Experimentele filosofie (soms afgekort als X-Phi of XΦ) is een filosofische beweging in de hedendaagse filosofie die probeert traditioneel filosofisch onderzoek te combineren met systematisch empirisch onderzoek., "The X-Philes Philosophy meets the real world", Slate, March 2, 2006., "The New New Philosophy, New York Times, December 9, 2007. & , "Philosophy’s great experiment", Prospect, 1 maart 2009. Met behulp van de methoden van de cognitieve wetenschap, doen experimentele filosofen experimentele studies gericht op begrijpen hoe mensen gewoonlijk denken over bepaalde fundamentele kwesties of intuïties in de filosofie.The Experimental Philosophy Page., "What is Experimental Philosophy?", The Philosophers' Magazine, 28, 2004. Gearchiveerd op 11 januari 2016.Knobe & Nichols, "An Experimental Philosophy Manifesto", in Knobe & Nichols, Experimental Philosophy. Gearchiveerd op 11 januari 2016. Bekende experimentele filosofen zijn Joshua Knobe en Shaun Nichols en de experimentele filosofie is voornamelijk aanwezig binnen de analytische filosofie.

Experimentele filosofen vatten hun werk vooral op als een reactie op de klassieke filosofie die zij typeren als "leunstoelfilosofie" (arm chair philosophy). Volgens experimentele filosofen heeft de filosofie het contact met de wetenschap en het empirisch onderzoek uit het oog verloren en zich gericht op het wereldvreemd analyseren van concepten op basis van a priori redeneren en de eigen intuïtie. Dit heeft volgens experimentele filosofen enkel geleid tot onenigheid en eeuwig durende discussies, die slechts beslecht kunnen worden als men effectief gaat testen welke intuïties of alledaagse opvattingen er bij de gewone mens leven. Zelf is de experimentele filosofie dan ook interdisciplinair van karakter, en in de grens met psychologie en cognitiewetenschap niet meer zo strikt. et al., "Experimental Philosophy", Annual Review of Psychology, 63, 2012, pp. 95-96.

Doelstelling Volgens experimentele filosofen hield de filosofie zich in oorsprong bezig met de brede vraag naar de menselijke conditie; het ging om het vragen naar wat een mens is en hoe zijn geest werkt. In feite was de filosofische interesse van filosofen vroeger onbeperkt en maakte het niet uit of wat ze deden eigenlijk tot de psychologie of politicologie behoorde. Filosofie ging, volgens experimentele filosofen, oorspronkelijk over het inzicht krijgen in het totaalbeeld van de mens. Kwame Anthony Appiah wijst op het werk van Arne Naess als 'voorloper' van de experimentele filosofie. In zijn boek "Truth" As Conceived By Those Who Are not Professional Philosophers (1938) ging hij op zoek naar hoe de gewone mens op de straat over zoiets als 'waarheid' nadenkt., Experimental Philosophy, Presidential Address, Eeastern Division APA, december 2007, bezocht op 11-04-2013.

Deze doelstelling was uit het oog verloren door hedendaagse filosofische stromingen in de analytische filosofie, zoals de ordinary language philosophy. Deze moderne voornamelijk Engelstalige filosofen gingen zich concentreren op de formele aspecten van het denken: analytische filosofen houden zich bezig met logica en taalfilosofie en discussiëren in de eerste plaats over wat het juiste gebruik van een bepaald concept is. Er is daarnaast nog wel onderzoek op het vlak van ethiek, godsdienstfilosofie of politieke filosofie, maar dat wordt in de eerste plaats gebaseerd op het persoonlijke denken van de filosoof en a priori intuïties. Het contact met andere disciplines is langzamerhand aan het wegvallen.

De experimentele filosofie heeft als ambitie deze band te 'herstellen' en het contact met de andere wetenschappen te herstellen door zelf ook empirisch onderzoek te doen naar de intuïties en opvattingen die aan de basis liggen van filosofische discussies. Om het voorbeeld van Knobe en Nichols te parafraseren is het de ambitie van experimentele filosofen om stellingen als "In dit geval zou men geneigd zijn te stellen dat ..." te vervangen door "In dit geval is 79% van de testpersonen geneigd te stellen dat ...".Knobe & Nichols, "An Experimental Philosophy Manifesto", p. 4. In tegenstelling tot filosofen die voornamelijk conceptuele analyse toepassen, wil de experimentele filosoof een concept niet verklaren aan de hand van andere (meer fundamentele) begrippen, maar wil daarentegen de onderliggende psychologische factoren die het gebruik ervan bepalen in kaart brengen. Zo wil de experimentele filosofie bijvoorbeeld het concept "verantwoordelijkheid" niet aan de hand van een definitie inzichtelijk maken, maar door onderzoek te verrichten hoe bepaalde zaken, zoals emotionele betrokkenheid, invloed uitoefenen op het oordeel of een persoon al dan niet verantwoordelijk is. Knobe en Nichols beschrijven de hoofdtaak van de experimentele filosofie in An Experimental Philosophy Manifesto als volgt: "The goal is to determine what leads us to have the intuitions we do about free will, moral responsibility, the afterlife. The ultimate hope is that we can use this information to help determine whether the psychological sources of the beliefs undercut the warrant for the beliefs."Knobe & Nichols, "An Experimental Philosophy Manifesto", p. 7.

Verdeeldheid Hoewel de naam 'experimentele filosofie' suggereert dat het om een homogene beweging gaat, zijn er door de jaren heen toch verschillende onderzoeksprojecten gevormd. Het is dan ook mogelijk de experimentele filosofie op te delen in verschillende subcategorieën: Een eerste vorm staat bekend als het 'optimistisch experientalisme',, "The Rise and Fall of Experimental Philosophy", Philosopihcal Explorations, 10 (2), juni 2007, p. 97. 'experimentele analyse' & , "The Past and Future of Experimental Philosophy", Philosophical Explorations, 10 (2), juni 2007, p. 126-148. of het 'positieve programma' & & , "Accentuate the Negative", Review of Philosophy and Psychology, 1, 2010, p. 297. Gearchiveerd op 21 juli 2022. genoemd. Deze experimentele filosofen vinden filosofische intuïties belangrijk, maar willen deze niet via introspectie onderzoeken, maar via systematische empirische studies. De tegenhanger hiervan wordt wel het 'pessimistisch experientalisme', 'experimenteel restrictionisme' of het 'negatieve programma' genoemd. In tegenstelling tot de eerste groep willen deze experimentele filosofen het gebruik en misbruik van intuïties aan de kaak stellen. Ze willen juist aantonen dat intuïties niet universeel gedeeld zijn en vaak gekleurd worden door culturele en omgevingsfactoren. Een derde mogelijke groep die onderscheiden kan worden is het 'experimenteel descriptivisme'. In tegenstelling tot de vorige twee vormen wil deze vorm slechts beschrijven wat de oorsprong en bepalende factoren achter intuïties zijn. Het gaat bijvoorbeeld om de vraag welke factoren bepalend zijn voor de morele intuïties en de oordelen die daaruit voortvloeien, los van de juistheid van deze intuïties. Het doel hiervan is inzicht te krijgen in de menselijke geest. Door anderen wordt ook deze stroming onder het positieve programma geplaatst.

Onderzoek Het onderzoek van de experimentele filosofie is aanvankelijk voortgekomen uit experimenten met betrekking tot culturele verschillen, vrije wil en de handelingstheorie. Sindsdien heeft de experimentele filosofie zich verder uitgebreid naar nieuwe onderzoeksgebieden, bijvoorbeeld naar de taalfilosofie, rechtsfilosofie en wetenschapsfilosofie. & , "The Past and Future of Experimental Philosophy", p. 123. Hoewel de experimentele filosofie zich oorspronkelijk en voornamelijk toelegt op het onderzoek van intuïties, zijn er ook filosofen die het onderzoeksgebied proberen te verruimen. Zo heeft Joshua Greene gebruikgemaakt van functionele MRI om uitspraken te doen over het moreel oordelen van mensen. & , "How (and where) does moral judgment work?", Trends in Cognitive Sciences, 6 (12), december 2002, p. 517-523. Een ander voorbeeld is Eric Schwitzgebel, die via bibliotheekstatistieken onderzocht of ethiek ook moreel handelen bevordert. Hij ging na of er meer of minder boeken over ethiek worden ontvreemd ten opzichte van andere boeken., "Do ethicists steal more books?", Philosophical Psychology, 22 (6), december 2009, p. 711-725. Gearchiveerd op 23 juni 2023.

Het Knobe-effect Een van de bekendste resultaten van de experimentele filosofie is het "Knobe-effect", vernoemd naar Joshua Knobe. In een studie in 2003 legde Knobe de volgende gedachte-experimenten voor aan willekeurige mensen in een park:

"De vicepresident van een bedrijf gaat naar de bedrijfsleider en zegt: "We denken eraan een nieuw programma op te starten. Het zal onze winstmarges vergroten, maar het zal ook slecht zijn voor het milieu. Hierop antwoordt de voorzitter: 'Dat we het milieu schaden kan me niet schelen. Ik wil gewoon zo veel mogelijk winst maken als ik kan. Start het nieuwe programma.", "Intentional action and side effects in ordinary language", Analysis, 63 (3), juli 2003, pp. 190-194.

"De vicepresident van een bedrijf gaat naar de bedrijfsleider en zegt: "We denken eraan een nieuw programma op te starten. Het zal onze winstmarges vergroten, en het zal ook goed zijn voor het milieu. Hierop antwoordt de voorzitter: "Dat we het milieu helpen kan me niet schelen. Ik wil gewoon zo veel mogelijk winst maken als ik kan. Start het nieuwe programma."

Het enige verschil tussen beide is dat het in het ene scenario niet uitmaakt voor de bedrijfsleider dat het milieu geschaad wordt en in het andere scenario dat het milieu geholpen wordt. De vraag die mensen nu voorgelegd kregen was: "Heeft de bedrijfsleider het milieu intentioneel geschaad [geholpen]?" Het resultaat was dat 82% van de testpersonen in het eerste scenario zei dat de bedrijfsleider intentioneel het milieu schaadde, terwijl in het tweede scenario 77% zei dat hij het milieu niet intentioneel geholpen heeft. Het Knobe-effect is dus het feit dat mensen geneigd zijn slechte neveneffecten als intentioneel te bestempelen, terwijl positieve neveneffecten als niet-intentioneel ervaren worden.

Deze resultaten zijn meerdere malen bevestigd.Zie bijvoorbeeld & , "The good, the bad, and the blameworthy: Understanding the role of evaluative reasoning in folk psychology", Journal of Theoretical and Philosophical Pscyhology, 24, 2004, pp. 252-258. of & , "Intentional Action:Two-and-a-Half Folk Concepts?" in Knobe & Nichols, op cit., pp. 171-189. Er is daarnaast ook onderzoek gedaan naar de verschillen tussen culturen en qua leeftijd. & , "The folk concept of intention and intentional action: A cross-cultural study.", Journal of Culture and Cognition, 6, 2006, pp. 113-132. Een studie met vier- tot zesjarige kinderen lijkt erop te wijzen dat dit effect ontstaat, los van cultuur, bij kinderen rond de vier à vijf jaar., & and , "Acting intentionally and the side-effect effect: Theory of mind and moral judgment", Psychological Science, 17, 2006, pp. 421-427. Ook lijkt dit fenomeen niet beperkt te zijn tot intuïties omtrent 'intentioneel handelen'. Dezelfde asymmetrie is ook terug te vinden bij andere gevallen, zoals de vraag of de bedrijfsleider al dan niet 'weet' dat hij het milieu schaadt of helpt. & , "The epistemic side-effect effect", Mind and Language, 25, 2010, pp. 474–98.

Discussie Dit effect trok veel aandacht en er zijn uiteenlopende verklaringen geopperd.De hieropvolgende discussie is gebaseerd op , "The Knobe-effect: A Brief Overview", Journal of Mind and Behaviour, bezocht op 9-04-2013. Deze vallen uiteen in twee grote groepen. Een eerste groep wil het verklaren aan de hand van (de aard van) het concept van 'intentioneel handelen' (intentional action), terwijl de andere groep dat niet doet.