Het parelgras-beukenbos (Melico-Fagetum) is een associatie uit het beuken-verbond (Fagion sylvaticae). De associatie is een bosplantengemeenschap die voorkomt op voedselrijke, kalkhoudende lemige bodems, en gekenmerkt wordt door de dominantie van beuk en een zeer diverse voorjaarsflora.

Naamgeving en codering Synoniemen Hordelymo-Fagetum Frans: Hêtraie à Mélique Duits: Perlgras-Buchenwald EUNIS 2007-code: G1.63: Medio-European neutrophile beech forests Natura2000-habitattypecode (EU-code): H9130 BWK-karteringscode: fm

De wetenschappelijke naam Melico-Fagetum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk eenbloemig parelgras (Melica uniflora) en beuk (Fagus sylvatica).

Fysiognmomie Het parelgras-beukenbos is een hoog opgaand loofbos. De struiklaag is matig ontwikkeld, met een groot aandeel van hazelaar. De kruidlaag kan bijzonder soortenrijk zijn en telt vooral veel voorjaarsbloeiers, terwijl de moslaag minder opvallend aanwezig is.

Ecologie Het parelgras-beukenbos omvat oude, zeer structuur- en soortenrijke bossen, kenmerkend voor droge tot matig natte stenige en kalkhoudende leembodems, met een pH-neutrale bodem en een goed verteerbare, sterk gemineraliseerde humuslaag.

Biogeografie Het parelgras-beukenbos heeft een Centraal-Europees verspreidingsgebied.

In Nederland komt het niet voor. In Vlaanderen komt het fragmentarisch voor in de Voerstreek, de Vlaamse Ardennen, het Hallerbos en het Park van Tervuren in de regio Brussel.

Diagnostische taxa voor Vlaanderen thumb|150px|Beuk thumb|150px|Gewone es thumb|150px|Haagbeuk thumb|150px|right|Hazelaar thumb|150px|right|Klimop thumb|150px|right|Eenbloemig parelgras thumb|150px|Lievevrouwebedsto thumb|150px|right|Wrangwortel thumb|150px|right|Ruig klokje thumb|150px|right|Spekwortel thumb|150px|right|Vogelnestje

Het parelgras-beukenbos heeft voor Vlaanderen geen specifieke kensoorten, enkel een aantal indicatieve kensoorten.

In de boomlaag zijn de beuk, de gewone es en de zomereik frequent voorkomend. De beuk is dikwijls de dominante boomsoort.

De struiklaag is divers, met vooral hazelaar frequent voorkomend en abundant, met daarnaast eenstijlige meidoorn, rode kornoelje en Spaanse aak.

De kruidlaag is zeer divers, met talrijke soorten die ook in het eiken-haagbeukenbos voorkomen. Typische soorten voor het parelgras-beukenbos zijn het naamgevende eenbloemig parelgras en het lievevrouwebedstro, die echter niet steeds voorkomen.

In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor het parelgras-beukenbos in Vlaanderen.

Boomlaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking > 80% gewone es Fraxinus excelsior > 40% beuk Fagus sylvatica > 40% zomereik Quercus robur > 20% tamme kastanje Castanea sativa > 20% haagbeuk Carpinus betulus > 20% Noorse esdoorn Acer platanoides > 20% zoete kers Prunus avium gewone esdoorn Acer pseudoplatanus

Struiklaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking > 40% hazelaar Corylus avellana > 40% eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna > 40% rode kornoelje Cornus sanguinea > 40% Spaanse aak Acer campestre > 20% eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna > 20% gewone vlier Sambucus nigra > 20% Gelderse roos Viburnum opulus > 20% bosroos Rosa arvensis > 20% wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus

Kruidlaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking > 80% klimop Hedera helix > 60% gevlekte aronskelk Arum maculatum > 60% geel nagelkruid Geum urbanum > 60% grote brandnetel Urtica dioica > 60% boskortsteel Brachypodium sylvaticum > 60% gewone braam Rubus fruticosus > 40% robertskruid Geranium robertianum > 40% kleefkruid Galium aparine > 40% bosrank Clematis vitalba > 20% groot heksenkruid Circaea lutetiana > 20% kruisbes Ribes uva-crispa > 20% look-zonder-look Alliaria petiolata > 20% bosandoorn Stachys sylvatica > 20% gele dovenetel Galeobdolon luteum > 20% heelkruid Sanicula europaea > 20% muurhavikskruid Hieracium murorum > 20% muursla Mycelis muralis > 20% grote veldbies Luzula sylvatica > 20% schaduwgras Poa nemoralis > 20% gewone hennepnetel Galeopsis tetrahit > 20% gespleten hennepnetel Galeopsis bifidus > 20% dauwbraam Rubus caesius lievevrouwebedstro Galium odoratum eenbloemig parelgras Melica uniflora wrangwortel Helleborus viridis ruig klokje Campanula trachelium spekwortel Tamus communis amandelwolfsmelk Euphorbia amygdaloides boszegge Carex sylvatica donkersporig bosviooltje Viola reichenbachiana bosgierstgras Milium effusum gewone salomonszegel Polygonatum multiflorum bosanemoon Anemone nemorosa witte klaverzuring Oxalis acetosella wilde hyacint Hyacinthoides non-scripta vogelnestje Neottia nidus-avis

Moslaag

geen kentaxa

Biologische Waarderingskaart In de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat deze associatie bekend als beukenbos met parelgras en lievevrouwebedstro (fm).

Het betreft vooral oude bossen op rijke, kalkhoudende leembodems met een sterk gemineraliseerde humuslaag, gekenmerkt door een zeer rijke voorjaarsflora gedomineerd door lievevrouwebedstro en eenbloemig parelgras. De boomlaag bestaat vooral uit beuk.

Dit vegetatietype staat gewaardeerd als 'Biologisch zeer waardevol'.

Zie ook Lijst van bosgemeenschappen in Nederland Atlantische gemengde bossen Bosflora

Parelgras-beukenbos Categorie:Bos