thumb|Kantongerecht van 1877 - 1885 Middelstumerweg1 te Onderdendam, gezien vanaf de achterzijde (2013). In de bovenzaal boven de gelagkamer bevond zich de rechtszaal en onder in de uitbouw de gevangenis. Aan het eind van de negentiende eeuw is het kanaal ongeveer drie meter verbreed waardoor de gevangenis boven het water kwam te liggen.
Het Kantongerecht Onderdendam was van 1838 tot 1934 een kantongerecht in het Nederlandse dorp Onderdendam in de provincie Groningen. Hoewel het een klein dorp was, koos men toch voor die locatie, omwille van haar centrale ligging binnen het kanton Hunsingo op een kruispunt van wegen en kanalen. Het kantongerecht ontstond - met enige vertraging door de onafhankelijkheid van België - in 1838 bij de 'Wet van den 18 April 1827'. Die wet hief ook het vredegerecht Onderdendam van de rechtbank Appingedam (1811-1838) op, dat bestond uit de kantons Winsum en Middelstum.
De voorganger van het Kantongerecht Onderdendam was de rechtbank van eerste aanleg (1803-1811), die samen met de belastingdienst in het 'Regthuis' aan de Warffumerweg 2 te Onderdendam was gevestigd. Het tegenovergelegen logement/herberg aan de Middelstumerweg 1 diende als wachtkamer en gevangenis. Dat laatste pand werd in 1972 opgenomen in het rijksmonumentenregister.
Geschiedenis alt=Regthuis van Menkeweer|miniatuur|Regthuis van Menkeweer. Middelstumerweg 3 te Onderdendam. Detail uit de kaart van T. Beckeringh (1748 - 1781). Trekvaart van Onderdendam naar Kantens. Onderdendam had in 1763 een rechthuis voor de rechtsstoel Menkeweer, waaronder ook het kerspel Huizinge viel.Opregte Groninger Courant, 15 maart 1763 De galgenberg van de rechtsstoel - aan de Middelstumerweg - dateerde vermoedelijk al uit de middeleeuwen.Groninger Archieven, Winsumer- en Schaphalsterzijlvest 2778, regest 15; inv.nr. 426; Verzameling losse stukken Rijksarchief in Groningen 833, inv.nr. 350; Verzameling C. de Ranitz 669, inv.nr. 34, 113 Daarnaast had Onderdendam vermoedelijk nog een tweede galgenberg aan het Kardingermaar, die onder de rechtsstoel van Bedum ressorteerde.Voor afbeeldingen van de Bedumer rechtplaats bij 'De Bult' uit 1973: Groninger Archieven, fotocollectie 878, inv.nr. 11576, 11577 en 11630
Wanneer de Fransen in 1795 in Nederland aan de macht komen, zetten ze bestuurlijke en rechterlijke organisaties op op basis van hun principes 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap'. Volgens het beginsel "Gelijkheid" moet de bestuurlijke en rechterlijke macht goed bereikbaar zijn voor iedereen. Omdat Onderdendam centraal in het gebied van het Hunsingo Quartier en van het Fivelingo Quartier ligt, wordt het dorp aangewezen als vestigingsplaats voor de Burgerlijke Rechtbank. De beide uiterste dorpen Zoutkamp en Appingedam liggen immers op slechts vijf uur lopen van Onderdendam.
De "Besluiten der Eerste Kamer van het vertegenwoordigend lichaam der Bataafse Volks" van 23 september 1800 vermelden waar de Departementen voor Burgerlijke Rechtbanken gevestigd zijn en wat hun rechtsgebied is. Met uitzondering van het Waddeneiland Texel, zijn de departementen ingedeeld volgens de rivieren: het Departement van de Eems, het Departement van den Ouden IJssel, het Departement van den Rijn, het Departement van den Amstel, het Departement van Texel, het Departement van de Delf, het Departement van de Dommel en het Departement van Schelde en Maas.
In het departement van de Eems liggen de Burgerlijke Rechtbanken op de volgende locaties: Dokkum, Leeuwarden, Harlingen, Bolsward, Drachten, Groningen, Onderdendam en Winschoten.
Rechtsgebied Burgerlijke Rechtbank van Groningen: de gehele vijfde Ring; en wel de Gemeentes van Peize, Haren, Groningen, Zuidwolde en 't Hoogezand, mitsgaders de Gemeentes van de Leek, Oldehove en Aduard, uit de vierde Ring en de emeente van Sappemeer uit de zevende Ring.
Rechtsgebied Burgerlijke Rechtbank van Onderdendam: de Gemeentes van Zeerijp, ten Boer, Godlinze, Appingedam, Leens, Eenrum, Winsum, Middelstum en Uithuizen, alle uit de zesde Ring,
Rechtsgebied Burgerlijke Rechtbank van Winschoten: rechtsgebied over de gehele zevende Ring, en wel de Gemeentes van Zuidbroek, Veendam, Wildervank, Oude Pekel-A, Finsterwolde, Scheemda, Winschoten, Bellingwolde en Vlagtwedde; mitsgaders de Gemeentes van Siddeburen en Midwolderhamrik, uit de zesde Ring.
Bij besluit van het Departementaal Bestuur van 4 mei 1803, wordt het platteland van de provincie Groningen opgedeeld in zes jurisdicties. Te weten: Hunsingo Quartier, Fivelingo Quartier, Wester Quartier, Gorecht en Sappemeer, Wold - Oldambt en Klei-Oldambt, Wedde en Westerwolde. Als hoofdplaatsen worden respectievelijk aangewezen: Onderdendam, Appingedam, Zuidhorn, Zuidbroek, Hoogezand en Wedde.
In deze jurisdicties worden de civiele- en criminele rechtsplegingen uitgeoefend en schriftelijk vastgelegd door een drost, een fiscaal en een secretaris. De drost was een alleensprekend rechter, de fiscaal was de openbare aanklager. De drosten werden voor zes jaar benoemd. De secretarissen en de fiscaals voor het leven. De functionarissen waren verplicht om te wonen in de hoofdplaats van de jurisdictie. In het Hunsingo Quartier worden in 1803 benoemd: tot drost Meester Johan Wichers; tot secretaris Meester Hendrik Willem Hoving; tot fiscaal Meester Johan Hendrik van Sijsen.
Drost dr. Johan Wichers bleef in Groningen wonen, maar de nieuwe secretaris mr. Hindrik Willem Hoving werd verplicht zich in Onderdendam te vestigen. Hij liet een dubbel herenhuis aan de Middelstumerweg bouwen en werd in 1813 de eerste notaris van Onderdendam.
Nu het bestuur is gevormd moet het besluit van 23 september 1800, waarbij Onderdendam is aangewezen als vestigingsplaats voor een Burgerlijke Rechtbank, door hen worden uitgevoerd. Na enig onderzoek wordt alleen het Zijlvestenhuis, geschikt geacht voor het vestigen van de rechtbank. Als het niet tot een akkoord komt met het Zijlvesterbestuur wordt besloten gebruik te maken van de herberg bij de aanlegplaats van de trekschuiten ("Vaartzicht"). Snel blijkt dat deze keus geen gelukkige greep is; het gericht is op een gênante wijze gehuisvest. De jachtweide doet dienst als wachtlokaal. Bovendien is er slechts één kamer voor de fiscaal van de jurisdictie en de advocaten samen en de rechtkamer is veel te laag en te klein. Het is duidelijk dat het medegebruik van een herberg met zo weinig mogelijkheden niet kan blijven bestaan. alt=Bouwtekening uit 1804 van de voorgevel van het Regthuis.|miniatuur|Bouwtekening uit 1804 van de voorgevel van het Regthuis. In de vergadering van het Departementaal Bestuur op 19 januari 1804 wordt een verzoekschrift van Meint Lammerts Mulder en zijn vrouw Etta Stephania Numan behandeld. Hierin bieden zij aan om het huis ten noordwesten van de Zijlvesterbrug op hun eigen kosten geschikt te maken voor een Rechthuis. De herbergier en zijn vrouw, die het huis (Warffumerweg 2) met de bijbehorende herberg (Middelstumerweg 1) hadden overgenomen van wedman Egbert Jans Tillema, stelden daarop hun woning aan de Warffumerweg ter beschikking.Opregte Groninger Courant, 15 maart 1763; Ommelander Courant, 24 december 1802. Uit artikel 14 van het: "Request voor de castelein Meint Lammerts Mulder, te Onderdendam” blijkt dat In 1804 de woning verbouwd is tot rechtszaal met achter de balie een publieksruimte. Tegen het bestaande gebouw werden afzonderlijke kamers voor de fiscaal (officier van justitie) en de advocaten, een hoofd- en dwarsgang, alsmede een hok voor de deurwaarder gebouwd.
Boven de ingang van het rechthuis aan het dorpsplein prijkte een afbeelding van het vijftiende-eeuwse landschapszegel of Quartiers wapenschild, uitgehouwen uit zandsteen, met het bijschrift 'Rechthuis van Hunsingo'; daarboven een beeldje van Vrouwe Justitia.A.L. Hempenius, Onderdendam. Middelpunt van Hunsingo, Onderdendam 1992, p. 11-19, 33; Groninger Archieven, fotocollectie 878, inv.nr. 11676
De herberg aan de overkant fungeert als secretarie en wachtkamer; en er is een vertrek omgebouwd tot gevangenis.
De aanstelling van het departementale bestuurslid Meester Johan Wichers tot drost in de jurisdictie van het Hunsingo Quartier blijkt achteraf geen gelukkige keus. Inwoners van de jurisdictie gaan er niet mee akkoord dat de drost na meer dan een jaar nog niet in de hoofdplaats Onderdendam woont. Volgens de instructie was hij daartoe verplicht. In een gesprek hierover met het Departementale Gerechtshof worden de klachten gegrond verklaard. Het departement moest daarom de drost erop aanspreken om aan zijn verplichting te voldoen om hiermee verdere maatregelen tegen hem te voorkomen. Door het verzoek van Wichers om een "honorabele demissie" loste deze kwestie zich vanzelf op. Gezondheidsproblemen en huiselijke omstandigheden zouden hem verhinderd hebben het drostambt optimaal te vervullen. Meester Pieter Rembt Sickinghe (1743-1821), vanaf 1814 jonkheer, volgt hem korte tijd daarna op als drost. Pieter Rembt Sickinghe trouwt op 07 maart 1780 met Anna Josina Petronella Alberda van Ekenstein. Haar vader brengt het Landgoed Ekenstein (nabij Appingedam) weer tot grote bloei. In 1806 wordt Lodewijk Napoleon koning over het Koninkrijk Holland. Voor het Koninkrijk Holland is nieuwe wetgeving geschreven in naam van Lodewijk Napoleon, door de gratie Gods en de Constitutie des Koningrijks, Koning van Holland, Connétable van Frankrijk. Deze wetgeving is vastgelegd in het "Wetboek op de Regterlijke Instellingen en Regtspleging in het Koninkrijk Holland". In het Eerste boek Regterlijke Instellingen en Werkzaamheden, staat in het Tweede hoofdstuk: "Van de Collegiën en Personen, door welke de Regterlijke Magt zal worden uitgeoefend in het algemeen" onder Artikel 10. Te dien einde zullen er bestaan: I. Een hoog geregtshof Il. Geregtshoven van appèl III. Vierscharen lV. Civiele regtbanken.
In het vijfde hoofdstuk: "Van de Vierscharen", staat onder Artikel 36: dat de gehele oppervlakte van het rijk zal verdeeld worden in één-en-veertig districten, waarin zullen worden opgericht de navolgende Vierscharen (Rechtbanken): punt 33°. De vierschaar van Groningen, residerende in die stad, en bevattende het eerste kwartier van het departement stad en lande van Groningen, zoodanig als dit bij decreet van den 27sten van grasmaand 1808 is bepaald punt 34°. De vierschaar van Appingadam, residerende aldaar. en bevattende het tweede kwartier van hetzelve departement als voren. punt 35°. De vierschaar van Winschoten, residerende aldaar, en bevattende het derde kwartier van hetzelve departement als voren.
Het gebied is gelijk gebleven, maar Onderdendam is verruild voor Appingedam. De Groningse Adel heeft het gewonnen van het Gelijkheidsbeginsel, met als gevolg dat de Rechtbank nu aan de rand van het gebied is gevestigd. De binding van Mr. Piet Rembt Sickinghe en zijn vrouw met Appingedam (Ekenstein) hebben hier zeker aan bijgedragen. Immers in de tekst lezen we onder punt 33 dat de voorbereidingen voor deze wetgeving reeds in 1808 hebben plaatsgevonden. Mr. Piet Rembt Sickinghe is dus medeverantwoordelijk voor de besluitvorming die toen heeft plaatsgevonden.