Gerhard Maasz (Hamburg, 9 februari 1906 – Ronco sopra Ascona, 28 april 1984) was een Duits componist, dirigent, violist, pianist en slagwerker.
Levensloop Maasz kreeg eerste vioolles van zijn vader, de violist Max Maasz; het piano leerde hij autodidactisch te bespelen. Later studeerde hij bij Robert Müller-Hartmann (1884-1950) aan het Bernuthsche Konservatorium der Musik in Hamburg. Vervolgens studeerde hij bij Stephan Krehl (1864-1924) en Paul Graener (1872-1944) (compositie) aan de Felix Mendelssohnschool voor muziek en theater in Leipzig.
Na het behalen van zijn diploma's ging hij vanwege ziekte in kuur naar Arosa en kreeg aldaar in het kuurorkest zijn eerste baan als violist, pianist en slagwerker. Vanaf zijn 18-jarige leeftijd reisde hij als componist en acteur van de theatergroep van Haass-Berkow door heel Europa en werkte vervolgens aan het stedelijk theater in Osnabrück en aan het Landestheater Braunschweig als correpetitor en dirigent.
Van 1929 tot 1936 werkte hij als programmaverantwoordelijke en dirigent bij de in 1924 pas opgerichte Nordische Rundfunk AG (NORAG), de voorganger institutie van de huidige Norddeutsche Rundfunk (NDR). In deze periode dirigeerde hij de eerste omroepopname van Mathis der Maler, van de van hem buitengewoon gewaardeerde Paul Hindemith. Diens muziek viel echter nadat de nazi's in 1933 aan de macht waren gekomen onder wat die Entartete Kunst noemden. Toch voerde hij ook na 1933 nog werk van Hindemith uit.
Maasz sloot zich in mei 1933 bij de NSDAP aan en werd in 1936 benoemd tot Musikreferent der Hauptabteilung Musik im Kulturamt der Reichsjugendführung Berlin. In 1938 werd hij chef-dirigent van het Landesorchester Gau Württemberg-Hohenzollern in Stuttgart, nu: Stuttgarter Philharmoniker, en bleef in deze functie tot 1944. Als NSDAP-lid schreef hij diverse werken met nationaalsocialistische inslag, zoals de cantate Ewiges Volk (1936), Deutscher Choral (1937) en U-Bootlied: Zieh dir das Lederpäckchen an (1941). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte onder meer als dirigent in het door de Duitsers bezette Parijs.
Zijn houding ten opzichte van de nazi's bezorgde hem in 1945 een plaats op een zwarte lijst van de Amerikaanse bezettingsautoriteiten. Hij werd uiteindelijk als meeloper gekwalificeerd en kon zich vestigen als freelance kunstenaar en muzikant. Vanaf 1951 was hij een resolute bevorderaar van muziek in het (nieuwe) medium televisie en dirigeerde zelf de eerst televisieopera's binnen de NDR. Hij bleef tot 1966 in deze functie. Hij was een groot bewonderaar van Johannes Brahms en verzamelde in het loop van de jaren een groot archief met originele manuscripten, partituren, berichten en brieven van deze componist. Daarnaast richtte hij een stichting voor een Brahms-prijs op en was in een commissie van de Johannes-Brahms-Gesellschaft Hamburg - Internationale Vereinigung e.V. in Hamburg en werd later hun erelid.Gerhard Maasz (1906 - 1984) in de lijst van ereleden (Ehrenmitglieder) van de Johannes-Brahms-Gesellschaft Hamburg - Internationale Vereinigung e.V. (gearchiveerd)
In 1967 verhuisde hij naar Ticino en vestigde zich in Ronco sopra Ascona. Aldaar wijdde hij zich - naast werkzaamheden als gastdirigent van concerten en omroepopnames in verschillende landen - ook het lokale muziekleven als dirigent van amateurorkesten en een gemengd koor. Verder organiseerde en dirigeerde hij vele muzikale evenementen, waaronder zomerserenades op de Brissagoeilanden alsook twee concerten met de Stuttgarter Philharmoniker in Locarno. Hij was medeoprichter van de jeugdmuziekschool in Locarno. Meerdere decennia was hij artistieke leider van de Herzberger Bach- und Mozartwochen in de buurt van Aarau.
Als componist is hij voor orkest-, harmonieorkest- en kamermuziekwerken, maar ook vocale muziek bekend. In 1983 richtte hij de Gerhard Maasz-stichting op, die als doel heeft, tweejaarlijks een compositiewedstrijd te organiseren.
Composities Werken voor orkest 1930: Musik nr. 1, voor kamerorkest 1936: Handwerkertänze - Nach alten Zunftrufen und -weisen, voor orkest 1938: Drei nordische Tänze, voor kamerorkest 1955: Concertino, voor hobo en strijkorkest 1959: Deutscher Choral, voor strijkorkest 1961: Partita, voor dwarsfluit, piano en strijkorkest 1967: Tripartita, voor drie dwarsfluiten, klavecimbel/piano en strijkorkest 1. Suite in A majeur, voor orkest Bilder aus Hamburg, voor orkest Britannica, suite voor kamerorkest (dwarsfluit, hobo, strijkers en slagwerk) Concert in a mineur, voor cello en orkest Concertante suite, voor 3 elektronica en orkest Eine Märchenmusik. Suite aus der Musik für Abenteuer von “Gockel, Hinkel und Gacheleia”, naar Clemens Brentanos gelijknamig sprookje voor kamerorkest Kleines Vorspiel Abendlied Katzentanz und Mäusetrio Zaubermusik und Gesang der Nachtigall Fröhlicher Ausklang Fantasie, voor piano en orkest Festlicher Reigen, voor orkest Finnische Rhapsodie, voor orkest Heptameron, voor orkest Italienische Lustspielmusik, voor orkest Jankele und Riwkele, suite naar Joodse volksliederen voor orkest Lob der Freundschaft, voor dwarsfluit en strijkorkest Lob des Handwerks, ouverture voor orkest Marche joyeuse, voor orkest Musica, no. 2, voor orkest Musik, voor altviool en orkest Musik, voor piano en orkest Musik, voor strijkorkest Musik nr. 2, voor kamerorkest Nordische Musik, voor piano en orkest Partita, voor piano en kamerorkest Pastorale und Ritornell, voor orkest Portugesische Suite, voor orkest (onvoltooid) Scherzo, voor orkest Serenata ironica, voor strijkorkest Sinfonische Musik, voor altviool en strijkorkest Suite, voor cello en kamerorkest Von der edlen Musik, voor orkest
Werken voor harmonieorkest of koperensemble 1976: Ländliche Festmusik Festruf Ländlicher Reigen Tiroler Post 1978: Bläserspiel "Laßt doch der Jugend freien Lauf" 1980: Tanz-Suite 1983: Choral-Intrada über "Wach auf, wach auf, du deutches Land", voor twee blazerskoren Blechsalat, voor koperensemble Degerlocher Kupfer, voor harmonieorkest Die lustigen Musikanten, variaties voor harmonieorkest Festliches Präludium, voor harmonieorkest Finckenschlag; 5 Variationen über "Alle Vögel sind schon da", voor harmonieorkest
Muziektheater Toneelmuziek Da lachen ja die Hühner, een muzikaal verhaal vrij naar Clemens Brentanos "Gockel, Hinkel und Gackeleia", voor spreker, gemengd koor en kamerorkest Die Heirat (Het huwelijk), zangspel naar Nikolaj Gogol
Vocale muziek Cantates 1941: Eine Sternenkantate nach Liedern von Hans Baumann, voor gemengd koor, blazers, violen en cello 1943: Wunder der Weihnacht, cantate voor driestemmig meisjeskoor (SSA), 2 blokfluiten, 3 violen en cello 1954: Wir sind die Musikanten, cantate voor spreker, kinderkoor, gemengd koor, 3 blokfluiten, dwarsfluit, klarinet in C, trompet, 2 violen, altviool, cello, contrabas, accordeon en slagwerk 1956: Musik Musik, du bist die tiefste Labe, cantate voor gemengd koor, dwarsfluit, glockenspiel, klavecimbel en strijkorkest - tekst: Hermann Claudius 1956: Winterkantate, cantate voor solisten, gemengd koor sopraanblokfluit, dwarsfluit, hobo, 2 violen, altviool, cello, contrabas en slagwerk 1967: Das Hasenspiel, cantate voor een- tot tweestemmig jeugdkoor en instrumenten - tekst: Christian Morgenstern 1971: Adventskantate: "Nun naht die heilʹge Stund", cantate voor gemengd koor en instrumenten Das Osterbuch, cantate voor kinderkoor en instrumenten Fastnachtskantate (Vastenavondcantate) Stuttgart aus der Kehle geschüttelt, cantate voor gemengd koor en orkest
Werken voor koor 1937: Flammenruf, voor unisonokoor en strijkers - tekst: Wolfgang Jünemann 1937-1939: Der Jahresspiegel - eine Folge kleiner Monatsmusiken, voor gemengd koor Januar: Das Jahr laßt uns beginnen Februar: Die Fas(t)nacht bringt viel Freuden zwar März: Im Märzen der Bauer April: Vom Kuckuck auf dem Baume Mai: Der Maie, der Maie Juni: Wir sind die Musikanten Juli: Viel Freuden mit sich bringet die schöne Sommerzeit August: Erntetanz September: Laterne, Laterne Oktober: Eine Jagdmusik November: Nirgends hört man mehr den Schall Dezember: Flamme empor 1938: Eine kleine Vespermusik über C-a-f-f-e-e, voor driestemmig gemengd koor, dwarsfluit, viool en altviool - tekst: Carl Gottlieb Hering 1944: Ein helles Licht ist uns entbrannt, voor driestemmig vrouwenkoor - tekst: Lothar Stengel von Rutkowski 1950: Kleine Musiken nach plattdeutschen Volksweisen, voor unisonokoor en strijkers (of blokfluiten) 1952: Winde wehn, Schiffe gehn, Zweeds zeemanslied voor unisonokoor, 2 violen, altviool en cello 1954: Und in dem Schneegebirge ..., lied vanuit Silezië voor mannenkoor 1954: Hin über die Almen, lied vanuit Stiermarken voor mannenkoor 1955: Niederdeutsche Lieder und Tänze, voor gemengd koor en instrumenten 1959: Vier Lieder von den Hebriden, voor sopraan en vier- tot zesstemmig gemengd koor - tekst: Hans Baumann 1960: Ringel(natz)-Reihen, vijf liederen voor 3 gelijke stemmen en piano - tekst: Joachim Ringelnatz 1961: Drei Gesänge, voor gemengd koor Gebet: "All, die gefallen in Meer und Land ..." - tekst: Siegfried Goes Vorfrühling: "Laßt uns nun vergessen die Qual" - tekst: Ricarda Huch Krug und Quelle: "O du Quelle!" - tekst: Max Wegner 1961: O Jesulein süß, voor mannenkoor - tekst: Valentin Thilo 1964: Minnespiegel - Variationen über fünf alte Liebeslieder, voor gemengd koor Europäische Weihnacht (Europees kerstfeest), voor gemengd koor en orkest Schmücke unsern Saal (Engeland) Schon entflieht die Winternacht (Spanje) Weihnacht ist da (Frankrijk) Lied der Pfifferei (Italië) O Christnacht (Nederland) Weihnachtliches Tanzlied (Zweden) Es ist ein Ros' entsprungen (Duitsland) Lieder und Tänze aus Pommern, voor gemengd koor en orkest Ostpreussische Lieder und Tänze, voor gemengd koor en orkest Pappelmäulchen, voor kinderkoor en hobo Schlaf wohl, voor mannenkoor
Liederen Schwarzer Orpheus, voor vrouwenstem en orkest Seemusik, voor zangstem en piano
Kamermuziek 1935: Hamburger Tänze - Suite naar dansen van Reinhard Keiser, voor 2 violen (of dwarsfluit en viool), cello en piano (of klavecimbel) Marsch Passepied Menuett Bourrée Gavotte Siciliano Bourrée 1949: Musik, voor altviool en piano 1953: Divertimento, voor sopraanblokfluit, altblokfluit, 2 violen, altviool en cello 1954: Frühlingsmusik, voor 2 sopraan- en altblokfluit 1955: Divertimento, voor dwarsfluit (of hobo), 2 violen, altviool en cello 1956: Finckenschlag - 5 Variationen über "Alle Vögel sind schon da", voor blaaskwintet 1956: Miniatrio, voor viool, altviool en cello 1956: Musik nach schlesischen Volksliedern, voor 3 blokfluiten 1957: Divertimento, voor dwarsfluit, klarinet en fagot 1960: Concertino, voor dwarsfluit, viool, cello en piano 1965: Suite, voor dwarsfluit, cello en gitaar 1969: 5 Inventionen, voor dwarsfluit en klarinet 1971: Hafenmelodie, voor vier accordeons, contrabas, elektronium en slagwerk 1972: Feldmusik nr. 1, voor 2 trompetten 1972: Feldmusik nr. 2, voor 3 trompetten 1973: Feldmusik nr. 3, voor 2 trompetten en 2 trombones 1973: Feldmusik nr. 4, voor 2 trompetten en 3 trombones 1980: 2 serenades, voor dwarsfluit, viool en altviool 1980: Flauto a quattro, voor 2 sopraan- en 2 altblokfluiten 1980: Sonatine in Bes majeur, voor klarinet en piano 1982: 7 x 3, zeven lichte stukken voor 3 klarinetten 1982: Duo concertante in C majeur, voor viool en cello 1982: Flauto a cinque, voor 2 sopraan-, 2 alt- en tenorblokfluit 1982: Flauto a sei - Variationen über ein Thema von Bartók, voor 3 sopraan-, 2 alt- en tenorblokfluit 3 Pastelle, voor dwarsfluit, piano en strijkers 5 Advents- und Weihnachtsmusiken, voor dwarsfluit, hobo en strijkers Divertimento, voor dwarsfluit, klarinet en piano Ein kleines Hauskonzert, voor 2 piano's, viool en altviool Elegia e Rondò bucolico, voor dwarsfluit en strijkers Hühnerhof, voor houtblazers Konzertante Suite, voor houtblaasinstrumenten en strijkers