Moedermelk is melk die bij mensen door de moeder wordt gemaakt om haar kind te voeden. Voor pasgeborenen is het de belangrijkste bron van voedingsstoffen, omdat ze geen ander voedsel kunnen verteren. Daarnaast speelt moedermelk een grote rol bij de afweer van een baby, aangezien het eigen afweersysteem nog niet goed op gang is gekomen. Moedermelk wordt geproduceerd door de melkklieren in de borsten.
De meest voorkomende manier waarop een kind moedermelk binnen krijgt, is direct aan de borst. De melk kan echter ook afgekolfd worden en in een flesje aan het kind worden gegeven. Het kan ook voorkomen dat het kind moedermelk krijgt van een andere vrouw. Een vrouw die andere kinderen borstvoeding geeft als beroep heet een min. Het kan echter ook donormelk zijn, bijvoorbeeld van een vrouw uit de familie of vriendenkring of via een moedermelkbank.
Melkproductie Het begin van de melkproductie De productie van melk komt al in de vijfde maand van de zwangerschap op gang. De secretie ervan wordt alleen geremd door de hormonen progesteron en de oestrogenen. Deze hormonen remmen namelijk de werking van prolactine, het hormoon dat juist voor de secretie van melk zorgt.
Tijdens de zwangerschap De ontwikkeling van de borsten tijdens de zwangerschap, maakt de borsten klaar voor de melkproductie. De placenta produceert veel oestrogenen tijdens de zwangerschap. Oestrogenen zorgen voor de ontwikkeling van de melkklieren en de melkkanaaltjes. Ook het vetgehalte in de borsten wordt groter. Ook progesteron speelt een rol bij de volledige ontwikkeling en versterkt het effect van de oestrogenen.
Na de geboorte De melkproductie komt vervolgens echt op gang na de bevalling. De remmende werking van progesteron valt dan namelijk weg, omdat de placenta uit het lichaam wordt verwijderd. Voor de geboorte komen er slechts enkele milliliters melk uit de borsten, maar erna komt er veel meer uit. De eerste melk die dan wordt geproduceerd heet colostrum. De maximale hoeveelheid van colostrum die geproduceerd kan worden is slechts 1% van de hoeveelheid moedermelk die er gewoonlijk wordt geproduceerd. In de tweede en derde week na de bevalling verandert de samenstelling geleidelijk.
In de weken na de geboorte van de baby regelen hormonen dat er normale melk, die dun, waterig en zoet is, wordt geproduceerd in plaats van colostrum. Het groeihormoon, cortisol, parathyreoïdhormoon en insuline zorgen ervoor dat de nodige aminozuren, vetzuren, glucose en calcium worden geleverd.
Het basale prolactinegehalte daalt na de bevalling naar het ‘normale’ gehalte, namelijk dat van voor de zwangerschap. Maar elke keer als de baby wordt gevoed, stimuleren signalen uit de tepel de hypofyse waardoor 10 tot 20 keer meer dan de normale hoeveelheid prolactine wordt geproduceerd. Dit effect duurt ongeveer een uur, maar zorgt ervoor dat de melkklieren melk blijven produceren. Als dit mechanisme namelijk ontbreekt, zal er na ongeveer een week geen melk meer geproduceerd worden. De productie van melk kan jaren doorgaan als het kind borstvoeding blijft krijgen. De totale productie neemt echter vaak af na zes à zeven maanden omdat dan meestal met de introductie van vast voedsel wordt gestart waardoor de baby minder moedermelk nodig heeft en dus ook minder (vaak) wil drinken.
Hormonale regeling De lactatie bestaat uit twee fasen: de melkproductie door de alveolaire cellen en de melksecretie. De melkproductie is een continu proces. De secretie en productie door alveolaire cellen vindt tegelijkertijd plaats. Maar beide processen worden afzonderlijk geregeld.
Bij melkproductie door cellen is prolactine, dat door de adenohypofyse wordt afgegeven, van groot belang. Bij de secretie is oxytocine, dat juist door de neurohypofyse wordt afgegeven, belangrijk.
Regulatie van prolactine De adenohypofyse wordt gestimuleerd om prolactine af te geven aan het bloed door verschillende hormonen, waaronder TRH, vasopressine en angiotensine. Deze hormonen blijven in het bloed nadat ze zijn afgegeven en zorgen zo in principe voor een constante stimulus. De secretie van PIH (Prolactin-Inhibiting hormone, waarvan er wordt uitgegaan dat het hetzelfde als dopamine is) gaat dit echter tegen. Dit effect kan echter (tijdelijk) worden opgeheven door de toeschietreflex.
Toeschietreflex
Er wordt constant melk geproduceerd in de melkklieren, maar die kan niet makkelijk in de melkkanaaltjes komen. Als de baby aan de borst zit, krijgt hij de eerste 30 tot 60 seconden vrijwel geen melk.
De sensoren rond de tepel merken het epitheel van de bovenlip van het kind op. Bij de aanraking van de tepelhof door de lippen van de zuigeling gaan impulsen vanuit de sensoren rond de tepel naar de hypofyse via het ruggenmerg en de hersenstam naar de hypothalamus. Hierdoor wordt de afscheiding van prolactine, oxytocine en ACTH gestimuleerd en die van gonadotrofinen, de geslachtshormonen, geremd. Hierbij is er dus sprake van een neurale afferente (‘aanvoerende’) en hormonale efferente (‘afvoerende’) weg (gezien vanuit de hersenen).
De oxytocine in het bloed stimuleert in de borsten de myoepitheliale cellen, die om de alveoli heen liggen. Hierdoor zullen ze samentrekken en de melk zal in de kanaaltjes komen. De druk die hierbij wordt geleverd is ongeveer 10 tot 20 mm Hg. Pas dan krijgt het kind daadwerkelijk melk. De toeschietreflex treedt dan in beide borsten op, niet alleen in de borst waaruit de baby drinkt.
Soms kan de toeschietreflex ook optreden als de moeder de baby aanraakt of bij het horen van huilen, dit kan ook van een andere baby zijn. De emotionele signalen zijn dan genoeg om de toeschietreflex op gang te brengen. Ook kan dit gebeuren bij een orgasme, omdat dan oxytocine vrijkomt.
Menstruele cyclus Bij de meeste moeders gaat de menstruele cyclus na de geboorte van het kind niet verder tot na een eerste paar weken na het stoppen van de lactatie. De signalen die uit de borsten naar de hypothalamus gaan zorgen ervoor dat de productie van gonadotropin-releasing hormone (GnRH) wordt geremd. Dit kan zowel door de signalen zelf als door de hierop volgende aanmaak van prolactine komen. De remming van GnRH zorgt er dan voor dat de productie van de hormonen LH (luteïniserend hormoon) en FSH (follikelstimulerend hormoon) wordt geremd. Bij sommige moeders, vooral moeders die weinig borstvoeding geven, wordt er genoeg LH en FSH geproduceerd na een aantal maanden. Hierdoor komt de menstruele cyclus weer op gang.
Kunstmatige lactatie De melkproductie kan ook kunstmatig op gang worden gebracht. Dit kan zowel met medicijnen als door het stimuleren van de tepels. Hiervoor hoeft de vrouw niet zwanger te zijn geweest of eerder borstvoeding gegeven te hebben. Vrouwen die eerder borstvoeding gegeven hebben kunnen opnieuw (makkelijker) lacteren, dit heet dan relactatie.
Melkproductie door stimuleren van de tepels kan gebeuren door zowel meerdere malen per dag masseren (handmatig 'kolven'), zuigen aan de borst of 'kolven' met een borstkolf. Hierdoor worden de melkklieren op dezelfde manier gestimuleerd als bij het geven van borstvoeding aan een kind. De hormonen zorgen dan voor de ontwikkeling van de melkklieren zodat er melk gemaakt wordt. Er is geen verschil in samenstelling van moedermelk geproduceerd door natuurlijke of kunstmatige lactatie. Als de melkproductie eenmaal op gang is, is de gemaakte hoeveelheid melk afhankelijk van de vraag naar melk.
De melkproductie kan om verschillende redenen kunstmatig op gang worden gebracht. Zo kan het nodig zijn om een geadopteerd kind borstvoeding te kunnen geven. Het kan ook om seksuele redenen tot stand worden gebracht (erotische lactatie), bijvoorbeeld in een adult nursing Relationship. De lacterende vrouw kan namelijk een plezierig gevoel krijgen als iemand aan de borst drinkt en kan dus iemand anders dan een kind in een seksuele context borstvoeden. Degene die wordt gevoed kan het ook opwindend vinden om moedermelk direct uit de borst of afgekolfde melk te drinken. Dit kan ook een reden zijn voor een al dan niet lacterende vrouw iemand anders dan haar kind haar melk te laten drinken.
Samenstelling van moedermelk Colostrum Colostrum is de melk die tijdens de zwangerschap uit de borsten komt en de melk die de eerste paar dagen wordt geproduceerd. Het is meestal gelig van kleur en is vrij dun. Deze melk bevat lactose en eiwitten, maar vrijwel geen vet. Colostrum bevat daarnaast veel mineralen en de vetoplosbare vitaminen A en E en immunoglobulinen, voornamelijk van het type IgA, die de pasgeborene tegen infecties beschermen zolang het eigen immuunsysteem nog niet goed genoeg is ontwikkeld. Vitamine D en K dienen gesupplementeerd te worden.
+ Inhoud van colostrum en 'normale' moedermelk Component (per liter) Colostrum 'Normale' moedermelk Energie (kcal) 581 677 Koolhydraten (g) Lactose (g)Oligosachariden (g)Glucose (g) 50-70 30-5022-240,2-1,0 70-85 67-705-150,1-0,2 Lipiden (g) Triglyceriden (g)Vetzuren (g)Cholesterol (g)Cholesteryl-esters (g)Fosfollipiden en sfingolipiden (g) 15-20 14,5-19,513-170,2-0,30,05onbekend 35-48 34-4730-420,1-0,20,010,25-0,30 Stikstof (g)Niet eiwitgebondenEiwitgebonden (g) 3,0 0,52,5 1,9 0,451,45 Eiwit (g)β-caseïne (g)κ-caseïne (g)α-lactalbumine (g)IgA (g)IgM (g)IgG (g)Lactoferrine (g)Lysozym (g)Serum albumine (g) 15-20 2,61,23,62,00,020,013,50,1-0,20,4 8-11 3-41-22-30,5-1,00,010,051-30,10,3
‘Normale’ melk + Samenstelling van moedermelk vergeleken met koeienmelk Component Moedermelk Koeienmelk Water (mL/100 mL) 87,1 87,2 Energie (cal/100 mL) 60-75 66 Vaste bestanddelen (g/100 mL) 12,9 12,8 Eiwit (%) Caseïne (% van totale hoeveelheid eiwit)Wei-eiwitten (% van totale hoeveelheid eiwit) 0,8-0,9 4060 3,5 8218 Vet (%) 3-5 3,7 Lactose (%) 6,9-7,2 4,9Mineralen (per liter) Calcium (mg/L)Fosfor (mg/L)Natrium (mEq/L) 3401407 117092022Vitaminen (per liter) Vitamine A (IE)Thiamine (µg)Riboflavine (µg)Niacine (µg)Vitamine C (mg) 1898160360147043 102544017509401,1
400px|thumb|Twee glazen met elk 25 mL moedermelk: Links is er voormelk, uit een 'volle' borst; rechts achtermelk, uit een vrijwel 'lege' borst Deze melk wordt na 3 tot 4 dagen na de geboorte pas gemaakt. Deze melk is dun (minder dun dan colostrum), waterig en zoet, door het hoge lactosegehalte. Meestal komt eerst waterige melk uit de borst. Deze melk bevat weinig vet en veel koolhydraten en wordt voormelk genoemd. Voormelk is dorstlessend. De melk wordt geleidelijk aan vetter en dikker. Deze melk heet achtermelk en is hongerstillend.
Het gehalte aan de verschillende voedingsstoffen van moedermelk varieert echter sterk per individuele moeder, en hangt af van de voedselinname van de moeder, en van het tijdstip van de dag waarop gezoogd wordt. Ook verandert de samenstelling over een periode van een aantal weken of maanden dat er borstvoeding wordt gegeven.
In vergelijking met koeienmelk zijn de verschillen in gehalte aan lactose, eiwitten en mineralen opmerkelijk. Moedermelk bevat anderhalf keer zoveel lactose (melksuiker) als koemelk. Koemelk bevat twee tot drie keer zo veel eiwitten als moedermelk en heeft een hoger gehalte aan calcium en fosfor.
De koolhydraten in moedermelk zijn voornamelijk lactose (melksuiker). Sommige op lactose gebaseerde oligosachariden komen ook voor. Moedermelkvet bestaat voornamelijk uit triglyceriden van palmitinezuur en oliezuur (O-P-O triglyceriden), naast een grote hoeveelheid lipiden met onderlinge bindingen. Deze vetten zijn goed voor de gezondheid.
De eiwitten in de melk bestaan uit caseïne, α-lactalbumine, lactoferrine, IgA, lysozym en albumine. In zure omgevingen, zoals de maag, ontvouwt α-lactalbumine en bindt aan oliezuur. Ze vormen een complex genaamd HAMLET dat een dodende werking heeft op kankercellen. Er wordt van uitgegaan dat dit een beschermende werking heeft tegen kanker in baby’s.