thumb|Valette in vrijmetselaarskledij. Gerardus Johannes Petrus (de la) Valette (Semarang, 4 juli 1853 - 's-Gravenhage, 17 april 1922) was bestuursambtenaar in Nederlands-Indië en letterkundige. Hij schreef ook onder het pseudoniem Paul Ekhard.

Familie thumb|Valette met hoed boven een jarig nichtje Valette werd geboren als zoon van Jacob Valette (1822-1887) en Constance Cathérine Hubertine Bastings. Zijn vader was leraar aan het gymnasium Willem III te Batavia. Hij trouwde in 1877 met Geertruida Johanna (Trudy) Couperus (1856–1918), lid van de familie Couperus. Zij was de zus van de schrijver Louis Couperus. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren; drie van hen stierven jong. De anderen waren: Constance (1878-1965), John (1883) en Edmée (1886).

Kinderen Constance (Stan) was een lievelingsnichtje van Louis Couperus. Zij trouwde eerst in 1898 met Gerard Engelberts (1863-1942) van wie zij een jaar later scheidde. Zij hertrouwde in 1901 met Friedrich Johann Joseph Franz Biberle. Ten slotte trouwde zij in 1915 met Boudewijn Nierstrasz (1861-1939), lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (en ze scheidde van hem in 1927). Uit haar tweede huwelijk had ze twee kinderen: Gertrude (1901) en Carla (1903).

John de la Valette woonde later in Londen en trouwde met M. Rose; van diens echtgenote is een portret geschilderd door William Lee-Hankey.Dit portret bevindt zich nu in Glasgow, zie: afbeelding. John de la Valette was werkzaam in de scheepsbouw, maar hield zich ook met kunst bezig getuige het feit dat hij in 1935 Organising Secretary van de Exhibition of British Art in Industry in de Royal Academy was.Hierbij verscheen het door hem geëditeerde werk: The conquest of ugliness. A collection of contemporary views on the place of art in industry dat voorzien was van een voorwoord van de Prince of Wales. De la Valette heeft overigens nog meer gepubliceerd, bijvoorbeeld over de Britse handel met Holland.

Edmée trouwde met Fergus Munro Mackie en woonde in Madrid.

Ambtelijke loopbaan Opleiding Valette volgde het Gymnasium Willem III;Java-bode, 14-08-1869 hij ontving in 1869 bovendien een "Getuigschrift voor Talen, Geschiedenis en Aardrijkskunde".De locomotief, 18-08-1869 In 1870 behaalde hij het Groot Ambtenaarsexamen A, als derde beste.Java-bode, 19-10-1870 In 1872 slaagde hij ook voor het examen voor Oost-Indisch ambtenaar; hij woonde toen te Leiden.Het nieuws van den dag, 22-06-1872 Hij haalde (als zevende beste) ook nog het examen B voor ambtenaren bij de burgerlijke dienst in Nederland-Indië.Java-bode, 31-07-1872 en De locomotief, 26-08-1872; P.Th. Couperus slaagde in datzelfde jaar voor het B-examen, zie: Algemeen handelsblad, 14-11-1872

Loopbaan in Nederlands-Indië Vroege loopbaan Na het behalen van het B-examen werd Valette bij ministerieel besluit van 25 september 1872 benoemd tot ambtenaar in de civiele dienst en ter beschikking gesteld van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.Algemeen handelsblad, 28-09-1872 Hij werd benoemd tot 2e commies bij het departement van Binnenlands BestuurDe locomotief, 19-11-1872 In april 1874 werd hij geplaatst bij het gouvernement van Sumatra's Westkust.De locomotief, 04-04-1874 Even later werd hij benoemd tot lid van de Plaatselijke Inlandse Schoolcommissie te Solok.Java-bode, 27-06-1874; hij wordt daar genoemd aspirant-controleur In juli kreeg hij, op verzoek, wegens ziekte eervol ontslag.Java-bode, 14-07-1874 In 1875 werd hij opnieuw benoemd tot 2e commies op de algemene secretarie.Algemeen handelsblad, 19-02-1875 In 1876 werd hij bevorderd tot 1e commies.De locomotief, 16-09-1876

In 1877 was hij lid van de commissie tot overbrenging, van het stadhuis te Batavia naar het Italiaanse oorlogsschip Cristoforo Columbo, van het stoffelijk overschot van de oud-generaal en senator Nino Bixio (1821-1873) die aan cholera was overleden. Bixio speelde een belangrijk rol in de eenwording van Italië.Bijlage bij Java-bode, 30-04-1877 In 1878 bleek hij secretaris der residentie Banjoemas, en werd hij daar benoemd tot lid van de plaatselijke schoolcommissie.De locomotief, 30-12-1878 In 1879 kreeg hij, wegens ziekte, een tweejaarlijks verlof naar Europa;Algemeen Handelsblad, 23-07-1879 dit werd met zes manden verlengd.De locomotief, 29-11-1881 In april 1882 kwam hij te Batavia aan.Java-bode, 11-04-1882 Hij werd benoemd, als ambtenaar op non-activiteit, tot secretaris van de Residentie Pasoeroean, en toen vermeld als laatstelijk secretaris van de Residentie Banjoemas.Java-bode, 02-05-1882 In 1888 werd Valette benoemd tot commissaris bij het agentschap te Pasoeroean van de Javasche Bank; hij was daar toen gewestsecretaris.De locomotief, 07-06-1888 Het jaar erna werd hij benoemd tot assistent-resident van Salatiga (Semarang).Java-bode, 11-10-1889 In 1891 werd hem een gratificatie toegekend van fl. 200 wegens de goede waarneming van de functie van algemeen ontvanger van 's lands kas in zijn standplaats.De locomotief, 06-08-1891

Per 1 november 1892 kreeg hij zijn eerste driejaarlijkse tractementsverhoging en werd het met fl. 50 verhoogd tot fl. 650 per maand.Java-bode, 08-11-1892 Even later werd hij benoemd tot assistent-resident voor politie te Semarang.Java-bode, 23-01-1893 In dat jaar werd ook gemeld dat hij op de 1e en de 3e vrijdag van de maand ontvangdag hield.De locomotief, 13-05-1893 Hij zou als n° 2 op de voordracht staan voor secretaris van het Binnenlands Bestuur, in 1893.De locomotief, 20-05-1893

Politie-expert en het Bertillon-systeem In 1894 zou hij, wegens ziekte, met ingang van 2 april vertrekken met verlof naar Europa.De locomotief, 23-01-1894; Java-bode, 31-03-1894 Was hij niet op verlof vertrokken, dan zou hij benoemd zijn tot assistent-resident te Buitenzorg.Java-bode, 02-04-1894 Op verlof in Nederland werd hij belast met het bestuderen van inrichtingen van politie in Nederland, te Parijs en te Londen;De locomotief, 07-13-1895 dit werd ook gemeld toen hij terugkeerde naar Nederlands-Indië.De locomotief, 06-03-1896: Valette "die zijn tijd nuttig heeft besteed met een studie van de politie in Europa." In februari vertrok hij weer naar BataviaAlgemeen handelsblad, 20-02-1896 Bij terugkeer werd hij benoemd tot assistent-resident voor politie voor stad en voorsteden van Batavia.De locomotief, 22-04-1896 Even later werd hij benoemd tot assistent-resident van Buitenzorg.Java-bode, 03-08-1896 De laatste benoeming leidde tot het commentaar van de redacteur van De locomotief dat dit impliceerde dat er niets zou gebeuren met de hervorming van het politiewezen, waar Valette juist een (dure) reis voor had gemaakt en een lijvig rapport over had geschreven.De locomotief, 08-08-1896; de redacteur had iets dergelijk overigens al eerder gesuggereerd in zijn commentaar van 13-06-1896 In december werd Valette belast met de leiding van de uitvoering van de maatregel tot invoering van het "anthropometisch identificatiesysteem van den Heer A. Bertillon welke toepassing voorshands beperkt bleef tot misdadigers".De locomotief, 16-12-1896; de Fransman Alphonse Bertillon (1853-1914) ontwierp dit identificatiesysteem in 1883 en het werd al snel in andere landen ingevoerd (zie ook: antropometrie). De zoon van een Nederlander, de Franse anarchist Ravachol werd in 1892 dankzij de methode Bertillon opgepakt en even later onder de guillotine gebracht. Even later werd gemeld dat hij een kostenraming moest opstellen om dit stelsel in te voeren en daarover voor het einde van 1897 te rapporteren; hij kreeg een extra toelage daarvoor van 150 gulden, naast te vergoeden reis- en verblijfkosten.De locomotief, 19-12-1896 In februari daarna bekritiseerde de redacteur van De locomotief opnieuw deze wel erg magere 'opbrengst' van de eerdere reis en rapportage van Valette, daar een veel ingrijpender hervorming van het politiewezen noodzakelijk zou zijn.De locomotief, 09-02-1897 Diezelfde maand vertrok Valette, gezien zijn opdracht over het Berillon-stelsel, naar SemarangJava-bode, 19-02-1897 en meteen daarna naar Soerabaja.De locomotief, 22-02-1897 In die laatste plaats had hij overleg met onder andere de resident en ir. A.W. Hein (1847-1937), om localiteiten te vinden voor de Berillon-metingen.De locomotief, 26-02-1897. Hein was een broer van mr. Benjamin Marius Vlielander Hein (1838-1908) die getrouwd was met Catharina Rica Geertruida Couperus (1850-1923), zus van Louis Couperus, en dus een aangetrouwd familielid van Valette. Begin maart keerde hij weer op post terug.Java-bode, 06-03-1897 In juni 1897 werd hij toegevoegd aan de Franse staatsman J.P.A. Chailley-Bert (1854-1928) die toen over Java reisde en in 1893 het Internationaal Koloniaal Instituut had opgericht.De locomotief, 01-06-1897; zie: idem, 10-07-1897 In november 1897 werd Valette gemachtigd drie toestellen met toebehoren aan te schaffen ter invoering van de Bertillon-methode van anthropometrische identificatie voor te openen inrichtingen in Semarang, Batavia en Soerabaja.De locomotief, 04-11-1897 In juli 1898 bleken de toestellen gearriveerd en zouden ze in dienst worden gesteld.Het nieuws van den dag, 25-07-1898; in het Tijdschrift voor Binnenlands Bestuur werd door H.P. Wagner met scepsis aandacht besteed aan de proef, zie: De locomotief, 30-08-1901.

Promotie In juni 1898 werd Valette voorgedragen als resident van Tegal.De locomotief, 18-06-1898 Per 5 juli 1898 werd hij in die functie benoemd.De locomotief, 02-07-1898 Die benoeming zou hij aan persoonlijk ingrijpen van de gouverneur-generaal te danken hebben: "De Gouverneur-Generaal zal echter overwogen hebben, dat de Heer Valette in zijn tegenwoordigen rang bewezen heeft door ongemeene gaven boven anderen uit te steken en zoo jong bloed in het korps willen brengen."Het nieuws van den dag, 29-07-1898 De kandidaat van de Raad van Indië voor die post was Ch. D. H. Monod De Froideville (1851-1930) geweest, assistent-resident te Trenggalek.

In augustus 1899 kwamen Valette met echtgenote en twee kinderen aan vanuit Tegal te Semarang, in gezelschap van Louis Couperus en diens vrouw.De locomotief, 09-08-1898 Hij werd even later benoemd tot resident van Pasoeroean.Het nieuws van den dag, 10-08-1898 Zijn residentie was de plaats waar Couperus zijn roman De stille kracht deels schreef en welke ook model stond voor de residentie van de daarin optredende Otto van Oudijck; deze, inmiddels zwaar vervallen residentie leek in 2013 herontdekt te zijn door Bas Heijne bij het maken van zijn documentaire over Louis Couperus (Louis Couperus - niet te stillen onrust), maar dit moest later gerectificeerd worden.NRC-Handelsblad, 21 maart 2013, p. 12-13, en de daaropvolgende rectificatie. In september, bij een bezoek aan de suikerfabrieken in Bangil, werd hij met muziek verwelkomd, en later op de dag ook weer uitgeleide gedaan.De locomotief, 27-09-1899

In februari 1900 was Valette naar Buitenzorg geroepen voor "gewichtige dienstaangelegenheden" over Pasoeroean. Dat bezoek moest echter vanwege een ernstige malaria-aanval worden uitgesteld. Het 'gewichtige' betrof hier de inlijving van Probolinggo bij Pasoeroean.De locomotief, 02 en 08-03-1900 Met ingang van 3 april werd Valette ook met het bestuur van de residentie Probolinggo belast, naast dat van zijn functie van resident van Pasoeroean.De locomotief, 21-03-1900 In juli werd hem een binnenlands ziekteverlof van zes weken verleend.De locomotief, 21-07-1900

In 1902 ging Valette met een maand verlof, "wegens dringende redenen naar Djokdja, Banjoemas, Bandoeng en Batavia".Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 21-10-1902 Eind 1902 was er sprake van dat Valette benoemd zou worden tot resident te Semarang.Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 12-12-1902 In 1904 werd hem een binnenlands ziekteverlof van twee maanden verleend.Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 28-10-1904; hij wordt vanaf dan aangeduid als G.J.P. de la Valette. In 1905 ging het gerucht dat Valette pensioen zou aanvragen omdat hem geen belangrijker post werd aangeboden.De Sumatra-post, 17-04-1905

Na zijn bestuursloopbaan