René Carol (pseudoniem voor Gerhard Tschierschnitz, Berlijn, 11 april 1920 - Minden, 9 april 1978) was een Duitse schlagerzanger in de jaren 50 en 60.

Carrière Gerhard Tschierschnitz groeide op in Berlijn als zoon van een bankwerker en wilde ingenieur worden. Hij startte bij Telefunken een monteursopleiding. Hij werd opgemerkt als zanger tijdens een bedrijfsfeest. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moest hij in dienst bij de luchtmacht. In deze periode trad hij op als parodist van Theo Lingen en Hans Moser. Hij belandde in Franse gevangenschap, waaruit hij in april 1946 kon vluchten naar Parijs, waar hij een vals paspoort kreeg onder de naam René Carol. Eind 1946 keerde hij terug naar Duitsland en ging in Hamburg wonen.

In april 1949 werd Kurt Feltz, de ontdekker van vele Duitse schlagerstars, op hem opmerkzaam en produceerde in 1950 de eerste solosingle van Carol, Maria aus Bahia, waarna zijn carrière een boost kreeg, die pas eindigde rond het midden van de jaren '60 door de beatgolf. In 1953 werd de hit Rote Rosen, rote Lippen, roter Wein uitgebracht, waarvan 500.000 exemplaren werden verkocht. Daarvoor kreeg hij na de oorlog de Goldene Schallplatte. Zijn laatste hit was Kein Land kann schöner sein (1960, 3e plaats in de hitlijsten).

Nadat zijn populariteit afnemende was, zorgde zijn toenmalige echtgenote en manager Margit voor organisatoren van concerten en tournees. In het begin van de jaren '60 verbleef hij langere tijd in Noord-Amerika, waar hij concerten gaf voor Amerikanen en Canadezen van Duitse afstamming. De laatste hitparade-notering in Duitsland lukte met het nummer Bianca Rosa (44e plaats), het lievelingslied van de toenmalige koningin Juliana.

Privéleven In de jaren '50 viel hij meermaals op door meerdere verkeersovertredingen. Zo moest hij in 1955 voor zes weken achter de tralies wegens een vluchtmisdrijf na een ongeval en veroorzaken van lichamelijk letsel. Naar eigen zeggen was hij volledig verslaafd aan auto's, alcohol en vrouwen. René Carol was driemaal getrouwd, als laatste met zijn echtgenote Hannelore. In de late jaren '60 trok hij naar Hamburg, waar hij, precies tegenover hotel Atlantic, eigenaar was van een bungalow in het plaatsje Haselhorn bij Petershagen, waar hij na zijn overlijden aanvankelijk ook werd bijgezet. Hij overleed in het ziekenhuis van het nabijgelegen Minden op 58-jarige leeftijd op 9 april 1978 aan de gevolgen van darmkanker. Zijn weduwe Hannelore verhuisde daarop naar haar geboortestad Lüdenscheid en zorgde ervoor dat zijn lichaam werd overgebracht naar het kerkhof aldaar, waar veel fans het graf bezoeken.

Discografie Singles

|align=left|Bianca Rosa||1964||02-01-1965||35||1|| |- align=center |align=left|Du darfst nicht weinen||1964||09-01-1965||24||1||

Filmografie 1950: Symphonie einer Weltstadt 1953: Südliche Nächte 1953: Rote Rosen, rote Lippen, roter Wein 1954: Sonne über der Adria 1957: Die Beine von Dolores 1961: Wir wollen niemals auseinandergehn

Hits in Duitsland 1954: Deinen Namen den hab ich vergessen 1954: Es blüht eine weiße Lilie 1954: Das letzte Wort, das du mir sagtest 1954: Tagebuch der Liebe 1954: Jede Nacht 1954: Die Donna gab dem Troubadour 1954: Sonne über der Adria 1955: O Wandersmann 1955: Vergiß mich nicht (met Lonny Kellner) 1960: Kein Land kann schöner sein 1960: Das Schiff deiner Sehnsucht 1960: Mitten Im Meer 1961: Hafenmarie 1961: Ein Vagabundenherz 1962: Der rote Wein 1963: Prinzessin Sonnenschein 1964: Bianca Rosa

Onderscheidingen 1960: Silberner Löwe van Radio Luxemburg voor Kein Land kann schöner sein.

Categorie:Duits zanger Categorie:Schlagerzanger Categorie:Pseudoniem