Jonathan "Jon" Ekerold (Johannesburg, 8 oktober 1949) is een Zuid-Afrikaans voormalig motorcoureur. Jon Ekerold had een Noorse vader en een Italiaanse moeder en begon zijn sportcarrière als bokser, maar onder invloed van een oom van moeders kant ging hij motorracen. Hij werkte als autohandelaar en automonteur in zijn woonplaats Durban. In 1977 vestigde Ekerold zich met zijn vrouw Sandra in Wierden. Hun zoons Gary (1971, genoemd naar Gary Hocking) en Jon (1974) bleven bij Sandra's ouders in Durban. Toen Ekerold naar Sindelfingen verhuisde ging ook Sandra naar Durban terug.
Carrière Hij racete in Zuid-Afrika met een 250cc-Yamaha YDS-3 die hij ook als dagelijks vervoer gebruikte in heuvelklimwedstrijden en productieraces en na twee jaar sparen in 1970 met een Yamaha TD 2, die total loss raakte bij een verkeersongeval waarbij de machine op een aanhangwagen stond. In 1971 werd hij tweede in het Zuid-Afrikaanse kampioenschap. Tijdens de Zuid-Afrikaanse TT van 1973 raakte hij zwaar geblesseerd met een dubbele polsbreuk. In 1974 werd hij 350cc-kampioen van Zuid-Afrika. In zijn jaren in Europa kreeg hij steun van goede tuners als Helmut Fath en Harald Bartol. Dat was na het seizoen 1977, want toen verklaarde hij nog dat zijn machines volkomen standaard waren.
Jon Ekerold was altijd privécoureur, maar voor het seizoen 1979 kreeg hij een fabrieks-aanbod van Morbidelli, dat hij afwees. In de seizoenen 1982- en 1983 werkte hij voor Cagiva dat nog werkte aan de ontwikkeling van haar 500cc-racers en geen resultaten kon boeken. 1975 Toen hij in 1975 eindelijk naar Europa kon was hij al 28 jaar oud. Hij won zijn eerste race op Mallory Park en startte daarna met zijn 350cc-Yamaha in een 750cc-race in Rouen. Dankzij de regen werd hij daar tweede. Begin april kwam hij op Magny-Cours zwaar ten val, waarna een duim moest worden geamputeerd. In het seizoen 1975 debuteerde hij in het wereldkampioenschap wegrace met een Yamaha TZ 350 B. In zijn eerste Grand Prix, de GP van Oostenrijk, werd hij achter de Japanse fabrieksrijder Hideo Kanaya tweede. In de TT van Assen eindigde hij als tiende. Hij sloot het seizoen met dertien punten als zestiende af. Na Assen ging hij terug naar Zuid-Afrika, waar hij een fabriekscontract van Kawasaki zou krijgen, maar toen de Britse dealer Padgett's uit Batley (West Yorkshire) hem een contract aanbood om in Europa te komen rijden sloeg hij het Kawasaki-contract af. Dat ging naar Mick Grant. 1976 In het seizoen 1976 kwam Ekerold zowel in de 250- als de 350cc-klasse uit. Het geld van sponsor Padgett's bleef echter uit, waarna Jon's broer David een Yamaha TZ 350 D voor hem naar Europa bracht. Jon zou voor Padgett's alleen in de TT van Man rijden. Hij wist zich niet te kwalificeren voor de Franse Grand Prix, zoals wel meer toprijders, die in de weg werden gereden door het veel te grote aantal deelnemers. Ook in de GP van Oostenrijk startte hij niet. De organisatie daar ging ervan uit dat de coureurs na hun verre reis ook wel genoegen zouden nemen met minder startgeld dan was afgesproken. Desondanks smeekte Ekerold wedstrijdleider Bauer tevergeefs om een startplaats. Hij ging wel naar de TT van Man, die al door verreweg de meeste toprijders geboycot werd vanwege het gevaarlijke stratencircuit. Ekerold schreef zich voor niet minder dan vijf klassen in. Dat kon, omdat de races over een week verdeeld werden. Door veel races te rijden had hij de mogelijkheid de 60km-lange Snaefell Mountain Course te leren kennen. Hij startte in de 250cc-klasse van de Production TT, die hij reed samen met de Brit Kevin Cowley. Ze werden vierentwintigste in de totaalstandDe klassen 1.000 cc, 500 cc en 250 cc reden samen., maar dertiende in hun klasse. In de Classic TT viel hij uit. Dat waren de klassen die niet meetelden voor het wereldkampioenschap. Ook in de Lightweight 250 cc TT viel hij uit, net als in de 350cc-Junior TT. Met een licht opgeboorde versie van een Yamaha TZ 350 C werd hij zesde in de 500cc-Senior TT. Zoals gezegd: in afwezigheid van de hele top tien uit die klasse. Tijdens de TT van Assen werd hij twaalfde in de 250cc-race. In de 250cc-GP van Zweden werd hij elfde. In de Finse Grand Prix werd hij veertiende in de 250cc-race en zevende in de 350cc-race. Na de 250cc-race van de GP van Duitsland stonden er twee Zuid-Afrikanen op het podium: Kork Ballington op de tweede plaats en Jon Ekerold op de derde. In de 350cc-race werd Ekerold slechts veertiende. Ekerold sloot zijn seizoen af als vijftiende in de 250cc-klasse, als dertigste in de 350cc-klasse en als negenentwintigste in de 500cc-klasse. Hij had dan ook lang niet alle GP's gereden; voor een privérijder waren kleinere internationale wedstrijden lucratiever. 1977 Ekerold begon het seizoen 1977 met een groot risico: hij kocht onderdelen op afbetaling bij de Zwitsere handelaar Hostettler. Na een mislukte race in Hilvarenbeek had hij geen cent meer. Door een tweede plaats in de 250cc-race in Hengelo, een vijfde plaats in de Moto-Journal 250 en een tweede plaats in Mettet klaarde de financiële situatie wat op. Bovendien kreeg hij na de GP van Oostenrijk sponsoring van dakplatenproducent Opstalan uit Oisterwijk. Voor internationale races in Nederland kon hij beschikken over machines van de sponsor van zwager Alan North, Henny ten Dam (Wilddam) uit Almelo. De Oostenrijkse 350cc-Grand Prix werd afgebroken na het dodelijke ongeval van de Zwitser Hans Stadelmann, een goede vriend met wie Ekerold nog in Zuid-Afrika geracet had. In de 350cc-GP van Duitsland viel hij uit met koppelingsproblemen. In de GP des Nations kwalificeerde hij zich niet voor de 350cc-race, maar in de 250cc-race werd hij zesde. In de Spaanse Grand Prix viel hij de 250cc-race uit, in de 350cc-race werd hij zesde. In de 250cc-race in de Franse Grand Prix haalde Ekerold zijn eerste overwinning in het WK. Het feest werd nog groter omdat zwager Alan North naast hem op het podium stond. In de 350cc-race werd Ekerold tweede achter Takazumi Katayama. Ook in de 350cc-GP van Joegoslavië werd hij tweede achter Katayama, in de 250cc-race werd hij slechts achtste. Hij stond in de WK-tussenstand inmiddels op de derde plaats in de 350cc-klasse en op de zesde plaats in de 250cc-klasse. In de TT van Assen werd Ekerold zevende in de 250cc-race en zesde in de 350cc-race. In de Belgische Grand Prix startte de 350cc-klasse niet. Ekerold werd in de 250cc-race slechts tiende. In de 250cc-GP van Zweden finishte hij als derde, waardoor hij naar de vijfde plaats in het WK steeg (gedeeld met zwager Alan North en met Walter Villa met een Bakker-Harley-Davidson). In de 350cc-race werd hij vierde. In de 250cc-GP van Finland werd hij slechts twaalfde, in de 350cc-race derde. In het 350cc-klassement zakte hij twee plaatsen maar in het 250cc-klassement klom hij naar de tweede plaats, maar Katayama was al zeker van de wereldtitel. In de GP van Tsjecho-Slowakije werd hij in de 250cc-race zevende en in de 350cc-race negende. Omdat Tom Herron tweede werd ging die Ekerold in de WK-stand voorbij. In de Britse Grand Prix viel Ekerold in beide races uit. Hij sloot zijn seizoen af als zesde in de 250cc-klasse en als derde in de 350cc-klasse. 1978 Aan het begin van het seizoen 1978 liet Ekerold duidelijk blijken een voorkeur te hebben voor de 500cc-klasse. Omdat de grote merken Yamaha, Suzuki en Kawasaki nooit een contract zouden aanbieden aan iemand die nooit in die klasse gereden had, vestigde hij aanvankelijk zijn hoop op de 500cc-tweetaktmotor die Helmut Fath had ontwikkeld voor de zijspanklasse en waarmee Werner Schwärzel tamelijk succesvol was. Hoewel Fath adviseerde bij de tuning van zijn Yamaha TZ 350 E schafte Ekerold een Suzuki RG 500-productieracer aan. Hoewel hij aangaf zich op de 500- en de 350cc-klassen te concentreren kwam er ook een Yamaha TZ 250 E. In de 250cc-GP van Spanje werd hij vijde, in de 500cc-race viel hij uit met ontstekingsproblemen. Hij finishte de 350cc-race van de Oostenrijkse Grand Prix als vierde, in de 500cc-klasse viel hij opnieuw uit. In de 350cc-GP van Frankrijk werd hij derde, maar in de GP des Nations viel hij in de 250- en de 350cc-race uit. In de TT van Assen viel hij in de 250cc-race uit, maar in de 350cc-race werd hij derde. In de GP van België startte hij weer eens met zijn 500cc-Suzuki, om opnieuw uit te vallen. Hierna kwam hij niet meer in de 500cc-klasse uit. In de 250cc-klasse werd hij slechts elfde. In de Zweedse Grand Prix ging het beter: vierde in de 250cc-race en in de 350cc-race. Voor de 250cc-Finse Grand Prix kreeg hij een fabrieks-Morbidelli. Mario Lega en Paolo Pileri hadden veel klachten over deze machine. Ekerold finishte er als tiende mee. In de 350cc-race werd hij met zijn Yamaha vijfde. In de Britse Grand Prix viel hij in beide klassen uit. Hierna hield hij het Morbidelli-experiment voor gezien en reed hij de rest van het seizoen weer met zijn Yamaha. In de Duitse Grand Prix werd hij in de 250cc-race zesde en in de 350cc-race vierde. In de GP van Tsjecho-Slowakije werd hij in de 250cc-race vijfde en in de 350cc-race vierde. In de GP van Joegoslavië werd hij in de 250cc-race en de 350cc-race vijfde. Hij sloot het seizoen af als vijfde in de 350cc-klasse en als negende in de 250cc-klasse. 1979 Hoewel sponsor Opstalan had aangegeven eind 1978 te stoppen, bleef ze in het seizoen1979 steun verlenen. Opstalan stelde Ekerold zelfs in staat de dure reis naar de Venezolaanse Grand Prix te maken. Hij startte alleen in de 350cc-race en werd vijfde. In de GP van Oostenrijk werd hij na een bliksemstart tweede in de 350cc-race, in de 500cc-race viel hij uit. In de Duitse Grand Prix werd hij vierde in de 250cc-race en hij won de 350cc-race, waardoor hij aan de leiding van het WK kwam. Tijdens de 350cc-race van de GP des Nations kwam hij ten val waarbij hij een sleutelbeen brak. Tijdens de trainingen voor de races in Raalte brak het sleutelbeen opnieuw, waardoor hij viel en ook zijn andere sleutelbeen brak. Hij moest de GP van Spanje overslaan, maar startte met metalen verstevigingen in zijn schouder wel in de GP van Joegoslavië. Hij werd bijna vierde, maar viel opnieuw waardoor de stalen plaat in zijn schouder verboog en hij bovendien een been brak. Hij miste daardoor de TT van Assen en de GP van België en kon zich niet kwalificeren voor de GP van Zweden. Nog lang niet fit ging hij naar de Finse Grand Prix, waar hij in de 350cc-race zelfs even aan de leiding reed tot hij door een vastloper uitviel. In de Britse GP werd hij tiende in de 350cc-race, in de 250cc-race viel hij uit. In de GP van Tsjecho-Slowakije viel hij in beide races uit en dat gebeurde ook in de GP van Frankrijk. Het was al met al een teleurstellend seizoen, dat hij afsloot als tweeëntwintigste in de 250cc-klasse en als achtste in de 350cc-klasse. 1980: Wereldtitel