Het bosbessen-dennenbos (Vaccinio-Pinetum) is een associatie uit het verbond van naaldbossen (Dicrano-Pinion). De associatie omvat oligotrafente naaldbosssen die voorkomen op droge, zure zandbodems. Het bossbessen-dennenbos wordt beschouwd als de centrale associatie binnen het verbond.

Naamgeving en codering Synoniemen Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r44Aa03 BWK-karteringscodes: ppms, pms, ppmb, pmb

De wetenschappelijke naam Vaccinio-Pinetum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus) en grove den (Pinus sylvestris).

Fysiognomie thumb|Close-up van de kruidlaag met zowel rode als blauwe bosbes. In de onderliggende moslaag ziet men hier vooral fraai haarmos.

Vergeleken met de andere gemeenschappen uit de klasse van naaldbossen wordt het bosbessen-dennenbos fysiognomisch vooral gekenmerkt door het optreden van de naamgevende bosbessen. Het vegetatieaspect wordt gewoonlijk het meest bepaald door blauwe bosbes en grove den. Er kan een uitgesproken herfstaspect met herfstkleuren ontstaan doordat blauwe bosbes haar bladeren afwerpt, die dan opvallend gele, oranje en rode tinten krijgen.

Het bosbessen-dennenbos manifesteert zich dikwijls in de formatie van een naaldbos. In sommige gevallen (vaak oude bosbessen-dennenbossen) ontstaan overgangen naar gemengd bos doordat loofbomen hun intrede doen. De vegetatiestructuur wordt gevormd door een goed ontwikkelde boomlaag, een vaak matig ontwikkelde struiklaag en een goed ontwikkelde kruid- en moslaag. De boomlaag is 10–15 m hoog en wordt overheerst door naaldbomen, meestal grove den. De toplaag laat (behalve bij fijnsparren) veel licht door, waardoor de struiklaag en kruidlaag meestal goed ontwikkeld zijn. Die struiklaag bestaat uit loofstruiken en jonge loofbomen, tenminste in natuurlijke bossen. In de kruidlaag zijn vaak dwergstruiken als struikhei en blauwe bosbes bepalend. De moslaag is weinig tot zeer goed ontwikkeld, dat laatste vooral bij lorkenbossen.

Ecologie Het bosbessen-dennenbos komt voor op droge tot vochtige, oligotrofe, zure zandgronden. Het betreft podzolgronden die meestal zijn bedekt met een dikke laag mor. Net zoals bij andere wintergroene naaldbostypen is het bosbessen-dennenbos bij uitstek geschikt om fijnstof uit de lucht te filteren.

Syndynamiek De vegetatie kan natuurlijk ontstaan zijn uit korstmossen-dennenbossen, maar ontwikkelt zich meestal uit naaldhoutaanplantingen. In de Lage Landen zal ze door natuurlijke successie geleidelijk overgaan in een berken-eikenbos. Na kaalkap van het bosbessen-dennenbos kan de wilgenroosje-associatie ontstaan.

Subassociaties in Nederland en Vlaanderen Binnen het bosbessen-dennenbos worden in Nederland en Vlaanderen drie subassociaties onderscheiden.

Typische subassociatie De typische subassociatie (Vaccinio-Pinetum typicum) heeft de hoogste presentie van rode bosbes en blauwe bosbes. In Nederland (conform de rVvN) gebruikt men voor deze subassociatie de syntaxoncode r44Aa03a.

Subassociatie met bochtige smele Een subassociatie met bochtige smele (Vaccinio-Pinetum deschampsietosum) heeft overwegend grassen in de kruidlaag, vooral bochtige smele (Avenella flexuosa), die voorkomt in drogere delen van de vegetatie. In Nederland (conform de rVvN) gebruikt men voor deze subassociatie de syntaxoncode r44Aa03b.

Subassociatie met pijpenstrootje thumb|Voorjaarsaspect van de subassociatie met pijpenstrootje. Een subassociatie met pijpenstrootje (Vaccinio-Pinetum molinietosum) komt voor op de vochtigere delen en wordt gekenmerkt door pijpenstrootje. In Nederland (conform de rVvN) gebruikt men voor deze subassociatie de syntaxoncode r44Aa03c.

Biogeografie thumb|Zomeraspect van een dicht, grazig bosbessen-dennenbos in Polen. Het verspreidingsgebied van het bosbessen-dennenbos omvat grote delen van Centraal-Europa (Duitsland, Polen); enkel daar geldt het als climaxvegetatie. Naar het westen toe komt zij enkel in gefragmenteerde vorm voor en kan daar enkel blijven bestaan door nieuwe aanplant.

In Nederland is ze algemeen in de stuifzanden op de hogere zandgronden en zeldzaam in de duinen. Het is goed vertegenwoordigd in de bosaanplanten in het Waddendistrict, vooral op Terschelling komt het nog veelvuldig voor. Ook in Vlaanderen is deze gemeenschap algemeen op zandgronden in de Kempen.

Vegetatiezonering In de vegetatiezonering kan het bosbessen-dennenbos contactgemeenschappen vormen met verscheidene andere syntaxa van oligotrofe, zuurdere zandlandschappen. Onder de bosgemeenschappen staat het vooral in contact met bossen uit de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselarme grond, vooral het zomereik-verbond.

Microgemeenschappen In het bosbessen-dennenbos komen verschillende microgemeenschappen voor. Het gaat vooral om cryptogamengemeenschappen van de druppelkorst-klasse en de klasse van vertakt bekermos en neptunusmos.

Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen De associatie heeft geen specifieke kentaxa, en ook de kensoorten van de klasse van naaldbossen en het verbond van naaldbossen zijn slecht vertegenwoordigd. Ze kan wel eenvoudig worden onderscheiden van de andere in de Lage Landen aanwezige naaldhoutgemeenschappen door een groot aantal differentiërende soorten.

De grove den is de meest voorkomende boom, maar kan in aanplantingen vervangen zijn door lorken (meestal Europese lariks, Japanse lariks of een hybride van beide), fijnspar, douglasspar of andere exotische soorten. In natuurlijke omstandigheden komt ook de zomereik frequent voor.

Daarnaast vinden we vooral soorten van droge heide, zoals struikhei, blauwe bosbes, bochtige smele en pijpenstrootje, naast soorten van stikstofrijkere standplaatsen zoals smalle en brede stekelvaren. Bij de mossen zijn vooral gewoon gaffeltandmos, bronsmos en heideklauwtjesmos meestal aanwezig. Het kussentjesmos, dat mee de naam van de associatie bepaald, komt vreemd genoeg slechts sporadisch voor.

In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor het bosbessen-dennenbos in Nederland en Vlaanderen.

Boomlaag Diagnostiek Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking verbondskentaxa 90% grove den Pinus sylvestris begeleidende taxa 70% zomereik Quercus robur 70% zomereik Quercus robur 50% ruwe berk Betula pendula 30% Japanse goudlarix Pseudolarix kaempferi 20% zachte berk Betula pubescens 25% Amerikaanse eik Quercus rubra 25% douglasspar Pseudotsuga menziesii 25% fijnspar Picea abies Struiklaag Diagnostisch taxon Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking dA 65% wilde lijsterbes Sorbus aucuparia 50% ruwe berk Betula pendula dA 40% sporkehout Frangula alnus 40% Amerikaanse vogelkers Prunus serotina 40% Amerikaans krentenboompje Amelanchier lamarckii 25% beuk Fagus sylvatica 50% hulst Ilex aquifolium Kruidlaag Diagnostisch taxon Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kK 98% blauwe bosbes Vaccinium myrtillus dA 92% bochtige smele Avenella flexuosa dA 40% pijpenstrootje Molinia caerulea 40% struikhei Calluna vulgaris dA 35% smalle stekelvaren Dryopteris carthusiana 30% liggend walstro Galium saxatile dA 30% rode bosbes Vaccinium vitis-idaea 25% gewone braam Rubus fruticosus 25% brede stekelvaren Dryopteris dilatata 20% rankende helmbloem Ceratocapnos claviculata 20% schapenzuring Rumex acetosella > 20% wilgenroosje Chamaenerion angustifolium 20% wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum Moslaag Diagnostisch taxon Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking 11% gerimpeld gaffeltandmos Dicranum polysetum 60% bronsmos Pleurozium schreberi 50% heideklauwtjesmos Hypnum jutlandicum 40% fraai haarmos Polytrichum formosum dA 30% groot laddermos Pseudoscleropodium purum t.o.v. het korstmossen-dennenbos 20% gewoon dikkopmos Brachythecium rutabulum 20% fijn laddermos Kindbergia praelonga 20% gewoon klauwtjesmos Hypnum cupressiforme 10% gewoon pluisjesmos Dicranella heteromalla 10% gedrongen kantmos Lophocolea heterophylla 10% gewoon peermos Pohlia nutans 10% krom platmos Plagiothecium laetum 10% gewoon sterrenmos Mnium hornum 10% boskronkelsteeltje Campylopus flexuosus dA kussentjesmos Leucobryum glaucum t.o.v. korstmossen-dennenbos

Fotogalerij

Zie ook Lijst van bosgemeenschappen in Nederland Atlantische gemengde bossen

Bosbessen-dennenbos Categorie:Bos