Pieter de Hooch (Rotterdam, gedoopt op 20 december 1629 – Amsterdam, in of na 1679) was een Nederlandse kunstschilder. Zijn naam wordt ook wel geschreven als Pieter de Hoogh, Pieter de Hooghe en Pieter Hendricksz. de Hooch. Hij is bekend om het motief van doorkijkjes op de binnenplaatsen van grachtenpanden.
Leven thumb|Interieur met vrouw die het haar van een kind ontluist 1658-1660, olieverf op doek, 52,5 x 61 cm, Rijksmuseum, Amsterdam Pieter de Hooch werd gedoopt in de Hervormde kerk in Rotterdam op 20 december 1629. Zijn vader was metselaar, zijn moeder, vroedvrouw, kwam uit Delft. De Hooch zou mogelijk in de leer zijn gegaan bij de landschapsschilder Nicolaes Berchem in Haarlem, samen met Jacob Ochtervelt; dit berust op een mededeling van Arnold Houbraken (1719), die in recenter onderzoek als waarschijnlijk onjuist wordt beschouwd. Als alternatief is op stilistische gronden ook een leertijd bij Ludolf de Jongh in Rotterdam geopperd.
De eerste bron die vermeldt dat hij in Delft woont, is uit augustus 1652. Daar kwam hij in dienst bij de rijke linnenhandelaar Justus de la Grange (ook bekend als Justinius de la Oranje), die elf schilderijen van hem bezat. Mogelijk heeft hij daar werkzaamheden uitgevoerd die met de linnenhandel samenhingen, omdat zijn schilderkunst niet voldoende geld opbracht.National Gallery of Art (z.d.) Pieter de Hooch. (geraadpleegd 9 augustus 2026). Tussen 1652 en 1655 is hij daarnaast gedocumenteerd als kaartafzetter (inkleurder van prenten en kaarten). De Hooch trouwde op 3 mei 1654 in Delft met Jannetje van der Burch, de dochter van een aardewerkfabrikant in Delft en zus van de schilder Hendrick van der Burgh, die hij al langer kende; datzelfde jaar woonde hij enige tijd aan de Lombertstraat in Rotterdam, voordat hij zich weer in Delft vestigde. Het paar kreeg zeven kinderen, van wie er twee in Delft zijn geboren. Het volgende jaar, op 20 september 1655, werd hij ingeschreven bij het Sint-Lucasgilde in Delft, waar hij kennis kan hebben gemaakt met Johannes Vermeer. Zijn werk uit het begin van de Delftse periode maakte vrijwel geen indruk, waardoor de schilder een armoedig bestaan leed.
Omstreeks 1660 verhuisde Pieter de Hooch naar Amsterdam. Een van zijn dochters werd op 15 april 1661 gedoopt in de Westerkerk. Aanvankelijk ging het hem niet voor de wind en woonde hij er op bescheiden adressen; in 1664 was hij kort werkzaam in Den Haag, voordat hij terugkeerde naar Amsterdam, waar hij vanaf 1665 opnieuw gevestigd was en in mei 1668 in de aanzienlijkere Konijnenstraat in de Jordaan woonde. Hij moet in Amsterdam in contact gekomen zijn met de hogere kringen, want zijn interieurs werden eleganter en rijker. Zijn schilderijen werden ook groter, maar zijn schilderstijl werd zwaarder en de schaduwen minder transparant. Er is ook uit deze tijd veel minder werk bekend. Pieter en zijn vrouw schreven in 1679 hun zoon Pieter Pietersz. in in het Amsterdamse dolhuijs op de Kloveniersburgwal. Daarna is geen levensteken meer van de schilder gevonden. Er is wel een schilderij dat 1684 gedateerd is.Volgens F. Grijzenhout, in New information on Pieter de Hooch and the Amsterdam lunatic asylum, Burlington Magazine CL, sept. 2008, p. 612-613 is het zijn zoon, ook Pieter genaamd, die in het 'Dolhuijs' komt te overlijden en is het inschrijven van zijn zoon alhier het laatste teken van leven van de schilder.
Werk thumb|De binnenplaats van een huis in Delft, 1658, National Gallery, Londen In zijn beginjaren schilderde De Hooch vooral het soldatenleven, bijvoorbeeld landschappen met ruiters en schutters. Na zijn komst naar Delft ging hij genrestukken schilderen, met etende, drinkende en musicerende mensen.
Rond 1658 veranderde Pieter de Hooch zijn schilderstijl. Hij ging lichter schilderen, zijn afbeeldingen werden ruimtelijker en door het gebruik van perspectief ook dieper. Bovendien begon hij zijn werken van een jaartal te voorzien. Vanaf dat moment schilderde Pieter de Hooch zijn topstukken. Deze periode duurde relatief kort, tot ongeveer 1662. Hij legde de binnenplaatsen en interieurs van de Gouden Eeuw vast, met daarin vooral vrouwen. Opvallend is dat hij vrijwel altijd een tegelpatroon op de vloer afbeeldt, waardoor zijn beheersing van het lijnperspectief duidelijk wordt. De diepte van de schilderijen wordt bovendien vrijwel altijd versterkt door een doorkijkje naar buiten, naar een binnenplaats, of naar een andere kamer in het huis. In het doorkijkje is het altijd lichter dan in de kamer op de voorgrond. De Hooch geldt als een van de eersten die binnenplaatsen tot hoofdonderwerp van een schilderij maakte.
De afbeelding van een vredig interieur werd in de Gouden Eeuw populair. Dit zou kunnen komen doordat de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) juist voorbij was en de mensen behoefte hadden aan vrede en rust.
Door het afbeelden van vrouwen aan het werk idealiseerde Pieter de Hooch het Hollandse huiselijke leven, dat bestond uit eenvoudige deugden, het efficiënt draaiend houden van het huishouden en het gewetensvol opvoeden van de kinderen. Zo wordt van het hier afgebeelde schilderij (Moedertaak), dat Pieter de Hooch maakte van een moeder die het haar van haar kind ontluist, gezegd dat het verwijst naar een gedicht van Jacob Cats: "Kam, kam u menigmaal, en niet het haar alleen, maar ook dat binnen schuilt, tot aan het innig been", waarmee bedoeld wordt dat men niet alleen zijn haar, maar ook zijn ziel moet verzorgen en reinigen.
De portretten die hij in Amsterdam schilderde onderscheidden zich van de Delftse periode in hun rijkere aankleding.
De Hooch en Vermeer thumb|Interieur met een jonge vrouw die een dienstmeid een muntstuk geeft, 1670 Pieter de Hooch en Johannes Vermeer worden vaak in één adem genoemd. Het is echter niet bekend of ze elkaar beïnvloedden. De schilderijen zijn onmiskenbaar verschillend, hoewel beiden vaak vrouwen schilderen die in huis bezig zijn. Pieter de Hooch heeft in zijn schilderijen vrijwel altijd een doorkijk naar buiten, terwijl Vermeer zich meestal beperkt tot een raam waardoor het licht naar binnen valt. De composities van De Hooch zijn daardoor doorgaans dieper dan die van Vermeer. Diens manier van schilderen is zachter, waardoor zijn vrouwen bijzonder levend en bijna aanraakbaar worden.
Schilderstijl Het kleurpalet van Pieter de Hooch was warm. Hij gebruikte veel rood en roodbruin. De werken van Pieter de Hooch behoren tot de Barokke schilderkunst. Hij is een van de Oude Hollandse Meesters. De Hooch schilderde aanvankelijk in donkere kleuren, vooral soldatenscènes of kortegaardjes (corps de garde). Hij is in zijn vroege periode beïnvloed door de Delftse schilder Carel Fabritius. Later door de Zwolse genreschilder Gerard Terborch, waarbij, toen De Hooch begon met het schilderen van interieurs en spelen met lichtval en perspectief, Johannes Vermeer en Nicolaas Maes moeten worden genoemd. Hij oefende invloed uit op Hendrick van der Burgh. Esaias Boursse en Pieter Janssens Elinga waren navolgers van hem.
Zie ook Lijst van schilderijen van Pieter de Hooch
Externe link Artcyclopedia, Engelstalige kunst-encyclopedie Heidi de Mare, Huiselijke taferelen (2012). Herziene en geactualiseerde handelseditie (dissertatie 2003).
Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw