Gustave Henri de Molinari (Luik, 3 maart 1819 - Adinkerke, 28 januari 1912) was een Belgisch econoom en de grondlegger van het anarcho-kapitalisme. Hij behoorde tot wat we momenteel de economische School van Parijs noemen; een groep Franse, liberale economen die zich in de jaren 1820-1880 schaarden rond de werken van Jean-Baptiste Say en Destutt de Tracy. Andere vooraanstaande leden van de School van Parijs waren Frédéric Bastiat, Charles Dunoyer en Frédéric Passy.

Leven In 1844 vertrok de Molinari naar Parijs.Privéarchief de Molinari, Kroniek: Pour servir à l'histoire de la famille Molinari, p. 7. Veel is er niet geweten over de periode die aan het vertrek voorafging. Yves Guyot schreef in zijn lijkrede dat de Molinari zich in Antwerpen bevond tijdens de Belgische Revolutie.GUYOT, Yves, “Gustave De Molinari”, Journal des Économistes, 33, 1912, 178-179. Als elfjarige zou hij het bombardement van generaal Chassé persoonlijk ervaren hebben – mogelijks omdat zijn vader een orangistische spion was.WITTE, Els, Het verloren koninkrijk. Het harde verzet van de Belgische orangisten tegen de revolutie 1820-1850, Antwerpen, De Bezige Bij, 2014, 251. Daarnaast zou de Molinari school gelopen hebben in het College te Verviers waar hij gepassioneerd werd door politieke economie.LUBELSKI-BERNARD, Nadine, "De Molinari, Gustave", in: Nouvelle biographie nationale. Tome 6, Brussel, Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts, 2001, 135.

Journalist in Parijs Met een artikel over de technologische vooruitgang van de trein in le Courrier français begon de Molinari zijn journalistieke carrière in 1844. Vooraf had hij – naar eigen schrijven – enkele kleine bijdragen geschreven in verscheidene kranten en naslagwerken. Het vormde het begin van een goedgevulde carrière waarvan de precieze omvang niet te beschrijven valt. Het Institut Coppet probeerde op basis van de Molinari’s Ultima Verba (1912) een opsomming te maken van alle artikels, boeken en essays die uit de pen van de Molinari vloeiden. Ze kwamen uit bij 297 stukken. Maar het werkelijke getal moet enkele malen verdubbeld worden aangezien de bijdragen in zijn eigen krant l’Économiste belge en zijn Russische artikels hierin niet vermeld werden. In Frankrijk genoot de Molinari aanzien als hoofdredacteur van Le Journal des Débats (1871-1876) en later, na het overlijden van zijn vriend Joseph Garnier, als hoofdredacteur van Le Journal des Économistes (1881-1909).

L’Économiste belge Na zijn gekozen verbanning uit Frankrijk naar aanleiding van de staatsgreep van Louis-Napoléon Bonaparte in 1851, kwam de Molinari terug in België terecht. Nadat hij samen met Charles de Brouckère, Jean Arrivabene en Charles le Hardy de Beaulieu de – nog steeds bestaande – Société d’économie politique stichtte, richtte hij in 1856 zijn eigen krant op: l’Économiste belge. De schrijversequipe bestond uit dezelfde mensen die de Société d’économie politique hadden opgericht. Ook vooraanstaande schrijvers uit de Franse en Engelse vrijhandelswereld, onder wie Frédéric Passy en Richard Cobden, schreven voor L’Économiste belge.VAN DIJCK, Maarten, De wetenschap van de wetgever. De klassieke politieke economie en het Belgische landbouw- beleid 1830-1884, Leuven, Universitaire Pers, Leuven, 2008, 54-56; ERREYGERS, Guido, "Economic associations in Belgium", in: AUGELLO, Massimo M., The spread of political economy and the professionalisation of economists, Londen, Routledge, 2001, 96-101. Het doel van deze krant was al snel duidelijk: het ‘optimaliseren’ van de overheid door deze te ontmantelen en de taken uit te besteden aan de vrije markt.ALBERT, Christian, Het tijdschrift “L’Économiste belge” (1855-1868): zijn stellingen en invloed, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Universiteit Antwerpen, 1976, 28-33.

Dit laatste punt moet echter genuanceerd worden. In de verkleining van de overheid neemt de Molinari eerder een minarchistisch standpunt in dat minder ver gaat dan wat hij in De la production de la sécurité, Les Soirées dans la Rue Saint-Lazare en zijn Cours d’économie politique schrijft. In L’Économiste belge schreef hij nergens dat rechtspraak volledig geprivatiseerd kan worden. De reden hiervoor is onduidelijk en de Molinari zelf geeft geen reden voor deze omschakeling. Historicus Maarten Van Dijck heeft twee vermoedens. Allereerst is het mogelijk dat de Molinari zijn punt nuanceerde nadat de Parijse School (Bastiat, Coquelin, Dunoyer,...) in de Société d’Economie Politique zijn ideeën afdeed als te verregaand. Deze verklaring is weinig bevredigend aangezien de Molinari in andere monografieën (waaronder de voornoemde Cours d’économie politique uit 1855) zijn anarcho-kapitalistische ideeën wél bleef verdedigen.FACCARELLO, Gilbert, “Bold ideas. French liberal economists and the state: Say to Leroy-Beaulieu”, The European Journal of the History of Economic Thought, 17/4, 2010, 746. Ten tweede is het mogelijk dat de Molinari zijn ideeën aanpaste aan zijn doelgroep. De Belgische liberale elite stond/staat afkerig tegen de anarcho-kapitalistische ideeën van de Molinari en het is mogelijk dat hij repercussies vreesde (zoals later zou blijken).VAN DIJCK, Maarten, De wetenschap van de wetgever. De klassieke politieke economie en het Belgische landbouw- beleid 1830-1884, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2008, 98; VAN DIJCK, Maarten, "From Science to Popu- larization, and Back – The Science and Journalism of the Belgian Economist Gustave De Molinari", Science in Context, 21/3, 2008, 388. Wij volgen deze tweede redenering aangezien deze nuances ook te zien zijn in zijn Russische artikels voor de krant Roesski Vestnik, waar hij genuanceerd en gecensureerd schreef.BRAET, Johan, "Gustave De Molinari: Liberale kritiek op de hervormingsplannen van tsaar Aleksander II (1860)", in: STOLS, Eddy en WAGEMANS, Emmanuel, Montagne Russe. Belevenissen van Belgen in Rusland, Berchem, EPO, 1989, 33. Terwijl zijn Russische vrienden vooruitstrevend waren, naar Russische, post-despotische maatstaven, zouden zijn plannen voor privatisering van het recht er geen grond vinden.RONIN, Vladimir, "Un économiste belge dans la presse russe", BTNG/RBHC, 24/3-4, 1993, 329. Verder wist de Molinari dat zijn lezerspubliek eerder tot het kamp van de gematigde liberalen behoorde. In een brief aan de collectivistische anarchist Pierre-Joseph Proudhon schreef hij:

“Voulez-vous me donner pour la prochain n° de L’Économiste [belge] un fragment de votre brochure [...] en choisissant ce qui peut aller le mieux au tempérament généralement modéré de mes lecteurs?"ARCHIVE VILLE DE BESANCON, Ms 2950 (Tome IX – Lettres adressées à P-J Proudhon. Delhasse à Devos),

lettre 164/609, Gustave de Molinari à P-J Proudhon 14 februari 1859.

Toch betekende deze minarchistische aanpak niet dat de Molinari geen controverse kon uitlokken, zelfs bij eigen journalisten die een politieke functie bekleedden. In 1856 schreef de Molinari een artikel over kredietbanken en verweet hij dat er in dit project geld verspild werd aan luie politici. Kwaad nam Charles de Brouckère zijn pen op. De Brouckère was een trouwe journalist bij l’Économiste belge die schreef onder het pseudoniem C.D.B. Daarnaast was hij burgemeester van Brussel. De Brouckère verweet de Molinari dat hij “une accusation monstreuse” maakte.ARA Brussel, papiers de Brouckère, Projet de création de la Société de crédit commarcial en industriel en-

traînant la présentation de la démission de Charles de Brouckère comme bourgmestre de Bruxelles et une polémique avec G. De Molinari, rédacteur de L’Économiste :. 1856/. Victor Brants vatte de houding van De Brouckère als volgt samen: “l’économiste devait être mis en demeure de faire de la politique pratique, en qualité de bourgmestre de Bruxelles”.BRANTS, Victor, "Coup d’oeil à vol d’oiseau sur les écoles d’économie politique en Belgique", La Revue Gé- nérale, 35, 1899, 152-153. Het was niet de laatste keer dat de meer gematigde de Brouckère (en de Liberale Partij in België in het algemeen) een pennenstrijd leverde met de Molinari.

Politieke ambitie In zijn recensie uit 1864 van de Molinari’s Cours d’économie politique, beschreef Lord Acton de troebele verhouding tussen de econoom en de Belgische Liberale Partij:

“[In] 1848,Foutief van Lord Acton: De Molinari keerde pas in 1851 terug. BERAUD, Alain, "Gustave de Molinari", in: FAC- CARELLO, Gilbert (eds.), Handbook on the History of Economic Analysis. Volume 1., Chelentenham/Northamp- ton, Edward Edgar, 2018, 237. he returned to his own country, and finished his course of political economy at the Musée d’Industrie of Brussels, where, we believe, he has not been altogether well treated by the Liberal ministry. This gives a personal significance to his protest against the nomenclature of the two parties, which falsely implies that the one comprises all that is religious, and the other all that loves liberty, in Belgium.” ACTON, John Emerich Edward Dalberg, “Review of Gustave De Molinari’s Course of Political Economy (1855)”, The Home and Foreign Review, 4, 1864, 313. alt=Gustave de Molinari|miniatuur|Gustave de Molinari De Molinari had inderdaad moeite met duidelijke politieke afbakeningen.VAN THIELEN, Dries, "Gustave de Molinari et la tentation de la politique", Laissons Faire, 26, 2018, 28-31. Hij sukkelde niet alleen met het onderscheid tussen liberaal en katholiek. Roderick T. Long merkte op dat de Molinari een brug probeerde te slaan naar de socialisten. De Molinari verweet socialisten dat ze dezelfde doelen nastreefden als economen (hetgeen voor de Molinari gelijkstond aan klassieke liberalen) maar dat ze er andere methodes op nahielden.LONG, Roderick T., "Rothbard’s “Left and Right”: Forty Years Later", Mises Institute, 2006. Als politiek econoom wilde hij – net zoals de socialisten – overvloed en rechtvaardigheid in de maatschappij. Hij beschouwde echter het reeds geteste streven naar vrijheid als de noodzakelijke katalysator voor de rechtvaardige maatschappij.ROTHBARD, Murray, "Left and Right: The Prospects for Liberty", Left and Right, 1, 1979, 12. Socialisten neigden (en neigen) eerder naar georganiseerde, etatistische recepten. In zijn anoniem gepubliceerd pamflet Lettre aux socialistes (1848) was hij bereid om zijn economische ideeën op te bergen indien de socialistische argumenten onderbouwd konden worden.DE MOLINARI, Gustave (vertaling Roderick T. Long), "The Utopia of Liberty: A Letter to Socialists", Mises Daily, 2016 .

Ondanks de troebele verhouding met de Liberale Partij stelde hij zich kandidaat voor de Brusselse verkiezingen van 1859. Al snel werd duidelijk dat de Molinari niet de juiste persoon was voor politiek. In een bijeenkomst op 3 juni 1859 stelde de Molinari zich voor aan de Liberale Partij. Die had twee punten van kritiek op de kandidaatstelling van Gustave de Molinari. Deze werden duidelijk gemaakt door journalist Charles Potvin. Allereerst verweten ze de Molinari’s woordkeuze. Hij stelde in zijn speech dat hij en réaction was geweest tegen het oprukkend socialisme in Frankrijk.“Aplatissement du vieux libéralisme”, Le Bien Public, 6 juni 1859. Wij denken bijvoorbeeld aan het tijdschrift Jacques Bonhomme waarin Frédéric Bastiat, Gustave de Molinari, Charles Coquelin, Alcide Fonteyraud en Joseph Garnier het socialistisch beleid van de revolutionairen van 1848 aan de kaak stelden. Deze woordkeuze (“réaction”) werd echter niet gesmaakt door de antirevolutionaire (en zelfs socialistische) kringen die deel uitmaakten van de liberale, Brusselse elite.

Bij het horen van deze woorden, joelde de zaal de Molinari uit. Charles Potvin betrad de tribune en sprak de aanwezigen anderhalf uur lang toe. Zo zei hij onder meer: