Onder Europese invloed is de Belgische elektriciteitsvoorziening sedert eind jaren 90 fundamenteel veranderd. Van een verticaal geïntegreerd privaat monopolie onder controle van Electrabel, is de sector geëvolueerd naar een deels gesegmenteerde marktordening die meer ruimte biedt voor concurrentie. Daarbij werd een vrij strikte scheiding ingesteld tussen de schakels van de bedrijfskolom waar de vrije mededinging speelt (productie en levering) en de netwerkactiviteiten waar dit niet het geval is (transmissie en distributie).

De corporatistische besluitvorming in de schoot van het Controlecomité voor de Elektriciteit en het Gas heeft plaats gemaakt voor geliberaliseerde productie- en verbruikersmarkten en voor gereguleerde netwerkmonopolies waartoe eenieder toegang heeft onder gelijke voorwaarden. Een autonome overheidsinstantie, de CREG, werd opgericht om toezicht te houden op deze nieuwe marktordening. Tegelijk werd een reeks verplichtingen in het leven geroepen waaraan de ondernemingen moeten voldoen om de elektriciteitsvoorziening als openbare dienst te vrijwaren. De gewestelijke regelgeving wordt gehandhaafd door de regionale regulatoren: de VNR in Vlaanderen, de CWaPE in Wallonië en BRUGEL in Brussel.

De elektrische waardeketen De Belgische elektriciteitsvoorziening steunt op een waardeketen waarin verschillende marktactoren een specifieke rol vervullen. De keten begint bij elektriciteitsproducenten, die elektriciteit opwekken met behulp van verschillende technologieën, waaronder kernenergie, aardgas, windenergie, zonne-energie en andere energiebronnen.

De geproduceerde elektriciteit wordt vervolgens vervoerd via het hoogspanningsnet, dat wordt beheerd door transmissienetbeheerder Elia. Daarna wordt de elektriciteit via de distributienetten verdeeld naar huishoudens, bedrijven en andere eindafnemers.

Elektriciteitsleveranciers verzorgen de commerciële levering aan de eindafnemer. Zij kopen energie aan op de groothandelsmarkt of rechtstreeks bij producenten en verkopen deze aan particuliere en professionele klanten.

De elektriciteitssector bestaat daardoor uit een samenhangend geheel van producenten, transmissienetbeheerder, distributienetbeheerders, leveranciers en eindgebruikers. De samenwerking tussen deze actoren is essentieel voor de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening en de goede werking van de Belgische elektriciteitsmarkt.

Productie

Kernenergie is de voornaamste bron van elektriciteit in België, op enige afstand gevolgd door aardgas. Een veel kleiner deel wordt opgewekt uit biomassa, steenkool, waterkracht (vooral pompcentrales), wind en zon. + betreft gegevens over het jaar 2021FEBEF Statistieken elektriciteit 2021, bezocht 15 augustus 2022. Gearchiveerd op 8 april 2023. Primaire energie Opgesteldvermogen(GW) % Opgewektestroom(TWh, netto) %Kernenergie 6,021,3% 47,9 49,7%Aardgas 7,4 26,5% 29,5biomassa inbegrepen 30,6%Hernieuwbare energie 14,3 51,1% 18,6 19,3%* waarvan Wind 5,0 18,0% 11,8 12,2%* waarvan Zon 7,1 25,4% 5,6 5,8%* waarvan Water 1,44,8%1,31,3%* waarvan Biomassa0,82,9%/inbegrepen bij aardgas/Overig 0,3 1,1% 0,4 0,4%Totaal 28,0 100% 96,3 100%

De productie in de periode 2011-2020 schommelde tussen de 70 en 90 TWh. In 2014, 2015 en 2018 lag de productie aan de onderkant van deze range vooral door het uitvallen van de productie bij de kerncentrales. De productie is vooral afkomstig uit de kern- en gasgestookte centrales. In 2016 werd de laatste centrale gesloten die vaste fossiele brandstoffen stookte. Het aandeel van hernieuwbare energiebronnen neemt toe, in 2020 was dit 26,6% van de totale bruto productie. Dit is gelijk aan 23,4 TWh, dit impliceert een ruime verdubbeling sinds 2012 toen de productie iets boven de 10 TWh uitkwam.

België produceert in het algemeen minder dan er wordt verbruikt aan elektriciteit. Het land is per saldo een netto importeur, als zijn er incidentele jaren met een klein netto exportsaldo. Jaren met een lage elektriciteitsproductie, zoals 2014, 2015 en 2018, kennen een zeer hoge invoer van elektriciteit. Sinds 2021 is België een grote netto exporteur. De belangrijkste handelspartners zijn Nederland en Frankrijk.

Voor de bouw van grote productie-installaties (vermogen > 25 MW) is sedert 1999 een specifieke federale vergunning vereist, boven op de gewestelijke bouw- en milieuvergunningen.

In 2003 is beslist om de kerncentrales gefaseerd te sluiten. Tegelijk wordt het opwekken van stroom uit hernieuwbare bronnen aangemoedigd in het kader van het nationaal actieplanENOVER, België: nationaal actieplan voor hernieuwbare energie overeenkomstig Richtlijn 2009/28/EG, november 2010, geraadpleegd op 31 december 2021. Gearchiveerd op 31 december 2021. dat bij de EU werd ingediend. De wet over de kernuitstap werd in 2013 en in 2015 gewijzigd, de exploitatie van Tihange 1, Doel 1 en Doel 2 werd met 10 jaar verlengd. In 2025 worden de laatst reactoren buiten gebruik gesteld.België Federale overheid Wettelijke grondslag van de kernuitstap in België, 21 november 2018, geraadpleegd op 31 december 2021. Gearchiveerd op 31 december 2021.

De liberalisering van de markt zorgde duidelijk voor meer concurrentie in de productie van elektriciteit. De grootste producent, Electrabel, genereerde in 2015 48,5% van de bruto elektriciteit, ten opzichte van 87,7% in 2004.Eurostat, Market share of the largest generator in the electricity market, bezocht 19 oktober 2012

Transmissie De transmissie van elektriciteit langs het Belgische hoogspanningsnet is toevertrouwd aan Elia System Operator nv. De eigendom van dit net is in handen van een dochtervennootschap, Elia Asset nv. Het bestaat uit meer dan 8000 km lijnen van de volgende spanningsniveaus: 380kV, 220kV, 150kV, 70kV, 36kV, 30 kV en 26 kV.Elia Facts and Figures 2011, p.14. Gearchiveerd op 4 maart 2016. Doorgaans worden enkel de drie hoogste niveaus als eigenlijke transmissie beschouwd. In de gewestelijke regelgeving wordt telkens een ‘’plaatselijk transmissienet’’ afgebakend (hoofdzakelijk 70 en 36 kV-lijnen).http://www.elia.be/nl/over-elia/wettelijk-kader, bezocht 19 oktober 2012

De elektriciteitscentrales en industriële grootverbruikers zijn aangesloten op dit net, evenals de distributienetten en de grensoverschrijdende interconnecties. In 2020 was de maximale commerciële importcapaciteit 6500 MW, inclusief de ALEGrO interconnector tussen België en Duitsland met een capaciteit van 1000 MW die eind 2020 in gebruik werd genomen.FOD Economie Energy Key Data - juli 2021, geraadpleegd op 29 december 2021. Gearchiveerd op 29 december 2021. Als transmissienetbeheerder heeft Elia de eindverantwoordelijkheid voor het evenwicht tussen injectie en afname in de Belgische regelzone. Deze zone omvat ook een deel van Luxemburg.

Het bewaren van het evenwicht gebeurt in eerste instantie door de evenwichtsverantwoordelijken, die een portefeuille van producenten en verbruikers beheren. Zij moeten een toegangsprogramma indienen waarin injectie en afname per kwartier gelijk zijn. Elia behoudt het overzicht over alle programma’s en grijpt in als het globale evenwicht in gevaar komt. Daartoe kan Elia beroep doen op vooraf gecontracteerde reserves, die haar toelaten om netgebruikers instructies te geven tot op- of afregeling.

Distributie De distributienetten zijn vermaasde netten die elektriciteit tot bij de eindgebruiker brengen. Deze elektriciteit is afkomstig van het transmissienet en van de decentrale eenheden die op het betrokken distributienet zijn aangesloten.

De openbare distributie staat onder het beheer van distributienetbeheerders die in een specifieke zone worden aangesteld door de gewesten. Hun tarieven worden vastgelegd door de VREG voor Vlaams gewest, de CWaPE voor Waals gewest en Brugel voor Brussels hoofdstedelijk gewest. Daarnaast bestaan er ook gesloten distributienetten, gesloten industriële netten en private netten.

Levering Eind 2011 waren er 44 ondernemingen die over een federale of regionale vergunning beschikten om elektriciteit te leveren. Slechts een handvol van hen vertegenwoordigde echter een marktaandeel groter dan 2%: Leverancier Marktaandeel in 2011Electrabel (groep) 66,4 %EDF Luminus 17,5 %Nuon Belgium 5,1 %E.ON Belgium 3,6 %Essent Belgium 2,1 %Andere (<2 %) 5,3 % Marktaandeel Belgische elektriciteitsleveranciers (op basis van geleverde hoeveelheid energie - totaal België: 72,64 TWh)Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, https://web.archive.org/web/20120610112423/http://www.creg.info/pdf/Presse/2012/compress24042012nl.pdf, bezocht 19 oktober 2012

Sinds 2011 zijn er grote verschuivingen gebeurd op de Belgische elektriciteitsmarkt. Het marktaandeel van Electrabel daalde van 66% eind 2011 naar 44% eind 2014. Vooral in de periode van eind 2012 tot 2014 stapten veel consumenten over van de voormalige monopolist naar een andere leverancier4Trends 23/01/2015: Electrabel verliest minder klanten. Gearchiveerd op 21 september 2021.. Sinds 2011 kwamen er verschillende nieuwe spelers op de markt (zoals Eneco België dat snel een groot marktaandeel veroverde) of vergrootten voormalige 'kleine' spelers zoals Lampiris, Octa+ en Ecopower hun marktaandeel. Nuon werd in 2009 gekocht door het Zweedse Vattenfall, dat de Belgische activiteiten in 2011 verkocht aan het Italiaanse Eni. Essent werd overgenomen door het Duitse RWE.Essent bezocht december 2017. Gearchiveerd op 6 augustus 2021.. De laatste jaren werden heel wat kleinere energiebedrijven opgestart die hun elektriciteit bij een energieproducent aankopen en deze zelf op de markt brengen zoals Elegant, Watz, Mega en Energy People.

Kleinhandel Bij de leveranciers bevoorraden de eindgebruikers zich van elektriciteit. Ondanks de homogeniteit van het product elektriciteit, zijn de contracten die de leveranciers aanbieden uiterst divers, qua duur en vooral qua prijs. De complexiteit van tariefformules en –parameters heeft de federale wetgever ertoe aangezet om een bescherming uit te werken voor huishoudelijke afnemers en KMO’s in de vorm van een vangnetmechanisme. Hierdoor zou de CREG prijsverhogingen die geen rechtvaardiging vinden in gestegen kosten kunnen tegenhouden.

Groothandel Op de groothandelsmarkt worden elektriciteitsblokken verhandeld tussen producenten, leveranciers, groothandelaars en grootverbruikers. Deze markt is onder meer cruciaal voor leveranciers die niet over eigen productiecapaciteit beschikken. Er bestaan verschillende marktplaatsen en producten:

Leveranciers Sinds de liberalisering van de Belgische energiemarkt kunnen zowel huishoudelijke als professionele afnemers vrij hun elektriciteitsleverancier kiezen. De levering van elektriciteit is daarbij afgesplitst van het beheer van de elektriciteitsnetten, waardoor verschillende leveranciers op dezelfde geografische markt actief kunnen zijn. Consumenten zijn niet langer gebonden aan één leverancier op basis van hun woonplaats en kunnen een energiecontract afsluiten bij een erkende leverancier die actief is in hun gewest.

De Belgische elektriciteitsmarkt wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van zowel grote historische energieleveranciers als onafhankelijke marktspelers. De marktaandelen verschillen tussen Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en evolueren voortdurend onder invloed van concurrentie, prijsontwikkelingen en leverancierswissels door afnemers.

Consumenten kunnen elektriciteitscontracten vergelijken op basis van uiteenlopende criteria, waaronder de energieprijs, het type tarief, de contractduur, de klantenservice en aanvullende diensten. Het wisselen van leverancier is kosteloos en verloopt via gestandaardiseerde marktprocessen waarbij leveranciers en netbeheerders betrokken zijn.

Het aantal leverancierswissels wordt vaak beschouwd als een indicator voor de concurrentiedynamiek op de Belgische energiemarkt. Regelgevende instanties publiceren daarom periodiek gegevens over marktaandelen en het aantal klanten dat van leverancier verandert.

Distributienetbeheerders