miniatuur|De zaak Giessen-Nieuwkerk: Klunder en Teunissen vijf jaar eerder onschuldig veroordeeld voor moord. Teunissen verlaat na vrijspraak het gerechtshof in Amsterdam met zijn vrouw en de heer Stuy. Amsterdam, 1929. Een justitiële dwaling is een rechterlijke dwaling of een eenzijdige dwaling van een openbaar aanklager of de jury, waarbij iemand op wie geen schuld rust langdurig wordt vervolgd of zelfs ten onrechte en onherroepelijk wordt veroordeeld.
Dwalingen kunnen bij de vervolging van alle misdrijven optreden. De meest geruchtmakende dwalingen komen doorgaans tot uiting in zaken waarbij hoge straffen (kunnen) worden opgelegd, bijvoorbeeld moordzaken. De laatste jaren tekent zich een groeiende belangstelling af in rechterlijke dwalingen.
Oorzaken Justitiële dwalingen ontkrachten de stelling dat een onschuldige niets te vrezen zou hebben. Het roept echter de vraag op hoe het mogelijk kan zijn dat een onschuldige niet alleen vervolgd maar ook (tot lange gevangenisstraffen of ter dood) kan worden veroordeeld. Meestal is er een complex van factoren. Veelgenoemde factoren zijn:
De verdachte heeft het misdrijf zelf bekend, al dan niet onder (ontoelaatbare) druk of in ruil voor strafvermindering. De verdachte ziet van hoger beroep af uit angst tot een nog zwaardere straf te worden veroordeeld. Bevooroordeeldheid van de politie, justitie, rechter of jury. Een door het slachtoffer gedane valse aangifte. Achterhouden of kwijtraken van bewijs door de politie of justitie. Manipulatie van bewijsmateriaal, getuigenverklaringen of zelfs meineed. Getuigenverklaringen die niet blijken te kloppen, onduidelijk zijn, of waar achteraf bezien te veel of juist te weinig gewicht aan wordt toegekend. Over- of onderschatting van getuigen-deskundigen. Fouten in het forensisch onderzoek, bijvoorbeeld contaminatie van bewijsmateriaal, of verwisseling van monsters. Dwaling van de jury, al dan niet onder (opzettelijke) externe beïnvloeding. Opzettelijke manipulatie door de ware schuldige. Scoringsdrang, politieke of carrièregerichte motieven, en angst voor gezichtsverlies bij politie en justitie.
In showprocessen is er vaak eveneens sprake van een justitiële dwaling, waarbij de instrumenten van het strafrecht door de overheid worden misbruikt om ongewenste personen te elimineren.
Gevolgen Het proces stopt indien de rechter het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaart bij ernstig onherstelbaar vormverzuim, bijvoorbeeld wanneer er geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM.Mr. M.G.M. Hoekendijk, (2017). Zakboek strafvordering voor de hulpofficier. Wolters Kluwer. () De verdediging kan ernstig vormverzuim aantonen met bijvoorbeeld camerabeelden of het horen van verbalisanten onder ede.Mr. M.A. Lubbers, (2014). De waarde van de ambtsedige waarheid. Celcus. ()
Wanneer iemand direct of zeer snel na de terdoodveroordeling geëxecuteerd wordt, is de straf onherroepelijk. Justitiële dwalingen zijn dan ook als argument aangehaald tegen de doodstraf. Wel is het mogelijk dat iemand postuum gerehabiliteerd wordt en zijn veroordeling wordt vernietigd. In de Verenigde Staten worden terdoodveroordeelden daarom eerst langdurig in de gevangenis opgesloten, zodat eventueel ontlastend bewijsmateriaal tevoorschijn kan komen. De keerzijde hiervan is dat terdoodveroordeelden jarenlang in de dodencellen moeten verblijven, met de bijbehorende onzekerheid, wat als een kwelling kan worden ervaren.
Gevangenisstraf kan echter ook een zware tol eisen van de veroordeelde en zijn familie, zowel lichamelijk als geestelijk. Daarbij is de veroordeelde een stuk van zijn leven 'ontnomen'. Zelfs na rehabilitatie ondervinden ten onrechte veroordeelden bovendien nog maatschappelijke negatieve gevolgen van hun veroordeling. Ze hebben soms te maken met pesterijen, bedreiging of zelfs mishandeling van personen die van hun schuld overtuigd zijn of familie van het slachtoffer, kunnen geen baan (op niveau) meer vinden omdat ze ineens een 'gat' in hun cv hebben of omdat de werkgever uit principe geen 'ex-bajesklant' wil aannemen, en ze kunnen een latente vrees voor de politie of overheid in het algemeen ontwikkelen, waardoor ze ook niet meer naar de politie durven te stappen.
Herziening van reeds afgesloten strafzaken is zeer uitzonderlijk. Hiervoor is een novum vereist. Nieuwe forensische technieken, met name op het gebied van het DNA-onderzoek op voorheen onbruikbaar bewijsmateriaal, kunnen een novum aan het licht brengen.
Compensatie De regels voor schadevergoeding verschillen van land tot land. In sommige landen is dit recht in de wet of zelfs de grondwet vastgelegd. In andere landen is dit aan een aantal regels gebonden, zoals voorwaarden of een maximumbedrag. Ook is het mogelijk dat er wettelijk niets is geregeld en dat de veroordeelde zijn toevlucht moet nemen tot een algemene onrechtmatige daad-actie. In sommige gevallen blijft het slachtoffer van de justitiële dwaling met lege handen achter, wanneer in het land in kwestie de overheid niet (civiel) aansprakelijk kan worden gehouden op basis van het 'the king can do no harm'-principe.
Aandacht in Nederland In Nederland bleek in september 2005 dat bij de rechtszaak over de Schiedammer parkmoord bij het OM bekend ontlastend bewijs niet aan de rechter is voorgelegd. Volgens het Openbaar Ministerie zou dat niet bewust gebeurd zijn. De vraag of dat al of niet bewust is gebeurd lijkt echter van minder belang. De zaak toonde aan dat het in Nederland mogelijk is dat een rechter tot een veroordeling komt zonder alle beschikbare informatie te kennen.
De ophef rond deze zaak leidde tot hernieuwde belangstelling voor eerdere, bekende, rechterlijke dwalingen. Door sommige critici van de Nederlandse rechtspleging wordt gewezen op een terugkerend patroon bij deze zaken. Zowel politie als justitie wordt verweten dat ze niet onbevooroordeeld naar de feiten en de waarheid zoekt, maar zo snel mogelijk de zaak rond probeert te krijgen. Er zou onvoldoende zelfkritisch vermogen (tunnelvisie) zijn bij die organisaties.
Door de Schiedammer parkmoord is ook de positie van het Nederlands Forensisch Instituut ter discussie komen te staan. Dit instituut heeft in Nederland een monopoliepositie voor gecompliceerde forensische onderzoeken, vooral op het gebied van DNA-onderzoek. Een onafhankelijke contra-expertise is daardoor voor een advocaat of verdachte nauwelijks te verkrijgen.
De Commissie evaluatie afgesloten strafzaken (CEAS) is begin 2006, eveneens naar aanleiding van de Schiedammer parkmoord, ingesteld.
Op 28 november 2006 heeft op de Universiteit van Tilburg het symposium Dubieuze Zaken plaatsgevonden. Aan bod kwamen de Rotterdamse carnavalsmoord, Schiedammer parkmoord en Deventer moordzaak.
Rechterlijke dwalingen in Nederland Moord in Giessen-Nieuwkerk (1923)
Op 3 augustus 1923 werd de 45-jarige stationschef Jacob de Jong in Giessen-Nieuwkerk doodgeslagen gevonden voor zijn stationnetje op het treinspoor. Men concludeerde een roofmoord, hoewel er weinig geld was buit gemaakt en de roofmoordenaars alles goed hadden opgeruimd (zelfs de deur op slot gedraaid). Timmerman Chris Klunder en uitvoerder Jan Theunissen werden veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf mede op basis van een verklaring van het echtpaar Kroon uit Sliedrecht, naar later bleek onder druk van een politieman. Na speurwerk van journalist Kick Geudeker van Het Volk bleek de getuigenis van de Kroons verzonnen. De Hoge Raad wees een herzieningsverzoek toe.Hans Crombag, NRC 13 maart 2007
Showbizzmoord (1981) Voor de moord op filmproducent Bart van der Laar werd Martien Hunnik in 1984 in hoger beroep wegens doodslag veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf plus terbeschikkingstelling, op basis van een (valse) bekentenis die hij later had ingetrokken, terwijl hij een alibi had voor het tijdstip van de moord. In de verhoren bleek dat hij ook niet beschikte over daderkennis, kennis omtrent details van de moord die nog niet in de media waren gepubliceerd.
Het Telegraaf Cold Case Team deed onderzoek naar deze zaak en dat leidde tot twijfel aan Hunniks daderschap. Pas in 2012 kwam een voor Hunnik ontlastend rapport van de Criminele Inlichtingen Eenheid uit 2004 boven tafel. Daarin werd een alternatief scenario voor de moord opgesteld, nadat zich in 2001 een informant bij de politie had gemeld die wel bleek te beschikken over daderkennis. In juli 2014 adviseerde de advocaat-generaal bij de Hoge Raad tot herziening van deze strafzaak. Op 26 mei 2015 oordeelde de Hoge Raad dat de strafzaak heropend moest worden. Op 30 mei 2016 eiste het Openbaar Ministerie de vrijspraak van Martien Hunnik. Deze vrijspraak kwam op 14 juni 2016 van het gerechtshof in Den Haag.
Rotterdamse carnavalsmoord (1984) Op een Antilliaans feest werd 'cocaïnekoning' Ismael Mambre doodgeschoten. Steve H. werd schuldig bevonden en veroordeeld tot 12 jaar cel. In 1989 bekende zijn halfbroer A. M. dat hij de dader was. De Hoge Raad wees een herzieningsverzoek toe.Hans Crombag, NRC 13 maart 2007
Zaanse paskamermoord (1984)
Op 30 november 1984 werd de 21-jarige verkoopster Sandra van Raalten dood aangetroffen in een paskamer van kledingboetiek Manouk in Zaandam. Zij was gekneveld en haar keel was doorgesneden. Sandra's sieraden en 250 gulden kasgeld waren verdwenen. Justitie geloofde niet in een roofmoord, maar beschouwde het als een uit de hand gelopen liefdesspel. Hiervoor werd de 36-jarige fietsenmaker Rob van Zaane tot 12 jaar met tbs veroordeeld. Twee jaar later werd Van Zaane in hoger beroep vrijgesproken wegens ondeugdelijk bewijs. Van Zaane heeft altijd ontkend iets met de moord te maken hebben gehad.
De werkelijke dader, Kemal Erol, werd in 2002 geïdentificeerd na DNA-onderzoek. Hij was echter al in 1993 overleden.Onderzoek Zaanse paskamermoord afgesloten (Openbaar Ministerie, 24 juli 2002)
Bejaardenverzorgster Ina Post (1986)
Ina Post was een Nederlandse bejaardenverzorgster, die in 1987 in hoger beroep werd veroordeeld wegens moord in 1986 op een van haar cliënten. Haar bekentenis kwam indertijd onder druk tot stand. Ze zat haar straf helemaal uit. De zaak Ina Post was tot maart 2008 in behandeling bij de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken (CEAS). Daarop werd de zaak heropend bij de Hoge Raad waarna in 2010 vrijspraak volgde.
Balpenaffaire (1991)
De zaak kwam rond 1995 uitgebreid in het nieuws. Een vrouw in Leiden was in 1991 dood in haar huis gevonden met een 14 centimeter lange Bic-balpen in haar rechter oogkas. Op het eerste gezicht was daar niets van te zien. In eerste instantie werd gedacht dat de vrouw gestruikeld was en daarbij de pen in haar oog kreeg, maar aan deze toedracht werd getwijfeld. In 1995 werd haar zoon aangehouden, omdat een psychotherapeute beweerde dat hij haar verteld had dat hij met een kruisboog zou hebben geschoten. In oktober 1995 werd de zoon veroordeeld wegens moord. Uitgebreide schietproeven toonden echter aan dat het onwaarschijnlijk was dat de vrouw zo vermoord zou kunnen zijn. Via een val zou de pen wel zonder zichtbare schade in het hoofd terechtgekomen kunnen zijn. Daarom werd de zoon in hoger beroep vrijgesproken.Blikopdewereld balpenmoord
Hendrik W. uit Almelo (1993) Op 22 januari 1993 was er tijdens een feest in Vriezenveen sprake van een steekpartij. Hendrik W. kreeg daarvoor op basis van verschillende getuigenverklaringen een celstraf van vijftien maanden conform de eis van de advocaat-generaal. Sindsdien voerde hij een strijd om zijn onschuld te bewijzen. Het slachtoffer van de steekpartij bleef langdurig in coma. Nadat het slachtoffer uit coma kwam schreef hij in een brief aan Hendrik W. dat waarschijnlijk een andere persoon had gestoken.