Het borstbeeld van Sint-Servaas, ook wel reliekbuste van Sint-Servaas of Servaasbuste genoemd, is een grotendeels zestiende-eeuwse portretbuste die als reliekhouder dient voor een deel van de schedel van Sint-Servaas. Het kostbare voorwerp van verguld en verzilverd koper, bezet met edelstenen, bevindt zich in de schatkamer van de Sint-Servaasbasiliek in Maastricht.
Het borstbeeld bevat onderdelen van een oudere buste uit circa 1400, die tijdens de plundering van 1579 werd vernield. Delen van het voetstuk van de oorspronkelijke buste bevinden zich in het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg. Het huidige voetstuk dateert uit het begin van de twintigste eeuw.
Geschiedenis Oudste reliekhouders van Sint-Servaas Volgens de traditie zou Servatius, de vierde- of vijfde-eeuwse bisschop van Tongeren, te Maastricht zijn overleden en aldaar langs de Romeinse hoofdweg (de Via Belgica), buiten het castellum, zijn begraven. In de 6e eeuw verhaalde Gregorius van Tours over zijn tijdgenoot Monulfus, hoe deze de stoffelijke resten van Servaas liet bijzetten in een ruimte onder het altaar van de door hem gebouwde kerk.Kroos (1985), p. 31. De Franse benedictijn Jocundus berichtte in de elfde eeuw dat proost Geldulfus in 1039, bij de inwijding van de nieuwe Sint-Servaaskerk in aanwezigheid van koning Hendrik III, de relieken van Servatius (en enkele andere heilige bisschoppen van Maastricht) in een stenen kist bij het hoofdaltaar liet plaatsen.Kroos (1985), p. 46. In de twaalfde eeuw besloot het kapittel van Sint-Servaas het gebeente van de heilige opnieuw te verheffen en in een rijkversierd, verguld koperen reliekschrijn over te plaatsen, de zogenaamde Noodkist.Kroos (1985), p. 52.
De schedel (of een fragment daarvan) moet al veel eerder van de andere relieken zijn gescheiden, want de oudste berichten over een schedelreliekhouder dateren uit de 10e eeuw. Of deze al de vorm van een hoofd had, is niet bekend. Daarnaast bevond zich al omstreeks 1050 een reliekbuste van Sint-Servaas in de keizerpalts van Goslar, geschonken door keizer Hendrik III. Deze twee verloren gegane schedelreliekhouders behoren tot de oudst gedocumenteerde van dit type.Koldeweij (2000), p. 217. In de Ordinarius chori van de Sint-Servaaskerk werd voorgeschreven dat op het feest van de Triomf van Sint-Servaas (1e zondag van juli; ingevoerd na de Slag bij IJzeren in 1327) het hoofd van de heilige in processie rond het Vrijthof moest worden gedragen, maar ook hier kan niet met zekerheid gesteld worden dat dit een reliekbuste betrof.Tagage (1993), pp. 5-6, 130-131, 197.
Het borstbeeld uit circa 1400 In 1403 werd, in aanwezigheid van proost Hendrik van Bylandt, een schedelfragment van de heilige Servatius overgeplaatst naar een speciaal voor dat doel vervaardigde zilveren reliekbuste. Over de maker is niets bekend, maar de Maastrichtse Servaasbuste past in het rijtje van prestigieuze veertiende-eeuwse reliekbustes in de directe omgeving: de buste van Karel de Grote (1349) in de Domschatkamer van Aken, die van paus Cornelius (ca. 1360-70) in de abdij van Kornelimünster en die van Johannes de Doper (ca. 1360) in de abdij van Burtscheid.Koldeweij (2000), p. 221.
De buste van 1403 is in verband gebracht met een schenking van hertog Hendrik van Beieren, mogelijk Hendrik XVI van Beieren (ook Hendrik de Rijke genoemd). Deze zou namelijk, na aanschouwing van het zogenaamde borstkruis van Sint-Servaas, genezen zijn van jicht in de benen. Het borstbeeld zou dan bedoeld zijn voor het uitstallen van het miraculeuze borstkruis, dat om de hals van het beeld gehangen kon worden. Hendrik de Rijke was in 1403 pas 17 jaar oud, maar het is opvallend dat in hetzelfde jaar de stad Maastricht verscheidene privileges verkreeg (of bevestigd kreeg) van de bisschop van Luik, Jan van Beieren, een familielid van Hendrik de Rijke. Ook was een jaar eerder een zoon van de hertog van Beieren in de Sint-Servaaskerk begraven.Flament (1915), pp. 39-40.'Servatiusplatten' op sammlungonline.mkg-hamburg.de. Gearchiveerd op 5 oktober 2022.
thumb|170px|Borstkruis van Sint-Servaas (11e eeuw). Soms getoond hangend om de nek van de buste In 1461, bij het aantreden van Antonius Hanneron als proost van het Sint-Servaaskapittel, ontving de kerk een grote som geld van de enkele maanden tevoren gekroonde koning Lodewijk XI van Frankrijk, een achterneef van Lodewijk de Rijke. Het geld was bedoeld voor de bouw van een bedevaartskapel, de Koningskapel, ter ere van het wonder dat Hendrik de Rijke was overkomen. In 1483 schonk Lodewijk XI opnieuw een som geld ter betaling van een kapelaan, die zeven dagen per week in de kapel de mis moest opdragen. De schenkingen kunnen gezien worden als provocaties van de Franse koning aan het adres van de Bourgondische hertogen, die het in de tweeherige stad Maastricht voor het zeggen hadden: zowel de hertog van Brabant (Filips de Goede) als de bisschop van Luik (Lodewijk van Bourbon) waren Bourgondiërs.Koldeweij (1985a), p. 186. Omstreeks dezelfde tijd zou keizer Maximiliaan I, volgens het verslag van een pelgrim uit Delft in 1525, een smaragd ter waarde van "drie duzent guldens" geschonken hebben ter versiering van het borstbeeld., 'Pelgrimages', pp. 96-97. In: (1990): Hemelse trektochten. Broederschappen in Maastricht 1400-1850. Vierkant Maastricht #16. Stichting Historische Reeks Maastricht, Maastricht, . In de 'Franse' kapel, gebouwd naar het voorbeeld van de Sainte-Chapelle in Parijs, werd het borstbeeld, omhangen met het borstkruis, op gezette tijden uitgestald. De gotische kapel, gelegen aan het Vrijthof, aan de noordzijde van het koor, werd begin negentiende eeuw grotendeels afgebroken.
Ongeveer gelijktijdig met de bouw van de Koningskapel vond de vernieuwing in late Maasgotische stijl van de driearmige kloostergang (kruisgang) van de kerk plaats. In de oostelijke gang, tegenover de Dubbelkapel waar indertijd (en sinds 1982 opnieuw) de schatkamer gevestigd was, werden gebeeldhouwde kapitelen aangebracht met afbeeldingen van voorwerpen uit de schatkamer, waaronder het borstbeeld.Mekking (1986), p. 147. Behalve het kapiteel bestaan er diverse andere, eveneens weinig gedetailleerde afbeeldingen van het oude borstbeeld, onder andere op enkele oude reliekentoningsformulieren en pelgrimstekens. Tot de jaren 1950 was een houtskooltekening van het beeld te zien in de grotten van Caestert. Deze is bij een instorting waarschijnlijk verloren gegaan. Op een foto van de tekening is te zien dat het borstbeeld geplaatst was op een altaar met romaanse zuiltjes en een drieledig retabel. (2010): 'Sporen van de middeleeuwen in de Sint-Pietersberg. De tekeningen van de Caestertgroeve in hun culturele en historische context', in: Publications (Jaarboek van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, deel 146), pp. 40-43. LGOG, Maastricht, . De Maastrichtse humanist Matthaeus Herbenus vermeldde in zijn kroniek, die hij van circa 1590 tot 1620 bijhield, dat het borstbeeld in zijn tijd (opnieuw) met edelstenen werd versierd. thumb|Restant van het voetstuk van de originele buste: Sint-Servaas doodt de draak Tijdens de zevenjaarlijkse heiligdomsvaarten werd het borstbeeld dagelijks vanaf de dwerggalerij van de apsis aan de verzamelde menigte op het Vrijthof getoond. Bij meer private reliekentoningen werd de mijter van het borstbeeld weggenomen of neergeklapt, waardoor het reliek zelf zichtbaar werd. Vanaf 1567 mocht de buste vanwege zijn kwetsbaarheid niet vaker dan tweemaal per jaar deelnemen aan processies.
Op 29 juni 1579, aan het einde van het Beleg van Maastricht, werd de stad ingenomen door de troepen van Alexander Farnese, de latere hertog van Parma. Omdat de stad zich was blijven verzetten, ook nadat overgave was aangeboden, mochten de soldaten van het Leger van Vlaanderen volgens het geldende krijgsrecht drie dagen plunderen. Naar schatting 80% van het garnizoen en 5-10% van de bevolking kwam tijdens het beleg en de plunderingen om het leven. Waarschijnlijk werd toen ook het borstbeeld van Sint-Servaas vernield.
Van het oorspronkelijke borstbeeld resteren, behalve een deel van het hoofd van het huidige beeld, acht bewerkte plaquettes met scènes uit het leven van de heilige. De zilveren plaatjes maakten ooit deel uit van het voetstuk van het beeld en bevinden zich tegenwoordig in het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg. Het is niet duidelijk hoe ze de plundering door de koninklijke troepen hebben kunnen doorstaan en waar ze verbleven, voordat ze in 1883 via een Brusselse handelaar door het Hamburgse museum werden aangekocht.
Het vernieuwde borstbeeld uit circa 1580 Het huidige borstbeeld van Sint-Servaas dateert grotendeels van kort na 1579, toen de overgebleven delen van het oude beeld op kosten van de hertog van Parma werden verwerkt tot een nieuwe buste. Het bewaard gebleven deel van de kop werd gerestaureerd en de schouderpartij en bisschopsmijter werden geheel vernieuwd. Op de achterkant van het beeld liet Parma zijn wapenschild aanbrengen. Het is niet bekend of en in welke staat het oude voetstuk bewaard was gebleven. Het vernieuwde beeld was op zijn laatst in 1587 hersteld, want in dat jaar werd het alweer meegedragen in een processie.
De devotie voor de nieuwe reliekbuste was in de zeventiende en achttiende eeuw niet wezenlijk anders dan daarvoor, maar er kwamen in deze periode aanzienlijk minder pelgrims naar de stad van Sint-Servaas. Na de verovering van Maastricht door Frederik Hendrik was het niet langer toegestaan om processies buiten de claustrale singel te houden. Heiligdomsvaarten waren verboden en reliekentoningen vonden nog maar zelden plaats en dan alleen in de kerk. Op Sint-Servaasdag (13 mei), op Sacramentsdag en op het kerkwijdingsfeest (9 september) werd een processie met het borstbeeld gehouden circa atrium, rond het Vrijthof. Op deze en andere dagen werd het beeld op een bankje op het hoogaltaar geplaatst.Koldeweij (2000), pp. 231-232. Of het eerder besproken borstkruis van Sint-Servaas in deze periode nog om de nek van de Servaasbuste werd gehangen, is niet duidelijk. In de Akense Dom was dit tot de zeventiende eeuw wel het geval met de 'Karlsbuste' en een soortgelijk reliekenkruisje.Koldeweij (1985a), p. 188. Het borstbeeld werd ook in deze tijd afgebeeld in pelgrimsboekjes en op toningsformulieren, die als souvenir aan de pelgrims werden aangeboden.
thumb|Links: buste met barok voetstuk, 1902. Midden: ontwerp van nieuw voetstuk, ca. 1908. Rechts: buste met nieuw voetstuk, 1917 Na de inlijving van Maastricht bij de Eerste Franse Republiek in 1794 ging het kapittel moeilijke jaren tegemoet, waarin de schatkamer door de zware oorlogsheffingen grote verliezen leed. In 1797 werd de kerk gesloten en het kapittel definitief opgeheven. Slechts een klein deel van de kerkschatten, waaronder de Sint-Servaasbuste, kwam deze periode ongeschonden door. Mogelijk is het voetstuk, voor zover dat nog bestond, in deze tijd omgesmolten en zijn de zilveren plaquettes toen verkocht. Een belangrijk keerpunt in de herwaardering van de kerkschat was de publicatie in 1872 van een uitgebreide studie door de Akense kanunnik Franz Bock en de Maastrichtse kapelaan en schatbewaarder Michaël Willemsen. Deze publicatie, alsmede de herinrichting van de schatkamer in dezelfde periode, werden gesponsord door de Maastrichtse industrieel Petrus (I) Regout.Bock/Willemsen (1872), pp. III, 141-144.