De Schiedammer parkmoord is de doorgaans gebezigde benaming voor de doodslag op de tienjarige Nienke Kleiss in het Beatrixpark in Schiedam op 22 juni 2000. Haar elfjarige vriendje Maikel, met wie zij in het park aan het spelen was, werd neergestoken. Hoewel dit misdrijf doorgaans als de Schiedammer parkmoord wordt aangeduid, werd de dader veroordeeld voor het delict doodslag (art. 287 Sr) en dus niet voor moord (art. 289 Sr).
Voor de doodslag op Nienke, het neersteken van Maikel en het plegen van ontuchtige handelingen met beide kinderen in de bosschages van het park werd eerst de verkeerde persoon veroordeeld. De door de politie als verdachte aangemerkte Vlaardinger Cees B. hield na een aanvankelijke valse bekentenis steeds vol onschuldig te zijn. Door een bekentenis van Wik H. werd na vier jaar duidelijk dat Cees B. niet de dader kon zijn. Deze had toen inmiddels ruim vier jaar vastgezeten en werd gedeeltelijk gerehabiliteerd. Hij is echter nimmer expliciet onschuldig verklaard, ondanks het feit Wik H. aan dit misdrijf schuldig werd bevonden.
Deze justitiële dwaling kreeg veel aandacht door de opeenstapeling van blunders bij politie, justitie, deskundigen en politiek. De commotie leidde er toe dat het College van procureurs-generaal in 2005 een onderzoekscommissie instelde onder leiding van advocaat-generaal Frits Posthumus voor een kritische evaluatie van het werk van politie, justitie en de rechterlijke macht. Het rapport van de commissie-Posthumus leidde tot het instellen van de permanente Commissie evaluatie afgesloten strafzaken die justitiële dwalingen zou gaan onderzoeken. Door de feiten die door de onderzoeken aan het licht kwamen bleek dat er sprake was van meer dan één justitiële dwaling.
Onder meer deze zaak leidde tot kritische aandacht voor de verhoormethoden bij het strafvorderlijk onderzoek.Hoe deugdelijk is het politieverhoor? De belangrijkste technieken ontleed
De feiten op donderdag 22 juni 2000 en daarna Op 23 juni 2000 meldde de politie Rotterdam-Rijnmond dat een tienjarig meisje door een misdrijf om het leven was gebracht in het Prinses Beatrixpark in Schiedam en dat een elfjarig jongetje gewond was geraakt. Daaraan werd toegevoegd dat men "het sterke vermoeden" van een zedenmisdrijf had. Het elfjarige jongetje was omstreeks kwart over zes uit het park komen rennen en had een voorbijganger aangeklampt. Hij bloedde door een steekwond in zijn nek. Hij zei dat hij en een meisje in het park waren belaagd door een man met bloed op zijn kleding. De voorbijganger had de politie gebeld, die even later ter plekke gearriveerd het levenloze lichaam van het meisje aantrof.Meisje in park dood gevonden, in NRC Handelsblad, 23 juni 2000, pag. 3. De zwaar mishandelde jongen had in de ambulance op weg naar het Rotterdamse Dijkzigtziekenhuis een beschrijving kunnen geven van hun aanvaller. De jongen verkeerde niet in levensgevaar.
De volgende dag werd bekendgemaakt dat er 25 rechercheurs op de zaak waren gezet. Over de verdachte wilde de politie slechts beperkte informatie geven, om eventuele getuigen niet te beïnvloeden. Volgens de politie-woordvoerder stond het park niet bekend als gevaarlijk. "Er zijn wel regelmatig schennisplegers, zoals in elk park, maar er was geen aanleiding om er extra naar te kijken." Kort na de melding was er ook een helikopter ingezet om luchtfoto's van het gebied te maken.
"Een golf van emoties door de hele stad." Zo omschreef de Schiedamse burgemeester R. Scheeres de reacties op het misdrijf in het park.
Uit de eerste berichten in de media die berustten op mededelingen van de politie Rotterdam-Rijnmond bleek dat een nog voortvluchtige en nog onbekende zogeheten "kinderlokker" twee slachtoffertjes op klaarlichte dag onder bedreiging met een mes had gedwongen zich te ontkleden in de bosschages van het drukbezochte Beatrixpark te Schiedam. Na "gruwelijke mishandelingen" zou hij hen vervolgens daar naakt en ontredderd hebben achtergelaten. Het tienjarige meisje Nienke Kleiss uit Schiedam bleek door hem seksueel te zijn misbruikt en vervolgens gedood en haar schoolvriendje Maikel (11) bleek ernstig mishandeld. Volgens de politie waren Nienke en Maikel na een bezoek aan kinderboerderij 't Hoefblad in het park onderweg naar huis, toen zij aan het eind van de middag door de dader werden opgewacht. Ze waren op weg naar hun fietsen, die ze in het park hadden gestald.Angst in Schiedam om lustmoordenaar, in De Telegraaf, 24 juni 2000.Schiedam geschokt door moord op meisje, in NRC Handelsblad, 24 juni 2000, pag. 2.
Uit de latere strafzaken tegen de verdachten Cees B. en Wik H. zou blijken dat de dader de beide kinderen had gedwongen zich te ontkleden en seksuele handelingen met elkaar te plegen, voordat hij zelf aan zijn gerief probeerde te komen. Ook had hij geprobeerd Maikel met een schoenveter te wurgen, hetgeen mislukte. Maikel hield zich eerst dood en slaagde er vervolgens in te ontsnappen en voorbijgangers te alarmeren.
De verspreiding op 26 juni 2000 van het signalement van de mogelijke moordenaar had de volgende dagen veel tips opgeleverd. Volgens de Leidse rechtspsycholoog Peter van Koppen, gespecialiseerd in het samenstellen van daderprofielen, zou de dader tijdens het gruwelijke misdrijf ofwel "zwaar onder de drugs" moeten hebben gezeten, ofwel over "stalen zenuwen" beschikken: het feit dat hij op klaarlichte dag in een drukbezocht park opereerde en met twee kinderen was, bracht hem tot die conclusie. Omdat gebleken zou zijn dat plegers van een zedendelict, gecombineerd met een levensdelict, vaak blank en 20 à 35 jaar oud zouden zijn en niet ver van de plaats van de moord zouden wonen, werd vooral daarnaar uitgezien. Volgens getuigen die beweerden de vermoedelijke dader te hebben gezien, betrof het inderdaad een blanke man van die leeftijd en "met opvallend veel puisten".150 tips over vermoord meisje in Schiedam, in NRC Handelsblad, 26 juni 2000, pag. 3."Veel tips over zeden/moordzaak in Schiedam", in NRC Handelsblad, 27 juni 2000, pag. 2.
De speculaties werden in de dagen daarna steeds wilder. Op 30 juni 2000 kwam De Telegraaf met het bericht dat de Schiedamse recherche onderzocht of de moordenaar wellicht een zogeheten copycat was, die het delict had afgekeken van een televisieserie. Gedacht werd aan een aflevering uit de Zweedse krimireeks Martin Beck die op de avond voor de moord was uitgezonden op Nederland 1. De gebeurtenissen in deze aflevering zouden veel overeenkomsten vertonen met de moord. Een woordvoerster van de betreffende omroep bevestigde dat het onderzoeksteam van de politie enkele dagen na de moord een kopie van de band had opgevraagd.
Er zouden inderdaad gelijkenissen zijn tussen de Schiedamse kindermoord en de aflevering "Man op het balkon" naar het boek De man op het balkon (1967) van de Zweedse misdaadauteurs Sjöwall & Wahlöö. In beide gevallen was de verdachte een jonge lustmoordenaar die het had gemunt op blonde meisjes van ongeveer tien jaar. In beide gevallen ging het ook om een blanke man met een zeer onverzorgd uiterlijk. Ook de plaats van het misdrijf en de werkwijze geleken "verbluffend veel". Zowel in de televisieaflevering als in de Schiedamse zaak, wachtte de dader zijn slachtoffertjes op klaarlichte dag op in een drukbezocht park. Nadat de seriemoordenaar uit de televisiereeks de meisjes enige tijd had gevolgd, sleurde hij zijn slachtoffertjes de bosjes in, om de kinderen na seksueel misbruik om het leven te brengen."Het hele land kijkt uit naar moordenaar Nienke", in De Telegraaf, 28 juni 2000."Moord Nienke kopie van televisieserie", in De Telegraaf, 30 juni 2000.Expert bevestigt overeenkomsten Zweedse krimi en doden Schiedams meisje. "Kindermoord gekopieerd van tv", in De Telegraaf, 12 juli 2000.
Begin juli 2000 vond een moord plaats te Kampen, op het vijftienjarige meisje Maartje Pieck waarvan het stoffelijk overschot in een bos werd gevonden, terwijl er inmiddels in de zaak van de Schiedammer parkmoord alsmaar nog geen verdachte was aangehouden. Dit voedde de publieke verontrusting en ook de roep om een kordater optreden van de politie bij dergelijke misdrijven.
Daarbij werd in de pers ook nadrukkelijk gewezen op een aantal nog steeds niet opgeloste zaken: De Telegraaf meldde 20 zaken, waarvan er in 9 het politie-onderzoek nog niet afgesloten was, en beweerde dat er de voorgaande twee jaren een toename zou zijn geweest van dit soort misdrijven., "Stop de kindermoorden. Negen van deze twintig zaken zijn niet opgelost. Je staat als ouder machteloos", in De Telegraaf, 15 juli 2000.Naar aanleiding van de moord op Maartje Pieck in Kampen in juli 2000 werd op 15 juli door De Telegraaf een opsomming gepubliceerd.
Eerste aanhouding en vervolging Op 5 september 2000 werd de Vlaardingse magazijnbediende Cees B. als verdachte aangehouden.Verdachte van moord meisje aangehouden, in NRC Handelsblad, 11 september 2000, pag. 7. Na een maand zou de Schiedamse politie "een tip" hebben gekregen dat hij de dader weleens zou kunnen zijn. Een politieman had ontdekt dat een man die zijn zoontje op straat had lastiggevallen, dezelfde persoon was die tijdens de moord en mishandeling in het park was en via zijn mobiele telefoon de politie had gewaarschuwd. Dit bleek Cees B. Op 9 september 2000 had hij tegenover de recherche bekend, maar hij trok zijn verklaring een dag later weer in. Daarna bleef hij hardnekkig ontkennen dat hij de dader was.
Op die zitting ontkende hij dat hij Nienke had verkracht en met een schoenveter had gewurgd. Dat hij rond het tijdstip van de moord in het park aanwezig was, stond buiten kijf. Hij was daar namelijk de eerste geweest die de politie had gewaarschuwd. Volgens hem haalde de politie sindsdien alles uit de kast om hem voor de moord "te laten opdraaien". Volgens zijn advocaat bestond er geen bewijs voor betrokkenheid bij de moord. Deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut hadden geen DNA-materiaal van hem kunnen vinden, hoewel zij naar eigen zeggen het grootste DNA-onderzoek hadden uitgevoerd dat ooit in Nederland was gehouden. De verdachte voldeed evenmin aan het signalement dat het overlevende slachtoffertje Maikel had doorgegeven aan de politie.Man misbruikte eerder kinderen, in NRC Handelsblad, 6 april 2001, pag. 2.
Op 15 mei 2001 eiste de officier van justitie voor de rechtbank 18 jaar celstraf plus tbs met dwangverpleging wegens het seksueel misbruik van en doodslag op Nienke. Ook de poging tot doodslag op het vriendje van Nienke was volgens het OM aan B. toe te schrijven, ook al hield B. vol onschuldig te zijn."OM eist 18 jaar in Nienke-zaak", in NRC Handelsblad, 16 mei 2001, pag. 3.
Op 29 mei 2001 werd Cees B. door de rechtbank Rotterdam conform de eis van het OM veroordeeld tot een celstraf van 18 jaar en tbs met dwangverpleging. Hij kreeg deze straf ook wegens andere feiten die aan hem ten laste waren gelegd, namelijk een eerdere ontucht met een minderjarige jongen en een poging een kind tegen betaling seksuele handelingen bij hem te laten verrichten. De rechtbank betitelde het delict waarvan "bewezen" werd geacht dat het door hem zou zijn gepleegd als "onzegbaar afschuwelijk" en stelde dat hierop slechts een lange gevangenisstraf kon volgen. De rechters kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat geen enkel bewijsmiddel in de zaak op zich zelf overtuigend genoeg was, maar dat ze in combinatie met elkaar onweerlegbaar zouden zijn.
Het slachtoffer was door medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut op de plaats van het delict urenlang onderzocht op DNA-sporen van een dader, maar dit zou niets hebben opgeleverd. De rechtbank vond dit begrijpelijk, gezien "de toedracht van de doodslag en het seksuele misbruik". Naast de verklaringen van Maikel, die zich dood had gehouden om later te kunnen ontsnappen, waren belangrijke bewijzen tegen B. dat hij geen sluitend alibi had, dat zijn fiets op de plaats van het delict was gezien en dat de jongen gestoken was met een mes dat "overeenkwam" met een mes dat B. op zijn werk zou gebruiken.