiselcelepitheel dat de buitenkant van de cervix en de vaginawand bedekt. Voordat de aandoening maligne wordt is er een jarenlang stadium van premaligne veranderingen die kunnen worden opgespoord en relatief eenvoudig behandeld.
Risicofactoren Roken is de belangrijkste cofactor voor het ontstaan van kanker in het genitale gebied. Vrouwen die roken hebben een anderhalfmaal hogere kans op het ontwikkelen van baarmoederhalskanker.Rieck G, Fiander A.The effect of lifestyle factors on gynaecological cancer. Best Pract Res Clin Obstet Gynaecol. 2006;20:227-51. DES – Desdochters lopen een twee keer zo groot risico op het krijgen van de ziekte.Rubin MM.Antenatal exposure to DES: lessons learned...future concerns. Obstet Gynecol Surv. 2007;62:548-55. Hiv – Hiv-positieve vrouwen hebben in de westerse wereld een grotere kans op het krijgen van baarmoederhalskanker. Dit geldt vooral voor vrouwen die drugs injecteren. Een immuundeficiëntie, een verminderde afweer kan ontstaan bij langdurig gebruik van geneesmiddel die de afweer onderdrukken. Dat zijn bijvoorbeeld corticosteroïden en TNF-alfa-remmers. De verminderde afweer kan ook het gevolg zijn van een zeldzame, erfelijke aandoening, bijvoorbeeld een primaire immuundeficiëntie.RIVM. Baarmoederhalskanker, 12 mei 2025. eerder Gearchiveerd op 22 juli 2019. Het gebruik van de anticonceptiepil maakt de kans dat men baarmoederhalskanker ontwikkelt een fractie groter: Als men in de leeftijd van ongeveer 20 tot 30 jaar de pil gebruikt dan stijgt het voorkomen van de ziekte tegen de tijd dat men 50 is, van 3,8 naar 4,5 per 1000 personen.International Collaboration of Epidemiological Studies of Cervical Cancer, Appleby P, Beral V, Berrington de González A, Colin D, Franceschi S, Goodhill A, Green J, Peto J, Plummer M, Sweetland S. Cervical cancer and hormonal contraceptives: collaborative reanalysis of individual data for 16,573 women with cervical cancer and 35.509 women without cervical cancer from 24 epidemiological studies. Lancet. 2007;370:1609-21. Vijf of meer voldragen zwangerschappen verdubbelen het risico vergeleken met 1 of 2 voldragen zwangerschappen. Wanneer een vrouw zes of meer seksuele partners heeft verdrievoudigt het risico, vergeleken met vrouwen die één seksuele partner hebben of hebben gehad. Het risico is voor iemand die jonger dan 18 de eerste keer geslachtsgemeenschap heeft gehad is 2,2 keer groter dan iemand die ouder was dan 21. Vooral groene groenten, zoals kool, spruiten en broccoli zouden het risico verlagen. Chlamydia verhoogt waarschijnlijk het risico op baarmoederhalskanker.Smith JS, Bosetti C, Muñoz N, Herrero R, Bosch FX, Eluf-Neto J, Meijer CJ, Van Den Brule AJ, Franceschi S, Peeling RW; IARC multicentric case-control study. Chlamydia trachomatis and invasive cervical cancer: a pooled analysis of the IARC multicentric case-control study. Int J Cancer. 2004 Sep 1;111(3):431-9.Madeleine MM, Anttila T, Schwartz SM, Saikku P, Leinonen M, Carter JJ, Wurscher M, Johnson LG, Galloway DA, Daling JR. Risk of cervical cancer associated with Chlamydia trachomatis antibodies by histology, HPV type and HPV cofactors. Int J Cancer. 2007 Feb 1;120(3):650-5.Naucler P, Chen HC, Persson K, You SL, Hsieh CY, Sun CA, Dillner J, Chen CJ. Seroprevalence of human papillomaviruses and Chlamydia trachomatis and cervical cancer risk: nested case-control study. J Gen Virol. 2007 Mar;88(Pt 3):814-22. Meer onderzoek is nodig om uit te vinden hoe groot dat risico is. Condoomgebruik beschermt beperkt tegen een HPV-infectie omdat het ook door huidcontact kan worden overgedragen, in een studie was de kans op HPV 70% lager door het gebruik van condooms. Het risico op baarmoederhalskanker is lager bij vrouwen waarvan de man is besneden.
Profylactische vaccinatie Profylactische HPV-vaccinatie is gericht op de preventie van een HPV-infectie en daarmee het voorkomen van ziekte, met name de voorstadia van baarmoederhalskanker. De HPV-vaccinatie richt zich op twee oncogene HPV-types, type 16 en 18, die voor de meeste gevallen van baarmoederhalskanker zorgen. Sinds 2006 zijn twee vaccins, Gardasil en Cervarix, beschikbaar, die tot doel hebben cervixcarcinomen te voorkomen. HPV-vaccinatie maakt gebruik van virus-like particles VLP’s die op het L1-capside-eiwit zijn gebaseerd van bovengenoemde HPV-types. Aangezien deze VLP’s alleen uit capside-eiwit bestaan, bevatten deze niet het virale DNA-genoom en zijn ze niet infectieus. Wat betreft antigeniciteit en morfologie lijken deze deeltjes wel sterk op de normale virusdeeltjes. Deze eigenschappen maken VLP’s uitermate geschikt om te gebruiken in een vaccin. Aangezien het capside-eiwit per HPV-type anders is, zijn de VLP’s, dus hiermee ook de vaccins, typespecifiek. Onderzoek laat zien dat HPV-vaccinatie premaligne afwijkingen aan de baarmoederhals kan voorkomen.Arbyn M, Dillner J. Review of current knowledge on HPV vaccination: an appendix to the European Guidelines for Quality Assurance in Cervical Cancer Screening. J Clin Virol. 2007;38:189-97.
De antistoftiters die door profylactische vaccinatie worden bereikt, liggen 20 tot wel 100 maal boven het niveau van natuurlijke infectie. Na een follow-up van ruim vijf jaar is nog steeds een zeer goede immuunrespons aantoonbaar. Er lijkt zich een plateaufase te ontwikkelen. Indien deze plateaufase inderdaad langdurig aanwezig blijft, zou dit kunnen inhouden dat een boosterinjectie om het immuunsysteem te activateren overbodig is.
Preventie en vaccinatie in Nederland In Nederland wordt sinds 1976 een landelijk bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker uitgevoerd, waarvoor vrouwen tussen de 30 en 60 jaar in aanmerking komen. Hierbij wordt om de vijf jaar met een klein plastic borsteltje of spateltje wat slijm met cellen van de baarmoedermond afgeschraapt en daarna op een glaasje uitgestreken, vandaar de naam uitstrijkje. Sommige laboratoria echter onderzoeken tegenwoordig het materiaal dat met het borsteltje in een speciale vloeistof is verzonden, waaraan geen strijkglaasje meer te pas komt. Het doel van het onderzoek is om baarmoederhalskanker en voorstadia daarvan zo vroeg mogelijk op te sporen en tijdig te behandelen.
De opzet van het Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker is sinds 2017 gewijzigd. Het uitstrijkje wordt voortaan eerst getest op typen van het humaan papillomavirus die een hoog risico geven op het ontstaan van baarmoederhalskanker (hrHPV). Alleen als de hrHPV-test positief is, vindt op het uitstrijkje cytologie (celonderzoek) plaats. Een colposcopie vindt plaats bij een positieve hrHPV-test in combinatie met Pap 2 of hoger. Een negatieve hrHPV-test geeft een langdurig lage kans op baarmoederhalskanker, daardoor hoeven hrHPV-negatieve vrouwen geen uitstrijkje meer te laten maken bij 45 en 55 jaar. Voor de hrHPV-test wordt ook een zelfafnameset aangeboden.
De opkomst voor het bevolkingsonderzoek is de laatste jaren betrekkelijk laag. Er werden in 2022 ruim 720.000 personen opgeroepen. Van hen gaf zo'n 46% gehoor aan de oproep. In 2023 was het aantal opgeroepen personen met ruim 700.000 iets lager, maar lag de opkomst daarentegen iets hoger, ruim 49%. Een datalek in 2025 van de gegevens van meer dan 700.000 vrouwen bij het bevolkingsonderzoek, zal hier mogelijk op termijn ook nog invloed op hebben.
De Gezondheidsraad adviseerde op 1 april 2008 aan minister Ab Klink van Volksgezondheid, dat meisjes van 12 jaar voortaan moeten worden ingeënt tegen baarmoederhalskanker waarbij de al langer bestaande screening ongewijzigd blijft. De kosten van een dergelijke vaccinatie zijn hoog, maar op termijn kunnen jaarlijks enkele honderden gevallen van baarmoederhalskanker worden voorkomen en ruim honderd sterfgevallen, stelt de raad.
De minister nam op 9 juli 2008 het advies van de Gezondheidsraad over. Het vaccin wordt opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en er zal op basis van vrijwilligheid worden gevaccineerd. De minister heeft ook besloten een inhaalcampagne uit te voeren voor meisjes die geboren zijn in de periode 1993 t/m 1996. Deze inhaalcampagne loopt in 2009 en 2010. De vaccinatie van 12-jarige meisjes zou ook in 2009 starten. Dit is in verband met de grieppandemie uitgesteld tot voorjaar 2010. Voor de HPV-vaccinatie zijn internationaal twee vaccins geregistreerd: Cervarix en Gardasil. In Nederland is, na een Europese aanbesteding besloten om te vaccineren met Cervarix.
Pro en contra vaccinatie Het vaccineren van meisjes of jonge vrouwen voordat zij seksueel actief worden lijkt het meest effectief. Door deze leeftijdsgroep te vaccineren wordt de oncogene HPV-infectie bij de bron aangepakt, en zal het ontstaan van afwijkende cellen en wellicht daardoor de incidentie van baarmoederhalskanker veroorzaakt door deze types kunnen dalen. Het effect hiervan wordt echter pas over tientallen jaren zichtbaar en is op dit moment nog niet bewezen. Om één geval van baarmoederhalskanker te voorkomen moeten (in Nederland) ongeveer 200 meisjes worden gevaccineerd, zelfs aannemend dat de vaccinatie levenslange bescherming biedt (5 gevallen per duizend vrouwelijke inwoners zouden worden voorkomen, ongeveer 7 per duizend lopen de ziekte gedurende het hele leven op). Het aantal vaccinaties nodig om 1 sterfgeval te voorkomen is ongeveer 800. De kosten (ongeveer 375 euro (2009)) moeten in Nederland bovendien door de patiënt (ouder dan 16 jaar) zelf worden betaald. Een vaccinatie betekent ook niet dat het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker daarna niet meer nodig is; men kan het nog steeds krijgen. Er bestaat nog geen zekerheid over de frequentie van bijwerkingen. Tegenstanders wijzen er op dat het het hier gaat om een ziekte die weinig voorkomt (baarmoederhalskanker maakt 0,3% van de sterfte van vrouwen uit) en waarvan al jaren de incidentie daalt.
De Gezondheidsraad heeft op 1 april 2008 geadviseerd om de vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma op te nemen. De eerste groep meisjes, geboren in 1993 t/m 1996, is opgeroepen voor de vaccinatie; vanaf september 2009 zouden meisjes van 12 jaar worden uitgenodigd zich te laten vaccineren. Dit is uitgesteld in verband met de grieppandemie. Er bestaan echter nauwelijks studies die zijn uitgevoerd bij deze leeftijdsgroep van 12-jarige meisjes. Op dit moment wordt er volop onderzoek gedaan naar de catch-up-vaccinatie waarbij wordt bestudeerd of HPV-vaccinatie ook werkzaam is bij vrouwen die in het verleden reeds in aanraking zijn gekomen met het humaan papillomavirus.