Van Teylingen, ook geschreven als Van Teijlingen, is een Nederlandse familie waarvan verschillende takken vanaf 1815 tot de Nederlandse adel behoorden. Het adellijke geslacht stierf in 1993 uit. De familie kwam in Rotterdam tot aanzien en bracht onder meer artsen, kooplieden, burgemeesters, bestuurders van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), militairen en juristen voort. Vanuit Rotterdam ontstonden vertakkingen in onder meer 's-Hertogenbosch, Gouda, Zeeland en Azië.
Geschiedenis
Oorsprong en familienaam De stamreeks begint met drie generaties van wie niet meer dan de voornamen bekend zijn. Van de vierde generatie is Willem Claes Jacobsz. bekend, die in 1525 wordt vermeld en vóór 27 juli 1531 overleed. Een zoon van hem, Claes Willemsz. Clinckebel (overleden 1574), werd raad in de vroedschap van Rotterdam.
De Rotterdamse archivaris Hermine Moquette beschouwde Claes Willemsz., bijgenaamd Clinckebel, als stamvader van het Rotterdamse geslacht Van Teylingen. Hij was apotheker in De Vergulde Vijzel en voerde een wapen dat overeenkomsten vertoonde met dat van oudere Van Teylingens. Van Claes zelf is volgens Moquette niet bekend dat hij de naam Van Teylingen gebruikte. Mogelijk deed zijn zoon Gregorius Nicolaesz., doctor in de medicijnen, dit al; zijn kleinzoon Nicolaes Gregoriusz., chirurgijn, gebruikte de familienaam in ieder geval.
Het geslacht moet worden onderscheiden van het middeleeuwse geslacht Van Teylingen. Een genealogisch verband daarmee is niet aangetoond.
De schrijfwijze van de familienaam varieerde. Naast Van Teylingen komt in historische bronnen Van Teijlingen voor, ook binnen dezelfde familielijn. Zo worden Diederik Gregorius en zijn vader Theodorus in de Utrechtse huwelijksregistratie van 1845 aangeduid als Van Teijlingen. Burgerlijke stand, toegang 481, inventarisnummer 956-01, huwelijksakte 259.
Rotterdamse regenten thumb|260px|Het Haringvliet in Rotterdam, omstreeks 1755–1761. Theodorus van Teylingen woonde aan deze haven.
In de zeventiende en achttiende eeuw behoorden verschillende Van Teylingens tot het Rotterdamse stadsbestuur. Gregorius van Teylingen (1653–1735) werd in 1692 lid van de vroedschap en bleef dat tot 1730. Tussen 1695 en 1727 was hij herhaaldelijk burgemeester. Van 1709 tot 1712 maakte hij bovendien deel uit van het college van de Admiraliteit op de Maze. Hij bleef ongehuwd.
Zijn neef Theodorus, ook Dirk genoemd (1689–1768), studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en promoveerde daar in 1711. Hij werd schepen en lid van de Rotterdamse vroedschap en was burgemeester in 1742, 1743 en 1746. In oktober 1748 werd hij vanwege zijn politieke opvattingen door de prins uit zijn stedelijke ambten ontzet.
Theodorus woonde aan het Haringvliet. De aankoop van een gedeelte van het bolwerk achter zijn huis leidde tot beschuldigingen dat hij het terrein op oneerlijke wijze had verkregen. Hij bestreed die aantijging in een openbare advertentie en loofde 6000 gulden uit voor degene die de beschuldiging kon bewijzen.
thumb|260px|Huwelijkspenning van Isaac van Teylingen en Geertruyda Johanna Bouwer uit 1788, met hun wapens. Collectie Museum Rotterdam.
Een zoon van Theodorus, Isaac van Teylingen (1735–1813), combineerde stedelijke bestuursfuncties met werkzaamheden voor de admiraliteit en de VOC. Hij was vanaf 1775 lid van de vroedschap en in 1793 en 1794 burgemeester. Na de politieke omwenteling van 1795 verloor hij zijn bestuursfuncties, maar in 1803 keerde hij terug in de gemeenteraad. Van 1808 tot 1810 was hij opnieuw burgemeester. Van 1804 tot zijn overlijden was hij dijkgraaf van Schieland.
Van 1780 tot de opheffing van de VOC in 1798 was Isaac bewindhebber namens de Kamer Rotterdam. Ook behoorde hij van 1775 tot 1810 tot de maecenaten van het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte. Zijn huwelijk met Geertruyda Johanna Bouwer werd herdacht met een penning die tevens als prijs voor Rotterdamse arme jeugd diende. Exemplaren van deze penning zijn onder meer bewaard in Museum Rotterdam.
Aziatische tak thumb|260px|Achttiende-eeuws gezicht op Negapatnam aan de Coromandelkust. Christiaan van Teylingen was er gouverneur en directeur van de VOC.
Een andere zoon van Theodorus en Angenita van Meel, Christiaan van Teylingen (1731–1780), maakte carrière bij de VOC in Azië. In 1762 werd hij in de VOC-administratie aangeduid als gouverneur en directeur van de Coromandelkust, met Negapatnam als bestuurszetel. VOC-archief, toegang 1.04.02, inventarisnummer 3078, pagina 118. Hij trouwde met Magdalena Wilhelmina Hester Kleybert.
Zijn bestuur kwam in 1765 abrupt ten einde. In het VOC-archief bevindt zich een afzonderlijk dossier betreffende zijn vertrek uit Coromandel. In stukken van de Raad van Negapatnam werd vastgelegd dat hij 's nachts was vertrokken zonder het gouvernement formeel aan zijn opvolger over te dragen. Inventarisnummer 11286: stukken betreffende de vlucht van Christiaan van Teylingen, gouverneur van Coromandel, 1765.
Christiaans zoon Theodorus van Teylingen (1760–1812) werd in Negapatnam geboren. Hij trouwde met Elisabeth Cornelia Schröter en was vervolgens werkzaam op Ceylon. Daar was hij verbonden aan de Mahabadde, het VOC-departement dat de kaneelproductie beheerde. Een stuk uit januari 1792 vermeldt hem bij afwezigheid van het hoofd van dit departement. VOC-archief, toegang 1.04.02, inventarisnummer 3923, pagina 381.
In 1793 werd Theodorus resident van Tegal aan de noordkust van Java. Een negentiende-eeuws overzicht van de hoofden van het gewestelijk bestuur van Tegal vermeldt hem vanaf 14 september 1793 als koopman en resident.
Tot de kinderen van Theodorus en Elisabeth Cornelia Schröter behoorde Diederik Gregorius van Teylingen, omstreeks 1798 geboren in Tegal. Hij trouwde op 25 juli 1845 in Utrecht met Marretje de Wilde (1809–1874), dochter van Johannes de Wilde en Johanna Maria van Medevoort en telg uit het geslacht De Wilde. Diederik Gregorius was toen weduwnaar van Cecilia Johanna Beillard. In de huwelijksakte wordt zijn geboorteplaats geschreven als Tagel in Oost-Indië.
Uit het huwelijk met Marretje de Wilde werd op 28 april 1846 in Utrecht Diederika Johanna van Teijlingen (1846–1880) geboren. Burgerlijke stand, toegang 481, inventarisnummer 712-01, geboorteakte 598. Zij overleed in 1880 te Amsterdam, 33 jaar oud. Vermelding op basis van een extract uit het sterfregister van de gemeente Amsterdam. Enkele maanden na haar geboorte, op 7 september 1846, overleed haar vader Diederik Gregorius in Hengelo in Overijssel. Zijn overlijdensakte noemt hem 48 jaar oud, geboren op Java en woonachtig te Utrecht. Burgerlijke stand, toegang 0123, inventarisnummer 7144, overlijdensakte 64.
Vertakkingen in Nederland
's-Hertogenbosch en Zeeland Diederik Gregorius van Teylingen (1720–1775), eveneens een zoon van Theodorus, vestigde zich in 's-Hertogenbosch. Hij werd er raad en schepen en was ontvanger van de convooien en licenten. Via zijn nakomelingen ontstond een Zeeuwse tak van de familie.
Tot deze tak behoorde Arnout Jacob van Teylingen (1813–1857). Hij begon zijn loopbaan bij de marine en was later onder meer ontvanger der rijksbelastingen, rentmeester van de Kroondomeinen in Zeeland, burgemeester van Oost- en West-Souburg, gemeenteraadslid van Middelburg en lid van Provinciale Staten van Zeeland.
Zijn dagboekaantekeningen uit de jaren 1845–1854 zijn bewaard gebleven en werden in 2021 gepubliceerd door Hendrik Struik. Het dagboek beschrijft zijn gezinsleven, gezondheid en reizen, maar geeft ook een beeld van het weer en de gevolgen daarvan voor de land- en tuinbouw op Walcheren. Een terugkerend thema is zijn protestantse geloofsbeleving.
Zijn zoon Cornelis Jacob Jan Arnout van Teylingen (1842–1920) was burgemeester, lid van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten van Zeeland en werd in 1897 in de Nederlandse adel verheven. Tot diens zoons behoorden Arnout Anthon van Teylingen (1866–1920), viceconsul van Rusland te Vlissingen, en Willem Zijphrid van Teylingen (1871–1948), burgemeester van Oostkapelle en Serooskerke en eveneens lid van Provinciale en Gedeputeerde Staten van Zeeland.
Gouda en Kamerik Diederik Gregorius van Teylingen (1752–1837), zoon van Jan van Teylingen en Elisabeth Selkart, werd in 1772 poorter van Gouda. Hij behoorde daar tot de stedelijke regenten en vervulde verschillende bestuurlijke functies. In 1793 en 1794 was hij burgemeester. In 1814 nam hij deel aan de Vergadering van Notabelen. Hij was heer van Kamerik en de beide Houtdijken.
Door erfenissen werden Van Teylingen en zijn echtgenote Sara Jacoba Becker mede-eigenaar van de Surinaamse plantages Siparipabo en Poelwijk, waar tot slaaf gemaakte mensen werkten. In 1804 bezat Van Teylingen vijf achtste van Siparipabo. Uit bewaard gebleven correspondentie blijkt dat hij vanuit Nederland bij het beheer van deze plantage betrokken was.
Opneming in de Nederlandse adel Een nakomeling van de Rotterdamse stamvader werd op 16 september 1815 verheven in de Nederlandse adel, waarmee hij en zijn nageslacht het predicaat jonkheer of jonkvrouw mochten voeren. Het betrof Diederik Gregorius van Teylingen (1752–1837), heer van Kamerik en de beide Houtdijken. In 1836 volgde de verheffing van Diederik Gregorius van Teylingen (1784–1862) uit de Zeeuwse tak en in 1897 die van Cornelis Jacob Jan Arnout van Teylingen (1842–1920).
De in 1815 verheven tak stierf in 1900 uit en de in 1897 verheven tak in 1971. De in 1836 verheven tak eindigde in 1993 met het overlijden van jhr. Diederik Gregorius van Teylingen (1902–1993), de laatste mannelijke telg van het adellijke geslacht.
Wapen Het familiewapen bestaat uit een gouden schild met een rode leeuw, blauw getongd en genageld, waarover een barensteel met drie hangers is geplaatst. Bij de verschillende adellijke takken komt de barensteel in verschillende tincturen voor. Het helmteken bestaat uit een uitkomende rode leeuw; als schildhouders worden twee omziende rode leeuwen gevoerd.
Een historisch voorbeeld van het wapen dat vóór de adelsverheffingen werd gevoerd, is het wapen van Isaac van Teylingen op een blad met negen wapens van leden van de Rotterdamse vroedschap. De prent behoort tot de collectie van het Rijksmuseum.
Enkele telgen De onderstaande genealogische selectie bouwt voort op de in Nederland's Adelsboek gepubliceerde stamreeks. Naast de adellijke takken zijn enkele Rotterdamse regenten en de Aziatische familietak opgenomen om de onderlinge samenhang zichtbaar te maken. Niet alle kinderen en huwelijkspartners zijn weergegeven. De voornaamcombinatie Diederik Gregorius kwam in verschillende takken en generaties herhaaldelijk voor.
Claes Willemsz. Clinckebel (van Teylingen) (overleden 1574), apotheker en raad in de vroedschap van Rotterdam. dr. med. Gregorius Nicolaesz. Clinckebel, gezegd van Teylingen (ca. 1536–1580/1581), arts; trouwde met Antonia Jorisdr. 't Hooft. mr. Nicolaes Gregoriusz. van Teylingen, ook Nicolaes Vigilantius (1579–1620), chirurgijn, hoofdman van het chirurgijnsgilde en schout van Hillegersberg; trouwde in 1604 met Anna Meuyt. Nicolaes van Teylingen (ca. 1610–1668), koopman; trouwde in 1642 met Maria van der Burch. Gregorius van Teylingen (1653–1735), burgemeester van Rotterdam en lid van de Admiraliteit op de Maze; bleef ongehuwd. Dirk van Teylingen (1656–1734), wijnkoper en schepen van Schieland; trouwde in 1689 met Anna Bosch. mr. Dirk (Theodorus) van Teylingen (1689–1768), raad, schepen en burgemeester van Rotterdam; trouwde in 1719 met Angenita van Meel. mr. Diederik Gregorius van Teylingen (1720–1775), raad en schepen van 's-Hertogenbosch en ontvanger van de convooien en licenten; trouwde in 1746 met Cornelia Leers. mr. Arnout van Teylingen (1751–1802), raad en schepen van 's-Hertogenbosch; trouwde in 1773 met Catharina Jacoba de Mey. Jacob Jan van Teylingen (1780–1822); trouwde in 1810 met Anthonia Catharina de Bruyn.