Dipsadinae is een groep van slangen (Serpentes).
Verschillende soorten in deze onderfamilie worden eierlevendbarende waterslangen genoemd vanwege hun waterminnende levenswijze en het feit dat een aantal soorten geen eieren legt maar de jongen levend ter wereld brengt. Veel soorten staan bekend als 'slakkenetende slangen' vanwege de gewoonte om slakken uit hun huisjes te kunnen trekken voor ze worden opgegeten. Voorbeelden zijn soorten uit het geslacht Dipsas.
Naam en indeling De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door Karel Lucien Bonaparte in 1838. Dipsadinae vormen tegenwoordig een onderfamilie van de familie toornslangachtigen (Colubridae) maar werden lange tijd als een aparte familie beschouwd (Dipsadidae). In de literatuur worden daarom beide vormen gebruikt, zowel Dipsadinae als Dipsadidae.
Er zijn 807 soorten in 100 geslachten. 27 geslachten zijn monotypisch, wat wil zeggen dat er slechts een enkele soort is.
De indeling in geslachten verandert regelmatig, zo worden enkele voormalige geslachten tegenwoordig niet meer erkend. De voormalige soort Thalesius viridis, die tot het monotypische geslacht Thalesius werd gerekend, draagt tegenwoordig de naam Xenodon werneri. De voormalige soort Uromacerina ricardinii, die tot het monotypische geslacht Cercophis werd gerekend, draagt tegenwoordig de naam Cercophis auratus. Daarnaast worden soms nieuwe geslachten toegewezen, zoals Eutrachelophis. Er worden regelmatig nieuwe soorten ontdekt en beschreven, zoals soorten uit 2020 (vijf), 2019 (tien) en 2018 (zestien).
Verspreiding en habitat De vertegenwoordigers komen vooral voor in delen van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, enkele soorten zijn bekend uit Azië.
De meeste soorten leven in vochtige tropische en subtropische bossen, zowel in laaglanden als in bergstreken. Een aantal soorten is ook te vinden in andere milieus, zoals draslanden, moerassen, scrublands, graslanden en woestijnen.
Uiterlijke kenmerken en levenswijze Door het enorme soortenaantal is er een grote vormenrijkdom waardoor er weinig te zeggen valt over de algemene uiterlijkheden en levenswijze. Veel soorten bereiken een maximale lichaamslengte van nog geen dertig centimeter en lijken meer op een grote worm dan op een slang. Er zijn echter ook soorten die meer dan twee meter lang kunnen worden. De soorten uit het geslacht Dipsas hebben een grote, stompe kop en uitzonderlijk grote ogen. De soorten uit het geslacht Pseudoxenodon kunnen de huidflappen in de nek uitrekken en lijken dan sprekend op een cobra.
Ook de levenswijze is zeer gevarieerd, zo zijn er soorten die alleen maar kikkers eten, of juist enkel leven van slakken. Soorten uit het geslacht Trimetopon eten voornamelijk salamanders en hagedissen.
Lijst van geslachten Onderstaand zijn alle geslachten weergegeven, inclusief de auteur, het soortenaantal en het verspreidingsgebied.