De Slag bij Spotsylvania Court House vond plaats tussen 8 en 21 mei 1864 in Spotsylvania County, Virginia tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Het was de tweede grote slag tussen de Noordelijke luitenant-generaal Ulysses S. Grant en de Zuidelijke generaal Robert E. Lee tijdens de Overland-veldtocht. Na de bloedige maar onbesliste Slag in de Wildernis probeerde Grant Lee naar een betere locatie te lokken om Lee te verslaan. De voorste eenheden van Lee's leger slaagden er echter in om als eersten bij het strategisch belangrijke kruispunt bij Spotsylvania Court House te geraken. Daar begonnen ze zich onmiddellijk in te graven. Grant probeerde verschillende methoden om de vijandelijke linies te breken. Na een strijd van 14 dagen en 32.000 slachtoffers verder was de slag onbeslist.
Samenvatting Op 8 mei probeerden de Noordelijke generaals Gouverneur K. Warren en John Sedgwick de Zuidelijken onder generaal-majoor Richard H. Anderson te verdrijven van Laurel Hill, een stelling die tussen de Noordelijken en Spotsylvania Court House lag. Op 10 mei gaf Grant het bevel tot een nieuwe aanval op de Zuidelijke stellingen die nu al 6,5 km lang waren. Het sluitstuk was een saillant gekend als de "Mule Shoe". Hoewel de aanval op Laurel Hill opnieuw mislukte, toonde de aanval van kolonel Emory Upton op de Mule Shoe toch enige belofte.
Op 12 mei gebruikte Grant Uptons aanvalstactiek op een veel grotere schaal toen hij de 15.000 soldaten van generaal-majoor Winfield S. Hancock de Mule Shoe liet aanvallen. Het initieel succes van Hancock werd na zware gevechten toch afgeslagen. De aanvallen uitgevoerd door de soldaten van generaal-majoor Horatio G. Wright op de westelijke zijde van Mule Shoe, die later bekend werd als "Bloody Angle" zou 24 uur van man-tegen-mangevechten worden. Ze worden tot de meest intense van het volledige conflict gerekend. Ook de ondersteunende aanvallen van Warren en generaal-majoor Ambrose Burnside kenden geen succes.
Grant hergroepeerde zijn eenheden en liet Hancock op 18 mei een laatste grote aanval uitvoeren, opnieuw zonder succes. De aanval van luitenant-generaal Richard S. Ewell bij Harris Farm op 19 mei werd ook voor de Zuidelijken kostbaar. Op 21 mei liet Grant de Zuidelijke stellingen voor wat ze waren en trok opnieuw in zuidoostelijke richting om rond de Zuidelijke linies te geraken. De Overland-veldtocht vervolgde zijn dodelijk verloop naar de volgende slag bij North Anna.
Achtergrond thumb|Spotsylvania Courthouse, 1864 In mei 1864 werd Grant gepromoveerd tot luitenant-generaal en werd bevelhebber van alle Noordelijke legers. Hij richtte zijn hoofdkwartier in bij het Army of the Potomac. Generaal-majoor George G. Meade bleef evenwel bevelhebber van het Army of the Potomac. Generaal-majoor William T. Sherman kreeg het bevel over de legers aan het westelijke front. Samen met president Abraham Lincoln werkte Grant een algemeen plan uit om het Army of Northern Virginia van generaal Robert E. Lee te verslaan, Richmond in te nemen en de oorlog tot een einde te brengen. Dit was de eerste keer dat ook de operaties in de Shenandoahvallei, West Virginia, Georgia en Alabama gecoördineerd werden door één bevelhebber.Salmon, p. 251; Grimsley, p. 3.
Grants strategisch doel was niet de Zuidelijke hoofdstad Richmond, maar de vernietiging van Lee's leger. Lincoln, die deze strategie alleen maar kon toejuichen, wist ook dat de hoofdstad snel zou vallen zonder de bescherming van Lee's leger. Grant gaf het bevel aan Meade: "Waar Lee is, daar moet jij ook zijn."Hattaway & Jones, p. 525. Hoewel Grant hoopte op een snelle overwinning, was hij bereid om een uitputtingsoorlog te voeren. Aan beide zijden zouden veel slachtoffers vallen. De Noordelijken hadden wel een grotere strategische reserve.Eicher, p. 661-62; Kennedy, p. 282.
Op 5 mei stak Grants leger de Rapidan over en marcheerde door de Wilderness van Spotsylvania. Daar werd het aangevallen door het Zuidelijke Army of Northern Virginia van generaal Robert E. Lee. Hoewel Lee ver in de minderheid was met 60.000 soldaten tegenover 100.000 Noordelijken, vochten zijn soldaten met de nodige vasthoudendheid. Na twee dagen en 29.000 slachtoffers was er geen beslissing gevallen. Lee had Grant gestopt maar niet teruggeslagen. Onder dergelijke omstandigheden zouden Grants voorgangers zich teruggetrokken hebben. Grant gaf echter het bevel aan Meade om Lee te flankeren en het belangrijke kruispunt van Spotsylvania Court House te bezetten. Zo kon Grant zich tussen Lee en Richmond manoeuvreren en diende Lee slag te leveren.Salmon, p. 253; Kennedy, p. 280-82.
Samenstelling van de legers Op 7 mei telde Grants strijdmacht ongeveer 100.000 soldaten. Deze strijdmacht bestond uit het Army of the Potomac aangevoerd door generaal-majoor George G. Meade en het IX Corps van het Army to the Ohio die rechtstreeks aan Grant rapporteerde. Deze vijf korpsen waren:Welcher, p. 957-58, 974-77; Rhea, Spotsylvania Court House, p. 330-39. II Corps onder leiding van generaal-majoor Winfield S. Hancock bestaande uit de divisies van generaal-majoor David B. Birney en de brigadegeneraals Francis C. Barlow, John Gibbon en Gershom Mott. (Motts 4th Division werd ontbonden op 13 mei en verdeeld over de andere divisies van het korps. Op 18 mei werd een nieuwe 4th Division gevormd met de versterkingen van Washington D.C. die voornamelijk uit de soldaten van de zware artillerieregimenten bestonden. Deze stond onder het bevel van brigadegeneraal Robert O. Tyler.) V Corps onder leiding van generaal-majoor Gouverneur K. Warren bestaande uit de divisies van brigadegeneraals Charles Griffin, John C. Robinson, Samuel W. Crawford en Lysander Cutler. (Nadat Robinson op 8 mei gewond raakte, werd zijn divisie tijdelijke ontbonden en verdeeld over de andere divisies van het korps.) VI Corps onder leiding van John Sedgwick bestaande uit de divisies van brigadegeneraals Horatio G. Wright, Thomas H. Neill en James B. Ricketts. (Sedgwick sneuvelde op 9 mei en werd vervangen door Wright. Wrights 1st Division werd dan aangevoerd door brigadegeneraal David A. Russell.) IX Corps onder leiding van generaal-majoor Ambrose Burnside bestaande uit de divisies van brigadegeneraals Thomas G. Stevenson, Robert B. Potter, Orlando B. Willcox en Edward Ferrero. (Stevenson sneuvelde op 10 mei en werd vervangen door kolonel. Daniel Leasure en later generaal-majoor Thomas L. Crittenden) Cavalry Corps aangevoerd door generaal-majoor Philip H. Sheridan bestaande uit de divisies van brigadegeneraals Alfred T.A. Torbert, David McM. Gregg en James H. Wilson. (Tijdens de periode tussen 9 en 24 mei was Sheridans cavalerie niet aanwezig en speelde dus geen rol tijdens de gevechten bij Spotsylvania Court House.)
Lee's Zuidelijke Army of Northern Virginia telde ongeveer 52.000 soldaten ingedeeld in vier korpsen, namelijk:Rhea, Spotsylvania Court House, p. 340-46. First Corps onder leiding van generaal-majoor Richard H. Anderson bestaande uit de divisies van generaal-majoor Charles W. Field en brigadegeneraal Joseph B. Kershaw. Second Corps onder leiding van luitenant-generaal Richard S. Ewell bestaande uit de divisies van de generaal-majoors Jubal A. Early, Edward "Allegheny" Johnson en Robert E. Rodes. (Op 8 mei nam Jubal Early het tijdelijke commando van het Third Corps op zich en werd vervangen door brigadegeneraal John B. Gordon.) Third Corps onder leiding van luitenant-generaal A.P. Hill bestaande uit de divisies van de generaals-majoor Henry Heth en Cadmus M. Wilcox en brigadegeneraal William Mahone. (Op 8 mei werd Hill ziek en werd tijdelijk vervangen door Jubal Early.) Cavalry Corps onder leiding van generaal-majoor J.E.B. Stuart bestaande uit de divisies van de generaal-majoors Wade Hampton, Fitzhugh Lee en W.H.F. "Rooney" Lee.
7 mei: de wedren naar Spotsylvania thumb|Bewegingen op 7 mei 1864; Cavaleriebewegingen uitvergroot Grant had orders gegeven aan Meade, om in de nacht van 7 op 8 mei via twee verschillende marsroutes Spotsylvania Court House te bereiken. Dit lag ongeveer 16 km verder in zuidoostelijke richting. Meade diende met ten minste één korps daar aan te komen in de ochtend van de 8ste mei. Warrens V Corps marcheerde via de Brock Road op de voet gevolgd door Hancocks II Corps. Sedgwicks VI Corps zou via de Orange Plank Road naar Chancellorsville oprukken om dan in zuidelijke richting af te draaien. Het IX Corps van Burnside volgde hen op de voet.Rhea, Spotsylvania Court House, p. 46.
Meade liet de cavalerie van Sheridan de Brock Road schoonvegen. De cavaleristen reden zich al spoedig vast. De brigade van kolonel J. Irvin Gregg werd bij Corbins Bridge op de Catharpin Road gestopt door de cavaleristen van Wade Hampton en Rooney Lee. Gregg trok zich terug naar een veld ten westen van Todd's Tavern en groef zich in achter eenvoudige borstweringen. Hij sloeg verschillende Zuidelijke tegenaanvallen af. Op 1,5 km ten zuiden van Todd's Tavern botste Wesley Merritts Noordelijke divisie op Zuidelijke borstweringen bemand door Fitzhugh Lee's cavalerie. Tijdens de late namiddag en avond werd hevig gevochten. Sheridan staakte de aanval toen het te donker werd en liet zijn soldaten bij Todd's Tavern overnachten. De Noordelijke infanterie begon aan hun opmars rond 20.00 uur. Hun opmars werd verschillende keren vertraagd door verkeersopstoppingen. Toen Meade na middernacht bij Todd's Tavern aankwam, werd hij razend toen hij Sheridans soldaten daar slapend aantrof. Ze kregen het onmiddellijke bevel om hun opdracht uit te voeren.Rhea, Spotsylvania Court House, p. 30-42; Welcher, p. 959-61; Salmon, p. 271.
Lee was onzeker over Grants intenties. Verkenningseenheden hadden gezien, hoe het materiaal om rivieren over te steken verplaatst was van Fort Germanna. Dit hield in, dat Grant zich niet zou terugtrekken. Het Noordelijke leger kon in oostelijke richting naar Fredericksburg marcheren of in zuidelijke richting optrekken. In beide gevallen zou het kruispunt van Spotsylvania Court House van strategisch belang zijn. Lee gaf het bevel aan zijn artilleriecommandant, brigadegeneraal William N. Pendleton om een weg aan te leggen in zuidelijke richting van de Zuidelijke stellingen in de Wilderness naar Catharpin Road. Hij gaf eveneens het bevel aan generaal-majoor Richard H. Anderson, die luitenant-generaal James Longstreet verving nadat die op 6 mei gewond raakte, om diezelfde weg te volgen. Lee gaf geen urgentie mee aan het bevel. Toch wensten Anderson en zijn soldaten zo snel mogelijk hun naar lijken en verbrand hout stinkende stellingen zo snel mogelijk te verlaten. De mars werd ingezet rond 22.00 uur.Rhea, Spotsylvania Court House, p. 22-23; Grimsley, p. 62; Salmon, p. 270-71.
8 mei: Laurel Hill en problemen met de cavalerie thumb|Aanvallen op de stellingen op Laurel Hill line op 8 mei Bij het aanbreken van de dageraad op 8 mei vielen Wesley Merritts cavaleristen opnieuw die van Fitzhugh Lee aan op de Brock Road. Opnieuw werd hun aanval afgeslagen. Meade liet het V Corps aanrukken om de weg vrij te maken. De divisie van brigadegeneraal John C. Robinson joeg de Zuidelijke cavaleristen weg. Bij Alsop Farm streed de bereden artillerie van Fitzhugh Lee nog verder en vertraagde zo de Noordelijke infanterie-opmars. Ondertussen groeven de cavaleristen zich opnieuw in op een lage helling net ten zuiden van Spindle Farm, die de naam "Laurel Hill" meekreeg. Lee liet versterkingen aanvoeren in de vorm van Andersons infanterie. Anderson liet onmiddellijk twee infanteriebrigades en een artilleriebataljon naar voor komen. Ze arriveerden net op het moment toen Warrens soldaten 100 meter noordelijker hun posities innamen.Rhea, Spotsylvania Court House, p. 45-53; Welcher, p. 960; Salmon, p. 271.