Het Nationaal Monument op de Dam in de Nederlandse hoofdstad Amsterdam is een oorlogsmonument voor de herdenking van Nederlandse oorlogsslachtoffers, oorspronkelijk voor die tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Het monument staat centraal bij de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking op 4 mei.
Ontwerp thumb|Leeuw en pyloon, maart 2002. Het vrijstaande Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam is met de voorzijde naar het Paleis op de Dam gekeerd en staat op een perceel van 2183 m². Het werd ontworpen door architect J.J.P. Oud. Het bestaat uit een 22 meter hoge pyloon met beelden aan voor- en zijkanten en reliëfs van duiven aan de achterzijde. Aan de achterzijde wordt het omsloten door een vrijstaande, halfronde urnenmuur met veertien nissen voor urnen. Elf daarvan zijn voor de toen elf Nederlandse provincies en de andere drie voor de Nederlandse kolonie Nederlands-Indië, en de destijds bij de onthulling autonome landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden Suriname en de Nederlandse Antillen. De provincies worden daarnaast weergegeven met gebeeldhouwde wapenschilden. De nissen voor Suriname en de Antillen zijn altijd leeg gebleven. Op het monument staat een Latijnse tekst en een Nederlandstalig gedicht. Het monument zelf bevindt zich op een oplopende reeks van zes cirkelvormige traptreden.Nationaal Monument, monumentenregister.cultureelerfgoed.nl
Kunstenaars De beelden zijn van beeldhouwers John Rädecker en zijn zoon Jan Willem Rädecker, de reliëfs van Paul Grégoire. Aan de voorkant staan twee leeuwenfiguren van de hand van Jan Willem Rädecker. De Latijnse tekst aan de voorzijde is van de classicus J.P. Meerwaldt, de tekst boven de urnen aan de achterzijde van Anthonie Donker (pseudoniem voor Nico Donkersloot) en het Nederlandstalige gedicht is van Adriaan Roland Holst. Het ontwerp voor de belettering van de dichtregels is van Jan van Krimpen.
Pyloon De 22 meter hoge pyloon is van beton en bekleed met travertijn, een kalksteen uit Toscane met kenmerkende onregelmatige structuur. Aan de voorzijde zijn een gekruisigde en drie geketende mannenfiguren met gebogen hoofd aangebracht met daarboven een vrouwenfiguur met in haar rechterhand een kind en in haar linkerhand een guirlande.Amsterdam - Nationaal Monument Rechtsboven van haar bevindt zich een opvliegende duif, en ook de achterzijde van de zuil is voorzien van in hoogreliëf uitgevoerde vliegende duiven.De Dam als Plaats van Herinnering Rechts en links van de pyloon bevinden zich op uitkragende plateaus twee mannen. Ter linkerzijde een bebaarde man met twee huilende honden en ter rechterzijde een man met opgeheven armen vergezeld van een grommende hond.
thumb|Vier getergde mannenfiguren, waarvan drie geboeid en één gekruisigd, mei 1956. De drie geboeide mannen aan de voorkant staan voor de ellende van de oorlog, waarbij de gekruisigde man in het middelpunt refereert aan de kruisiging van Jezus.Zware last, Stadsarchief Amsterdam, 23 april 2019Nationaal Monument op de Dam, buitenbeeldinbeeld.nl De twee mannen aan de zijkanten van de pilaar symboliseren het verzet; de linkerfiguur beeldt het verzet van de intellectuelen uit, de rechterfiguur het verzet van de arbeiders. De honden bij deze figuren verbeelden smart en trouw. De vrouw met het kind en de duiven symboliseert de overwinning, vrede en nieuw leven. Omhoogvliegende duiven op de achterzijde van de zuil verwijzen naar de bevrijding.
De Latijnse tekst op de voorzijde van het gedenkteken van de classicus J.P. Meerwaldt (1888-1966) is: "Hic ubi cor patriae monumentum cordibus intus quod gestant cives spectet ad astra dei. (Laat hier waar het hart van het vaderland is, het monument dat burgers binnen in hun harten dragen, naar de sterren van God kijken.)"
Gedenkmuur Om de pyloon staat een gebogen gedenkmuur waarin twaalf urnen met aarde zijn ingemetseld. De urnen zijn gevuld met aarde van fusillade- en erebegraafplaatsen uit de toenmalige elf provincies, en de 22 erevelden uit de voormalige Nederlandse kolonie Nederlands-Indië. Voor de urnen uit de provincies bevinden zich de provinciewapens, voor de urn uit Nederlands-Indië bevindt zich het wapen van het Koninkrijk der Nederlanden. De tekst op deze muur luidt: "Aarde, door het offer gewijd, samengebracht uit gans het land, teken tot in verren tijd van heugenis en vasten band."
Op de binnenkant van de gedenkmuur is een tekst van de Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst aangebracht, met belettering ontworpen door Jan van Krimpen, en gehakt door Joop Veldheer: "Nimmer, van erts tot arend, was enig schepsel vrij onder de zon, noch de zon zelve, noch de gesternten. Maar geest brak wet en stelde op de geslagen bres de mens. Uit die eersteling daalden de ontelbaren.
Duchtend zijn hoge blik deinsden hun zwermen binnen de wet terug en werden volkeren en stonden elkander naar het leven, onder nachtgewolkten verward treurspel, dat wereld heet.
Sindsdien werd geen mens vrij dan ontboden van boven zijn dak, geen volk dan beheerst van boven zijn torens. Blijve ons dat bij, verlost als we werden uit het schrikbewind van een onderwereld. Niet onbeheerst, doch enkel beheerst van boven de wereld blijft vrijheid ons deel."
Geschiedenis thumb|Het tijdelijke Nationaal Monument op de Dam in 1947 met de elf urnen van de fusilladeplaatsen
thumb|Urn met aarde van 22 erevelden uit Nederlands-Indië landt op 25 december 1949 op Schiphol. De urn werd ingemetseld in het Nationaal Monument op de Dam. Vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog dienden twee voormalige Nederlandse militairen een voorstel in bij de gemeente Amsterdam voor de oprichting van een Nationaal Monument. Binnen twee jaar verklaarde het gemeentebestuur en de Nederlandse regering zich akkoord.
In 1946 werd gelijktijdig geld ingezameld voor een monument in Amsterdam dat mede door bierbrouwerij Heineken zou worden gefinancierd. Dat had in het Tweede Weteringplantsoen, tegenover het kantoor van Heineken-directeur Freddy Heineken en dicht bij de brouwerij, moeten verrijzen. De daar al tientallen jaren aanwezige publieke speeltuin had daar dan voor moeten wijken. Dit monument was speciaal bedoeld voor louter Amsterdamse gevallenen.Broekhuizen, Dolf (2000) De Stijl toen / J.J.P. Oud nu. De bijdrage van architect J.J.P. Oud aan herdenken, herstellen en bouwen in Nederland (1938-1963), NAi Uitgevers: Rotterdam (handelseditie dissertatie), p. 170 John Rädecker werd aangetrokken om dit monument vorm te geven. Zijn schetsen, en die van andere beeldhouwers, werden in 1946 tentoongesteld in het plaatselijke Stedelijk Museum.
Het comité dat verantwoordelijk was voor het lokale oorlogsmonument besloot na overleg met het werkcomité dat het Nationaal Monument gestalte moest geven dat twee belangrijke oorlogsmonumenten in één stad te veel was en besloten werd om de plannen voor het Amsterdamse monument te schrappen. Rädecker kreeg de toezegging dat hij de beelden voor het Nationaal Monument mocht vervaardigen. Op verzoek van burgemeester Arnold Jan d'Ailly ging Rädecker ermee akkoord dat hij voor het ontwerp van het Nationaal Monument met een architect zou samenwerken. Rädecker stelde daarop voor J.J.P. Oud te nemen. Beiden kenden elkaar al. D'Ailly en het werkcomité stemden met hem in. Op 25 november 1948 nam Oud de opdracht aan.Broekhuizen, Dolf (2000) De Stijl toen / J.J.P. Oud nu. De bijdrage van architect J.J.P. Oud aan herdenken, herstellen en bouwen in Nederland (1938-1963), NAi Uitgevers: Rotterdam (handelseditie dissertatie), p. 171
De keuze voor de plek van het nationale monument viel op het Midden-Damterrein. Op 1 augustus 1947 stelden Burgemeester en Wethouders dit terrein ter beschikking. Het budget voor de realisatie van het Nationaal Monument bedroeg 300.000 gulden. De helft kwam uit de verkoop van Damcertificaten, die twee miljoen gulden opleverde. Het overgrote deel van dit geld was echter voor andere doelen bestemd. Uiteindelijk betaalde de gemeente Amsterdam het resterende bedrag.
Op de Dam verrees, in afwachting van het uiteindelijke monument, in 1947 een tijdelijke colonnade met daartussen elf urnen met aarde van fusilladeplaatsen en begraafplaatsen uit iedere provincie en het bijbehorende provinciewapen erboven afgebeeld. Dit monument werd op 13 december 1947 in gebruik genomen en was een ontwerp van A.J. van de Steur en Auke Komter. De urnen werden gemaakt door keramiste Jos H. van der Veen. Omdat een referentie naar Nederlands-Indië ontbrak werd op 29 april 1950 een nis in het midden toegevoegd met een urn met aarde van 22 erevelden uit Nederlands-Indië die op 25 december 1949 in Nederland arriveerde.Van Indonesische urn tot Indisch monument: vijftig jaar Nederlandse herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in Azië, E.B. Locher-Scholten, 1999
In 1952 werd een Joodse delegatie uitgenodigd door Polen om een herdenking bij te wonen in Auschwitz. Die keerde terug met een urn met as van slachtoffers die in het concentratiekampblok Auschwitz-Birkenau waren vergast. De wens was om de urn bij te zetten in het monument op De Dam, maar dat bleek niet mogelijk.
De Centrale Commissie voor oorlogs- of vredesgedenktekens uitte bezwaren tegen het ontwerp vanwege de tweeledigheid van obelisk en urnenmuur en een volgens de commissie gebrek aan klaarheid en zeggingskracht. Alleen commissielid Willem Sandberg, directeur van het Stedelijk Museum, had vertrouwen in de plannen van Rädecker en Oud.Warna Oosterbaan, "Een klein, klein land", NRC, 3 september 1984; "Nationale monumenten", in Warna Oosterbaan Martinius (1990) Schoonheid, welzijn, kwaliteit. Kunstbeleid en verantwoording na 1945. Den Haag: Gary Schwartz / SDU. In 1951 kregen Rädecker en Oud van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen het groene licht om hun ontwerp uit te voeren.
Rädecker werd uiteindelijk ziek en zijn ontwerpen werden aangevuld door zijn zoon Jan Willem. Truus Trompert (1915-1977), vast model van de Amsterdamse Rijksakademie van beeldende kunsten, werd als model gevraagd voor de vrouwenfiguur. De onthulling van het monument vond plaats door koningin Juliana op 4 mei 1956, enkele maanden na de dood van Rädecker.
Damslapers thumb|Damslapers bij het Nationaal Monument op 14 augustus 1969. In de jaren zestig van de twintigste eeuw trokken hippies van heinde en verre naar het Nationaal Monument om er in de zomer in de openlucht te bivakkeren; soms verbleven er enkele honderden zogenaamde damslapers. De gemeente Amsterdam gedoogde een tijdlang het slapen op de Dam, maar na klachten over overlast, zoals wildplassen, werd op 24 augustus 1970 een verbod ingesteld dat nog dezelfde dag tot hevige rellen leidde met vijftig gewonden en plunderingen tot gevolg. De volgende dag nam Nederlands marinepersoneel het recht in eigen hand en een tachtigtal Jantjes sloegen de hippies met knuppels en koppelriemen van de Dam. De spontane actie kon bij een groot deel van de Nederlandse bevolking op veel sympathie rekenen.
Grootschalige restauraties In 1965 en 1996-1998 werd het monument grondig gerestaureerd. Bij de tweede werd het volledig gedemonteerd en delen ervan, zoals de beelden, de leeuwen en de topbekleding van de pyloon, werden in Duitsland geïmpregneerd met acrylhars. De steensoort, travertijn, was in het Nederlandse klimaat onvoldoende weervast gebleken. De binnenkant van de pyloon, die oorspronkelijk uit baksteen bestond, werd vervangen door beton.Gemeente Amsterdam, Nationaal Monument In juni 2019 werden er opnieuw technische gebreken geconstateerd, waarna uit voorzorg de deksteen, het topje van het monument, tijdelijk werd verwijderd.