De associatie van borstelbies en moerasmuur (Isolepido-Stellarietum uliginosae) is een associatie uit het dwergbiezen-verbond (Nanocyperion). Het is een plantengemeenschap die kenmerkend is voor door de mens beïnvloede, vochtige standplaatsen, vooral bestaande uit eenjarige pionierssoorten, maar met een in verhouding groot aandeel van overblijvende planten.
Naamgeving en codering Synoniemen Isolepido setaceae-Stellarietum uliginosae Stellario-Scirpetum setacei Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r29Aa02 Natura2000-habitattypecode (EU-code): H3130-5 Corine biotope: 22.32
De wetenschappelijke naam Isolepido-Stellarietum uliginosae is afgeleid van de botanische namen van twee veel voorkomende soorten binnen de associatie, de kensoort borstelbies (Isolepis setacea) en de moerasmuur (Stellaria uliginosa).
Fysiognomie De associatie van borstelbies en moerasmuur wordt gekenmerkt door een zeer open, laagblijvende vegetatiestructuur met volledige afwezigheid van de boom- en de struiklaag.
In de kruidlaag zijn laagblijvende, eenjarige planten (therofyten) als de moerasdroogbloem bepalend, maar in tegenstelling tot de andere associaties van het verbond is er naar verhouding een hoog aandeel van overblijvende planten.
De moslaag is beperkt in belang en in soortendiversiteit, met overwegend kortlevende mossen met een korte levenscyclus.
Ecologie Deze plantengemeenschap kenmerkend voor open, vochtige, halfnatuurlijke tot kunstmatige standplaatsen, zoals oevers van sloten, veedrinkpoelen, bospaden, regelmatig overstroomde en zandige oevers en zandbanken van laaglandbeken.
De gemeenschap kan wel wat schaduw verdragen, meer dan de andere associaties binnen het verbond. Ze vraagt een meso-oligotrofe tot mesotrofe bodem.
Biogeografie Het verspreidingsgebied van de associatie van borstelbies en moerasmuur omvat atlantisch- tot Centraal-Europa, oostelijk tot Kroatië en Bohemen, noordelijk tot Zuid-Zweden.
In Nederland is deze associatie vrij zeldzaam en beperkt tot de Pleistocene districten (Drents, Gelders, Kempens, Subcentreuroop en Vlaams district) en hier en daar in het kustgebied.
Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen De associatie heeft in Nederland en Vlaanderen slechts borstelbies als (dominante) kensoort, en mogelijk de twee mossen rood knikmos en vals kortsteeltje. Ze onderscheidt zich van de andere associaties binnen het verbond door de aanwezigheid van moerasmuur, pinksterbloem en waterpeper. Verder komen er een aantal soorten voor van natte standplaatsen, zoals zomprus, getande weegbree, moeraswalstro en pitrus, en van vochtige graslanden (geknikte vossenstaart en moerasrolklaver).
De belangrijkste ken- en begeleidende soorten zijn:
Kruidlaag thumb|150px|Borstelbies thumb|150px|Liggend hertshooi thumb|150px|Waterpostelein
Kentaxon Diff.soort Abundantie Triviale naam Botanische naam Opmerking kA D borstelbies Isolepis setacea kV O liggend hertshooi Hypericum humifusum kV O waterpostelein Lythrum portula kV Z dwergbloem Centunculus minimus kV Z dwergvlas Radiola linoides kO A moerasdroogbloem Gnaphalium uliginosum kK A greppelrus Juncus bufonius A kruipende boterbloem Ranunculus repens A zomprus Juncus articulatus A liggende vetmuur Sagina procumbens F witte klaver Trifolium repens dA F moerasmuur Stellaria uliginosa F gestreepte witbol Holcus lanatus dA O waterpeper Persicaria hydropiper dA O pinksterbloem Cardamine pratensis
Moslaag thumb|150px|Gewoon broedpeermos thumb|150px|Beekstaartjesmos
Kentaxon Diff.soort Abundantie Triviale naam Botanische naam Opmerking kA O rood knikmos Bryum pallens kA O vals kortsteeltje Pseudephemerum nitidum kV O gewoon broedpeermos Pohlia annotina kV Z flesjesmos Blasia pusilla kV Z bolletjespeermos Pohlia bulbifera dA O beekstaartjesmos Philonotus fontana
Borstelbies en moerasmuur