Zeesterren (Asteroidea) zijn een groep van ongewervelde waterdieren die behoren tot de stekelhuidigen. Zeesterren leven op de bodems van alle oceanen; van getijdengebieden tot in de diepzee, maar uitsluitend in zout water. Ze vormen met ongeveer 1900 soorten een van de grootste groepen van stekelhuidigen.
Zeesterren hebben een stervormig lichaam met een centrale schijf en vijf of meer langwerpige lobben die armen worden genoemd. De centrale schijf omvat de maag, met de mondopening aan de onderzijde. Ingeval de soort een anus heeft, ligt deze aan de bovenzijde. Het uiterlijk loopt per soort uiteen. Zo zijn soorten bekend met enige tientallen armen en zijn er naast de vele bruin-grijze ook rode, blauwe en gele soorten. Sommige soorten hebben stekels, andere zijn glad. Aan de onderkant van de armen bevinden zich buisvoetjes met kleverige napjes. Verder herbergt elke arm delen van het maag-darmstelsel en geslachtsorganen.
Zeesterren paren niet maar laten hun geslachtscellen vrij in het zeewater. Sommige soorten kennen een vorm van broedzorg. De larven van de meeste zeesterren zijn vrijzwemmend en zien eruit als doorzichtige, garnaalachtige diertjes. Er zijn ook zeesterren waarbij de larven zich in een broedbuidel ontwikkelen, en geen vrijzwemmend stadium kennen. De larven doorlopen verschillende ontwikkelingsstadia voordat ze veranderen in een kleine zeester. Bij zeesterren kunnen verloren of beschadigde delen van het lichaam regenereren. De meeste soorten zijn roofdieren; sommige soorten kunnen in korte tijd veel tweekleppigen verorberen.
De algemeenste soort langs de Belgische en Nederlandse kust is de gewone zeester (Asterias rubens), die een doorsnede tot 50 centimeter kan bereiken. Zeesterren worden vaak levend aangetroffen op het strand en in getijdenpoeltjes.
miniatuur|none|250px|De gewone zeester heeft vrij korte armen en komt voor langs de kust van België en Nederland.
Naamgeving Zeesterren danken hun Nederlandstalige naam aan hun stervormige lichaam en het feit dat ze in zee leven. Het ganzevoetje (Anseropoda placenta) dankt zijn naam aan de gelijkenis met de voet van een vogel met zwemvliezen tussen de tenen, zoals een gans.
In het Engels worden zeesterren 'starfish' genoemd, wat 'ster-vis' betekent. Zeesterren zijn echter geen vissen, en Engelstalige biologen gebruiken ook wel de naam 'sea star'. In veel andere talen wordt wel een met het Nederlands vergelijkbare naam gebruikt, bijvoorbeeld in het Duits Seesterne, in het Frans étoile de mer en in het Deens søstjerne.
De wetenschappelijke naam Asteroidea werd in 1830 voor het eerst gepubliceerd door Henri Marie Ducrotay de Blainville. De naam Asteroidea betekent vrij vertaald 'stervormigen'.
Verspreiding en leefgebied thumb|Novodinia antillensis is een soort die lange armen heeft en leeft in het oosten van Noord-Amerika op honderden meters diepte. Zeesterren komen wereldwijd voor, van de tropen tot in poolgebieden, in de oceanen en binnenzeeën.
De meeste soorten komen voor in delen van de Grote Oceaan, vooral rond de kust van Alaska. Ook rond de Noordpool en in de Caraïben zijn veel soorten te vinden. Langs de westkust van Afrika worden zeesterren vertegenwoordigd door slechts enkele soorten. In Azië zijn deze stekelhuidigen vooral tussen Indonesië en Australië te vinden. Veel soorten die langs de kust van Australië leven, zijn endemisch en komen nergens anders voor.
Zeesterren komen alleen voor in zout (zee)water, maar sommige soorten kunnen zich ook handhaven in brak water, zoals in kustgebieden bij riviermondingen. Een voorbeeld hiervan is de gewone zeester, die kan leven bij een zoutgehalte van acht promille, oftewel ongeveer de helft zoeter dan zeewater. Er zijn geen soorten bekend die op het land of in het zoete water leven.
Zeesterren leven op de bodem van de zee, van de getijdenzone tot in de diepzee. Zeesterren kunnen niet zwemmen en zijn, eenmaal volwassen, uitgesproken bodembewoners (benthos). Van andere stekelhuidigen zoals sommige zeekomkommers is wel zwemgedrag bekend. Zeesterren leven meestal op zandbodems, rotsen, koralen of andere harde substraten. Sommige zeesterren kunnen zichzelf letterlijk begraven, maar ze kunnen niet graven zoals van de verwante zeekomkommers bekend is. Gravende zeesterren laten zich enkele millimeters onder de zandbodem zakken door met de buisvoetjes de zandkorrels aan de randen van het lichaam te verplaatsen. Het lichaam komt hierdoor steeds dieper te liggen, totdat het volledig met zand is bedekt. De openingen tussen de stekels op het lichaam worden gebruikt als waterbuffer, zodat de ingegraven zeester kan blijven ademhalen.
De meeste zeestersoorten leven in kustwateren. De biotoop van veel soorten wordt niet zozeer bepaald door het abiotisch milieu, als wel door het aanbod van prooidieren. Als er veel prooien zijn, kunnen zeesterren in grote aantallen voorkomen, maar zodra de voedselbron is uitgeput gaan de dieren op zoek naar ander voedsel, en verlaten het gebied. Aan de Europese kusten zijn zeesterren meestal op harde bodems te vinden: rotskusten, dijken, havenmuren, et cetera. Andere zeesterren geven de voorkeur aan zandgronden, waarin ze zich kunnen ingraven. Ook zeegrasvelden en koraalriffen bieden leefmogelijkheden. De meeste zeesterren mijden direct zonlicht en blijven overdag in rotsspleten en holen of tussen de wieren. De gewone zeester komt zowel voor op rots- slik- als zandgronden. Deze zeester leeft van tweekleppigen en is overal te vinden waar deze prooidieren voorkomen.
Sommige soorten leven alleen in ondiepe wateren en andere alleen in de diepzee. Een aantal soorten komt voor over een grote diepte-range. Hymenaster pellucidus leeft op dieptes die uiteenlopen van 15 tot 2800 meter onder zeeniveau, en de gestekelde zonnester komt voor vanaf de getijdenzone tot op 1200 meter diepte. Grotere soorten moeten permanent onder water blijven omdat het waterige lichaam gevoelig is voor uitdroging. De habitat van dergelijke soorten ligt onder de getijdenzone. Zeesterren uit de familie Porcellanasteridae zijn typische diepzeebewoners die in de abyssale zone leven, beneden 4000 meter onder zeeniveau. Porcellanaster ceruleus komt voor op dieptes van 1158 tot 6035 meter onder de zeespiegel.SeaLifeBase - Porcellanaster ceruleus Wyville-Thomson, 1877 - Website Eremicaster pacificus kan tot 7600 meter onder zeeniveau worden aangetroffen. De orde Brisingida telt uitsluitend diepzeebewoners.
België en Nederland In Nederland komen drie verschillende soorten zeesterren voor. In België komt volgens de soortenlijst van België alleen de gewone zeester (Asterias rubens) voor. In Nederland (en volgens sommige bronnen mogelijk ook in België) komen naast de gewone zeester ook voor: Kamster (Astropecten irregularis) Gestekelde zonnester (Crossaster papposus)
Uiterlijke kenmerken thumb|Onderzijde van een zeester met duidelijk zichtbare ambulacraalgroeven aan de onderzijde van de armen. De witte ronde vlekken zijn de zuignapjes van de buisvoetjes. thumb|De gewone slangster (Ophiura ophiura) is geen zeester, maar een van de bekendere slangsterren. thumb|De gestekelde zonnester heeft een roze lichaam met paarse dwarsbanden. Zeesterren hebben de meest uiteenlopende vormen, kleuren en maten. De meeste soorten hebben een middelgrote lichaamsschijf en vijf dikke relatief korte armen, maar bij andere is de schijf veel groter of kleiner en zijn er meer of langere armen.
Zeesterren worden enkele centimeters tot decimeters lang maar sommige soorten kunnen aanmerkelijk groter worden. Bij de meeste soorten bereiken de armen een spanwijdte van 12 tot 24 centimeter. De kleinste soort is Leptychaster propinquus, met hooguit een spanwijdte van 1,83 centimeter. De grootste zeester, Midgardia xandaros, bereikt een armlengte van bijna 70 cm en daarmee een spanwijdte van ongeveer 1,3 meter. De doorsnede van de lichaamsschijf van deze soort is echter nog geen drie centimeter. Ook de zonnebloemster (Pycnopodia helianthoides) kan behoorlijke afmetingen bereiken tot bijna een meter maar heeft een veel grotere centrale lichaamsschijf en aanmerkelijk dikkere armen. De soort Thromidia gigas is aanzienlijk kleiner maar is met zijn gewicht van wel zes kilo de zwaarst bekende soort.
De lichaamsbouw van zeesterren wijkt sterk af van die van andere diergroepen. Het lichaam van een zeester vertoont radiaalsymmetrie; dit betekent dat er niet een enkele lichaamsas is, zoals bij de meeste dieren. Het lichaam is op meerdere manieren te verdelen door een snijvlak aan te brengen waarbij de beide helften hetzelfde zijn. Zeesterren hebben altijd minstens vijf van dergelijke snijvlakken.De mond van de zeester is aan de onderzijde van het lijf gepositioneerd. Dit is zeer ongebruikelijk bij dieren en omdat zeesterren niet echt een boven- of onderkant hebben die vergelijkbaar is met andere organismen wordt de onderzijde aangeduid met de orale zijde (oraal = mond). De bovenzijde van de zeester wordt de aborale zijde genoemd (aboraal betekent zonder mond). De anus is aan de aborale zijde geplaatst, bij een aantal zeesterren ontbreekt een anus echter en worden de voedselresten via de mond weer naar buiten gebraakt.
Zeesterren worden vaak verward met slangsterren en er zijn ook soorten binnen de twee groepen die erg op elkaar lijken. Bij zeesterren bevatten de armen organen terwijl bij slangsterren de armen bestaan uit verharde delen zonder organen. Slangsterren zijn daarnaast voornamelijk te vinden in de diepzee, terwijl de meeste zeesterren in ondiepere wateren leven. Ook hebben slangsterren soms vertakte armen, bij enkele families in zo sterke mate dat ze meer op een varen lijken dan op een zeesterachtige. Zo'n vertakte arm komt bij zeesterren nooit voor, afgezien van foutjes bij de regeneratie van een beschadigde arm.
Lichaamskleur Zeesterren komen in veel kleuren voor. De kleuren bij zeesterren worden gevormd door pigmentcellen in de huid die kleurstoffen (carotenoïden) bevatten. Veel soorten zijn onopvallend gekleurd en zijn goed gecamoufleerd op een natuurlijke ondergrond. Een groot aantal soorten daarentegen heeft opvallende kleuren, vooral aan de aborale zijde, zoals rood, oranje, blauw en paars. Sommige soorten hebben daarnaast een bonte lichaamstekening, bijvoorbeeld de paarse Astropecten articulatus die oranje randen van de armen heeft, of de witte Choriaster granulatus, die rode vlekken draagt. Verschillende zeesterren hebben een strepenpatroon; zowel een bandering van de armen komt voor, als lengtestrepen die vaak op het midden van de arm gepositioneerd zijn. Ook kan de kleur van de stekels duidelijk afwijken van die van de rest van het lichaam.Een voorbeeld is de soort Protoreaster nodosus met de Engelse naam 'chocolate-chip seastar' (vrij vertaald 'chocolade-snipper-zeester') die een wit lichaam heeft met rode vlekken en bruine knobbels en stekels.Bij veel soorten uit het geslacht Pentaceraster komt variëteit voor van zowel de lichaamskleur als de kleur van de stekels, zelfs binnen de soorten.