In 1917 ontstond een controverse over het presidentschap van de Wachttorengenootschap (destijds het kerkgenootschap van de Bijbelonderzoekers - de voorlopers van Jehova's getuigen). Ongeveer een zevende van de Bijbelonderzoekers vond dat Joseph Franklin Rutherford ten onrechte het ambt had verkregen dat vacant werd na de dood van president Charles Taze Russell, verliet de geloofsgemeenschap en sloot zich aan bij concurrerende geloofsgemeenschappen binnen de stroming.Anoniem (1975): 1975 Yearbook of Jehovah's Witnesses, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, New York, blz. 93, 94
Geschiedenis Oorsprong Charles Taze Russell had bepaald dat na zijn dood zijn rol als spreekbuis voor de Bijbelonderzoekers niet door één persoon zou worden overgenomen, maar door een collectief leiderschap en bepaalde om die reden onder andere in zijn testament dat de inhoud van het tijdschrift De Wachttoren door een redactioneel comité van vijf personen zou worden bepaald.M.J. Penton (1997): Apocalypse delayed, University of Toronto Press, Toronto, blz. 48 Minstens drie van de vijf leden van het comité moesten instemmen met de inhoud van een artikel, voordat het gepubliceerd kon worden.The Watch Tower 1916, reprints, blz. 5999, 6000 Russell noemde de volgende personen als lid van het comité: William E. Page, William E. Van Amburgh, Henry Clay Rockwell, E. W. Brenneisen en F. H. Robison. Twee van hen (Edward Brenneisen en William E. Page) bedankten onmiddellijk en de hierdoor ontstane vacatures werden opgevuld door twee van degenen die Russell had genoemd als reserveleden: Joseph Franklin Rutherford en Robert Hirsh.Anoniem (1993): Jehovah's Getuigen - Verkondigers van Gods Koninkrijk, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, New York, blz. 65 (voetnoot) Het charter van het Wachttorengenootschap bepaalde tevens dat de bestuursraad zeven leden moest tellen. Ten tijde van het overlijden van Russell bestond deze bestuursraad (naast Russell zelf) uit: A. I. Ritchie, W. E. Van Amburgh, H. C. Rockwell, J. D. Wright, I. F. Hoskins en J. F. Rutherford. A. N. Pierson werd gekozen om de vacante plaats op te vullen.
thumb|Joseph Franklin Rutherford Op 6 januari 1917 werd Rutherford, 47 jaar oud, zonder tegenstand, gekozen als opvolger van Russell in de functie van president van het Wachttorengenootschap op een bijeenkomst in Pittsburgh. Snel volgde controverse. Tony Wills beweert dat er bewijzen zijn dat nominaties werden geschorst, waardoor aandeelhouders de kans werd ontnomen duizenden stemmen uit te brengen op andere kandidaten.Tony Wills (2006): A people For His Name, Lulu Enterprises, blz. 115 Binnen enkele maanden voelde Rutherford zich genoodzaakt zichzelf tegen de geruchten te verdedigen dat hij "politieke methodes" had gebruikt om zijn verkiezing zeker te stellen. In zijn eerste van een serie pamfletten die door beide kampen werden gepubliceerd, vertelde Rutherford de Bijbelonderzoekers: "Er is geen persoon die naar waarheid kan zeggen dat ik hem direct of indirect heb gevraagd om voor mij te stemmen."J. F. Rutherford, augustus 1917, blz. 10 Rond juni 1917 was het dispuut inzake de benoeming van Rutherford aangezwollen tot wat hij noemde: een "storm" die het Wachttorengenootschap voor de rest van 1917 verscheurde.J. F. Rutherford, augustus 1917, blz. 28
In januari 1917, na de dood van Russell, was Bethel pelgrim Paul S. L. Johnson naar Engeland gestuurd om het bestuur en de boeken van de Londense corporatie te inspecteren.P. S. L. Johnson (1917): Harvest Siftings Reviewed, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 2, 3 Hij ontsloeg twee managers van de corporatie, legde beslag op de financiën en probeerde orde op zaken te stellen.J. F. Rutherford, Harvest Siftings II, oktober 1917, blz. 31 Toen Rutherford hiervan hoorde, was hij ervan overtuigd dat Johnson zijn verstand had verloren en aan religieuze waanvoorstellingen leed en sommeerde Johnson eind februari 1917 naar New York terug te keren. Johnson weigerde en beweerde dat hij uitsluitend aan de volledige directieraad verantwoording was verschuldigd.Alan Rogerson (1971): Miljoenen die nu leven zullen nooit sterven, Bosch & Keuning, Baarn, blz. 35, 36 Toen hij uiteindelijk terugkeerde naar New York en zich tegenover de Bethelfamilie (alle werkers op het hoofdkantoor) verontschuldigde voor zijn uitzonderlijk gedrag in Londen,A. N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 15 raakte Johnson betrokken bij een motie tegen Rutherford door vier van de zeven bestuursleden van het Wachttorengenootschap.
De kwestie betrof nieuwe statutaire regels die in januari 1917 tijdens de bijeenkomst in Pittsburgh waren vastgesteld en die zeiden dat de president de uitvoerend bestuurder en algemeen manager van het Wachttorengenootschap was en hem de absolute leiding gaven over de wereldwijde aangelegenheden.A. N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 5, 6 De meningen over de noodzaak voor nieuwe statutaire regels waren scherp verdeeld. Rutherford stelde dat Russell, als president, altijd had opgetreden als de manager van het Wachttorengenootschap en dat de stemming op 6 januari door de aandeelhouders duidelijk aantoonde dat zij wilden dat hij eenzelfde handelwijze zou volgen. Hij verklaarde dat dit een zaak van efficiëntie was en schreef: "Het werk van het Genootschap vraagt het bestuur door één persoon. Er zijn zo veel kleine details dat als verschillende personen deze zouden behartigen, het merendeel van de beschikbare tijd besteed zou moeten worden aan overleg. Dit werd duidelijk aangetoond door het Bestuurscomité en er werd vastgesteld dat drie mannen twee uur per dag kostte om te doen wat één in een derde van die tijd zou kunnen doen." Bijbelonderzoeker Francis McGee, een jurist en assistent van de advocaat-generaal van New Jersey, reageerde: "Dit is de kern van de zaak. Hij zegt dat hij die persoon is."A. N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 19
Tegen juni besloten vier leden van de directieraad (Robert H. Hirsh, Alfred I. Ritchie, Isaac F. Hoskins en James D. Wright) dat zij er fout aan hadden gedaan in te stemmen met het geven van zo veel uitvoerende macht aan Rutherford.A. N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 4 Zij beweerden dat Rutherford autocratisch was gaan optreden, dat hij weigerde de boeken van het Wachttorengenootschap door een onafhankelijke te laten onderzoeken en dat hij Johnson een redelijke kans had ontnomen zich te verantwoorden inzake de gang van zaken in Londen. Ze beschuldigden Rutherford ervan bewust de statutaire regels zo te hebben aangepast om hemzelf meer macht te geven en dat indruiste tegen zowel het testament van Russell als de statuten van het Wachttorengenootschap, die stipuleerden dat deze bestuurd zou worden door een zevenhoofdige directieraad. Rutherford, die had gezegd dat hij "geen ambitie voor aardse macht of eer" had en nooit had geprobeerd de macht over het Wachttorengenootschap in handen te krijgen,J. F. Rutherford, Harvest Siftings II, oktober 1917, blz. 27 repliceerde dat hij de aanvullende statutaire regels pas had opgesteld nadat het bestuurscomité (Ritchie, Van Amburgh en hijzelf) daar om had gevraagd.J. F. Rutherford, Harvest Siftings II, oktober 1917, blz. 26 Ritchie heeft altijd beweerd dat hij niets afwist van de voorgestelde wijzigingen totdat Rutherford hem deze liet zien.A. I. Ritchie et al (1917): Facts for Shareholders, 15-11-1917, blz. 11
Vervanging directieraad Op de bijeenkomst van de directieraad van 20 juni 1917 presenteerde Hirsh een resolutie om de nieuwe statutaire regelingen te herroepen en de uitvoerende macht van de president weer terug te leggen bij de directieraad,J. F. Rutherford, augustus 1917, blz. 12 maar de stemming werd een maand uitgesteld na krachtige bezwaren van de kant van Rutherford.A. N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 6 Een week later verzochten vier directieleden om een onmiddellijke bijeenkomst van de raad om informatie te krijgen inzake de financiële situatie van het Wachttorengenootschap. Rutherford weigerde het verzoek en beweerde later dat hij op dat moment een samenzwering had geroken tussen Johnson en de vier directieleden met als doel de macht over het Wachttorengenootschap te verkrijgen, net als Johnson dat volgens hem had geprobeerd in Engeland.J. F. Rutherford, augustus 1917, blz. 22, 23
Rutherford vond in een legal opinion van een juridisch specialist inzake corporaties, dat de clausule in de statuten van het Wachttorengenootschap dat de directieleden voor het leven werden gekozen, in strijd was met het recht van Pennsylvania en dat alle directieleden jaarlijks dienden te worden herkozen. Rutherford stelde dat, aangezien op de aandeelhoudersvergadering van 6 januari 1917 slechts drie leden werden gekozen (Rutherford, secretaris-penningmeester Van Amburgh en vicepresident Andrew N. Pierson), de overige vier leden van de directieraad, die daar al sinds 1904 zitting in hadden en nooit waren herkozen, geen juridische status hadden als directeur van het Wachttorengenootschap. Zelfs de benoeming van Hirsh, die in de raad was benoemd op 29 maart 1917, nadat Henry C. Rockwell zijn functie had neergelegd, was juridisch niet geldig omdat de benoeming had plaatsgevonden in New York en niet in Allegheny, zoals de wet vereiste. Rutherford beweerde dat hij zich al vanaf 1909 van deze feiten bewust was.J. F. Rutherford, augustus 1917, blz. 15
thumb|left|Pamfletten die door beide zijden werden verspreid tijdens het dispuut inzake het presidentschap van Rutherford (1917) Op 12 juli 1917 reisde Rutherford 1200 kilometer van Chicago naar Pittsburgh en gebruikte zijn recht volgens de statuten van het Wachttorengenootschap om de vier omstreden vacatures in te vullen met: A. H. Macmillan, W. E. Spill, J. A. Bohnet en George H. Fisher.J. F. Rutherford, augustus 1917, blz. 14, 15 Rutherford riep een vergadering bijeen van de nieuwe directieraad op 17 juli, waar de directieleden een resolutie aannamen waarin zij hun "hartsgrondige instemming" betuigden met de handelingen van hun president en bevestigden dat hij "de man [was] die de Heer heeft gekozen om het werk dat resteert uit te voeren".J. F. Rutherford, augustus 1917, blz. 17 Op 31 juli riep hij een vergadering bijeen van de People's Pulpit Association (een dochtercorporatie van het Wachttorengenootschap die in New York is ingeschreven)De "People's Pulpit Association" is later hernoemd tot "Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc. om Hirsh en Hoskins af te zetten als directieleden om reden dat zij het werk van de vereniging tegenstonden. Toen de resolutie geen meerderheid behaalde, gebruikte Rutherford de volmachten die hij had ontvangen voor de jaarlijkse vergadering in New York afgelopen januari om hun afzetten zeker te stellen.A. N. Pierson et al (1917): Light after darkness, in eigen beheer uitgegeven, New York, blz. 10J. F. Rutherford, Harvest Siftings II, oktober 1917, blz. 28 Op 1 augustus 1917 publiceerde het Wachttorengenootschap de 24-pagina tellende brochure Harvest Siftings, ondertitel "The evil one again attempts to disrupt the Society", waarin Rutherford zijn versie van de gebeurtenissen weergaf en uitlegde waarom hij nieuwe directieleden had aangesteld.Harvest Siftings kan hier online worden gelezen.