right|thumb|Oorspronkelijke Duitse Verklaring van Feiten, 25 juni 1933, pagina 1 De Verklaring van Feiten (oorspronkelijk: Declaration of Facts) was een wijdverspreide, publieke verklaring uitgegeven door Jehova's getuigen tijdens de periode van vervolging van de geloofsgemeenschap in nazi-Duitsland. Het document beweerde dat de geloofsgemeenschap politiek neutraal was, het recht had om in het openbaar te prediken en slachtoffer was van een misleidende informatiecampagne van andere religies. Het werd geschreven door Joseph Franklin Rutherford, president van het Wachttorengenootschap, en werd vrijgegeven op een congres in Berlijn op 25 juni 1933. Er werden meer dan 2,1 miljoen exemplaren van de verklaring verspreid in heel Duitsland, waarbij ook exemplaren werden verzonden aan hoge regeringsfunctionarissen, inclusief de Duitse rijkskanselier Adolf Hitler.M.J. Penton (1997): Apocalypse Delayed, University of Toronto Press, blz. 147–149 De verspreiding ervan leidde tot een nieuwe golf van vervolging van de Duitse Jehova's getuigen.Anoniem (1975): 1975 Jaarboek van Jehovah's Getuigen, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, New York, blz. 102-111
Achtergrond Vanaf 1922 werden Duitse "Bijbelonderzoekers" (Ernste Bibelforscher) die publicaties van het Wachttorengenootschap verspreidden, gearresteerd op beschuldiging van illegaal venten. Tussen 1927 en 1930 werden bijna 5000 aanklachten tegen leden van de geloofsgemeenschap ingediend en hoewel onderzoek heeft aangetoond dat alle aanklachten eindigden in vrijspraakSaarbrücker Landes Zeitung, 16 december 1929, geciteerd in het 1975 Jaarboek, Wachttoren-, Bijbel- en Traktaatgenootschap, blz. 102: "Helaas is de politie niet bij machte gebleken iets te doen tegen het werk van de Bijbel Onderzoekers. Alle arrestaties tot nu toe ... zijn geëindigd in vrijspraak."Detlef Garbe (2008): Between Resistance and Martyrdom: Jehovah's Witnesses in the Third Reich, University of Wisconsin Press, Madison, Wisconsin, blz.. 62, 570 noot 151, werden volgens het Wachttorengenootschap "strenge straffen" opgelegd. In november 1931 gebruikte de Beierse autoriteiten nieuwe noodverordeningen inzake politieke onrust om publicaties van het Wachttorengenootschap in beslag te nemen en te verbieden. Tegen het einde van 1932 liepen meer dan 2300 aanklachten tegen Bijbelonderzoekers.
De beperkingen werden strenger toen op 30 januari 1933 Adolf Hitler werd benoemd tot Duitslands nieuwe kanselier. Op 4 februari vaardigde hij een decreet uit dat de politie toestond lectuur in beslag te nemen "die de openbare orde en veiligheid in gevaar brengen" en de vrijheid van samenkomsten beperkte. Tegen het midden van 1933 was het werk van de geloofsgemeenschap - die tegen die tijd bekend kwam te staan als Jehova's getuigen - verboden in de meeste Duitse deelstaten en werden leden ervan beschuldigd communisten te zijn en met Joden te heulen in subversieve politieke bewegingen. De huizen van de leden werden regelmatig doorzocht door de politie, op zoek naar verboden lectuur, en op 24 april werd het hoofdkwartier van de "International Bible Students Association" (IBSA) in Maagdenburg kort bezet door de politie.
De autoriteiten hadden bezwaar tegen de invloed van religieuze minderheden zoals Jehova's getuigen omdat zij "bijdroegen aan de ideologische fragmentatie van het Duitse volk", maar zij zagen de religie ook als een bedreiging voor de belangrijkste christelijke denominaties. In een decreet van het Ministerie van Binnenlandse Zaken stond:
In juni reisden president van het Wachttorengenootschap Joseph Rutherford en Nathan Knorr naar Berlijn in een poging te onderhandelen over de mogelijkheden om hun predikingsactiviteiten te kunnen voortzetten in Duitsland. Terwijl zij daar waren, organiseerden ze een openbaar congres dat op 25 juni 1933 in Berlijn zou worden gehouden om een Verklaring van Feiten, geschreven door Rutherford, vrij te geven.Detlef Garbe (2008): Between Resistance and Martyrdom: Jehovah's Witnesses in the Third Reich, University of Wisconsin Press, Madison, Wisconsin, blz. 87, 578 noot 65 Ze hoopten dat dit document Hitler, beambten van de regering en het publiek ervan zou overtuigen dat Jehova's getuigen geen bedreiging voor het Duitse volk en de staat vormden.Anoniem (1998): Jehovah's Witnesses–Courageous in the Face of Nazi Peril, Awake!, 8 juli 1998, blz. 10-14 De Verklaring zou stellen dat de religie politiek neutraal is en protesteren tegen de "bemoeienis" van Hitlers regering met het predikingswerk van de Jehova's getuigen. De Verklaring werd in het Duits vertaald door bijkantooropziener Paul Balzereit en in een resolutie aan de congresgangers voorgelegd.
Zowel Rutherford als Knorr verlieten Duitsland voordat het congres werd gehouden in de Wilmersdorfer Tennishallen. De organisatie verwachtte 5000 aanwezigen, maar een menigte van 7000 kwam opdagen. De buitenkant van de hal was bedekt met swastika's, mogelijk geplaatst door leden van de SS-eenheden die de dag ervoor in de omgeving een bijeenkomst hadden gehad. Tot verrassing van de aanwezigen werd het congres geopend met het lied "Zions Glorieuze Hoop", dat tegen die tijd zelden werd gezongen op bijeenkomsten van de Jehova's getuigen. De tekst was op melodie die in 1797 was gecomponeerd door Joseph Haydn en had vanaf 1905 in de zangbundel van de Bijbelonderzoekers gestaan, maar werd sinds 1922 vermeden omdat dezelfde muziek met nieuwe tekst werd gebruikt als Duits volkslied.Detlef Garbe (2008): Between Resistance and Martyrdom: Jehovah's Witnesses in the Third Reich, University of Wisconsin Press, Madison, Wisconsin, blz. 87, 579 noot 67 Tijdens het congres werd de 3800 woorden tellende Verklaring van Feiten aan de menigte voorgelegd en door vele aanwezigen aangenomen. Een "groot aantal" aanwezigen weigerde de Verklaring echter aan te nemen omdat zij de Verklaring zwakker vonden dan zij hadden verwacht en zij verlieten het congres teleurgesteld. In 1974 werd in een publicatie van het Wachttorengenootschap beweerd dat Balzereit de Duitse vertaling van de Verklaring had afgezwakt, de kritiek op de nazi's had verzacht, maar in 1998 trok het Wachttorengenootschap die bewering in.
Ongeveer 2,5 miljoen exemplaren van de Verklaring werden in de vorm van een pamflet van 4 pagina's publiekelijk verspreid. Een dag na het congres werd de Verklaring naar Hitler verzonden, begeleid door een begeleidende brief van zeven pagina's die door Balzereit was geschreven, waarin hij de kanselier verzekerde dat de IBSA "geen tegenstander was van de nationale regering van het Duitse Rijk". De brief voegde eraan toe dat, integendeel, "de volledige religieuze, apolitieke doelen en inspanningen van de Bijbelonderzoekers volledig overeenstemmen met de overeenkomstige doelen van de nationale regering". Historicus Detlef Garbe heeft geconcludeerd dat Balzereit deze subtiele bewoording bewust heeft gekozen, zodat, hoewel de brief de leerstellingen van de Bijbelonderzoekers bevatte, deze door de tegenstanders van de groep verkeerd zouden kunnen worden geïnterpreteerd.Detlef Garbe (2008): Between Resistance and Martyrdom: Jehovah's Witnesses in the Third Reich, University of Wisconsin Press, Madison, Wisconsin, blz. 90, 91
Inhoud van de Verklaring De Verklaring bestond grofweg uit vier delen: een inleiding over de zaken rondom tegenstand en onderdrukking, een deel over de publicaties van het Wachttorengenootschap (die in 1933 waren verboden), een deel over de Volkenbond en een afsluiting getiteld "Grote Waarheden". Sommige uitspraken in de Verklaring die waren geschreven om de overeenkomsten met Duitse nationale idealen te beklemtonen, leidden tot de kritiek dat de auteurs een compromis met Hitlers regime hadden geprobeerd te sluiten en hadden geprobeerd de nieuwe regering te paaien.
Inleiding De eerste negen paragrafen stelde dat de leden van de geloofsgemeenschap vredelievend, gehoorzaam aan de wetten van het land en Gods "getuigen van de waarheid" waren. Verder werd gesteld dat zij ten onrechte waren aangeklaagd en een betrouwbaar en waar getuigenis aan de beambten wilden presenteren over hun rol in Gods voornemens, in een eerlijk en onbevooroordeeld onderzoek. Er werd gesteld dat de Bijbel onthulde dat Satan de Duivel een vijand van God was en dat hij, net als in Jezus' dagen, religieuze leraren en priesters gebruikte om de waarheid te verdraaien en aan te hitsen tot onderdrukking van Gods werkelijke vertegenwoordigers.
Er werd verklaard dat zij valselijk en smadelijk waren beschuldigd van het ontvangen van financiële ondersteuning van de Joden: "Nooit is door Joden zelfs maar de kleinste som geld bijgedragen aan ons werk". En hieraan werd toegevoegd:
Onze lectuur De Verklaring citeerde de beschuldiging dat de lectuur van het Wachttorengenootschap een gevaar zou opleveren voor de vrede en veiligheid in Duitsland en opperde dat de publicaties verkeerd waren begrepen door ambtenaren vanwege de krachtige taal die vaak werd gebruikt en oorspronkelijk was geschreven in de Verenigde Staten voor Amerikaanse lezers. Er stond dat mensen in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hadden geleden, en nog steeds leden, onder "het wanbestuur van de Grote Zakenwereld en gewetenloze politici", ondersteund door "politieke gelovigen", en de lectuur van het Wachttorengenootschap daarom duidelijke taal moest gebruiken om die boodschap over te brengen. Het trok een parallel met vergelijkbare onderdrukking waaronder het Duitse volk volgens hen leed:
De Verklaring stelde dat Jehova's getuigen geen politieke ambitie of bemoeienis hebben en niets deden om het geloof van anderen te hinderen. Er stond dat leden van de religie hun leven hadden gewijd aan het helpen van anderen om goed te begrijpen dat de Bijbel "de enige mogelijke weg is naar de volledige vrijmaking van en zegen voor de mensheid", die vervolgens zou bijdragen aan "de opleiding, beschaving en opbouw van de mensen". Er werd gesteld dat het Wachttorengenootschap en de lectuur ervan geen bedreiging vormden voor de vrede en veiligheid van de natie omdat ze de "hoge idealen" van de regering ervan ondersteunden.
Het deel over de lectuur in de Verklaring besloot met op te merken dat het Wachttorengenootschap zich al jaren voortdurend inspande om goed te doen aan mensen, vaak door Amerikaanse leden financieel bij te springen.
Volkenbond De Verklaring zei dat uitspraken van het Wachttorengenootschap over de Volkenbond een volgende reden waren voor het verbod op hun prediking en de verspreiding van lectuur. Er stond: "Wij willen de regering en het volk van Duitsland eraan herinneren dat het een verdrag van de Volkenbond was die de grote en ondraaglijke last op de schouders van het Duitse volk legde." Er werd aan toegevoegd dat de publicaties van het Wachttorengenootschap kritisch waren geweest over de Bond - die door de kerken was onthaald als onderdeel van Gods voornemen - omdat het Wachttorengenootschap de Bond beschouwde als onderdrukkend en oneerlijk en niet in staat de verlossing te brengen die in de Bijbel wordt beloofd. De Verklaring stelde verder dat Jehova's getuigen niet hadden geprobeerd politieke invloed te krijgen en dat hun kritiek niet kon worden beschouwd als bedreiging van de regering of een gevaar voor nationale vrede en veiligheid. Er werd gesteld dat Jehova's getuigen in Noord-Amerika en Groot-Brittannië werden vervolgd door de "politieke geestelijkheid, priesters en Jezuïeten" en het waarschuwde ervoor dat dezelfde krachten hen op dezelfde manier verkeerd voorstelden aan de Duitse autoriteiten.
Grote Waarheden