thumb|upright=1.25|class=notpageimage|Bestuurlijke indeling van Nederland De bestuurlijke indeling van Nederland wordt geregeld in hoofdstuk 7 van de Grondwet. Dit hoofdstuk regelt de provincies, de gemeenten, de waterschappen en de andere openbare lichamen alsmede de gemeenschappelijke regelingen tussen de openbare lichamen.Hoofdstuk 7 van de Grondwet Op basis van de grondwet kent Nederland de navolgende openbare lichamen met een eigen grondgebied: de provinciesArtikel 123 van de Grondwet de gemeenten de bijzondere gemeenten als ander openbaar lichaam bij de wet ingesteldArtikel 134 van de Grondwet de waterschappenArtikel 133 van de Grondwet

Daarnaast kunnen de openbare lichamen gemeenschappelijke regelingen treffen waarbij zij nieuwe openbare lichamen kunnen instellen.Artikel 135 van de Grondwet

Nederland als gedecentraliseerde eenheidsstaat

Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaatBron: Politiek Compendium.. Artikel 124 van de Grondwet bepaalt dat voor provincies en gemeenten de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen wordt overgelaten.Artikel 124 van de Grondwet Dit is de autonomie van de provincies en gemeenten. Regeling en bestuur kunnen van de besturen van provincies en gemeenten worden gevorderd bij of krachtens de wet. Dat wordt medebewind genoemd. Douwe Jan Elzinga stelt dat het gros van de gemeentelijke taken voorkomt uit medebewind. Dat komt doordat in veel nationale wetten de gemeente wordt verplicht om mee te werken aan de uitvoering van die nationale regelgeving. Deze taakstelling beslaat heden ten dage ongeveer 90 procent van de gemeentelijke activiteiten.Douwe Jan Elzinga in zijn column in Binnenlands Bestuur: Medebewind beperkt de open huishouding

Elzinga beschrijft de (gemeentelijke) autonomie als de taken die voortvloeien uit de zogenaamde open huishouding van de gemeente. Als de huishouding gesloten is, dan betekent dit dat de betreffende overheid alleen die dingen mag doen waarvoor in de nationale regelgeving of in de verdragen specifieke bevoegdheid is gegeven. Bij een open huishouding is er een geheel open mogelijkheid om via regels of bestuursbesluiten maatschappelijke problemen aan te pakken. Elzinga wijst er op dat de grens van die open bevoegdheid wordt bepaald door hetgeen de hogere overheid aan zich heeft getrokken en bijvoorbeeld ook door de grondrechten. De gemeentelijke overheid mag op basis van de open bevoegdheid niet te diep penetreren in de private sfeer.

Provincies

Nederland is op regionaal niveau verdeeld in 12 provincies. De inrichting van de provincies is geregeld in de Provinciewet. Deze wet onderscheidt drie bestuursorganen:Artikel 6 van de Provinciewet Provinciale Staten als vertegenwoordiger van de bevolking van de provincie.Artikel 7 van de Provinciewet Provinciale Staten hebben afhankelijk van de grootte van de provincie 39 tot 55 ledenArtikel 8 van de Provinciewet en worden voorgezeten door de commissaris van de Koning.Artikel 9 van de Provinciewet Provinciale Staten staan aan het hoofd van de provincieArtikel 125 van de Grondwet en worden voor een periode van vier jaar rechtstreeks gekozen.Artikel 129 van de Grondwet Provinciale Staten hebben de bevoegdheid verordeningen vast te stellen.Artikel 127 van de Grondwet Gedeputeerde Staten als dagelijks bestuur van de provincie. Zij bestaan naast de commissaris van de Koning als voorzitter uit door Provinciale Staten benoemde gedeputeerden.Artikel 34 en 35 van de Provinciewet De commissaris van de Koning als vertegenwoordiger van de regering. De commissaris wordt benoemd door de Kroon (Koning en ministers). De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming.Artikel 61 en 61a van de Provinciewet

De bevoegdheden van de provincie en haar organen worden geregeld in titel III van de Provinciewet.Zie tekst op wetten.overheid.nl De bestuursorganen van de provincie kunnen bestuurscommissies instellen en daaraan bevoegdheden overdragen.Artikel 81 van de Provinciewet

Gemeenten thumb|Detailkaart van Nederland met gemeentegrenzen, per 2015

Nederland is op lokaal niveau verdeeld in gemeenten. De inrichting van de gemeenten is voor alle gemeenten op dezelfde wijze geregeld in de Gemeentewet. Deze wet onderscheidt drie bestuursorganen:Artikel 6 van de Gemeentewet De gemeenteraad als vertegenwoordiger van de bevolking van de gemeente.Artikel 7 van de Gemeentewet De gemeenteraad heeft afhankelijk van de grootte van de gemeente 9 tot 45 ledenArtikel 8 van de Gemeentewet en worden voorgezeten door de burgemeester.Artikel 9 van de Gemeentewet De gemeenteraad staat aan het hoofd van de gemeente en wordt voor een periode van vier jaar rechtstreeks gekozen. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid verordeningen vast te stellen. Het college van burgemeester en wethouders als dagelijks bestuur van de gemeente. Zij bestaan naast de burgemeester als voorzitter uit door de gemeenteraad benoemde wethouders.Artikel 34 en 35 van de Gemeentewet De burgemeester als vertegenwoordiger van de regering. De burgemeester wordt benoemd door de Kroon (Koning en ministers). De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming.Artikel 61 en 61a van de Gemeentewet

De bevoegdheden van de gemeente en haar organen worden verder geregeld in titel III van de Gemeentewet.Zie tekst op wetten.overheid.nl De bestuursorganen van de gemeente kunnen bestuurscommissies instellen en daaraan bevoegdheden overdragen.Artikel 83 van de Gemeentewet

Bijzondere gemeenten thumb|250px|De afstand tussen Nederland en de bijzondere gemeenten

Bij de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ingesteld op de voet van artikel 134 van de grondwet. Deze eilanden functioneren als 'bijzondere gemeenten' van Nederland. De wet onderscheidt drie bestuursorganen:Artikel 6 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba De eilandsraad als vertegenwoordiger van de bevolking van de bijzondere gemeente. De eilandsraad heeft afhankelijk van de grootte van de bijzondere gemeente 5 of 9 ledenArtikel 9 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en worden voorgezeten door de gezaghebber.Artikel 10 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba De eilandsraad staat aan het hoofd van de bijzondere gemeente en wordt voor een periode van vier jaar rechtstreeks gekozen.Artikel 7 en 8 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba De eilandsraad heeft de bevoegdheid eilandsverordeningen vast te stellen.Artikel 149 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Het bestuurscollege als dagelijks bestuur van de bijzondere gemeente. Zij bestaat naast de gezaghebber als voorzitter uit door de eilandsraad benoemde eilandgedeputeerden.Artikel 36 en 37 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba De gezaghebber als vertegenwoordiger van de regering. De gezaghebber wordt benoemd door de Kroon (Koning en ministers). De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming.Artikel 73 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

De bevoegdheden van de bijzondere gemeente en haar organen worden verder geregeld in hoofdstuk IV van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Waterschappen thumb|250px|De 21 waterschappen, situatie 2019

Nederland is daarnaast op regionaal niveau verdeeld in 21 waterschappen. De inrichting van de waterschappen is geregeld in de Waterschapswet. Waterschappen zijn openbare lichamen die de waterstaatskundige verzorging van een bepaald gebied ten doel hebbenArtikel 6 van de Waterschapswet en worden ingesteld door Provinciale Staten van de betrokken provincie(s).Artikel 5 van de Waterschapswet De wet onderscheidt drie bestuursorganen:Artikel 10 van de Waterschapswet Algemeen bestuur als vertegenwoordiger van de ingezetenen van het waterschap.Artikel 7 van de Waterschapswet Het algemeen bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van ingezetenen en in de wet aangewezen belanghebbenden en heeft afhankelijk van het reglement 18 tot 30 ledenArtikel 12 en 13 van de Waterschapswet en wordt voorgezeten door de voorzitter van het waterschap. De vertegenwoordigers van de ingezetenen worden voor een periode van vier jaar rechtstreeks gekozen.Artikel B 2A en C4 van de Kieswet Het algemeen bestuur heeft de bevoegdheid verordeningen vast te stellen. Het dagelijks bestuur, dat bestaat naast de dijkgraaf als voorzitter uit door het algemeen bestuur benoemde leden.Artikel 41 van de Waterschapswet De voorzitter als vertegenwoordiger van de regering. De voorzitter wordt benoemd door de Kroon (Koning en ministers). De benoeming geldt voor een periode van zes jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming.Artikel 46 van de Waterschapswet

De bevoegdheden van de waterschap en haar organen worden geregeld in titel III van de WaterschapswetWaterschapswet

Gemeenschappelijke regelingen

Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingenWet gemeenschappelijke regelingen. Deze wet kent een uitgebreide regeling voor gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten, die vervolgens in verscheidene bepalingen geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing is verklaard op regelingen tussen andere openbare lichamen. kunnen openbare lichamen gemeenschappelijke regelingen met oog op het behartigen van in de regeling vermelde belangenArtikel 10 van de Wet gemeenschappelijke regelingen instellen. De wet onderscheidt verschillende vormen:Artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen het openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid. Deze hebben een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.Artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen het gemeenschappelijk orgaan zonder rechtspersoonlijkheid de bedrijfsuitvoeringsorganisatie met rechtspersoonlijkheid de regeling waarin gemeenschappelijke bevoegdheden worden gemandateerd aan organen van een van de deelnemende gerechten. Aan de drie eerstgenoemde vormen kunnen (per vorm verschillend) een deel van de bevoegdheden van de deelnemende organen worden overgedragen.Artikel 30 van de Wet gemeenschappelijke regelingen

Onder voorwaarden kunnen gemeenten door gedeputeerde staten verplicht worden tot deelname aan een gemeenschappelijke regeling.Artikel 99 van de Wet gemeenschappelijke regelingen