Het bochtige smele-beukenbos ofwel beukenhallenbos (Deschampsio-Fagetum) is een associatie uit het zomereik-verbond (Quercion roboris). De associatie omvat monotone loofbosvegetatie die voorkomt op zandige tot lemige bodems, en gekenmerkt wordt door een beperkte soortendiversiteit en een sterke dominantie van beuken en bladmossen.
Deze associatie komt in Vlaanderen en Nederland vrij algemeen voor.
Naamgeving en codering Synoniemen Luzulo niveae-Fagetum Br.-Bl. 1952 Deschampsio flexuosae-Fagetum Schröder 1938 Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r45Aa05 Corine-code: 41.122 - Hêtraies acidiphiles sub-atlantiques
De wetenschappelijke naam Deschampsio-Fagetum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk bochtige smele (Avenella flexuosa syn. Deschampsia flexuosa) en beuk (Fagus sylvatica).
Fysiognomie Het bochtige smele-beukenbos is een hoog opgaande vegetatie die tot 30 m hoog kan reiken. Het zijn van nature soortenarme bossen. Onder het dichte, aaneengesloten bladerdek ontstaat een grote, open maar schemerige ruimte met een dichte strooisellaag waarin de struik- en de kruidlaag zich slechts zwak kunnen ontwikkelen. De moslaag is geconcentreerd rond de boomvoeten en -stronken.
Dit bostype wordt omwille van de open ruimte onder de boomkruinen en de hoge, kaarsrechte beukenstammen ook wel 'hallenbos' of 'kathedraalbos' genoemd. Een minder fraaie naam is Fagetum nudum (leeg beukenbos), omwille van zijn beperkte soortenrijkdom.
Ecologie Het bochtige smele-beukenbos omvat oude, structuur- en soortenarme bossen, kenmerkend voor kalkarme, oligotrofe tot matig voedselrijke, sterk lemige zandgronden of lössleemgronden.
Deze vegetatie vormt in dergelijke omstandigheden de climaxvegetatie.
Subassociaties in Nederland en Vlaanderen Binnen het bochtige smele-beukenbos worden in Nederland en Vlaanderen drie subassociaties onderscheiden, die wijzen op verschillen in trofiegraad van de bodem.
Subassociatie met kussentjesmos Een subassociatie met kussentjesmos (Deschampsio-Fagetum leucobryetosum) komt voor op uitgesproken oligotrofe leem- en zandgronden. Het wordt hoofdzakelijk aangetroffen op grindrijke koppen van het stuwwallandschap. Differentiërende taxa zijn kussentjesmos en struikhei. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r45Aa05a.
Typische subassociatie De typische subassociatie (Deschampsio-Fagetum typicum) komt vooral voor op vlak of weinig hellend terrein, waar zich door het ontbreken van erosieprocessen een omvangrijke strooisellaag vormt. De belangrijkste humusvorm is moder. Differentiërende taxa zijn gewoon dikkopmos, gedrongen kantmos en gewoon knopjesmos. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r45Aa05b.
Subassociatie met gewoon pronkmos Een subassociatie met gewoon pronkmos (Deschampsio-Fagetum isopterygietosum) omvat oude bossen op sterk lemige en/of humeuze zandgronden. Differentiërende taxa zijn gewoon pronkmos, hulst, witte klaverzuring, lelietje-van-dalen en gewone salomonszegel. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r45Aa05c.
Vegetatiezonering In de vegetatiezonering vormt het bochtige smele-beukenbos vaak een contactgemeenschap van het beuken-eikenbos.
Biogeografie Het verspreidingsgebied van het bochtige smele-beukenbos omvat de laaglanden van West- en Centraal-Europa, voornamelijk in België, Nederland, Noord-Frankrijk, Noord-Duitsland en Denemarken, en deelt daarmee zijn verspreidingsgebied met dat van het beuken-eikenbos.
In Nederland vindt men dit bostype op de hogere zandgronden en in Zuid-Limburg op lemige bodems.
Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen Het bochtige smele-beukenbos is een soortenarme associatie die vooral gekenmerkt wordt door het gebrek aan soorten. Voor Nederland en Vlaanderen is enkel het gewoon pronkmos als echte kensoort aanwezig, en dan nog vooral in de subassociatie isopterygietosum. De naamgevende beuk is omwille van zijn hoge presentie en dominantie gedefinieerd als preferente kensoort, maar komt ook in andere associaties voor. In de onderlaag zijn enkel de wilde lijsterbes en de bochtige smele regelmatig aanwezig. In de moslaag vinden we naast de kensoort een hele reeks bladmossen, waaronder het gewoon pluisjesmos, het gewoon sterrenmos, het gewoon gaffeltandmos en het kussentjesmos.
In de onderstaande synoptische tabel staan de belangrijkste diagnostische taxa voor het bochtige smele-beukenbos in Nederland en Vlaanderen.
Boomlaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kA 100% beuk Fagus sylvatica preferente soort kV < 10% tamme kastanje Castanea sativa kK > 10% wintereik Quercus petraea kK > 10% ruwe berk Betula pendula > 20% zomereik Quercus robur > 10% douglasspar Pseudotsuga menziesii > 10% Amerikaanse eik Quercus rubra
Struiklaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kK > 50% wilde lijsterbes Sorbus aucuparia > 20% Amerikaanse vogelkers Prunus serotina > 10% hulst Ilex aquifolium > 10% sporkehout Frangula alnus
Kruidlaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking > 50% bochtige smele Avenella flexuosa
Moslaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kA > 20% gewoon pronkmos Isopterygium elegans kV > 10% gewoon knopjesmos Aulacomnium androgynum kV > 10% geelsteeltje Orthodontium lineare kK > 60% gewoon pluisjesmos Dicranella heteromalla > 60% gewoon sterrenmos Mnium hornum > 50% gewoon gaffeltandmos Dicranum scoparium > 40% gewoon klauwtjesmos Hypnum cupressiforme dS > 40% kussentjesmos Leucobryum glaucum subassociatie met pronkmos > 30% fraai haarmos Polytrichum formosum > 30% heideklauwtjesmos Hypnum jutlandicum
Fotogalerij
Zie ook Lijst van bosgemeenschappen in Nederland
Bochtige smele-beukenbos Categorie:Bos