De 250cc-klasse is een voormalige wegraceklasse in de motorsport. In deze klasse werd gestreden om de wereldtitel in het FIM wereldkampioenschap wegrace, maar ook in het Europees kampioenschap wegrace en de Lightweight TT.

Voorgeschiedenis Net als de andere op cilinderinhoud gebaseerde klassen (50-, 80-, 125-, 350 cc en 500 cc) diende de inhoudsklasse om wegraces eerlijker te maken. Toen rond 1904 de eerste motorraces werden georganiseerd was daar nog geen sprake van. Elke organisatie hanteerde eigen reglementen en zelfs de oprichting van de Fédération Internationale des Clubs Motocyclistes (FICM) eind 1904 bracht daar geen verandering in. Dat had twee oorzaken: deze FICM was in het begin nog te zwak en de ontwikkelingen van de motorfietsen gingen te snel. Ook vermeldden motorfabrikanten in het begin van de 20e eeuw de cilinderinhoud helemaal niet: men leverde motorfietsen met een bepaald vermogen en dat werd dan ook in advertenties vermeld. Zo vond men reglementen gebaseerd op het brandstofverbruik, het gewicht, het aantal cilinders of combinaties daarvan. Als een bepaalde motorfiets te snel bleek werden reglementen soms jaarlijks aangepast.

Geschiedenis

Isle of Man TT De Britten hadden niet veel op met de lichte raceklassen. De Isle of Man TT kende tot aan de Eerste Wereldoorlog slechts de 350cc-Junior TT en de 500cc-Senior TT. In de Junior TT van 1920 mocht de "Lightweight-klasse" (tot 250 cc) meerijden. Het kleine merk Levis ging op de uitnodiging in, hoewel het niet eens volwaardige 250cc-machines had. Het stelde een team samen met Ronald Clarke, Gus Kuhn en de inmiddels 58 jaar oude Frank W. Applebee. Zij reden op 211cc-tweetaktmachientjes. Clarke was nog sneller dan de latere winnaar Cyril Williams (350cc-AJS TT Model), maar viel bij Keppel Gate, acht kilometer voor de finish. Hij kon zijn machine nog oprapen en met een kale en kromme voorvelg langzaam naar de finish rijden. Hij werd vierde in het totaalklassement en winnaar van de 250cc-Lightweight klasse, maar had de race gewoon kunnen winnen. Hij werd meteen na de finish met uitputtingsverschijnselen naar Nobles Hospital in Douglas gebracht. Pas tijdens de TT van 1922 kregen de 250cc-machines hun eigen Lightweight TT. Daarin bleven de 250cc-machines rijden tot ze in 1977 werd vervangen door de Formula Three TT.

Europees kampioenschap wegrace

Toen het Europees kampioenschap wegrace in 1924 voor het eerst werd georganiseerd, volgde men de inhoudsklassen zoals die bij de TT van Man werden gebruikt: 250-, 350- en 500 cc. Het Europees kampioenschap was geen competitie over meerdere wedstrijden, maar een ééndagsevenement. De Belgische ingenieur/coureur Maurice van Geert had een jaar eerder het merk Rush overgenomen. Met een dergelijke machine met een Blackburne-zijklepmotor werd hij de eerste Europees kampioen in de 250cc-klasse. Nadat van Geert al met een Brits motorblok had gewonnen, domineerden de Britse merken in de volgend jaren het EK. Jock Porter won in 1925 en 1926 ook al met zijn eigen merk: New Gerrard. Daarna volgden OK Supreme (1928 en 1929), Excelsior (1930 en 1936), Rudge (1931) en New Imperial, (1933). De overige vooroorlogse 250cc-kampioenschappen werden gewonnen door Moto Guzzi (1932 en 1937) en DKW (1934, 1935, 1938 en 1939). Na de Tweede Wereldoorlog vonden er nog twee EK's plaats: in 1947 en 1948, gewonnen door Bruno Francisci en Maurice Cann, beiden op een vooroorlogse Moto Guzzi Albatros. Het Europees kampioenschap eindigde daarna vanwege de invoering van het Wereldkampioenschap wegrace in 1949. In 1981 werd het Europees kampioenschap nieuw leven ingeblazen, omdat het wereldkampioenschap alleen plaats bood aan (semi-)professionele coureurs en werd gedomineerd door fabrieksrijders en fabrieksracers. De beginnende, jonge coureurs en de liefhebbers hadden geen internationaal podium meer, maar de Japanse fabrikanten boden een uitgebreid scala aan productieracers aan, waarmee op een behoorlijk niveau gereden kon worden. In de loop van de jaren werden steeds nieuwe klassen toegevoegd en weer verwijderd. In 2008 werd de opzet van het kampioenschap gewijzigd. Waar voorheen het kampioenschap over meerdere races werd verreden, werd het door de UEM georganiseerde kampioenschap als een eendaagse wedstrijd opgezet en werd er gereden in de klassen 125GP, Supersport en Superstock 1000.UEM Road-Racing European Championship Albacete 2008 preview, UEM, geraadpleegd op 4 oktober 2012 Het evenement vindt sindsdien jaarlijks plaats op het Circuito de Albacete in Spanje. Met de komst van de 600cc-Supersport-klasse verdween de 250cc-klasse van de kalender.

Europese Kampioenen SeizoenCoureurMerk1924 Maurice van Geert Rush-Blackburne1925 Jock Porter New Gerrard1926 Jock Porter New Gerrard1927 Cecil Ashby OK Supreme1928 Cecil Ashby OK Supreme1929 Frank Longman OK Supreme1930 Syd Crabtree Excelsior1931 Graham Walker Rudge1932 Riccardo Brusi Moto Guzzi1933 Charlie Dodson New Imperial1934 Walfried Winkler DKW1935 Arthur Geiss DKW1936 Henry Tyrell-Smith Excelsior1937 Omobono Tenni Moto Guzzi1938 Ewald Kluge DKW1939 Ewald Kluge DKW Onderbreking wegens invoering wereldkampioenschap wegrace1981 Herbert Hauf Honda1982 Reinhold Roth FKN-Yamaha1983 Carlos Cardús Cobas-Rotax1984 Gary Noel Exactweld-Yamaha1985 Massimo Matteoni Honda1986 Hans Lindner Rotax1987 Javier Cardelus Cobas-Rotax1988 Fausto Ricci Yamaha / Aprilia1989 Andrea Borgonovo Aprilia1990 Leon van der Heijden Aprilia1991 Max Biaggi Aprilia1992 Luis Carlos Maurel Aprilia1993 Giuseppe Fiorillo Aprilia1994 Régis Laconi Yamaha1995 Luca Boscoscuro Aprilia1996 Sebastián Porto Aprilia1997 Davide Bulega Aprilia1998 Alex Hofmann Honda1999 Ivan Clementi Aprilia2000 Riccardo Chiarello Aprilia2001 David García Honda2002 Álvaro Molina Yamaha2003 Taro Sekiguchi Yamaha2004 Álvaro Molina Aprilia2005 Álvaro Molina Aprilia2006 Álvaro Molina Aprilia2007 Álvaro Molina Aprilia

Wereldkampioenschap wegrace

Jaren vijftig Puntentelling 1949 Punten werden vergeven aan de vijf best geklasseerde coureurs met een extra punt voor de finisher met de snelste ronde.  1e  2e  3e  4e  5e  snelste rondePunten:1087651 In 1949 en de jaren vijftig ging de titelstrijd vooral tussen Italiaanse merk met eencilinder viertakten met dubbele bovenliggende nokkenas (in het Italiaans: "Bialbero"). Die strijd werd in de jaren 1953-1955 onderbroken door het Duitse NSU. In 1959 verscheen ook Honda in een bescheiden rol op het toneel.

Het seizoen 1949 kende slechts vier wedstrijden, elk met een andere winnaar. Het tekende de strijd tussen Moto Guzzi en Benelli. Voor de Lightweight TT huurde Moto Guzzi Angelsaksische rijjders in die de 60km-lange Snaefell Mountain Course goed kenden. De Ier Manliff Barrington won daar, terwijl Benelli's Dario Ambrosini ten val kwam. Dat was wellicht ook de fout van Benelli: Ambrosini was (nog) de enige coureur. Tijdens de GP van Zwitserland won Bruno Ruffo (Moto Guzzi), Ambrosini werd tweede. De Ulster Grand Prix had weer een andere Moto Guzzi-rijder als winnaar: de Engelsman Maurice Cann. Hier werd Ruffo tweede en Ambrosini viel opnieuw uit. Voor de laatste race leidde Ruffo het kampioenschap. Ambrosini stond vrijwel kansloos op plaats 6. Hij moest zijn thuisrace, de GP des Nations op Monza winnen, maar dan mocht Ruffo geen punten scoren. Ambrosini kreeg hulp van Umberto Masetti en won de race inderdaad, maar Ruffo werd tweede en wereldkampioen.

Puntentelling 1950-1968 De puntentelling werd gewijzigd. De eerste zes finishers kregen nu punten, maar het omstreden extra punt voor de snelste ronde was afgeschaft.  1e  2e  3e  4e  5e  6e 864321 In het seizoen 1950 lukte het Dario Ambrosini wel om met zijn Benelli 250 Bialbero wereldkampioen te worden. Hij won dan ook drie van de vier wedstrijden. De vierde ging naar Maurice Cann (Moto Guzzi), die tweede in het kampioenschap werd.Bruno Ruffo concentreerde zich met zijn Mondial 125 Bialbero op de 125cc-klasse waar hij wereldkampioen werd. Hij reed slechts één 250cc-race voor Moto Guzzi, werd daarin derde en sloot het WK 250 cc als gedeeld derde af met Fergus Anderson (ook Moto Guzzi).

In het seizoen 1951 kreeg de Italiaanse motorsport zware klappen te verduren door het verongelukken van Dario Ambrosini, Claudio Mastellari, Sante Geminiani, Raffaele Alberti, Guido Leoni en Gianni Leoni (geen familie van elkaar). Vooral het bizarre trainingsongeluk van Sante Geminiani en Gianni Leoni op het niet afgesloten Clady-stratencircuit kwam hard aan. Ambrosini was tijdens de Franse Grand Prix in de armen van Gianni Leoni gestorven. Ambrosini had de openingrace, de GP van Zwitserland nog gewonnen en was in de Lightweight TT tweede geworden. Hij had zo'n grote puntenvoorsprong dat hij na de Franse GP nog eerste stond in het WK. Hij eindigde in het 250cc-WK postuum als derde. Gianni Leoni werd postuum vijfde, maar ook tweede in het 125cc-WK. De wereldtitel ging voor de tweede keer naar Bruno Ruffo, voor Tommy Wood en Ambrosini.

In het seizoen 1952 was de Moto Guzzi Gambalunghino nog steeds de te kloppen machine, temeer omdat Benelli zich had teruggetrokken. En dat terwijl de Gambalunghino feitelijk een vooroorlogse Moto Guzzi Albatros met een andere voorvork maar nog steeds een enkele bovenliggende nokkenas was. Maar concurrentie was er feitelijk niet. Enrico Lorenzetti en Fergus Anderson wonnen elk twee wedstrijden en werden eerste en tweede in het WK, voor Les Graham, die een wedstrijd met een Benelli had gereden en daarna overstapte op een prototype van Velocette. Pas in de laatste race van het seizoen, de GP de Nations, verscheen er een donker wolkje aan de Moto Guzzi-hemel, toen de NSU Rennmax verscheen. Werner Haas werd er tweede mee en Roberto Colombo derde.

De NSU Rennmax was een paralleltwin met dubbele bovenliggende nokkenassen, aangedreven door twee koningsassen. Moto Guzzi zag de dreiging wel, want het ontwikkelde de Bialbero 250, eveneens met dubbele bovenliggende nokkenas, maar nog steeds een eencilinder. Moto Guzzi had haar windtunnel klaar en Enrico Lorenzetti reed met een verkapte "dolfijn"-stroomlijn. NSU gebruikte een kleinere tophalf maar desondanks was Werner Haas er nauwelijks mee te verslaan. Fergus Anderson won de Lightweight 250 cc TT voor Haas, maar tijdens de TT van Assen reed Haas zijn startronde (met staande start) sneller dan het ronderecord van Bruno Ruffo uit 1952. Hij won de race, waarin Reg Armstrong, die eigenlijk voor Gilera in de 500cc-klasse reed, met een Rennmax derde werd. Haas stond nu naast Anderson aan kop van de ranglijst, maar Haas won ook de Duitse Grand Prix en de Ulster Grand Prix. In de GP van Zwitserland werd Haas na een valpartij slechts zesde, maar Armstrong won en Anderson werd slechts derde, 0,1 seconde achter zijn merkgenoot Alano Montanari, die zich als privérijder van de teambelangen niets aan hoefde te trekken. In de GP de Nations werd Haas tweede, maar dat deerde hem niet. Anderson scoorde geen punten en Reg Armstrong werd slechts vierde, waardoor Haas zeker was van de wereldtitel. NSU ging niet eens meer naar de laatste Grand Prix in Spanje. Armstrong werd tweede in het kampioenschap en Lorenzetti werd derde. Haas werd met een NSU Rennfox eveneens wereldkampioen 125 cc.

Het NSU-team bestond in het seizoen 1954 uit drie man: Werner Haas, Rupert Hollaus en Hermann Paul ("Happi") Müller. Haas en Müller richtten zich op de 250cc-klasse, Hollaus op de 125 cc. Haas won vijf 250cc-races en Hollaus won alle 125cc-races en nog een 250cc-race. Zo had NSU alle overwinningen in beide klassen totdat Hollaus tijdens de training van de GP des Nations dodelijk verongelukte. Hij was toen al zeker van zijn 125cc-wereldtitel en Haas van de 250cc-titel. De eindstand in de 250cc-klasse was: 1. Werner Haas, 2. Rupert Hollaus, 3. Happi Müller.