Mathieu van der Poel (Kapellen, 19 januari 1995) is een in België geboren Nederlandse veldrijder, wegwielrenner, mountainbiker en gravelfietser die uitkomt voor de Belgische wielerploeg Alpecin-Premier Tech. Verspreid over de vier disciplines behaalde hij 281 officiële overwinningen.
Hij kroonde zich in 2015 in Tábor tot de jongste wereldkampioen veldrijden aller tijden en veroverde ook in 2019, 2020, 2021, 2023, 2024, 2025 en 2026 de regenboogtrui, een record. In 2023 voegde hij daar de wereldtitel op de weg in Glasgow aan toe en in 2024 volgde ook de wereldtitel gravel in Leuven. Daarnaast werd hij drie keer Europees kampioen veldrijden, zes keer Nederlands kampioen veldrijden, twee keer Nederlands kampioen op de weg, één keer Europees kampioen mountainbiken en één keer Nederlands kampioen mountainbiken.
Op de weg won hij bijna alle belangrijke klassiekers, waaronder driemaal de Ronde van Vlaanderen, driemaal Parijs-Roubaix, tweemaal Milaan-San Remo, driemaal de E3 Saxo Classic, tweemaal Dwars door Vlaanderen, de Omloop Het Nieuwsblad, de Strade Bianche, de Amstel Gold Race en de Brabantse Pijl. In de Ronde van Frankrijk behaalde hij vier etappezeges en droeg hij tien dagen de gele leiderstrui. Ook in de Ronde van Italië schreef hij een etappe op zijn naam en droeg hij drie dagen de roze leiderstrui.
Carrière Veldrijden Jeugd Als zoon van de voormalige wielrenner Adrie van der Poel en kleinzoon van de Franse renner Raymond Poulidor zit het wielrennen bij Mathieu en zijn broer David van der Poel als het ware in de genen. De jonge Mathieu van der Poel begon echter met voetballen. Hij mocht zelfs even stage lopen bij Willem II en zat geregeld bij de selectie van de provincie Antwerpen. Later koos hij toch voor de wielersport.
Zijn eerste seizoen bij de nieuwelingen was het veldritseizoen 2009–2010. Hij won toen al enkele lokale veldritten en was favoriet voor de Nederlandse titel. Deze wedstrijd werd begin 2010 te Heerlen beslist. Hij moest er net zijn meerdere erkennen in de 1 jaar oudere titelverdediger Erik Kramer en werd uiteindelijk tweede op 15 seconden.
In de daaropvolgende winter van 2010–2011 leverde hij een unieke prestatie, namelijk 28 keer winst uit 28 deelnames in een veldrit. Het hoogtepunt was het behalen van de nationale titel in het Brabantse Sint-Michielsgestel.
Vanaf het veldritseizoen 2011–2012 kwam Van der Poel uit bij de junioren. Hij miste zijn debuut niet en won alle grote wedstrijden, waaronder het Europees kampioenschap te Lucca en het Nederlands kampioenschap, telkens met een grote voorsprong. Een van de weinige wedstrijden die hij niet won, was de Superprestigemanche in Ruddervoorde. Daar moest hij de zege aan Wout van Aert laten en eindigde hij als derde. Aan het einde van het seizoen had hij zich al verzekerd van de eindzege in de Wereldbeker en de Superprestige. Enkel het wereldkampioenschap in het Belgische Koksijde was nog een doel. Hij startte er logischerwijs als de grote favoriet, maar kreeg in de eerste ronde af te rekenen met maagkrampen. Toch slaagde hij er in de tweede ronde in een kleine kloof te slaan en zijn concurrenten uiteindelijk 8 seconden voor te blijven. De Belg Wout van Aert en de Fransman Quentin Jauregui flankeerden hem op het podium. thumb|Van der Poel op weg naar een ongeslagen veldritseizoen tijdens de Krawatencross voor junioren in 2013 Tijdens het seizoen 2012–2013 kon hij zijn dominantie van het voorgaande jaar voortzetten. Hij reed dat seizoen 30 wedstrijden en won ze alle 30. Hij won het EK, het NK en het WK. Tijdens dat WK trok hij al van bij de start door en liet onmiddellijk de concurrentie achter zich. Zijn landgenoot Martijn Budding werd op bijna een minuut tweede. Net als het voorgaande jaar won hij het eindklassement van de Wereldbeker en de Superprestige.
Vanaf het veldritseizoen 2013–2014 kwam Van der Poel uit bij de beloften. Hij wist zijn eerste wedstrijd meteen te winnen op het zware parcours in Ronse. In de daaropvolgende maanden domineerde hij samen met Wout van Aert en Michael Vanthourenhout het seizoensbegin. Zijn eerste grote kampioenschap bij de beloften was het EK, waar hij pas in de slotfase moest buigen voor Vanthourenhout. Dankzij deze goede prestaties werd hij vanaf 1 januari 2014 profrenner bij BKCP-Powerplus, de ploeg van Niels Albert.Mathieu van der Poel (18) tekent profcontract bij BKCP, demorgen.be, 20 september 2013. Gearchiveerd op 6 december 2022. Begin januari behaalde hij te Gasselte de nationale beloftentitel, door zijn broer David achter zich te houden. Voor het WK, dat twee weken later in eigen land plaatsvond, was hij ook topfavoriet. Na een gemiste start kwam hij echter nooit in de wedstrijd voor en eindigde hij uiteindelijk nipt als derde. Wel wist hij dat seizoen zowel het eindklassement van de Wereldbeker als dat van de Superprestige op zijn naam te schrijven bij de beloften.
In het seizoen 2014–2015 zou Van der Poel vaak bij de elite opduiken. Hij reed de complete Superprestige en ook een deel van de Bpost bank trofee. Enkel de Wereldbekermanches van Valkenburg, Namen en Heusden-Zolder reed hij bij de beloften. Omdat hij dat jaar het WK ook bij de profs reed, verviel zijn beloftestatuut, hoewel hij daar eigenlijk nog twee seizoenen recht op had.
Begin bij de elite Vanaf het veldritseizoen 2013–2014 reed Van der Poel bij de beloften, waardoor hij ook sommige kleinere wedstrijden tussen de profs mocht afwerken. De eerste keer was dat tijdens de Scheldecross. Hij maakte er indruk door meteen tweede te worden op amper 5 seconden van Niels Albert. Enkele weken later deed hij dit opnieuw in de Grote Prijs De Ster, waar hij in de spurt nipt geklopt werd door diezelfde Albert. Op 16 februari behaalde hij in Heerlen zijn eerste zege bij de profs, door er Thijs van Amerongen en Rob Peeters te verslaan.
De winter van 2014–2015 begon voor Van der Poel tijdens de Superprestige van Gieten, en dit tussen de profs. Nadat hij een lange strijd uitvocht met landgenoot Lars van der Haar, wist hij er zijn eerste grote wedstrijd bij de elite binnen te halen. In de daaropvolgende weken presteerde Van der Poel zeer constant en stond hij verschillende malen op het podium. Op zijn tweede overwinning moest hij echter wachten tot midden december. Tijdens de Scheldecross reed hij halverwege de wedstrijd weg en won hij met overmacht. In januari werd hij in Veldhoven meteen Nederlands kampioen bij de profs, met ruime voorsprong op zijn broer David. Begin februari won hij ook het WK in het Tsjechische Tábor, voor Wout van Aert en Lars van der Haar. Met zijn 20 jaar en 13 dagen werd hij de jongste wereldkampioen ooit, enkele maanden jonger dan Erik De Vlaeminck, die in 1966 won.Mathieu van der Poel wereldkampioen veldrijden, nos.nl, 1 februari 2015. Gearchiveerd op 4 december 2022. Twee weken later schreef hij, dankzij een tweede plek in Middelkerke, het eindklassement van de Superprestige op zijn naam. Dit met slechts één punt meer dan Kevin Pauwels. Aan het einde van het seizoen werd Van der Poel verkozen tot Koning Winter.
2015–2016 In de zomer van 2015 kwam Van der Poel ten val tijdens de vierde etappe van de Ronde van de Toekomst. Hij hield er een knieblessure aan over en miste daardoor het eerste deel van het seizoen 2015–2016.Mathieu van der Poel toch geopereerd, hln.be, 2 oktober 2015. Gearchiveerd op 2 januari 2020. Uiteindelijk maakte hij eind november zijn comeback met een derde plek in de Duinencross. Twee weken later boekte hij in Overijse zijn eerste seizoenszege. Een maand later won hij voor de tweede maal op rij het NK, ditmaal in het Overijsselse Hellendoorn. In de aanloop naar deze wedstrijd had hij ook al zeges behaald in Namen, Heusden-Zolder en Diegem. Op het wereldkampioenschap eindigde Van der Poel op de vijfde plaats, op 47 seconden van winnaar Wout van Aert.
2016–2017 Tijdens de zomer van 2016 moest Van der Poel opnieuw geopereerd worden aan zijn knieën. Hierdoor moest hij ook de eerste wedstrijden van het seizoen 2016–2017 missen. In oktober reed hij in Gieten zijn eerste wedstrijd van het seizoen. Hij wist er, na een spannend duel met Wout van Aert, meteen te winnen. Daarna won hij ook in Meulebeke, Zonhoven en Valkenburg, vooraleer hij op het Europees kampioenschap, dat gewonnen werd door Toon Aerts, zilver behaalde. In november won Van der Poel in Asper-Gavere zijn vierde opeenvolgende Superprestigemanche. Hij kon echter geen vervolg breien aan deze reeks, doordat hij in Spa-Francorchamps tweede werd.
Eind december kwam Van der Poel tijdens de Azencross in Loenhout zwaar ten val. Even werd er gevreesd voor de rest van het seizoen, maar uiteindelijk bleek de schade toch mee te vallen. Hij hield er alleen een gekneusde nek aan over. Na een week rust, won hij op het Nederlands kampioenschap in Sint-Michielsgestel zijn derde Nederlandse titel op rij. Drie weken later moest hij op het wereldkampioenschap in het Luxemburgse Belvaux, na vier lekke banden, tevreden zijn met zilver. Wout van Aert, die slechts één keer lek reed, volgde zichzelf op als wereldkampioen.
In februari behaalde Van der Poel in de slotmanche van de Superprestige in Middelkerke zijn twintigste zege van het seizoen. Dankzij deze zege won hij ook voor de tweede keer het eindklassement van de Superprestige en slaagde hij erin om zeven van de acht Superprestigemanches te winnen. Van der Poel sloot uiteindelijk zijn seizoen af met 22 zeges en werd voor de tweede keer verkozen tot Koning Winter.
2017–2018 In het seizoen 2017–2018, zijn eerste volledige veldritseizoen, slaagde Van der Poel erin maar liefst 32 wedstrijden te winnen. Verder stond hij 38 keer op het podium en eindigde hij in elk van zijn 39 wedstrijden bij de eerste vier. Van der Poel won voor de derde keer het eindklassement van de Superprestige, en wist voor het eerst het eindklassement van de Wereldbeker en de DVV Verzekeringen Trofee te winnen. Hij zegevierde in zes van de acht Superprestigemanches, in zeven van de negen Wereldbekermanches en in zeven van de acht manches van de DVV Verzekeringen Trofee.
Begin november won Van der Poel in het Tsjechische Tábor het Europees kampioenschap. Hij reed er in de tweede ronde weg van zijn tegenstanders en zegevierde met 22 seconden voorsprong op landgenoot Lars van der Haar.Superieure Van der Poel vernedert tegenstand in Tabor, ad.nl, 5 november 2017. Gearchiveerd op 4 december 2022. In januari werd Van der Poel in Surhuisterveen voor de vierde keer op rij Nederlands kampioen. Een maand later moest hij op het wereldkampioenschap in het Nederlandse Valkenburg echter genoegen nemen met brons. Wout van Aert werd voor de derde keer op rij wereldkampioen en Michael Vanthourenhout sleepte het zilver in de wacht. Desondanks werd Van der Poel, omwille van zijn dominantie tijdens de rest van het seizoen, opnieuw verkozen tot Koning Winter. Ook sloot hij het seizoen af als nummer één op de UCI-ranking.
2018–2019 In het seizoen 2018–2019 wist Van der Poel 32 van zijn 34 wedstrijden te winnen. Hij werd voor de tweede keer Europees kampioen, voor de vijfde keer Nederlands kampioen en voor de tweede keer wereldkampioen. Daarnaast won hij voor de vierde keer het eindklassement van de Superprestige en voor de tweede keer het eindklassement van de DVV Verzekeringen Trofee. Bovendien slaagde hij erin alle acht Superprestigemanches te winnen en daarmee de prestatie van Sven Nys in het seizoen 2006–2007 te evenaren.8 op 8! Ook Van der Poel rijdt een perfect parcours in de Superprestige, sporza.be, 16 februari 2019. Gearchiveerd op 4 december 2022.
2019–2020 thumb|Van der Poel leidt van start tot finish op het WK veldrijden in 2020