Het essen-iepenbos (Fraxino-Ulmetum) is een associatie uit het verbond van els en vogelkers (Alno-Padion). De associatie omvat eutrafente loofbossen die in natuurlijke omstandigheden voorkomen op min of meer regelmatig overstroomde komgronden langs de grote rivieren, maar tegenwoordig vooral in parkbossen en essenhakhoutbossen. Het essen-iepenbos wordt beschouwd als de centrale associatie van het bovenliggende verbond.
Naamgeving en codering Synoniemen Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r46Aa02
De wetenschappelijke naam Fraxino-Ulmetum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk de boomsoorten gewone es (Fraxinus excelsior) en gladde iep (Ulmus minor). De Nederlandse triviale naam van de associatie is in dit geval als letterlijke vertaling van de wetenschappelijke associatienaam op te vatten.
Fysiognomie thumb|Het essen-iepenbos is veelal zeer dicht, weelderig en rijkelijk gelaagd. Het essen-iepenbos is fysiognomisch enigszins variabel. Het zijn weelderige loofbossen die zeer hoog kunnen worden, en zowel een goed ontwikkelde boom-, struik-, kruid- en moslaag hebben. In bossen waar de iepenziekte heeft toegeslagen, kan het bos zeer open zijn en de struiklaag zeer dicht en weelderig, met veel lianen. Essenhakhoutbossen zijn eerder dicht en laagblijvend, en staan bekend om hun rijkdom aan epifytische mossen. De associatie komt zowel vlakdekkend als lintvormig in het landschap voor.
Ecologie Het essen-iepenbos ontwikkelt zich op eutrofe zavel- en kleigronden die zelden overstromen of op een andere manier met nutriënten en basen worden verrijkt. Vaak gaat om het standplaatsen in de buurt van rivieren of beken. De bodems zijn jong en weinig gedifferentieerd, kalkrijk (2%–5% kalk) en basisch (pH van In de regel zijn dit vochtiger plaatsen dan die waarop het abelen-iepenbos wordt gevonden.
Het wordt in natuurlijke omstandigheden aangetroffen in de alluviale komgronden langs grote rivieren, maar goed ontwikkelde voorbeelden van oud alluviaal bos zijn in onze streken praktisch verdwenen. Dergelijke gronden zijn immers al sinds lange tijd in cultuur gebracht, en de restanten zijn zeer sterk verstoord door drainage en inplanting met canadapopulier.
In meer door de mens gecreëerde omstandigheden vindt men het essen-iepenbos in oude parkbossen, in essenhakhoutbossen en (als schermbos) langs autosnelwegen.
Het essen-iepenbos ontwikkelt zich spontaan uit struwelen van de associatie van sleedoorn en eenstijlige meidoorn (Pruno-Crataegetum). Wanneer de bodem niet regelmatig overstroomt zal het bos verder evolueren, op lichte bodems waarschijnlijk naar beuken-eikenbos (Fago-Quercetum), op zwaardere bodems naar eiken-haagbeukenbos (Stellario-Carpinetum).
Subassociaties in Nederland en Vlaanderen In de vegetatiekundige vakliteratuur komen nogal uiteenlopende opvattingen voor aangaande een nadere indeling van het essen-iepenbos in subassociaties. In Nederland en Vlaanderen wordt de associatie in de meeste gevallen onderverdeeld een tweetal of zelfs drietal subassociaties. Binnen de Revisie Vegetatie van Nederland hanteert men (evenals in de De vegetatie van Nederland) slechts twee subassociaties.
Typische subassociatie De typische subassociatie (Fraxino-Ulmetum typicum) is vrij negatief gekenmerkt. Dit syntaxon wordt vooral vertegenwoordigd door de relatief jongere essen-iepenbossen op zee- en rivierklei. Een groot deel van de polderbossen die oorspronkelijk ontstonden door bebossing op de Zuiderzeepolders heeft zich recent ontwikkeld tot deze gemeenschap. De enige zwak differentiërende taxa voor deze subassociatie zijn look-zonder-look en grote vossenstaart. In vergelijking met de subassociatie met sneeuwklokje bereikt zwarte els binnen de typische subassociatie aanzienlijk hogere presentie- en bedekkingswaarden. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r46Aa02a.
Subassociatie met sneeuwklokje Een subassociatie met sneeuwklokje (Fraxino-Ulmetum galanthetosum) wordt gekenmerkt door het in het voorjaar op de voorgrond treden van stinsenplanten. Tot de differentiërende taxa behoren gewoon sneeuwklokje, Italiaanse aronskelk en witte paardenkastanje. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r46Aa02b.
Elzenrijk essen-iepenbos Het elzenrijk essen-iepenbos of vochtig essen-iepenbos (Fraxino-Ulmetum alnetosum) is een subassociatie met een hoge abundantie van zwarte els (Alnus glutinosa) in de boomlaag en opvallend veel moerasplanten in de ondergroei. Schietwilg geldt als differentiërende soort. Dit bostype is typisch voor natte tot zeer natte standplaatsen met een continue hoge grondwaterspiegel, veelal op een ondergrond van zware klei, langs de rand van het rivierdal. Periodiek kunnen deze bossen zelfs volledig onder water staan. Deze subassociatie wordt niet binnen de rVvN onderscheiden.
Vegetatiezonering In de vegetatiezonering maakt het essen-iepenbos bij haar bosrand veelal contact met mantelgemeenschappen uit de sleedoorn-orde, of zoomgemeenschappen uit de klasse van nitrofiele zomen. Daarnaast kan het essen-iepenbos ook direct in contact worden aangetroffen met graslandgemeenschappen uit de glanshaver-orde. In de vegetatiezonering van het natuurlijke landschap gaat het essen-iepenbos aan de lagere kant (richting de rivier) over in gemeenschappen uit de klasse van wilgenvloedbossen en -struwelen.
Microgemeenschappen Op de bast van de bomen en struiken in het essen-iepenbos komen vaak epifytische cryptogamengemeenschappen uit de kringmos-klasse voor. Een bijzondere associatie uit deze klasse is de touwtjesmos-associatie, die zeer typerend en goed ontwikkeld is in oude hakhoutvormen van het essen-iepenbos.
Biogeografie Het verspreidingsgebied van het essen-iepenbos strekt zicht uit over het noorden van West- en Centraal-Europa, van Midden-Frankrijk tot in Polen.
In Nederland vinden we dit bostype vooral in het fluviatiel district en in de duinen. Parkbossen van dit type vindt men in Nederland in de Betuwe, langs de Utrechtse Vecht, op Walcheren en in het zeekleigebied in Friesland en Groningen. Essenhakhout wordt nog aangetroffen in het Utrechtse rivierengebied en in de binnenduinrand.
In Vlaanderen zijn nauwelijks nog voorbeelden van oud alluviaal bos. De essen-iepenbossen die nog voorkomen in het Brabants en Vlaams district langs rivieren en beken op leembodems, zijn van recentere aard.
Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor het essen-iepenbos in Nederland en Vlaanderen.
Boomlaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking verbondskentaxa Prunus padus Acer pseudoplatanus klassekentaxa Fraxinus excelsior begeleidende taxa Ulmus minor Quercus robur Alnus glutinosa differentiërend voor de subassociatie met sneeuwklokje Salix alba differentiërend voor de elzenrijke subassociatie Fagus sylvatica Struiklaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking klassekentaxa Prunus padus begeleidende taxa Crataegus monogyna Sambucus nigra Euonymus europaeus Corylus avellana sleedoorn Prunus spinosa Kruidlaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking associatiekentaxa Geranium phaeum verbondskentaxa Rumex sanguineus Silene dioica Festuca gigantea klassekentaxa binnen de formatie Hedera helix Stachys sylvatica binnen de formatie Circaea lutetiana binnen de formatie Arum maculatum Ribes rubrum begeleidende taxa differentiërend Geranium robertianum Moehringia trinervia Ranunculus auricomus Galanthus nivalis differentiërend Arum italicum differentiërend Corydalis cava differentiërend Tulipa sylvestris differentiërend Moslaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking klassekentaxa geplooid snavelmos Eurhynchium striatum Plagiomnium undulatum begeleidende taxa fijn laddermos Kindbergia praelonga gewoon dikkopmos Brachythecium rutabulum struikmos Thamnobryum alopecurum kleivedermos Fissidens taxifolius kleisnavelmos Oxyrrhynchium hians klein snavelmos Microeurhynchium pumilum haarspitsmos Cirriphyllum piliferum
Biologische Waarderingskaart In de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat deze associatie, samen met het verwante vogelkers-essenbos, bekend als alluviaal elzen-essenbos (va).
Het komt voor als volwaardige bossen in alluviale valleien op zware, matig vochtige tot matig natte, lemige of zandlemige bodems en als lijnvormige elementen langsheen bronbeken in de vorm van houtkanten. Deze bossen werden in het verleden dikwijls beheerd als hakhout, maar zijn tegenwoordig dikwijls ingeplant met canadapopulier.
Het alluviaal elzen-essenbos staat gewaardeerd als 'Biologisch zeer waardevol'.
Fotogalerij
Zie ook Lijst van bosgemeenschappen in Nederland Atlantische gemengde bossen Bosflora
Externe links Essen-iepenbos op Ecopedia Essen-iepenbos op Flora van Nederland
Essen-iepenbos Categorie:Bos