De blauwvintonijn (Thunnus thynnus) is een straalvinnige vis uit de orde van de baarsachtigen (Perciformes) en de familie makrelen (Scombridae). De blauwvintonijn is de grootste en tevens een van de bekendste soorten tonijnen (geslacht Thunnus). Ze kunnen maximaal 5 meter lang worden en 684 kilogram wegen, al is 485 kg meer gemiddeld.
De blauwvintonijn komt voor in zowel het noorden als de zuidelijke delen van de Atlantische Oceaan. In de Middellandse Zee komt de blauwvintonijn eveneens voor, hier is het belangrijkste paaigebied gelegen.
De blauwvintonijn wordt beschouwd als een van de hoogst ontwikkelde vissen vanwege het gestroomlijnde lichaam, de bijzondere lichaamsaanpassingen om warmte vast te houden zoals het aangepaste hart en het vermogen om zeer snel te zwemmen. De lichaamskleur is hoofdzakelijk blauw, de staartvin is zwart en de buikvinnen en kleine vinnen op de staart zijn geel van kleur. De blauwvintonijn kan door het vasthouden van lichaamswarmte zeer snel en langdurig zwemmen waardoor grote afstanden kunnen worden afgelegd. Jonge blauwvintonijnen blijven bij elkaar en vormen scholen. De volwassen exemplaren kunnen tientallen jaren oud worden.
De blauwvintonijn leeft voornamelijk van vissen en andere dieren. De tonijn valt zelf ten prooi aan grotere roofdieren zoals de orka. Het is een van de bekendste vissoorten die commercieel wordt gevangen voor menselijke consumptie.De blauwvintonijn werd als gevolg van langdurige overbevissing door de mens gezien als een bedreigde diersoort. Sinds 2021 wordt de soort als niet meer bedreigd beschouwd.
Naamgeving en taxonomie thumb|260px|Een tekening van de blauwvintonijn (boven) en een zwaardvis, uit het scheepslogboek van het VOC- schip Gelderland. De tekening is gemaakt door Joris Joostensz Laerle tussen 1601 en 1603. De bekendste Nederlandstalige namen voor deze soort zijn gewone tonijn en blauwvintonijn. Daarnaast worden andere namen wel gebruikt, zoals gewone blauwvintonijn, Atlantische blauwvintonijn en reuzentonijn. De bekendste Nederlandstalige naam blauwvintonijn slaat op de vinnen, die blauwgrijs zijn en niet geel zoals die van verwante soorten tonijnen.In de Engelse taal wordt de blauwvintonijn wel aangeduid met horse mackerel; wat letterlijk 'paarden-makreel' betekent. Deze naam wordt in de Engelse taal ook voor verschillende andere vissen gebruikt die niet direct verwant zijn, zoals horsmakrelen en het niet-verwante loodsmannetje (Naucrates ductor).
De wetenschappelijke naam van de blauwvintonijn werd voor het eerst gepubliceerd door Carl Linnaeus in 1758. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Scomber Thynnus gebruikt. Deze naam is niet geheel correct aangezien de soortnaam thynnus met een kleine letter zou moeten worden geschreven.
De oorspronkelijke geslachtsnaam Scomber is afkomstig van het woord voor makreel in het klassieke Latijn scomber,Wageningen, J. van & Muller, F. (1921). Latijnsch woordenboek. (3de druk). Groningen/Den Haag: J.B. Wolters’ Uitgevers-Maatschappij met als nevenvorm scombrus.Saalfeld, G.A.E.A. (1884). Tensaurus Italograecus. Ausführliches historisch-kritisches Wörterbuch der Griechischen Lehn- und Fremdwörter im Lateinischen. Wien: Druck und Verlag von Carl Gerold's Sohn, Buchhändler der Kaiserl. Akademie der Wissenschaften. Het is een leenwoord uit het Oudgrieks voor de makreel, namelijk σκόμβρος skómbros. In 1896 werd de blauwvintonijn voor het eerst beschreven als Thunnus thynnus door de biologen Jordan en Evermann die de geslachtsnaam Thunnus introduceerden. De blauwvintonijn is later beschreven onder de namen Thynnus thynnus, Thunnus vulgaris en Albacora thynnus.
De huidige naam van het geslacht Thunnus (tonijnen) is afgeleid van het woord voor tonijn uit het klassieke Latijn, namelijk thunnusLewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press. met de nevenvorm thynnus. Dit Latijnse woord is een leenwoord uit het Oudgrieks, θύννος, dat eveneens tonijn betekent.Muller, F. (1932). Grieksch woordenboek. (3de druk). Groningen/Den Haag/Batavia: J.B. Wolters’ Uitgevers-Maatschappij N.V.Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press. Meerdere bronnen wijzen op een mogelijk verband met θύνω,Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Auflage). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung. zich onstuimig bewegen/voorstormen, verwant met het Sanskriet dhȗnana-m,Lewy, H. (1895). Die Semitischen Fremdwörter im Griechischen. Berlin: R. Gaertners Verlagsbuchhandlung Hermann Heyfelder. met de betekenis schudden, heen en weer bewegen. Andere bronnen zetten vraagtekens bij deze mogelijke herkomst van θύνω. Anderzijds kan θύννος afgeleid zijn van het woord tannīn,Klein, E. (1971). A comprehensive etymological dictionary of the English language. Dealing with the origin of words and their sense development thus illustration the history of civilization and culture. Amsterdam: Elsevier Science B.V. het Hebreeuwse woord voor zeemonster,, groot waterdier, walvis, of haai.
De Nederlandse naam tonijn zou afkomstig zijn van het Oudfranse woord tonine, of t(h)onnin,Vries, J. de, Tollenaere, F. de & Persijn, A.J. (1993). Etymologisch woordenboek (18de druk). Utrecht: Uitgeverij Het Spectrum B.V. het Italiaanse tonnina of het Spaanse tonína. De vormen zijn te herleiden naar het middeleeuws-latijnse tunina.Veen, P.A.F. van, Sijs, N. van der (1997). Etymologisch woordenboek. De herkomst van onze woorden. Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie. afgeleid van Latijn tunnus, een nevenvorm van thynnus.Körting, G. (1901). ‘’Lateinisch-Romanisches Wörterbuch.’’ (Zweite Auflage). Paderborn: Verlag Ferdinand Schöningh. In de Middeleeuwen kwamen meerdere vormen in het Latijn voor als thunnina, tonnina, tonina en tynnina.Niermeyer, J.F. (1976). Mediae Latinitatis lexicon minus.Lexique Latin médiéval-Français/Anglais. A medieval Latin-French/English dictionary. Leiden: E.J. Brill.
Naast de hier besproken (gewone) blauwvintonijn zijn er twee andere tonijnsoorten die blauwvintonijn worden genoemd. Dit zijn de zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii) en de 'Pacifische' blauwvintonijn Thunnus orientalis, deze laatste soort heeft geen officiële Nederlandstalige naam.
Indeling De blauwvintonijn behoort tot de familie van de makrelen (Scombridae) en het geslacht echte tonijnen (Thunnus). Ook soorten uit andere geslachten van de familie makrelen worden 'tonijn' genoemd en de naam is dus niet specifiek voor het geslacht.
De familie van makrelen bestaat uit 55 soorten die verder verdeeld zijn in 15 geslachten. Sommige geslachten zijn monotypisch, ze worden vertegenwoordigd door slechts een enkele soort. Een voorbeeld is het geslacht van de gestreepte tonijnen (Katsuwonus) waartoe enkel de echte bonito of gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) behoort. Makrelen hebben een vergelijkbare lichaamsbouw, het zijn allemaal snelle vissen die overal ter wereld voorkomen. Een relatief groot aantal soorten is van commercieel belang voor de visserij.
Vroeger werden er twee ondersoorten erkend: Thunnus thynnus thynnus en Thunnus thynnus orientalis. Deze laatste ondersoort werd later als een aparte soort erkend; Thunnus orientalis. Deze soort leeft niet in de Atlantische maar in de Grote Oceaan.
Verspreiding en habitat thumb|260px|De blauwvintonijn keert steeds terug naar de paaigebieden, afgebeeld zijn paaiende dieren in de wateren bij de Balearen.
De blauwvintonijn komt voornamelijk voor in de Atlantische Oceaan maar delen van het verspreidingsgebied liggen in andere zeeën. De vis komt voor van het zuidelijkste deel van de Atlantische oceaan tot noorden van Ierland en zelden tot IJsland aan de oostkust. Ook nabij Groenland werd in zeldzame gevallen blauwvintonijn waargenomen. De blauwvintonijn is ook te vinden in delen van de Noordzee en de gehele Middellandse Zee. Aan de oostkust van het Amerikaanse continent is de tonijn te vinden van grofweg Newfoundland in het noorden tot het uiterste zuidelijke puntje van Zuid-Amerika in het zuiden.In de Kaspische Zee en de Zwarte Zee wordt de soort beschouwd als uitgestorven. Vaak wordt ook vermeld dat de blauwvintonijn ook in de Grote Oceaan voorkomt. Dit is echter een vergissing, het gaat om de soort Thunnus orientalis. Deze soort werd vroeger wel als een ondersoort van de blauwvintonijn gezien (Thunnus thynnus orientalis), maar tegenwoordig wordt dit niet meer erkend.
Het enorme verspreidingsgebied wordt verklaard door de warmbloedige levenswijze, waardoor de tonijn grote afstanden kan afleggen. Van sommige exemplaren is bekend dat ze binnen een tijdsbestek van een jaar meerdere malen de Atlantische Oceaan oversteken. Van enkele exemplaren is bekend dat ze de Atlantische Oceaan kunnen oversteken in een tijdsbestek van twee maanden. In tegenstelling tot andere vissen kan de blauwvintonijn door de permanent verhoogde lichaamstemperatuur in relatief koude wateren zwemmen.
De blauwvintonijn leeft op open zee, dieren die een dergelijke biotoop hebben worden ook wel pelagisch genoemd. De blauwvintonijn kan worden aangetroffen van dicht bij het wateroppervlak tot bijna 1000 meter onder zeeniveau. Meestal zwemt de vis op een diepte van minder dan 100 meter onder de waterspiegel. Er is een verschil in het biotoop van de jongere tonijnen en oudere exemplaren. De juvenielen blijven vlak onder het wateroppervlak om te jagen, hier is het veel warmer omdat het wordt beschenen door de zon. Een dergelijke leefomgeving wordt wel de epipelagische zone of fotische zone genoemd. Alleen oudere dieren komen op grotere dieptes tot ongeveer een kilometer onder het wateroppervlak, deze zone wordt wel schemerzone of mesopelagische zone genoemd.
Ontdekking van het verspreidingsgebied De blauwvintonijn maakt trektochten van de voedselgebieden naar de paaiplaatsen, waar de eieren worden afgezet. Deze trektochten worden al sinds lange tijd bestudeerd. In 1920 onderzocht de Italiaan Massimo Sella deze trektochten door de tonijn te markeren en naar haken in de bek te kijken. Later werden in de bek van exemplaren uit de Middellandse Zee vishaken aangetroffen die alleen gebruikt werden in de Azoren. In de bek van blauwvintonijnen uit Spanje werden vishaken gevonden die karakteristiek waren voor haken uit Noorwegen.
Daarnaast werd een vishaak aangetroffen in de Middellandse zee die afkomstig leek uit de Verenigde Staten. In deze tijd was nog niet bekend dat de tonijnen aan de westelijke (Amerikaanse) zijde van de Atlantische Oceaan en die aan de oostelijke zijde (Europa en Afrika) zich van de ene naar de andere kant van de oceaan verplaatsten. In 1954 werden enkele exemplaren gemerkt in Massachusetts (VS). Deze werden later aangetroffen in de Golf van Biskaje, tussen Spanje en Frankrijk waardoor de verbinding tussen de oostelijke en de westelijke populaties definitief werd aangetoond.
De blauwvintonijn kwam tot in de jaren zestig ook voor in de Noordzee, tot aan de Doggersbank. Anno 2020 is de vis hier zeldzaam en spoelt af en toe aan. In juli 2005 werd een half vergane kop van de blauwvintonijn aangetroffen op het strand van Wassenaar. Een sterk rottend exemplaar werd in oktober 2013 op het strand van Ritthem gevonden. De blauwvintonijnen die in de Noordzee terechtkomen kunnen worden gezien als dwaalgasten.
Lichaamskenmerken thumb|260px|De blauwvintonijn heeft een zilverachtige kleur, een donkere rugzijde en een halvemaan-vormige staartvin.