Het vogelkers-essenbos (Pruno-Fraxinetum) is een associatie uit het verbond van els en vogelkers (Alno-Padion). Het is een bosplantengemeenschap die voorkomt op vlakke plaatsen langs beken en kleine rivieren, die onder invloed staan van kwelwater of min of meer regelmatig overstromen.
Ze wordt gekenmerkt door een zeer goed ontwikkelde en soortenrijke boom-, struik- en kruidlaag met voorjaarsbloeiers en ruigtekruiden in de zomer.
Deze associatie komt in Vlaanderen en Nederland verspreid maar vrij algemeen voor.
Naamgeving en codering Synoniemen Pruno padi-Fraxinetum Frans: Frênaie marécageuse Duits: Traubenkirschen-Erlen-Eschenwald Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r46Aa05 BWK-karteringscodes: va, vf
De wetenschappelijke naam Pruno-Fraxinetum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk gewone vogelkers (Prunus padus) en gewone es (Fraxinus excelsior).
Fysiognomie Het vogelkers-essenbos is een hoog opgaand loofbos met een duidelijke gelaagdheid. De boom- en struiklaag zijn goed ontwikkeld en soortenrijk, de kruidlaag kent net als bij het eiken-haagbeukenbos veel voorjaarsbloeiers. In de zomer gaan vooral ruigtekruiden die typerend zijn voor de klasse van nitrofiele zomen overheersen. Ook lianen zijn veelvuldig aanwezig.
Ecologie Het vogelkers-essenbos komt vooral voor op vlakke delen van beekdalen met invloed van kwel- of beekwater. De bodem bestaat meestal uit lemig zand, soms uit keileem of potklei, en is meestal eutroof en basenrijk. Aanrijking en bodemverjonging gebeurt onder de invloed van kwelwater, of door de regelmatige overstromingen. In de zomer ligt de bodemwaterspiegel tot wel 1,5 m onder het maaiveld, waardoor er geen veenvorming optreedt. Het bodemwater is niet lang stagnerend, maar stromend meestal lateraal. Sedimentatie is beperkt.
Successie Het vogelkers-essenbos ontwikkelt zich spontaan uit graslanden van het dotterbloem-verbond wanneer het beheer daarvan wegvalt. Het kan er mits terug opnemen van dat beheer naar terugkeren. Zo niet, dan zal het na verloop van tijd ontwikkelen naar een eiken-haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum).
Biogeografie Het verspreidingsgebied van het vogelkers-essenbos strekt zicht uit over de laaglanden en heuvellanden van West- en Centraal-Europa.
In Nederland is het vogelkers-essenbos onder de voedselrijke bossen het meest verspreid. Ze is opvallend aanwezig in de IJsselvallei, en verder in alle beekdalen in Zuid-, Midden- en Oost-Nederland. In West-Nederland wordt het aangetroffen aan de binnenduinrand en langs de grote rivieren.
In Vlaanderen komt het vogelkers-essenbos verspreid voor over gans het gebied, met uitzondering van de Belgische kust, De Polders en de Kempen. Het zwaartepunt ervan ligt in de Leemstreek (vooral in Oost-Vlaanderen en Vlaams Brabant) en in de alluviale valleien langs kleinere waterlopen.
Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen thumb|150px|right|Gewone es thumb|150px|right|Zomereik thumb|150px|right|Zwarte els thumb|150px|right|Hazelaar thumb|150px|Eenstijlige meidoorn thumb|150px|Wilde lijsterbes thumb|150px|right|Klimop thumb|150px|right|Bosanemoon thumb|150px|right|Bosandoorn thumb|150px|right|Gewone salomonszegel thumb|150px|right|Grote brandnetel thumb|150px|right|Geel nagelkruid thumb|150px|right|Hondsdraf
Het vogelkers-essenbos heeft in Vlaanderen en Nederland geen bruikbare kensoorten, het knikkend nagelkruid en de bosmuur zijn er te zeldzaam.
In de boomlaag zijn de belangrijkste soorten gewone es, zomereik en zwarte els. De struiklaag bevat meestal hazelaar, eenstijlige meidoorn, wilde lijsterbes, Gelderse roos en gewone vogelkers.
De ondergroei omvat de meeste kensoorten van de klasse, voornamelijk de klimop en de voorjaarsbloeiers bosanemoon, bosandoorn en gewone salomonszegel, en verder een aantal nitrofiele soorten als grote brandnetel, hondsdraf, kleefkruid en geel nagelkruid, wijzend op betrekkelijke voedselrijkdom in de bodem.
Naast klimop komen ook de hop (plant) en wilde kamperfoelie als lianen voor.
De moslaag is weinig ontwikkeld met gewoon sterrenmos als belangrijkste soort.
De associatie kan onderscheiden worden van het sterk verwante goudveil-essenbos door de aanwezigheid van onder andere gewone vogelkers, gewone vlier en wilde kamperfoelie in de struiklaag, en ruwe smele, gewone salomonszegel, gewone braam, grote muur, rietgras en dalkruid in de kruidlaag.
In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor het vogelkers-essenbos in Nederland en Vlaanderen.
Boomlaag Kentaxon Differentiërend taxon Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kV > 20% gewone esdoorn Acer pseudoplatanus kK > 70% gewone es Fraxinus excelsior kK > 20% zoete kers Prunus avium > 60% zomereik Quercus robur > 60% zwarte els Alnus glutinosa > 20% beuk Fagus sylvatica
Struiklaag Kentaxon Differentiërend taxon Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kV dA > 40% gewone vogelkers Prunus padus t.o.v. het goudveil-essenbos kK > 30% aalbes Ribes rubrum > 70% hazelaar Corylus avellana > 50% eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna > 50% wilde lijsterbes Sorbus aucuparia > 40% Gelderse roos Viburnum opulus > 30% wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus dA > 30% gewone vlier Sambucus nigra t.o.v. het goudveil-essenbos > 30% rode kornoelje Cornus sanguinea > 20% sleedoorn Prunus spinosa
Kruidlaag Kentaxon Differentiërend taxon Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kA knikkend nagelkruid Geum rivale kA bosmuur Stellaria nemorum kV > 30% reuzenzwenkgras Festuca gigantea kV > 30% dagkoekoeksbloem Silene dioica kV > 10% bloedzuring Rumex sanguineus kK > 70% klimop Hedera helix kK > 60% bosanemoon Anemone nemorosa kK > 50% bosandoorn Stachys sylvatica kK dA > 50% gewone salomonszegel Polygonatum multiflorum t.o.v. het goudveil-essenbos kK > 40% schaduwgras Poa nemoralis kK > 30% knopig helmkruid Scropularia nodosa kK > 30% groot heksenkruid Circaea lutetiana kK > 30% gewoon speenkruid Ficaria verna kK > 20% kruipend zenegroen Ajuga reptans kK > 10% gevlekte aronskelk Arum maculatum kK > 10% grote keverorchis Neottia ovata kK > 10% gulden boterbloem Ranunculus auricomus kK zwartblauwe rapunzel Phyteuma spicatum subsp. spicatum > 70% grote brandnetel Urtica dioica > 60% hondsdraf Glechoma hederacea dA > 60% ruwe smele Deschampsia cespitosa t.o.v. het goudveil-essenbos > 50% drienerfmuur Moehringia trinervia dA > 50% wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum t.o.v. het goudveil-essenbos > 50% kleefkruid Galium aparine > 50% geel nagelkruid Geum urbanum > 40% zevenblad Aegopodium podagraria dA > 40% gewone braam Rubus fruticosus t.o.v. goudveil-essenbos > 40% robertskruid Geranium robertianum > 40% gewone hennepnetel Galeopsis tetrahit > 40% wijfjesvaren Athyrium filix-femina > 40% moerasspirea Filipendula ulmaria > 40% hop Humulus lupulus dA > 30% grote muur Stellaria holostea t.o.v. goudveil-essenbos dA rietgras Phalaris arundinacea t.o.v. het goudveil-essenbos dA dalkruid Maianthemum bifolium t.o.v. het goudveil-essenbos
Moslaag Kentaxon Differentiërend taxon Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kK > 10% gerimpeld boogsterrenmos Plagiomnium undulatum kK > 10% geplooid snavelmos Eurhynchium striatum > 30% gewoon sterrenmos Mnium hornum > 30% fijn laddermos Kindbergia praelonga
Biologische Waarderingskaart In de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat deze associatie, samen met het verwante essen-iepenbos, bekend als alluviaal elzen-essenbos (va).
Het komt voor als volwaardige bossen in alluviale valleien op zware, matig vochtige to matig natte, lemige of zandlemige bodems en als lintvormig landschapselement langs bronbeken in de vorm van houtkanten. Deze bossen werden in het verleden dikwijls beheerd als hakhout, maar zijn tegenwoordig dikwijls ingeplant met canadapopulier.
Het alluviaal elzen-essenbos staat gewaardeerd als 'Biologisch zeer waardevol'.
Fotogalerij
Zie ook Lijst van bosgemeenschappen in Nederland Atlantische gemengde bossen Bosflora
Vogelkers-essenbos Categorie:Bos