Angola (uitspraak: [ɑŋˈɣola]), officieel de Republiek Angola (Portugees: República de Angola), is een land in Zuidwest-Afrika. Het wordt in het zuiden begrensd door Namibië, in het noorden door Congo-Kinshasa, Zambia in het oosten en in het westen grenst het aan de Atlantische Oceaan. De hoofdstad is Luanda waar circa een derde van de bevolking woont. De Angolese exclave Cabinda ligt in het noorden tussen Congo-Kinshasa en Congo-Brazzaville aan de Atlantische Oceaan. Op 16 mei 2014 werd een volkstelling gehouden. Angola telde op dat moment 25,8 miljoen inwoners.2019 Human Development Index Ranking, United Nations Development Programme; Human Development Reports

De Portugezen waren aanwezig in enkele (meestal aan de kust gelegen) plaatsen van het territorium wat nu Angola is, van de 16e tot de 19e eeuw, op verschillende manier contact hebbende met de bevolking. In de 19e eeuw begonnen ze zich langzaamaan in het binnenland te vestigen. Angola was, als een Portugese kolonie dat het huidige gebied omvatte, niet gesticht voor het einde van de 19e eeuw, en 'efficiënte bezetting', zoals geëist door de Conferentie van Berlijn (1884), werd slechts behaald in de jaren 1920. Onafhankelijkheid werd bereikt in 1975, na een lange onafhankelijkheidsstrijd. Daarna moest Angola een lange burgeroorlog van 1975 tot 2002 meemaken. Het land heeft grote hoeveelheden aan reserves van mineralen en aardolie, en voornamelijk hiermee behaalde de economie een groei in de dubbele cijfers gedurende het eerste decennium van de 21e eeuw. Ondanks dit blijven levensstandaarden laag; de levensverwachting en kindersterftecijfers van Angola behoren tot de slechtste in de wereld. Het programma van 'Nationale Reconstructie' van de regering moet hier nog verbetering in aanbrengen.

Geschiedenis

De geschiedenis van Angola kan worden verdeeld in verschillende perioden. Het huidige Angola bestaat pas sinds de verovering van het binnenland door de Portugezen aan het begin van de 20e eeuw als één politieke eenheid en sinds 1975 als onafhankelijke staat. De naam Angola is daarbij afgeleid van de titel Ngola van de heersers van het voormalige koninkrijk Ndongo. Later werd deze naam gebruikt voor de Portugese kolonie waaruit het huidige Angola is ontstaan is. Daarvoor hadden de verschillende volken die Angola bewonen, zoals de Bakongo, Akwambundu en de Ovimbundu, hun eigen geschiedenis, cultuur/taal en godsdiensten. Deze verschillen spelen echter in het huidige Angola nog steeds een belangrijke rol.

Vroege geschiedenis

In de 15e eeuw bestonden in het gebied van het huidige Angola verschillende koninkrijken en stamgebieden, waaronder Kongo, Ndonga en Lunda. In 1483 werd Kongo door de Portugese ontdekkingsreiziger Diogo Cão ontdekt. Vanaf dat moment dreven de Portugezen handel met de Bakongo en Akwambundu, maar spoedig werd er ook door de Portugezen in Luanda een buitenpost ingesteld die zich vooral bezighield met de handel in slaven. Later werd een tweede buitenpost ingesteld in Benguela, voor de handel met de Ovimbundu. In de loop der eeuwen zijn er ongeveer vier miljoen Angolezen als slaven verhandeld en naar met name Brazilië verscheept. In 1858 werd door de Portugese regering de slavenhandel afgeschaft, maar de Angolezen die als contractarbeider bij de Portugezen in dienst waren, leden een bestaan dat niet veel afweek van de slaven.

Koloniale periode

In de 19e eeuw werd Angola formeel een Portugese kolonie onder de naam Portugees West-Afrika. Hoewel het moederland, Portugal, in 1910 een liberale republiek werd, veranderde er niets aan de koloniale situatie in Angola. In 1928 kwam António de Oliveira Salazar in Portugal aan de macht. Sindsdien was het officiële beleid van de Portugese regering massale emigratie van Portugese boeren en ondernemers naar Angola om de blanke aanwezigheid aldaar te versterken. In 1912 werd de Lliga Nacional Africana, een nationale Angolese beweging, opgericht.

Bevrijdingsbewegingen Na de Tweede Wereldoorlog werd Angola een overzees gebiedsdeel en een Angolese afgevaardigde werd naar Lissabon gezonden naar de Kamer van Afgevaardigden. Onvrede over de situatie nam in de jaren vijftig toe en in 1956 werd de MPLA (Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola) opgericht. De MPLA trachtte aanvankelijk via vreedzame weg de onafhankelijkheid van Angola te bereiken, maar in de jaren zestig greep men toch naar de wapens. De voorzitter van de MPLA, Agostinho Neto, werd later de eerste president van een onafhankelijk Angola. Naast de MPLA werd in 1962 de FNLA (Nationaal Bevrijdingsfront voor Angola) opgericht.

In 1966 stapte Jonas Savimbi, een Ocimbundu, tot dan toe een vooraanstaand FNLA-lid, uit de FNLA uit onvrede over de dominante rol van Bakongo en richtte de door Ovimbundu beheerste Unita (Nationale Unie voor de Totale Onafhankelijkheid van Angola) op.

Een vierde, kleine bevrijdingsbeweging, was de Frente para a Libertação do Enclave de Cabinda (Front voor de Bevrijding van Cabinda).

Begin jaren zeventig waren de MPLA en de FNLA veruit de grootste bevrijdingsbewegingen. Waren de andere Afrikaanse staten inmiddels onafhankelijk, de Portugese regering dacht er niet aan om haar koloniën in Afrika (Angola, Guinee-Bissau, Mozambique en Kaapverdië) op te geven. De 'Anjerrevolutie' in Portugal bracht in 1974 echter een nieuwe regering aan de macht die wél een voorstander was van onafhankelijkheid van de koloniën. In januari 1975 kwamen de Portugese regering, de Unita, de MPLA en de FNLA bijeen in de Portugese stad Alvor. In november 1975 beloofde Portugal de soevereiniteit over te dragen aan de Angolezen, maar dit akkoord bleef een dode letter. De verzetsbewegingen begonnen elkaar aan te vallen en alle drie probeerden ze zo snel mogelijk de Angolese hoofdstad Luanda te bereiken.

Onafhankelijkheid Uiteindelijk bereikte de MPLA Luanda als eerste en op 11 november 1975 droegen de Portugezen de macht over aan de MPLA. MPLA-voorzitter dr. Agostinho Neto werd president en Lopo de Nascismento werd premier. De MPLA regering riep de Volksrepubliek Angola uit en het land werd een eenpartijstaat met de MPLA-Partij van de Arbeid als enige toegestane partij.

De UNITA (União para a independência total de Angola) en de FNLA vormden in 1975 een tegenregering (Democratische Volksrepubliek Angola), met Jonas Savimbi en Holden Roberto als presidenten. In 1976 verdween de FNLA van het toneel en werd de UNITA de dominerende verzetsbeweging tegen de MPLA-regering. De UNITA wist ondanks steun van Zuid-Afrika geen overwinning te behalen op de MPLA. In mei 1978 trok het Zuid-Afrikaanse leger daarom Angola binnen. Daarmee begon de Zuid-Afrikaanse Grensoorlog. Omdat de MPLA geholpen werd door Cuba en in mindere mate ook de Sovjet-Unie werd het een slepend conflict. In 1988 werd er na Amerikaanse bemiddeling vrede gesloten tussen Zuid-Afrika en Angola. Dit maakte echter geen einde aan de burgeroorlog tussen UNITA en de MPLA. In mei 1991 werd wel een vredesakkoord met UNITA bereikt, de akkoorden van Bicesse, waarin nieuwe algemene verkiezingen werden gepland voor september 1992. Toen de MPLA een grote verkiezingszege behaalde, protesteerde UNITA tegen de uitslag en hervatte de oorlog. Op 22 februari 2002 doodden regeringstroepen Jonas Savimbi tijdens een schermutseling in de provincie Moxico. UNITA en de MPLA bereikten in april 2002 overeenstemming, waarbij UNITA de gewapende vleugel van de partij opgaf. Met de verkiezingen van 2008 en 2012 ontstond een door de MPLA geregeerd dominant partijsysteem, met UNITA en FNLA in de oppositie.

In 2017 trad José Eduardo dos Santos af na 38 jaar president van Angola te zijn geweest. Hij werd opgevolgd door João Lourenço. In juli 2022 stierf ex-president Dos Santos in Spanje.

Bij de verkiezingen in augustus 2022 behaalde de regerende partij, de MPLA, opnieuw een meerderheid en won president Lourenço een tweede termijn van vijf jaar. Het verschil was kleiner, MPLA en Lourenco kregen 51% van de stemmen en de UNITA, met hun kandidaat Adalberto Costa Junior, 44%. In 2017 kreeg de UNITA nog 27% van de stemmen.

Geografie miniatuur|270px|Satellietfoto Angola Angola heeft een grofweg vierkante vorm en is op zijn breedste punt circa 1300 km breed. De oppervlakte van het land is circa 1.250.000 km². Angola heeft een exclave, Cabinda, die zich bevindt aan de Atlantische kust iets ten noorden van de grens tussen de rest van Angola en Congo-Kinshasa. Angola heeft een kustlijn van 1625 km; de landgrenzen hebben opgeteld een lengte van ongeveer 4800 km.

Het Biéplateau, dat het centrale gebied van het land vormt, heeft een gemiddelde hoogte van 1830 m. Het vormt zich als een abrupte verhoging uit het kustlaagland. De onregelmatige topografie van de hoogvlakte heeft in de vorming van talrijke wildwaterstromen en watervallen geresulteerd, die voor de productie van waterkrachtenergie worden gebruikt. De belangrijkste rivieren van het land zijn Cuanza (Kwanza) en Kunene (Cunene).

Het landschap van Angola wordt gekenmerkt door savannes en grasland. In het noordoosten zijn daarentegen dicht beboste valleien te vinden, die voor hun hardhout worden gebruikt, en aan de smalle kuststrook zijn gecultiveerde palmbomen aangeplant. Vroeger waren er grote regenwouden in het land, maar die zijn grotendeels verdwenen als gevolg van de bewerking van het land voor de landbouw.

Natuur Net als in andere Afrikaanse landen met veel savannes kwamen in Angola diverse wilde dieren voor, waaronder de olifant, neushoorn, giraffe, gnoe, zebra, buffel en verschillende soorten primaten, vogels, reptielen en insecten. De grotere van deze dieren zijn echter veelal tijdens de burgeroorlog afgeschoten. Er zijn 13 nationale parken in het land.

Klimaat omkaderd|rechts|Klimaatdiagram AngolaGroen: temperatuur en Blauw: neerslag Angola heeft een tropisch klimaat, met een duidelijk te onderscheiden droog en nat seizoen. Er valt over het algemeen weinig regen in het zuiden en langs de noordkust (rond Luanda). In noordelijk Angola is het gewoonlijk droog en koel van mei tot oktober en nat en heet vanaf van november tot april.

Bevolking miniatuur|Bevolkingsontwikkeling In 2014 werd sinds lange tijd een volkstelling gehouden. Er werden 25,8 miljoen inwoners geteld, waarvan 52% vrouw. Iets minder dan twee derde van de bevolking woonde in stedelijke gebieden en 37% was woonachtig op het platteland. De provincie Luanda had met 7 miljoen mensen de meeste inwoners. De bevolkingspiramide heeft een brede basis, in 2014 was bijna de helft van de bevolking jonger dan 15 jaar. Slechts 2,4% van de bevolking was ouder dan 65 jaar. De gemiddelde leeftijd van de totale bevolking was 20,6 jaar in 2014.

Angola is dunbevolkt: de bevolkingsdichtheid is volgens de volkstelling (2014) 20,7 mensen per vierkante kilometer. Vooral op het droge zandland en in het oosten leven erg weinig mensen. Door oorlog en ziekte zijn sinds de onafhankelijkheid veel mensen omgekomen. Toch is de bevolkingsgroei hoog; net als in vele andere Afrikaanse landen heeft Angola een hoog geboortecijfer. Ook is het sterftecijfer hoog, waardoor de bevolking minder hard groeit dan in sommige andere landen. De levensverwachting in Angola behoort tot een der laagste ter wereld, deze is voor vrouwen 63,7 jaar en voor mannen 58,1 jaar.

Etnische groepen miniatuur|Etnische groepen (1970) Angola kent verschillende etnische groepen met een eigen geschiedenis, cultuur en godsdiensten.