Opgang was een wekelijks verschijnend rijkelijk geïllustreerd, katholiek zwart-wit weekblad voor onder andere architectuur, beeldhouwkunst, godsdienst en kerk, kunstnijverheid, literatuur, muziek, poëzie, politiek en sociologie, schilderkunst en toneel.
Het blad verscheen tussen 1921 en 1934, en stond onder hoofdredactie van Herman van den Eerenbeemt. Oud-minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart en Landbouw en Visserij, Piet Kerstens, schreef in zijn jonge jaren van 1921 tot 1926 een reeks essays voor Opgang. Kerstens schreef in Opgang als literatuur- en kunstcriticus binnen de katholieke letterkundige beweging. Historisch-devotioneel: Moderne Devotie, Geert Groote, Hendrik Mande, Thomas a Kempis, middeleeuwse Marialiederen, Vlaams-katholieke vroomheidscultuur én contemporain-kritisch: systematische, genummerde monografische besprekingen van levende katholieke auteurs — Zoetmulder, Rutten, Molkenboer — met aandacht voor dramaturgie, versbouw en de verhouding tussen kunst en geloof. Kerstens was naast leraar Duits aan de R.K. Handelsschool in Amsterdam, ook redacteur van de afdeling schooluitgaven Van Munster's Uitgevers Maatschappij.
De jaargang 1923 telt 1296 pagina's, de jaargang 1925 telt 1256 pagina's. De jaargang 1929 telt 832 pagina's.
Opgang werd uitgegeven door Van Munster's uitgevers-maatschappij uit Amsterdam.
Categorie:Nederlands tijdschrift